Lotto (Лото)

Een man komt bij de dokter (один мужчина приходит к врачу) en de dokter vraagt aan de patiënt (и врач спрашивает у пациента) wat zijn probleem is (какая у него проблема: «что есть его проблема»).

De man antwoordt (мужчина отвечает): „Ik ben getrouwd met een oerlelijke vrouw (я женат на ужасно/крайне некрасивой женщине; lelijk – некрасивый, безобразный; oer- пра- /приставка, обозначающая древность, имеет в нидерландском также усилительное значение: «крайне»/) gewoon voor het geld (просто из-за денег)”.

De dokter zegt: „Maar wat is uw probleem dan (врач говорит: какая же у вас тогда проблема)?”

De patiënt antwoordt: „Ik heb een week geleden de lotto gewonnen (неделю назад я выиграл в лото; geleden – прошлый, прошедший, минувший: twee weken geleden – две недели тому назад; winnen – выигрывать)”.

Een man komt bij de dokter en de dokter vraagt aan de patiënt wat zijn probleem is.

De man antwoordt: „Ik ben getrouwd met een oerlelijke vrouw gewoon voor het geld”.

De dokter zegt: „Maar wat is uw probleem dan?”

De patiënt antwoordt: „Ik heb een week geleden de lotto gewonnen”.

Загрузка...