De Cock keek Vledder wat bezorgd aan. Deze zag er moe en verslagen uit. Hij had rode randjes rond zijn ogen, zijn blonde haren zaten in de war, zijn boord was losgeknoopt en zijn stropdas vlagde op zijn linkerschouder. De Cock had hem nog nooit zo gezien. Vledder zag er altijd onberispelijk uit. Hij ging tegenover hem zitten en boog zich iets naar hem toe.
‘En,’ opende hij voorzichtig, ‘ben je vanavond nog wat wijzer geworden?’
Vledder schudde triest zijn hoofd.
‘Nog geen millimeter. De vrouwen van de kring leken mij nog geslotener dan de vorige keer. Niemand had vooraf iets gemerkt, niemand had enig vermoeden wie het kon hebben gedaan en niemand had enig motief. Alleen Agatha van Keulen… die wilde dat ik Annette van Leeuwenhoek arresteerde. Daarover ontstond een woordenwisseling. Verder was iedereen alleen maar geschokt en gebelgd.’
‘Gebelgd?’
Vledder knikte. ‘Op jou. Toen jij weg was, kwamen de tongen pas goed los. Het idee dat jij alle dames van de spiritistische kring wilde opsluiten, bracht nogal wat beroering en verontwaardiging. Mathilda van Lochem had daarbij het hoogste woord.’
De Cock grinnikte. ‘Misschien weekt het iets los. Het zal toch uit die groep moeten komen. Ze kunnen zich wel als lammeren voordoen… onder hen schuilt toch de vrouw, die heel koelbloedig twee mensen om het leven heeft gebracht.’ Hij zweeg en keek naar Vledder op. ‘Had de lijkschouwer nog iets bijzonders?’ Vledder schudde zijn hoofd. ‘Dokter Den Koninghe had weinig commentaar. Hij zei alleen: “Hoeveel krijgen we er nog… het lijkt wel een kopie van de vorige moord.”’
De Cock knikte traag voor zich uit. ‘Er zijn twee verschillen… een ander slachtoffer en… Harry Donkervliet.’
Vledder sloeg zich voor het hoofd. ‘Die moet vrij,’ riep hij vertwijfeld. ‘Onmiddellijk. Ik was hem bijna vergeten. Stom. We moeten de commissaris bellen. Er bestaat nu geen enkele reden meer om hem vast te houden. Hij zat hier beneden in de cel toen die tweede moord gebeurde. Een beter alibi is nauwelijks denkbaar. Het pleit mijns inziens ook tegen zijn schuld aan die eerste moord.’
De Cock kwam van zijn stoel overeind. ‘Maar is hij onschuldig?’
Vledder keek verbaasd naar hem op. ‘Dat vraag jij?’ reageerde hij heftig. ‘Jij wilde hem toch niet arresteren? Je hebt je steeds tegen zijn arrestatie verzet.’
De Cock knikte gelaten. ‘Dat is juist. Ten eerste, omdat ik niet graag wil dat iemand zich met mijn onderzoeken bemoeit… ook al is dat een commissaris of een officier van justitie. En ten tweede, omdat de arrestatie op een verkeerd tijdstip geschiedde en op bepaald dubieuze gronden.’ Hij zuchtte diep. ‘Ik heb van het begin af nooit de overtuiging gehad dat Harry Donkervliet daadwerkelijk Zwarte Sophie had vermoord, maar dat betekent niet dat hij niet schuldig is aan haar dood.’
Vledder grinnikte vreugdeloos. ‘Dat is kabbalistisch gebabbel. Harry Donkervliet is of schuldig of onschuldig.’
De Cock keek hem strak aan. ‘Is het zo simpel?’
Vledder zwaaide met zijn armen. ‘Beide moorden zijn kopieën van elkaar. Duidelijk. Er is geen enkel verschil. Degene die Zwarte Sophie dodelijk vergif toediende, vermoordde ook het blinde medium. Hoe wil je, in godsnaam, Harry Donkervliet schuldig doen zijn aan de moord op Jennifer Jordan… zijn tante… de vrouw van wie hij financieel geheel afhankelijk was. Herinner je je… Harry Donkervliet zat… en zit nog steeds hier beneden in de cel.’ De Cock maakte een hulpeloos gebaar.
‘Misschien is er wel een testament.’
Vledder knikte nadrukkelijk.
‘Dat testament is er. Ik heb het zelf nog niet onder ogen gehad, maar Christine van der Waal vertelde mij dat Harry Donkervliet inderdaad in het testament van zijn tante wordt genoemd. Hij erft een groot deel van haar vermogen. Verder was er ook voor Christine een legaat om — zoals ze zelf zei — dankbaar voor te zijn en dan waren er forse schenkingen aan alle nog levende leden van de spiritistische kring.’
De Cock reageerde verrast. ‘Alle leden?’
Vledder knikte. ‘Volgens Christine van der Waal had Jennifer Jordan dat al jaren geleden uitdrukkelijk bepaald. Zij wilde dat ook na haar dood de spiritistische kring bijeen bleef. Slechts onder die voorwaarden worden de schenkingen gedaan.’ ‘Een verplicht lidmaatschap tot de dood volgt.’
Vledder knikte nadrukkelijk.
‘Inderdaad, zo kun je het noemen. Jennifers motivering was dat zij tijdens haar leven contact had gezocht met de geesten uit het hiernamaals en dat zij na haar dood vanuit het hiernamaals contact wilde leggen met de nog levenden op aarde. Haar eigen spiritistische kring, dan mogelijk geleid door een ander medium, zou een uitstekend contactpunt kunnen vormen.’ De Cock streek met zijn hand over zijn haar.
‘Het is wel duidelijk,’ sprak hij traag, ‘dat Jennifer Jordan onvoorwaardelijk geloofde aan de mogelijkheid van dergelijk contact en daarom haar eigen kring bijeen wilde houden.’ Hij deed zijn ogen even dicht om een opkomende vermoeidheid uit zijn hersenen te verdrijven. ‘Waren alle leden van de spiritistische kring op de hoogte van het testament?’
Vledder gebaarde afwerend.
‘Dat weet ik niet. Ik bedoel… ik heb het hen niet gevraagd. Maar ik neem aan dat zij allen volkomen op de hoogte waren. Toen Christine van der Waal mij van dat testament vertelde, stonden alle dames van de kring om ons heen en niemand scheen verrast.’ De Cock vertoonde een spottend lachje. ‘Zo bezien had elk lid van de kring een motief.’
Vledder keek getroffen naar hem op.
‘Je hebt gelijk,’ riep hij enthousiast. ‘Natuurlijk. Het is, zoals jij al zei… een complot. Ik had vanavond ook heel sterk het gevoel dat de dames een gesloten eenheid vormden.’
De Cock schudde na een poosje zijn hoofd.
‘Het klopt niet. Nee, het klopt helemaal niet. Zie je, Zwarte Sophie… zij had geen testament.’
Vledder liet zijn hoofd wat zakken.
‘En toch werd ze vermoord.’
De deur van de recherchekamer zwaaide met een klap open en commissaris Buitendam stormde binnen. Zijn witzijden sjaal hing los om zijn hals en zijn jaspanden wapperden. Hij wenkte De Cock en liep meteen door naar zijn kamer.
De Cock slenterde achter hem aan. Kalm, nonchalant, zijn handen in de zakken van zijn pantalon. Toen hij in de kamer van de commissaris kwam, zat Buitendam al achter zijn bureau. Zijn jas nog aan.
‘Waarom vertelt niemand mij ooit iets?’ brulde hij.
De Cock keek hem rustig aan.
‘Ik begrijp u niet,’ sprak hij ontwijkend.
Buitendam sloeg met zijn vuist op zijn bureau.
‘De moord op Jennifer Jordan.’ Hij keek demonstratief op zijn horloge. ‘Ruim twee uur geleden.’
De Cock schudde triest zijn hoofd.
‘Heeft Mathilda van Lochem weer uit de school geklapt?’ Buitendam knikte traag.
‘En ik kreeg natuurlijk onmiddellijk de officier van justitie op mijn nek. Verwijten en paniek.’ Hij keek naar De Cock op. ‘Heb je die Harry Donkervliet al vrijgelaten?’
De Cock wierp hem een venijnige blik toe.
‘Hij is uw arrestant… niet de mijne. U weet hoe ik over zijn arrestatie denk. Als u meent dat Harry Donkervliet nu ontslagen moet worden, dan pakt u de telefoon en zegt tegen de wachtcommandant dat de arrestant kan vertrekken.’
Buitendam leunde achterover in zijn stoel en wreef met zijn hand langs zijn ogen. Hij was duidelijk vermoeid.
‘Laten we erover ophouden, De Cock,’ sprak hij zuchtend. ‘Het heeft geen zin om er nog langer over te discussiëren. De arrestatie van Harry Donkervliet was een misgreep. Ik geef dat ruiterlijk toe.’ Hij spreidde zijn handen. ‘Ik kan niet anders. Gezien de ontwikkelingen moet ik je gelijk geven. Ik ben in deze zaak misleid. Dat gedoe tijdens die seance… het was indrukwekkend en geloofwaardig. Bovendien voelde ik mij gesteund door meester Van Lochem, onze officier van justitie.’ Hij draaide wat op zijn stoel en veranderde van toon. ‘Verdomd, De Cock… hij leek toch een redelijke verdachte?’
De Cock knikte voor zich uit.
‘Dat is het belazerde van ons vak… dingen zijn niet altijd wat ze schijnen.’
De Cock zat achter zijn bureau en staarde wat dromerig voor zich uit.
‘Ik geloof,’ sprak hij afwezig, ‘dat Buitendam het niet lang meer maakt.’
Vledder keek hem fronsend aan.
‘Hoezo?’
De Cock grijnsde.
‘Ik ben niet van zijn kamer afgejaagd en hij gaf ruiterlijk toe dat de arrestatie van Harry Donkervliet een misgreep was.’ Op het gezicht van Vledder kwam een trek van verbazing. ‘Je meent het?’
‘Het is waar.’
‘Waar is hij nu?’
‘Naar huis. We hebben samen beneden Harry Donkervliet uit zijn cel gehaald en hebben hem gezegd dat hij weer vrij man was. Bovendien heb ik hem gecondoleerd met het verlies van zijn tante.’
‘Hoe reageerde hij?’
De Cock gebaarde vaag.
‘Wat vreemd, moet ik zeggen. Wel geschrokken, maar toch niet helemaal spontaan. Het is wat moeilijk onder woorden te brengen. Het leek mij toe dat hij het min of meer had verwacht… of hij al op het bericht van haar dood was voorbereid.’ De Cock zweeg. Op zijn gezicht kwam een peinzende uitdrukking. Hij leunde voorover en liet zijn kin op zijn handen rusten. ‘En weet je wat ik nog het meest opmerkelijke vond?’
‘Nou?’
‘Hij vroeg niet eens hoe het was gebeurd.’
Vledder staarde hem verbluft aan. ‘Hij eh… hij wist het al?’ Voordat De Cock kon antwoorden, werd er op de deur geklopt. Zacht, wat schuchter. De Cock riep ‘binnen’ en keek onderwijl op de klok. Het was bijna één uur in de nacht. ‘Hoe later op de avond,’ grinnikte hij, ‘hoe schoner volk.’
De deur werd langzaam geopend en in de deuropening verscheen een donkerblonde vrouw. De Cock schatte haar op achter in de dertig. Ze droeg een bruine suède mantel, waaronder dikke wollen kousen in ijzersterke sportschoenen. Onvrouwelijk plomp trad ze naderbij.
‘Ik eh… ik ben Bobette,’ sprak ze hees. ‘Bobette van Zon. De wachtcommandant beneden zei dat u er nog was.’
De Cock knikte.
‘We zijn er,’ reageerde hij gelaten.
Ze ging op de stoel naast het bureau van De Cock zitten en knoopte haar mantel los. Een omvangrijke boezem trilde in een slobbertrui.
‘Bij ons in de familie,’ begon ze, ‘zijn we niet zo vertrouwelijk met de politie. We hebben er thuis nooit wat mee te maken gehad. Daarom durfde ik eerst niet zo best te komen, maar ik voel er weinig voor om door u in een cel te worden gezet.’ De Cock glimlachte.
‘Dat zal zo’n vaart niet lopen,’ sprak hij vriendelijk. ‘Het is doorgaans mijn gewoonte om alleen die mensen in een cel te stoppen, die ook werkelijk iets hebben gedaan.’
Hij boog zich iets naar haar toe. ‘En u… u bent toch onschuldig?’ Ze knikte heftig.
‘Zeker. Ik heb niets op mijn geweten. Ik ben ook maar een nieuweling. Ik behoor nog maar kort tot de kring. Toen Martha van Keulen stierf, heb ik haar plaats ingenomen. Agatha wilde dat.’ De Cock knikte begrijpend.
‘En wat Agatha wil, moet gebeuren.’
Ze glimlachte wat verlegen.
‘U hebt haar goed doorzien. Agatha is inderdaad nogal bedillerig. Ze bedisselt alles.’ Bobette van Zon maakte een berustend gebaar. ‘Ik heb daar vrede mee. Ze is altijd zo geweest. Toch denk ik er hard over om niet meer naar die seances te gaan. De eerste keer dat ik ging, werd Zwarte Sophie vermoord, de tweede keer arresteerde men die arme Harry en de derde keer viel Jennifer dood neer. Ik ben gewoon bang voor de vierde keer. Wie weet wat er dan weer gebeurt? En God weet dat ik niet op rampen zit te wachten.’
De Cock gebaarde.
‘Als u niet meer naar de seances gaat, verspeelt u uw aanspraken op de erfenis.’
Ze knikte met een ernstig gezicht.
‘Dat heeft Agatha mij verteld. Daarom wilde ze ook dat ik Martha’s plaats innam. Jennifer moet heel erg rijk zijn geweest. Alle dames van de kring krijgen een groot bedrag… als ze lid blijven.’ Ze zweeg even, keek naar de rechercheur op. ‘Zit Harry hier nog vast?’
De Cock schudde zijn hoofd.
‘We hebben hem een uurtje geleden vrijgelaten.’
Ze sloeg met haar hand op haar borst.
‘Dat is een pak van mijn hart. Harry heeft met die moorden niets te maken. Dat zegt Agatha. Ze zegt ook dat jullie van de politie het helemaal verkeerd doen. Jullie moeten veel meer aandacht besteden aan Annette van Leeuwenhoek. Dat is een gemene vrouw.’
De Cock keek haar onderzoekend aan.
‘Weet Agatha dat u hier bent?’
Bobette van Zon draaide haar hoofd iets weg.
‘Agatha slaapt,’ zei ze strak. ‘Ze had vanavond hoofdpijn. Dan maak ik altijd een glas warme melk voor haar klaar.’ Er kwam een glimlach op haar gezicht. ‘Daar heb ik nu een paar slaappoeders ingedaan.’
De Cock fronste zijn wenkbrauwen.
‘Slaappoeders?’
Ze knikte heftig.
‘Ik wilde niet dat zij merkte dat ik naar u toe ging. Daarom ben ik ook zo laat. Ik moest eerst wachten tot ze vast sliep.’ De Cock keek wat verward.
‘Waarom zo geheimzinnig? Jullie zijn toch goede vriendinnen van elkaar?’
Ze verschoof iets op haar stoel.
‘Ik wil nergens bij betrokken worden.’
De Cock keek haar wat schuins aan.
‘Wordt u dat dan?’
Bobette van Zon antwoordde niet. Ze liet haar hoofd zakken. Met haar kleine korte vingers frunnikte ze aan de zoom van haar rok. Plotseling keek ze op.
‘Weet u waar dat vergif vandaan komt?’
‘Welk vergif?’
‘Van die moorden.’
De Cock kneep zijn ogen tot spleetjes.
‘U weet dat?’ vroeg hij gespannen.
Bobette van Zon knikte traag.
‘Uit het tuinhuisje van Agatha.’