De Cock keek verrast op toen Smalle Lowietje de grote recherchekamer binnenstapte, haastig op hem toeliep en hijgend op de stoel naast zijn bureau plofte.
'Wat… wat kom je doen?' riep hij verbaasd.
De tengere caféhouder trok een pijnlijk gezicht.
'Ik heb niet veel tijd,' hijgde hij na. 'Er staat even een vervanger achter de tap in mijn etablissement, en vervangers… weet je… jatten altijd.'
De Cock glimlachte.
'Het moet verrekt belangrijk zijn watje te vertellen hebt,' sprak hij vrolijk. 'Ik heb je in geen jaren aan de Kit gezien.' Smalle Lowietje bromde.
'Dat is goed zo,' knikte hij instemmend. 'Ik sta in de buurt niet graag als versliegeraar te boek.'
De Cock frommelde aan het puntje van zijn neus.
'Dat weet ik,' lachte hij. 'En laat ook niemand dat van je zeggen of hij krijgt met mij te doen.'
De caféhouder boog zich vertrouwelijk iets naar voren.
'Ik kom je waarschuwen.'
De Cock fronste zijn wenkbrauwen.
'Waarvoor?'
'Een rel.'
'Wat voor een rel?' De tengere caféhouder zuchtte.
'Die vermoorde leraar van het Bartholinus Gymnasium… niet die van vannacht… maar van een paar dagen geleden.' 'Minnertsga?'
'Juist… Minnertsga. Die wordt toch morgenochtend begraven?' De Cock knikte.
'Op Vredenhof aan de Haarlemmerweg.'
'Om elf uur?'
De Cock knikte opnieuw.
'Je bent goed op de hoogte.'
Smalle Lowietje plooide zijn vriendelijk muizensmoeltje tot een grijns.
'Rooie Betsy,' fluisterde hij als een samenzweerder, 'heeft al haar vrienden en vriendinnen opgetrommeld om morgenochtend naar die begrafenis op Vredenhof te gaan. Ze heeft ook een paar jongens van de pers ingeschakeld.'
De Cock keek hem niet-begrijpend aan.
'Wat heeft dat voor zin?'
De tengere caféhouder trok zijn schouders op.
'Rooie Betsy is zo verbitterd over hetgeen er met haar dochter Agneet is gebeurd… koestert nog steeds zo'n intense haat jegens die dode Minnertsga… dat ze uit is op een rel… een rel tegen het schoolbestuur van het Bartholinus Gymnasium.'
De Cock plukte aan zijn onderlip.
'Het schoolbestuur?'
'Ja.'
De Cock keek hem ongelovig aan.
'Wat heeft dat schoolbestuur er mee te maken?'
'Volgens Rooie Betsy hield het schoolbestuur van het Bartholinus bewust leerkrachten in dienst, van wie men wist dat ze niet met hun handen van vrouwelijke leerlingen konden afblijven.'
'Hoe komt ze daarbij?'
De tengere caféhouder snoof.
'Dat moet je mij niet vragen,' antwoordde hij afwijzend. 'Ik heb geen kinderen op die school. Maar Rooie Betsy schreeuwt tegen een ieder die het maar horen wil, dat de stinkende beerput van het Bartholinus eindelijk maar eens open moet.' De Cock keek de caféhouder onderzoekend aan. 'Heeft Rooie Betsy dat ook bij jou in het etablissement geroepen?' Smalle Lowietje knikte nadrukkelijk.
'Die Rooie beweert met klem, dat ze afdoende bewijzen heeft, dat de leraar Minnertsga ook al in Friesland, in Sneek, bij roddels en schandalen was betrokken en dat het schoolbestuur van het Bartholinus Gymnasium daarvan bij zijn aanstelling op de hoogte was.' De Cock spreidde zijn armen in onschuld.
'Er bestaat niet zoiets als de-stinkende-beerput-van het-Bartholinus. Sensatie. De zaak Minnertsga is een incidenteel geval. Het is onbillijk om daarvoor de gehele school te besmeuren.' Smalle Lowietje krabde op zijn hoofd.
'Maak dat Rooie Betsy maar eens duidelijk,' sprak hij grijnzend. 'Je kent haar… een keihard wijf. Ze zegt dat haar actie is bedoeld als waarschuwing voor ouders met opgroeiende kinderen.'
Om de mond van De Cock zweefde een wrange grijns. 'Zeer nobel en bewogen,' reageerde hij cynisch. 'Bescherming van kinderzieltjes. Zo'n kreet doet het emotioneel bij de mensen altijd bijzonder goed.' Hij boog zijn hoofd voorover en wreef zich achter in zijn nek. 'Het is zo kort dag,' ging hij klaaglijk verder. 'Ik weet niet zo snel wat ik er aan kan doen… hoe ik het tegen kan houden. Sturen we er morgen de me heen, dan zijn we zeker van een rel.' De caféhouder stond op.
'Dat is jouw sores,' reageerde hij gelaten. 'Ik heb je gewaarschuwd. '
De Cock keek met een triest gezicht naar hem op. 'Bedankt, Lowie,' sprak hij mat. Ontredderd keek de oude rechercheur toe hoe de tengere caféhouder gehaast de recherchekamer af liep.
Vledder kwam binnen en gebaarde achter zich. 'Smalle Lowietje,' riep hij verwonderd. De Cock knikte.
'Hij kwam vertellen dat Rooie Betsy morgenochtend de begrafenis van Minnertsga wil aangrijpen voor een rel tegen het bestuur van het Bartholinus.'
'Ze is gek.'
De Cock grinnikte.
'Een snelle conclusie. Maar daar heb ik niet veel aan. Het Bartholinus Gymnasium heeft, zover ik weet, een goede naam in onderwijskringen. Ik wil niet dat de school in opspraak komt.' Vledder keek hem vragend aan.
'Hoe wil je dat tegengaan? Men is tegenwoordig belust op rellen. Men stapt voor alles en nog wat met spandoeken de straat op.' De jonge rechercheur zweeg even en grijnsde breed. 'Bovendien… laten we eerlijk zijn… twee gruwelijk vermoorde leraren in een enkele week… doen aan de naam van het Bartholinus Gymnasium geen goed.'
De Cock negeerde de opmerking. 'Hoe was de sectie?'
'Niets bijzonders… of je moet het leuk vinden om te weten dat Guillaume du Bartas een uitgerekt, sterk vergroot sporthart had.' De Cock schudde zijn hoofd.
'Niet geïnteresseerd,' reageerde hij nors. De oude rechercheur kwam uit zijn stoel overeind en slenterde naar de kapstok.
Vledder kwam hem na.
'Waar ga je heen?'
De Cock draaide zich half om.
'Ik ga wat regelen… in verband met die te verwachten rel van morgen. Dan ga ik door naar huis. Ik voel het aan mijn botten; het wordt tijd dat ik weer eens vroeg naar mijn bed ga.' Voor hij zijn hoed pakte, bleef de grijze speurder nadenkend staan. 'Roeland van Ieperen is… nadat hij vanmorgen in de krant van de moord op Guillaume du Bartas had gelezen… van schuiladres veranderd. Hij heeft tegen Gerard Koster gezegd, dat hij zich eerst bij ons komt melden, als de ware moordenaar is gevat.' Vledder gromde. 'Een leuke uitvlucht.' De Cock keek hem gespannen aan. 'Van wie?'
Vledder maakte een brede armzwaai.
'Van beiden,' riep hij fel. 'Bij die vriendelijke combinatie Roeland van leperen en zijn vertrouwde leraar Engels zet ik toch een paar vraagtekens. Gerard Koster houdt Roeland van leperen al een paar dagen heel handig buiten ons bereik.' De Cock ging niet op het onderwerp in.
'Dat briefje… dat wij op het lijk van Bouke Anne Minnertsga vonden.. is getypt op de schrijfmachine van de lerares Duits.' Vledder keek hem verrast aan. 'De machine van Ranske Minnertsga?' 'Exact.'
De jonge rechercheur gebaarde weifelend.
'De schrijfmachine die zij op het Bartholinus in gebruik had?'
De Cock knikte.
'Die oude schrijfmachine, waarop ze werkte toen wij een paar dagen geleden op het Bartholinus haar kamer binnenstapten. Er zijn afwijkingen bij de letters 'd' en 'e'. Die afwijkingen zijn op het briefje duidelijk terug te vinden. Om te vergelijken heb ik diezelfde tekst nog eens uitgetypt. Je behoeft geen deskundige te zijn. Zelfs een leek kan zien dat het briefje op die machine is geschreven.' Vledder kneep zijn lippen opeen. Zijn gezicht zag rood. 'Dat is de reden… daarom liet Roeland van Ieperen bij het lijk van Guillaume du Bartas geen briefje achter,' riep hij geëmotioneerd. 'Het Bartholinus was na zijn vlucht voor hem taboe. Hij kon de schrijfmachine van Ranske Minnertsga niet meer gebruiken.'
De Cock stapte de volgende morgen opmerkelijk kwiek en opgewekt op het drukke Stationsplein uit de tram. Een lange diepe nachtrust, gevuld met louter prettige droombeelden, had zijn geest verkwikten de vermoeidheid uit zijn oude botten gedreven. Met scherp toegespitste lippen floot hij uiterst vals een oude sinterklaasdeun en keek onderwijl spiedend om zich heen of tijdens het vroege uur op het Stationsplein de zakkenrollers al actief waren. De oude rechercheur onderkende die vreemde belangstelling als een beroepsdeformatie en slofte met de stroom reizigers mee in de richting van het Damrak. Voor de rijbaan van de Prins Hendrikkade wachtte hij met vele anderen geduldig tot het voetgangerslicht op groen sprong en vervolgde zijn weg over het brede trottoir. De Cock had er zin in. De grijze speurder schoof zijn oude hoedje naar achteren, keek omhoog, lachte tegen een waterig zonnetje en knoopte zijn wollen sjaal los, die zijn vrouw hem dwong te dragen zolang er nog een 'r' in de maand was.
Bij de Oudebrugsteeg stak hij voor een aanstormende tram van lijn negen in een strakke draf de rijbaan van het Damrak over en slenterde zacht nahijgend verder langs de achterkant van de Beurs van Berlage. Voor een bedaagd nachthoertje op weg naar huis lichtte hij beleefd zijn hoedje, floot nog eens vals O kom er eens kijken en sjokte de Warmoesstraat in.
Even bekroop hem de ondeugende en tevens zo blijde gedachte om gewoon de open deur van het oude politiebureau voorbij te stappen en al de daar opgetaste problemen te laten voor wat ze waren, maar een kleine innerlijke vermaning was voldoende om die gedachte te verdrijven.
In de ruime hal wuifde hij joviaal naar Jan Kusters achter de balie en dartelde de stenen trappen op naar de tweede etage.
Toen hij de grote recherchekamer binnenstapte, vond hij Vledder gewoontegetrouw achter zijn elektronische schrijfmachine. De jonge rechercheur liet zijn vingers rusten, griste van zijn bureau een bedrukt stuk papier, liep met een wit gezicht op hem toe en duwde het in zijn handen.
De Cock keek ernaar.
'Wat is dit?'
'Een telexbericht.'
De oude speurder grinnikte.
'Dat zie ik. Wat moet ik ermee?'
'Lezen.'
De Cock gaf het terug. 'Heb jij het gelezen?'
'Ja.'
'En?'
Vledder slikte.
'Het is van de Korpschef van de gemeentepolitie van Sneek. Hij vraagt ons om inlichtingen. In een smalle steeg in de oude binnenstad van Sneek is een man aangetroffen… vermoord… afgemaakt met messteken.' De jonge rechercheur keek met open mond naar hem op. Het telexbericht trilde in zijn handen. 'En zijn penis is afgesneden.'
Ze reden met hun Golf van de houten steiger achter het politiebureau weg. Een miezerig regentje kleefde aan de voorruit en Vledder zette de ruitewissers aan. Vanaf de Oudebrugsteeg reed hij links het Damrak op in de richting van de Dam. De Cock blikte opzij. 'Heb je benzine genoeg?' Vledder bromde. 'Ik heb vanmorgen pas getankt.' 'Genoeg voor Sneek?'
Vledder stopte op de Dam voor het rode licht en keek opzij. 'Daar wil je per se heen?'
'Absoluut.'
'Ze hebben in Sneek ook telefoon.'
De Cock schudde zijn hoofd.
'Zulke zaken doe je niet per telefoon af.'
Het verkeerslicht sprong op groen en Vledder trok op.
' Ben je vergeten dat Rooie Betsy op oorlogspad is en dat straks om elf uur op de begraafplaats Vredenhof een rel dreigt?'
'Je bedoelt bij de begrafenis van Minnertsga?'
Vledder knikte.
'Dat is ze toch van plan!'
De Cock trok zijn autogordel iets losser en liet zich onderuitzakken.
'Er komt geen rel.'
'Wat?'
De Cock schudde zijn hoofd.
'Er komt geen rel,' herhaalde hij kalm. De oude rechercheur schoof de mouw van zijn regenjas iets terug en keek op zijn horloge. 'Bouke Anne Minnertsga is al ruim een kwartier geleden begraven… op Zorgvlied aan de Amstel.'
Vledder keek hem van opzij met grote ogen aan.
'Er is dus helemaal geen begrafenis op Vredenhof?'
'Niet van Bouke Anne Minnertsga.'
'Dat heb jij bekokstoofd?'
De Cock grinnikte.
'Ik vind bekokstoven een lelijk woord. Ik heb het geregeld… gearrangeerd. Het kostte mij wel wat moeite, maar ik had goede motieven. Niemand was gebaat bij een rel. Ik kon ook op de geheimhouding van de betrokken familieleden rekenen. Toen ik alles voor elkaar had, ben ik naar Rooie Betsy gestapt. Ik heb haar gezegd dat zij en haar trawanten voor joker op Vredenhof zouden staan… omdat de begrafenis niet doorging.' Vledder lachte. 'Hoe reageerde ze?'
De Cock drukte zich weer iets omhoog.
'Ze was aanvankelijk woedend. Hoe weet jij van die demonstratie, riep ze. Wie heeft jou ingeseind?' De grijze speurder gniffelde. 'Dat heb ik haar maar niet verteld. Ik wil dat Smalle Lowietje zijn klandizie behoudt.'
Vledder keek hem bewonderend aan. 'Je bent soms een onmogelijke man.' De Cock trok zijn schouders op.
'Ik vond een hetze tegen het Bartholinus Gymnasium onrechtvaardig,' sprak hij ernstig. 'Wanneer een enkele politieman in de fout gaat, dan beschouwt men dat al snel en volkomen ten onrechte als een bewijs, dat in feite de gehele politie niet deugt. Zo is het ook met leraren.'
'Gaf Rooie Betsy haar verzet op?' De Cock schudde zijn hoofd.
'Om haar grieven te uiten, heb ik haar een onderhoud met het voltallige schoolbestuur van het Bartholinus Gymnasium beloofd.' 'Was ze daar tevreden mee?' De Cock knikte traag.
Voorlopig,' verzuchtte hij. 'Ze heeft mij toegezegd de actie op de begraafplaats Vredenhof af te blazen.' De oude rechercheur zweeg even. 'Wat mij nog rest is het schoolbestuur van het Bartholinus Gymnasium aan te raden om tijdens dat onderhoud met Rooie Betsy oprecht medeleven en spijt te betuigen.' Vledder glimlachte.
'In de politiek noemen ze zoiets een brandje blussen.'
De jonge rechercheur koos op de Al bij het knooppunt Muiderberg de richting Almere.
De Cock keek om zich heen.
'Je gaat door de polder?'
Vledder knikte.
'Dat is de kortste weg.' Hij keek opzij. 'Wat dacht je in Sneek te vinden?'
De Cock trok zijn gezicht strak. 'De oplossing.'
De mond van Vledder viel open.
'Van… van… van…' stotterde hij.
De Cock schoof zijn hoedje naar voren en knikte.
'… het mysterie,' vulde hij aan, 'het mysterie van de ontluisterende dood.'