4

Toen mevrouw Ranske Minnertsga uit de recherchekamer was vertrokken, keken de beide rechercheurs elkaar gespannen aan. Het was alsof zij benieuwd waren van elkaar te weten wat de ander van het gesprek met de jonge vrouw dacht. Vledder spreidde zijn beide handen.

'Ze heeft niet eens gevraagd of ze haar vermoorde echtgenoot nog een keer mocht zien,' riep hij met enige verontwaardiging. 'Ze was koel, kil, afstandelijk… alsof de dood van haar man haar in het geheel niet aanging.' De Cock maakte een schouderbeweging.

'Misschien is ze door verdriet verdoofd en komt de reactie later.' Vledder schudde zijn hoofd.

'Dat geloof ik niet,' reageerde hij resoluut. 'Ik had het stellige idee, dat die Bouke Anne Minnertsga voor haar al maanden… zo niet jaren… geleden was gestorven.' De Cock knikte met een ernstig gezicht.

'Dat is een goede opmerking,' sprak hij bewonderend. 'Volgens mij heb je gelijk… gevoelsmatig had ze geen enkele binding meer met die man. Wat nog restte was het simpele feit, dat Bouke Anne Minnertsga in werkelijkheid nog leefde.'

Vledder reageerde verward.

'Wat wil je daarmee zeggen?'

De Cock kauwde peinzend op zijn onderlip.

'Ik neem haar laatste opmerking 'zijn-dood-komt-voor-mij-als-een-bevrijding' heel ernstig.'

Vledder trok een denkrimpel in zijn voorhoofd.

'Jij verdenkt haar van de moord op haar man?'

De Cock maakte een afwerend gebaar.

'Zover wil ik nog niet gaan,' formuleerde hij voorzichtig. 'Maar ze heeft, naar mijn gevoel, wel een redelijk motief voor de moord op haar man. Het verwarrende is, dat zij dat motief nauwelijks verhult.. zelf aandraagt. Ze verafschuwde haar man… liet dat duidelijk blijken. Ik heb uit haar mond over die Bouke Anne Minnertsga geen enkel positief geluid gehoord. En ze is toch eens met hem getrouwd… aan zijn arm naar het stadhuis gestapt.' Vledder trok een grijns.

'Uit liefde?'

De Cock wreef met zijn hand over zijn grijze haren. 'Ranske Rauward is een bijzonder aantrekkelijke vrouw… en dat is ze nog steeds… in vele opzichten. Ik neem aan, dat ze ook tien jaar geleden… gezien haar schoonheid… voldoende mogelijkheden had om kalm om zich heen te zien en selectief te kiezen.' Vledder grinnikte.

'Als je het enorme aantal echtscheidingen in Nederland beziet,' sprak hij smalend, 'dan ontbreekt het bij ons nog weleens aan een goede keuze… aan een zorgvuldige overweging.' De Cock lachte.

'Huwelijken worden in de hemel gesloten, maar dat is per se geen garantie dat ze ook eeuwig duren.'

De jonge rechercheur zweeg even. 'Waarom vroeg je haar niet verder over die schoen?' De Cock spreidde zijn handen.

'Ik zag haar reactie. Bovendien realiseerde ik mij, dat zij niet de vrouw was die het laatst bij Bouke Anne Minnertsga in de wagen had gezeten.' 'Niet?'

De Cock schudde zijn hoofd.

'Ik heb een scherpe neus voor geurtjes. Die blijven lange tijd in mijn geheugen zweven. Het parfum dat gisteravond in die wagen hing, was niet van mevrouw Minnertsga. Het was anders… veel indringender… goedkoper… vulgairder.' Vledder gniffelde.

'Bestaat er zoiets als een vulgair parfum?' De Cock negeerde de opmerking.

'Heb je die Mitsubishi Galant nog naar het hoofdbureau laten slepen?'

Vledder knikte.

'Ben Kreuger heeft beloofd zelf een dactyloscopisch onderzoek in te stellen.' De jonge rechercheur keek even op. 'Verwacht je er wat van?'

De Cock grijnsde.

'Ik ben toch benieuwd naar de dame die haar muiltje verloor. Ze kan buiten haar schoen ook haar vingertjes in de wagen hebben achtergelaten.'

'Zou ze iets met de moord van doen hebben?'

De Cock trok zijn schouders op.

'Er moet toch iets zijn gebeurd waardoor ze er vandoor ging… op een enkele schoen. En later niet terugging om uit de niet afgesloten wagen haar verloren schoentje op te halen.' V ledder keek verrast op.

'Misschien was ze getuige van de moord en vluchtte in paniek.' 'Mogelijk.'

Vledder boog zich iets naar voren.

'Die damesschoen kan uiteraard ook al langer in de wagen van Minnertsga hebben gelegen.' De Cock knikte.

'Je bedoelt, dat die damesschoen in feite niets behoeft te betekenen.'

'Precies.'

'Toch heb ik belangstelling voor die dame met haar indringende geurtje. Ze zou ons best wat achtergrondinformatie kunnen verschaffen.' De oude rechercheur wuifde. 'Hoe laat is de sectie?' 'Twaalf uur.' 'Laat.'

Vledder knikte.

'Dokter Rusteloos heeft eerst nog een karwei in Rotterdam.' De Cock wreef over zijn brede kin.

'Heb je nog nagevraagd van wie gisteravond die melding kwam over het vinden van het lijk op de parkeerplaats aan de Prins Hendrikkade?'

Vledder zuchtte.

'In het rapport stond niets. Bij navraag bleek dat de melding bij de wachtcommandant is binnengekomen… anoniem. Jan Kusters heeft ook niet naar een naam gevraagd. Hij heeft onmiddellijk een wagentje naar de parkeerplaats gestuurd. En, zoals je weet, hebben die dienders daar niemand aangetroffen.'

De Cock trok denkrimpels in zijn voorhoofd en keek zijn jonge collega vragend aan.

'Wat stond er op dat briefje?'

'Welk briefje?'

De oude rechercheur gebaarde voor zich uit. 'Dat briefje, dat tussen een van de revers uitgleed toen dokter Den Koninghe het colbert van Bouke Anne Minnertsga opensloeg.' In een schrikbeweging klapte Vledder met zijn handen tegen de zijkanten van zijn hoofd. 'Vergeten,' riep hij geschrokken, 'totaal vergeten.' Nerveus tastend gleden zijn handen over zijn colbert en met friemelende vingers diepte hij uit een van de zijzakken een klein gevouwen briefje op.

De Cock kwam uit zijn stoel overeind, liep om zijn bureau heen en keek over de schouder van Vledder mee. De jonge rechercheur vouwde het briefje open. De tekst was met een vet lint op een oude afgerammelde schrijfmachine getypt.

Vledder las hardop. Zijn stem beefde.

'God-zal-je-leren

te-descrimineren,

vuile-vieze-meidegek.'

Vledder keek langs zijn schouder omhoog.

'Van een leerling?' vroeg hij geschrokken.

De Cock knikte traag.

'Daar lijkt het op,' sprak hij ernstig. 'Daar lijkt het waarachtig op.' Hij zuchtte diep. 'En het moet eerst na de dood van Bouke Anne Minnertsga achter de revers zijn gestopt… anders was het er al eerder tussenuit gegleden.'

'Je bedoelt… eerst nadat de man met zijn rug dood op de keien lag.' 'Zo is het.'

Vledder schoof het briefje vol ontzetting van zich af en slikte. 'Dan is dat stomme epistel van de moordenaar.'

De Cock keek naar zijn jonge collega op. 'Hoe was de sectie?'

Vledder liet zich in de stoel achter zijn bureau zakken.

'Dokter Rusteloos was niet erg in zijn humeur. Hij was knorrig en had haast.'

'Misschien slecht geslapen.' Vledder schudde zijn hoofd.

'Dokter Rusteloos klaagde over te veel autopsies… te veel op één dag.' De jonge rechercheur grinnikte. 'Ik heb in de loop der jaren toch tal van gerechtelijke secties van hem bijgewoond, maar zo snel als vandaag heb ik hem nooit aan het werk gezien. Zijn assistent kon hem nauwelijks volgen.' 'Bijzonderheden?' Vledder gebaarde achteloos.

'Het wapen was vermoedelijk een stiletto met een lemmet van ongeveer zeventien centimeter. Er waren drie steken in de maagstreek, kort onder de ribbenboog. Dokter Rusteloos heeft de verwondingen met een sonde afgetast. Een van de steken opwaarts was dodelijk… heeft het hart geraakt.'

'De moordenaar stond dus voor hem.'

Vledder knikte en stak zijn rechterarm omhoog.

'De heer Minnertsga heeft nog afwerende bewegingen gemaakt. Er waren schrammen en snijwonden aan zijn rechteronderarm.'

De Cock staarde even peinzend voor zich uit.

'Heeft dokter Rusteloos nog iets gezegd van dat afgesneden geval?'

Vledder glimlachte.

'Hij was er bepaald niet door geschokt. Volgens dokter Rusteloos was het niet de eerste keer dat hij iets dergelijks onder ogen kreeg. Hij sprak net als dokter Den Koninghe van penisnijd.' De Cock trok zijn wenkbrauwen samen.

'Volgens de psychoanalyse wordt penisnijd toegedicht aan lieden van het vrouwelijk geslacht.' De oude rechercheur zweeg even om vervolgens de vraag te stellen: 'Bij een leerlinge van het gymnasium?' In zijn stem klonk twijfel. Vledder keek hem verward aan. 'Kan dat niet?' De Cock tuitte zijn lippen.

'Zeker,' sprak hij onwillig. 'Het kan. Maar een brute moord door een schoolmeisje… een tiener… ouder zijn ze niet op het gymnasium.'

Vledder trok zijn gezicht strak.

'De tieners van nu,' sprak hij heftig, 'zijn niet dezelfde tienermeisjes als die uit jouw jeugd.' De jonge rechercheur zwaaide met zijn armen. 'Ga eens een keertje te biecht bij onze collega's van de jeugdpolitie… kun je horen waartoe tienermeisjes tegenwoordig in staat zijn.'

De Cock knikte bedaard. 'Dat heb ik gedaan.' 'Wat?'

'Ik ben te biecht gegaan bij onze collega's van de jeugdpolitie.'

Vledder keek hem achterdochtig aan. 'Wanneer?'

'Toen jij naar Westgaarde was om de sectie bij te wonen.' 'Waarom? Wil je in verband met dat briefje de zaak aan hen overdragen?' De Cock schudde zijn hoofd. 'Dat kan niet. Uit niets blijkt dat de dader strafrechtelijk minderjarig is. Ik heb alleen wat informatie ingewonnen.'

'Waarover?' De Cock gebaarde voor zich uit.

'Dreigbrieven op scholen… door scholieren, leerlingen… gericht aan onderwijzend personeel. De jeugdpolitie heeft daar beslist meer ervaring mee, dan wij.' 'En?'

'Het komt nogal eens voor.' Vledder fronste zijn wenkbrauwen. 'Dat leerlingen dreigbrieven schrijven?' De Cock knikte.

'Vooral tegen de tijd dat er cijfers worden gegeven… rapporten moeten worden uitgebracht. Dan is vaak het hek van de dam. De meeste leerkrachten reageren nauwelijks op de veelal stuntelige bedreigingen… nemen ze niet serieus. Maar soms gaat het gepaard met gewelddadigheden en dan komt de jeugdpolitie er aan te pas. 'Adjudant Siep Tjeppenboer van de jeugdpolitie vertelde mij een interessant verhaal van een basisschool, waar de afvoer van de fonteintjes in de toiletten regelmatig werden dichtgestopt en de kranen opengedraaid, waardoor de hele school onder water kwam te staan. 'De hoofdonderwijzer vond tot tweemaal toe een briefje op zijn bureau met de bedreiging dat opnieuw de fonteintjes in de toiletten zouden worden dichtgeplakt en de hele school onder water zou worden gezet, wanneer hij geen vijfentwintig gulden op een bepaalde plaats deponeerde.' Vledder gniffelde. 'Hoe liep dat af?' De Cock spreidde zijn handen.

'De rechercheur van de jeugdpolitie die de zaak in behandeling nam, kreeg de dreigbriefjes onder ogen en vond daarin beide malen dezelfde spelfouten. In plaats van fonteintjes stond er 'vontijntjes', en 'twaletten' in plaats van toiletten.

'Onze collega kreeg toen een geweldig idee. Hij liet in alle klassen van de school door de leerkrachten een dictee geven, waarin de woorden 'fontein' en 'toilet' een paar maal voorkwamen.' Vledder lachte hartelijk.

'Prachtig, prachtig,' riep hij enthousiast. 'En kwam hij eruit?'

De Cock knikte.

'Een pienter knaapje van elf jaar schreef in zijn dictee telkens 'vontijn' en 'twalet'. Toen hij aan de tand werd gevoeld, gaf hij aarzelend toe dat hij de kleine afperser was die de afvoer verstopte en de kranen opendraaide.'

De grijze speurder zweeg en leunde in zijn stoel achterover. Er viel een lange stilte. Boven hun hoofden zoemde een defecte TL-balk.

Na enige tijd boog Vledder zich voorover. Met een denkrimpel in zijn voorhoofd keek hij zijn oudere collega onderzoekend aan.

'Waarom vertelde jij mij dat verhaal?' De Cock plukte aan het puntje van zijn neus. 'Omdat wij hetzelfde gaan doen.' De mond van Vledder viel halfopen. 'Hetzelfde?'

'Ja.'

'Een dictee geven?'

De Cock knikte en wees voor zich uit.

'Pak dat briefje dat tussen de revers van de dode Minnertsga uit gleed, er maar bij. Er staan twee taal- of spelfouten in.' 'Bij een leerling van het gymnasium?' 'Zeker.'

Vledder nam het briefje uit een lade van zijn bureau en legde het voor zich neer.

'God zal je leren,' las hij hardop, 'te descrimineren… vuile vieze meidegek.'

De jonge rechercheur keek omhoog. 'Ik zie geen fouten.' De Cock grijnsde. 'Ik dacht dat jij zo goed was in taal?' Vledder wees op het briefje.

'Ik zie geen fouten,' riep hij kribbig. 'Ik ben toch niet blind.' De Cock zuchtte omstandig.

'Het is geen descrimineren… het is 'discrimineren' met driemaal een 'i' en het is geen meidegek, maar 'meidengek' met een 'n' bij meiden. Ik heb er de dikke Van Dale bijgehaald.' Vledder liet zijn hoofd iets zakken.

'Je hebt gelijk,' sprak hij timide. 'Ik zag die foutjes over het hoofd.' De Cock stond op en sjokte naar de kapstok. Vledder liep hem na.

'Waar ga je heen?' De Cock draaide zich half om. 'Naar de heer Boschgraed.' 'En wie is heer Boschgraed?' De Cock glimlachte.

'De jonge leraar Nederlands van het Bartholinus Gymnasium aan het Linnaeushof.'

Загрузка...