De Cock leunde behaaglijk achterover in zijn leren fauteuil. De oude rechercheur voelde zich voldaan en ontspannen. Het feit, dat hij weer eens een ingewikkelde moordzaak tot een goed einde had gebracht, was reden tot volle tevredenheid. Hij keek naar Dick Vledder en Frans Raap op de brede bank tegenover hem en verder naar Hans Rijpkema en zijn altijd trouwe bondgenoot in moeilijke tijden… Fred Prins… met zijn rechterarm in een mitella.
De vriendelijke accolades rond de mond van de grijze speurder dartelden vrolijk. Op het uitdrukkelijk verlangen van zijn jonge collega's had hij hen uitgenodigd voor een soort slotakkoord bij hem thuis.
De Cock had zich niet lang laten smeken, maar zich onmiddellijk bereid verklaard om opening van zaken te geven… om het mysterie van de ontluisterende dood volledig uit de doeken te doen. De oude rechercheur kwam iets voorover, pakte een fles verrukkelijke cognac uit het wijnrek en schonk de edele drank in fraaie, diepbolle glazen. Met zichtbare vreugde hief hij zijn eigen glas, omklemde het met volle hand en liet de nectar zachtjes schommelen. 'Op de eeuwige misdaad,' proostte hij.
Mevrouw De Cock, feestelijk gekleed in een glinsterende blouse boven een zwartfluwelen pantalon, bracht schalen vol lekkernijen en zette die op de ronde tafel. Daarna ging ze in de fauteuil naast die van haar man zitten.
'Je proostte op de 'eeuwige' misdaad?' vroeg ze niet-begrijpend. De Cock knikte.
'Zolang er mensen op deze aardkloot vertoeven,' sprak hij ernstig, 'zal er misdaad zijn. Kaïn sloeg Abel… het is van het begin af zo geweest.'
'Vind je dat een gedachte om op te proosten?' De Cock liet de vraag van zijn vrouw onbeantwoord. Hij wendde zich tot Fred Prins. 'Ik had niet gemerkt dat je gewond was geraakt.' De jonge rechercheur schudde zijn hoofd.
'Ik aanvankelijk ook niet. Plotseling bemerkte ik, dat mijn rechteronderarm nat en warm was van het bloed. Het bleek dat die wildeman mij toch nog met zijn mes had geraakt.'
'Ernstig?'
Fred Prins schudde zijn hoofd.
'Een vleeswond. Meer niet. Bij de eerste hulp in het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis hebben ze de wond bekeken en behandeld. Er zijn geen pezen of zenuwdraden geraakt. Ze raadden mij wel aan de arm een poosje in een mitella te dragen.' De Cock grinnikte.
'Ik weet wat Ann, jouw Ierse vrouw, over mij zei, toen je met je arm in een mitella thuiskwam.' Fred Prins lachte.
'Don't tell me, riep ze. I know… that dangerous old man again.' De Cock maakte een verontschuldigend gebaar. 'Ik weet al jaren,' sprak hij somber, 'dat ik bij haar een slechte reputatie geniet.'
Fred Prins negeerde de opmerking. 'Hoe is het nu met hem?'
'Je bedoelt, met die man die je met dat mes stak?'
'Ja.'
De Cock trok een grijns.
'Je hebt hem een flinke dreun verkocht. Zijn kaak is ontwricht. Toen ik hem vanmorgen sprak, kon hij nauwelijks praten.' De oude rechercheur trok zijn gezicht in een ernstige plooi. 'Maar hij is je oprecht dankbaar voor die klap.' Fred Prins keek hem verbaasd aan. 'Dankbaar?' De Cock knikte.
'Dat zei hij mij vanmorgen. Doordat jij hem bewusteloos sloeg, kreeg hij geen kans om de hand aan zichzelf te slaan.' 'Dat was hij van plan?'
De Cock knikte opnieuw, traag en nadenkend.
'Harakiri. Ik heb bij hem thuis tal van boeken gevonden over sepukku, dat is een ceremoniële zelfmoord in Japan. Harakiri is een populaire term voor zo'n sepukku, waarbij men om zijn eer te redden zichzelf koelbloedig het onderlijf met een dolk openrijt.'
Vledder schudde afkeurend zijn hoofd.
'Een vreemde man, die Hans Boschgraed.'
De Cock reageerde niet direct. Hij nam peinzend een slok van zijn cognac. 'Ik ben er van teruggekomen om het gedrag van mensen vreemd te vinden, voordat ik de motivering van dat gedrag ken.'
Vledder keek hem verwonderd aan. 'Jij kent de motivering van zijn gedrag?' De Cock knikte. 'Die ken ik.'
Vledder klemde zijn lippen opeen.
'En is het nu plotseling normaal,' sprak hij fel, 'dat men iemand doodsteekt en hem daarna zijn penis afsnijdt… tot driemaal toe?' Het klonk cynisch. De Cock schudde zijn hoofd.
'Het is niet normaal… uiteraard niet. Het zou catastrofaal zijn als alle mensen handelden vanuit het denkpatroon van Hans Boschgraed… het leed was niet te overzien. Maar een mens… die verder maatschappelijk normaal functioneert… en dat deed Hans Boschgraed toch als leraar… kan in omstandigheden geraken, waarin zo'n verward, krankzinnig denkpatroon ontstaat.' De grijze speurder zuchtte diep. 'Het is voor ons, rechercheurs, zo oneindig moeilijk… zo niet onmogelijk om zo'n denkpatroon te ontdekken… te onderkennen. Dat gebeurt alleen als er iets van de waanzin van de dader bij je overvonkt.'
Mevrouw De Cock boog zich naar haar man. 'Jurrian,' sprak ze kalm, 'je maakt ons nieuwsgierig… we weten, dat rechercheur zijn een moeilijk vak is, maar vertel… hoe kwam Hans Boschgraed tot zijn daden?'
De Cock begreep de terechtwijzing van zijn vrouw. Hij strekte zijn rug en schraapte zijn keel.
'Ranske Rauward,' begon hij, 'trouwde in het pittoreske Bolsward met de verkeerde man. Dat is niets bijzonders. In meer dan vijfentwintig procent van de huwelijken, wordt in Nederland een verkeerde partnerkeuze gedaan.
Bouke Anne Minnertsga, een bekwaam leraar klassieke talen, was in Sneek voortdurend gewikkeld in schandaaltjes… liefdesrelaties met jonge vrouwelijke leerlingen. Zijn verblijf in Sneek werd op den duur onhoudbaar en het echtpaar Minnertsga verdween uit Friesland en kwam terecht op het Bartholinus Gymnasium in Amsterdam. Tussen het echtpaar Minnertsga was toen al een onherstelbare breuk ontstaan. Hoewel het haar van vele zijden werd aangeraden, wilde Rankse Rauward echter, opgegroeid in een streng christelijk milieu, van geen echtscheiding weten.
Voor de mensen die haar nog nooit hebben ontmoet, moet ik zeggen, dat Ranske Rauward een opvallende schoonheid is, met een bijna magische uitstraling, die haar voor iedere man, van welke leeftijd ook, aantrekkelijk en begeerlijk maakt. Bovendien bezit ze het vermogen om bij iedere man een gevoel van intimiteit op te wekken… zo ook bij Hans Boschgraed.
In vertrouwelijke gesprekken vertelde de knappe Ranske Rauward aan de gevoelige leraar Nederlands hoe haar man haar reeds vanaf het begin van hun huwelijk had gekleineerd en vernederd… hoe ze diep gebukt ging onder de schandalen, waarin haar man voortdurend was gewikkeld.
Mede uit een gevoel van medelijden, groeide bij Hans Boschgraed voor de knappe Ranske Rauward een diepe genegenheid. Uit die lange vertrouwelijke gesprekken met haar trok Hans Boschgraed bovendien een verkeerde conclusie… hij meende, dat Ranske Rauward oprecht verliefd op hem was en alleen geen verbintenis met hem wilde aangaan… omdat ze eens met Minnertsga een huwelijk was aangegaan.' Vledder zwaaide voor zich uit.
'Bouke Anne Minnertsga,' riep hij begrijpend, 'was het struikelblok voor zijn geluk… een belemmering voor zijn liefde.' De Cock knikte.
'In de gedachten van Hans Boschgraed groeide het plan om de gekwelde Ranske Rauward… en daarmee ook zichzelf… van die belemmering te bevrijden.' Vledder zuchtte.
'De aanloop tot de eerste moord.' De Cock streek met zijn hand over zijn grijze haren. 'Hans Boschgraed bestudeerde het gedrag van zijn collega Minnertsga en ontdekte, dat de leraar klassieke talen als plek voor zijn amoureuze escapades steeds gebruik maakte van de parkeerplaats aan de Oosterdokskade.
Op een avond, een paar dagen geleden, was… als je het zo noemen mag… het lot hem gunstig gezind. Agneet van den Heuvel, de dochter van Rooie Betsy, kreeg een hooglopende ruzie met Minnertsga en vluchtte zijn wagen uit. Toen Minnertsga haar achterna kwam, trof hij Hans Boschgraed op zijn pad. De jonge leraar Nederlands stak hem een paar maal in zijn borst en buik en… sneed hem zijn penis af.'
Vledder boog zich met een ruk naar voren.
'Waarom?'
De Cock liet zijn hoofd iets zakken.
'Als symbool,' antwoordde hij zacht. 'Hans Boschgraed was van mening, dat al het leed… al de vernederingen die Ranske Rauward van haar echtgenoot had ondergaan, te wijten waren aan de ongebreidelde geslachtsdrift van Bouke Anne Minnertsga.' Vledder knikte begrijpend.
'En zijn penis gold voor hem als een symbool… exponent van die tomeloze geslachtsdrift.' De Cock ademde diep.
'Hans Boschgraed beschouwde, zo vertelde hij mij, het afsnijden van de penis ook als een daad van vernedering. Daarom vind ik het zo treffend, dat jij in een van je rapporten deze zaak betitelde als de ontluisterende dood. Het idee van ontluistering was inderdaad aan zijn daad gekoppeld.'
'En dat briefje onder de revers van het slachtoffer?' De Cock leunde iets achterover.
'Van Ranske Rauward had Hans Boschgraed gehoord, dat haar man Minnertsga van zijn mannelijke leerlingen dikwijls dreigbrieven ontving. Dat bracht hem op het idee om een briefje bij het lijk achter te laten met een tekst, die een valse aanwijzing gaf in de richting van een mannelijke leerling als dader van de moord.' Om de mond van de oude rechercheur gleed een glimlach. 'Dat hetzelfde briefje mij er uiteindelijk toe bracht om Hans Boschgraed zelf als moordenaar te verdenken, heeft hij vermoedelijk niet beseft… en ik heb hem dat ook niet verteld.' Vledder stak zijn beide handen naar voren. 'Dat begrijp ik niet.' De Cock glimlachte opnieuw.
'Ik heb er aanvankelijk ernstig rekening mee gehouden, dat Roeland van leperen zijn leraar klassieke talen had vermoord. Roeland had naar mijn gevoel een motief… een steekhoudend motief voor een jongeman van zijn karakter. De aanhoudende… steeds weerkerende vernederingen van de leraar Minnertsga… altijd voor het front van de klas en in het bijzijn van zijn vriendinnetje Caroline Hoogwoud… zouden gemakkelijk hebben kunnen leiden tot diepe wraakgevoelens met moord als uiteindelijk gevolg.' De grijze speurder zwaaide.
'Iedereen op het Bartholinus Gymnasium… zowel de leerlingen als de leerkrachten… was de mening toegedaan, dat Roeland van leperen zijn leraar Minnertsga had vermoord. Bovendien wees dat briefje in zijn richting. Hij immers maakte dezelfde spel- en taalfouten.. hetgeen later nog eens door een verklaring van Gerard Koster werd bevestigd.'
De Cock zweeg even; veranderde daarna van toon. 'Na de identieke moord op Guillaume du Bartas,' ging hij verder, 'heb ik Roeland van leperen als mogelijke dader geschrapt.' Vledder grinnikte vreugdeloos. 'Geschrapt… maar dat briefje?' De Cock strekte zijn hand naar hem uit.
'Dat briefje kon inderdaad door Roeland van Ieperen zijn geschreven… hij maakte dezelfde fouten. Maar als hij dat briefje, zo overwoog ik, nu eens niet had geschreven… hoe konden dan dezelfde fouten ontstaan? Wel, heel simpel, wanneer het briefje was geschreven door iemand, die exact wist welke taal- en spelfouten Roeland gewoonlijk maakte.'
Vledder klapte zijn handen tegen zijn gezicht.
'Zijn leraar Nederlands.'
De Cock knikte gelaten.
'Zijn leraar Nederlands,' herhaalde hij dof.
Er viel een stilte. De Cock schonk nog eens in. De lange uiteenzetting had hem vermoeid. Hij nam een slok van zijn cognac en liet het vocht langs zijn dorstige keel glijden. Mevrouw De Cock legde haar hand op zijn arm. 'Waarom die moord op de leraar Frans… Guillaume du Bartas?' De Cock keek haar aan.
'Je hebt gelijk,' sprak hij hoofdknikkend. 'De moord op Bouke Anne Minnertsga kan men in de visie van Hans Boschgraed nog enigszins als zinvol aanmerken. Hij wilde voor zijn geliefde Ranske en hemzelf de weg vrij maken voor een gelukkig leven.' De oude rechercheur stak zijn beide handen naar voren en drukte de vingertoppen tegen elkaar.
'Je moetje even proberen in te leven,' sprak hij gedragen, 'in wat er in de gedachtenwereld van Hans Boschgraed gebeurde toen zijn geliefde Ranske Rauward, tijdens een samenkomst van de leerkrachten van het Bartholinus Gymnasium, luchtigjes openbaarde, dat ze al ruim twee jaar een verhouding had met Guillaume du Bartas, de leraar Frans… en dat ze die verhouding nu… na de dood van haar man… niet meer voor anderen behoefte te verbergen.'
Mevrouw De Cock knikte voor zich uit. 'Zijn wereld stortte ineen.' De grijze speurder reageerde heftig.
'Precies. Zijn daad… de moord op Minnertsga… was voor niets geweest. Het had hem niet nader tot zijn geliefde gebracht. Integendeel, ze was in zijn gedachten nog verder van hem verwijderd dan ooit.'
De Cock tastte met zijn handen naar zijn voorhoofd. 'De moord op Sjoerd Sierkema in Sneek,' verzuchtte hij, 'verraste mij volkomen. Ik was het spoor even volkomen bijster. De moord op Sjoerd Sierkema… identiek aan de moorden op Bouke Anne Minnertsga en Guillaume du Bartas… paste niet in het gedachtenpatroon dat ik bij Hans Boschgraed vermoedde.
Totdat… totdat de oud-leraar Foppe van Harinxma ons in Bolsward vertelde, dat diezelfde Sjoerd Sierkema, op een middelbare school in Sneek, leerling en… een jonge minnaar van Ranske Rauward was geweest.'
Het gezicht van mevrouw De Cock versomberde. 'Hans Boschgraed vernietigde en ontluisterde in zijn passie alle mannen die toegang tot zijn geliefde Ranske Rauward hadden verkregen.. een toegang, die hijzelf zo begeerde.' De Cock keek zijn vrouw vertederd aan. 'Dat heb je mooi geformuleerd.' In zijn stem trilde bewondering. Fred Prins stak zijn hand omhoog om aandacht. 'Waarom probeerde hij dan die Engelse leraar te vermoorden?' De Cock glimlachte.
'Ik denk, dat de gehele Nederlandse advocatuur wel over mij heen zal vallen… het was uitlokking… pure uitlokking. Toen ik van Ranske Rauward vernam, dat Hans Boschgraed haar vroegere verhouding met de leerling Sjoerd Sierkema kende… een voorwaarde die ik niet over het hoofd mocht zien… vroeg ik haar om medewerking… medewerking om een verder bloedvergieten te voorkomen. Ik vertelde haar van mijn angst, dat elke volgende man in haar leven mogelijk eenzelfde lot zou ondergaan als Minnertsga, Du Bartas en de jonge Sierkema.
Ranske stemde toe. Net zoals Gerard Koster in zijn medewerking toestemde.
Ik liet de Engelse leraar tijdens een bijeenkomst van de leerkrachten van het Bartholinus vertellen, dat hij een avond bij Ranske Rauward op bezoek was geweest om haar na de dood van Guillaume du Bartas te troosten.
Ranske, zo liet ik hem vertellen, was die avond erg lief geweest en had hem gevraagd ook de nacht bij haar door te brengen. Ranske Rauward, zo luidde op mijn gezag de openbaring van Gerard Koster, was niet alleen een lieve, mooie en aantrekkelijke vrouw, maar ze bleek die nacht tevens in staat om hem… Gerard Koster… tot grote erotische vervoering te brengen.'
Frans Raap schudde afkeurend zijn hoofd.
'Gemeen.'
De Cock knikte.
'Dat was het,' gaf hij beschaamd toe. 'Maar de enige mogelijkheid om tot een bewijsvoering te komen. Ik was er van overtuigd, dat Hans Boschgraed snel zou toeslaan en voor zijn daad opnieuw dezelfde plek zou kiezen.' Vledder grijnsde.
'De stille parkeerplaats aan de Oosterdokskade.' De Cock nam nog een slok van zijn cognac. 'De parkeerplaats aan de Oosterdokskade,' herhaalde hij somber. 'Ik maakte met Gerard Koster de afspraak, dat hij mij zou bellen wanneer Hans Boschgraed… onder welk motief ook… een afspraak met hem zou maken.'
De oude rechercheur zakte in zijn fauteuil achterover.
'De afloop kennen jullie… op de parkeerplaats stond een val voor hem klaar.'
Er viel een lange diepe stilte. Het was alsof ze allen de verschrikkelijke gebeurtenissen in hun gedachten nog eens de revue lieten passeren… probeerden het gedrag van Hans Boschgraed te vatten. Mevrouw De Cock begon de onaangeroerde lekkernijen rond te delen en de gesprekken kwamen op gang. De zaak van de ontluisterende dood geraakte langzaam op de achtergrond en de gesprekken werden algemener.
Toen tegen twaalf uur allen waren vertrokken, schoof mevrouw De Cock een leren poef bij en ging voor haar echtgenoot zitten. 'Je vertelde mij van een oude, bejaarde man, die een paar maal zo tegen de klok van elf uur op de bank voor de recherchekamer zat.'
'Ja.'
'Heeft die nog iets met de zaak te maken?'
De Cock knikte.
'Ik heb na de arrestatie van zijn zoon nog heel lang met hem gesproken.'
Mevrouw De Cock keek haar man verbijsterd aan. 'Zijn zoon?'
De Cock knikte opnieuw.
'De moeder van Hans Boschgraed is al jaren geleden gestorven. De jonge leraar Nederlands woonde nog steeds in huis bij zijn vader. De oude man wist wat er in zijn zoon omging. Hij kende zijn liefde, zijn passie voor de mooie Ranske Rauward, lerares Duits. Op de avond van de moord op Minnertsga kwam Hans Boschgraed met bebloede handen thuis en bekende zijn vader wat hij had gedaan. '
'Verschrikkelijk.'
De Cock streek met zijn tong langs zijn droge lippen. 'Wij… eh, wij zijn soms niet alert genoeg… letten onvoldoende op het gedrag van de mensen om ons heen… zijn vaak ongevoelig voor de signalen die ze naar ons uitzenden.
Ik had moeten beseffen dat de oude man een geheim met zich meedroeg, maar niet de moed bezat om dat geheim aan mij te openbaren. Ik heb mij de tijd niet gegund… ik ben niet rustig naast hem gaan zitten om tussen hem en mij een sfeer te scheppen, waarin de oude man zijn hart had kunnen luchten.'
Mevrouw De Cock legde haar hand op de knie van haar echtgenoot. 'En dat doet je pijn.'
De grijze speurder boog zijn hoofd en huilde.