15

De Cock had moeie voeten. De pijn kroop van zijn tenen over zijn wreef langs zijn enkels omhoog. Daar leek het alsof duizend kleine duiveltjes met even zovele spelden geniepig in zijn kuiten prikten. Hij voelde de pijn die morgen al toen hij vanuit bed zijn beide voeten op het koude zeil van de slaapkamer zette. Hij had al jaren een hekel aan dat kille zeil, maar zijn lieve vrouw was een tikkeltje allergisch en voor haar was een zachte, aangename vloerbedekking in de slaapkamer taboe. In de tram, op weg naar de Warmoesstraat, had hij voortdurend met opgetrokken broekspijpen over zijn kuiten gewreven, maar de pijn was gebleven.

Zijn moeie voeten stemden hem droevig. Hij wist wat die pijn betekende. Telkens wanneer een onderzoek slecht verliep, wanneer hij het onbehaaglijke gevoel had steeds verder van de oplossing weg te drijven, gaven zijn voeten acte de présence en speelden de duiveltjes hun satanisch spel.

Met een verwrongen gezicht tilde hij zijn beide benen omhoog en legde ze heel voorzichtig op een punt van zijn bureau. Een diepe zucht van verlichting ontsnapte aan zijn mond. Vledder keek hem bezorgd aan. Hij kende het beruchte kwaaltje van zijn oudere collega.

‘Is het weer zover?’

De Cock knikte.

‘Het is psychisch, zegt Jan van Keulen.’

‘Wie is Jan van Keulen?’

‘Mijn huisarts. Ik heb uitgelegd wanneer ik die pijn voel. Volgens hem vormen mijn voeten een soort barometer, die de stand van het onderzoek aangeeft.’ Hij grijnsde. ‘En dat is niet bepaald zonnig.’ Met duim en wijsvinger kneep hij even stevig in zijn kuiten. Soms hielp het. ‘Ik had gisteravond,’ sprak hij verder, ‘echt medelijden met Peet de Boer. De steward was na die confrontatie met Cynthe de Lamotte er absoluut van overtuigd dat hij in vrijheid zou worden gesteld.’

Vledder keek hem verrast aan.

‘Jij zei toch dat ik Peet de Boer naar zijn cel moest terugbrengen?’ In zijn stem trilde een licht verwijt.

De Cock maakte een verontschuldigend gebaartje.

‘Wat moest ik. Ik had geen keus. Peet de Boer is in overleg met meester Medhuizen en commissaris Buitendam ingesloten en in verzekering gesteld. Je kunt van mij moeilijk verwachten dat ik hem zonder hun voorkennis het bos in stuur. Daar heb ik geen bevoegdheid voor. Heb je vanmorgen al met de commissaris gesproken?’

‘Ja.’

‘En?’

‘Buitendam voelde er niets voor om Peet de Boer los te laten.’ De Cock keek hem schuins aan.

‘Dat heb je wel bepleit?’

Vledder knikte.

‘Buitendam wilde eerst contact opnemen met de officier van justitie, maar die was nog niet te bereiken. Bovendien begreep de commissaris niet waarom jij Cynthe de Lamotte niet hebt laten insluiten.’

De Cock fronste zijn wenkbrauwen.

‘Als verdacht waarvan?’

‘Moord.’

De oude rechercheur grinnikte vreugdeloos.

‘Op haar eigen dochter?’

Vledder spreidde zijn beide handen.

‘Kan dat niet? Het zou niet de eerste keer zijn. Peet de Boer was naar mijn gevoel heel overtuigend. Hij herkende haar positief als de vrouw bij Suzette in de eersteklascoupé.’

De Cock bromde.

‘Ik geef niet veel voor die herkenning,’ sprak hij geringschattend. Vledder keek hem verbijsterd aan.

‘Jij geeft niet veel voor die herkenning?’ herhaalde hij vol ongeloof.

De Cock schudde zijn hoofd.

‘Juridisch gezien is die herkenning niet veel waard. Het was geen keuzeconfrontatie. Er was maar één vrouw. En Peet de Boer was in zijn positie als verdachte dolblij dat die vrouw beantwoordde aan de beschrijving die hij had gegeven. Het was voor hem een bewijs aan ons, dat hij de waarheid had gesproken.’

‘En?’

De Cock keek naar hem op.

‘Wat… en?’

‘Sprak Peet de Boer de waarheid?’

De Cock knikte traag.

‘Dat deed hij… naar mijn overtuiging.’

Vledder reageerde emotioneel, agressief.

‘Hij herkende dus die vrouw.’

De Cock zuchtte.

‘Hij deed een herkenning.’

De jonge rechercheur grinnikte.

‘En de vrouw,’ sprak hij ongelovig, ‘die Peet de Boer herkende… die hij ons aanwees… breng jij netjes aan de Amstel onderdak bij ene Richard Bernard… een man, van wie in de prullenbak van diezelfde eersteklascoupé een belastende wikkel met zijn naam en adres werd gevonden?’

De Cock proefde het sarcasme. Hij antwoordde niet direct. De prikkelende pijn in zijn kuiten en voeten zakte weg. Hij nam zijn benen van zijn bureau en schoof zijn stoel bij. Daarna boog hij zich iets voorover.

‘Hoe herkent Peet de Boer vrouwen?’ vroeg hij geduldig. ‘Ik bedoel… waar let Peet de Boer op als hij een vrouw ziet?’ ‘Op de kleding. Wat vrouwen dragen.’

De grijze speurder knikte met een grijns.

‘Precies. Hij ziet niet primair een vrouw, hij ziet haar kleding. Hij herkent ook niet primair een vrouw, hij herkent de kleding die zij droeg: een donkerbruin mantelpakje van grove tweed, waaronder een beige blouse met volanten.’

Vledder keek hem onderzoekend aan.

‘Jij probeert mij te zeggen,’ formuleerde hij voorzichtig, ‘dat Peet de Boer in die eersteklascoupé niet Cynthe de Lamotte zag, maar een vrouw die op dezelfde wijze gekleed ging?’ De Cock wreef nadenkend over zijn kin.

‘Ik houd met deze mogelijkheid terdege rekening. Dat is ook mede de reden, waarom ik gisteravond na die herkenning door Peet de Boer, Cynthe de Lamotte niet onmiddellijk arresteerde. Het mag dan in het verleden wel eens zijn voorgekomen dat een moeder haar eigen dochter vermoordde, maar gevoelsmatig heb ik daar toch moeite mee. Vooral ook omdat een direct motief ontbreekt.’ Vledder liet zich in zijn stoel terugzakken. Zijn aanvankelijk wat agressieve houding smolt weg. ‘Jouw moeie voeten hebben gelijk… zoals altijd. We zijn echt nog ver van de oplossing verwijderd.’ De jonge rechercheur weifelde even en kwam toen weer naar voren. Zijn gezicht stond ernstig. ‘Wil jij de leiding van dit onderzoek weer helemaal naar je toe trekken? Ik geloof toch dat ik wat te voorbarig ben geweest. Die snelle arrestatie van Peet de Boer ligt mij zwaar op de maag. Ik heb er eerlijk gezegd spijt van.’ De Cock glimlachte.

‘En voorlopig heb je die jonge steward nog niet uit de grijpgrage klauwen van commissaris Buitendam en meester Medhuizen gerukt.’

Vledder keek hem ongelovig aan.

‘Ze zullen toch naar argumenten moeten luisteren?’ De Cock schoof zijn onderlip naar voren.

‘Heb je die… argumenten? Ik vrees dat ze onvoldoende zijn om hen te overtuigen. Je hebt eerst met grote stelligheid betoogd dat steward Peet de Boer absoluut de moordenaar was en nu…’ De oude rechercheur maakte zijn zin niet af. Er werd krachtig op de deur van de recherchekamer geklopt.

Vledder riep: ‘Binnen!’

De deur ging open en in de deuropening verscheen een blonde jongeman. De Cock schatte hem op rond de vijfentwintig jaar. Hij droeg een fraai gesneden lichtbruin kostuum met een vest en elegante bijpassende schoenen.

Aangenaam verrast bleef De Cock naar hem kijken. Voor het jeansen joggingtijdperk was de jongeman opmerkelijk gekleed. Met een lichte trenchcoat over zijn rechterarm stapte hij op de grijze speurder toe.

‘U bent rechercheur De Cock?’ vroeg hij opgewekt. De oude rechercheur kwam overeind en knikte.

‘Met ceeooceekaa,’ reageerde hij.

De jongeman glimlachte.

‘Dan moet ik bij u zijn.’

De Cock wuifde naar de stoel naast zijn bureau.

‘Neemt u plaats,’ sprak hij vriendelijk. ‘Waarmee kan ik u van dienst zijn?’

De jongeman ging zitten, maar stond onmiddellijk weer op en maakte in de richting van de oude speurder een korte stijve buiging. ‘Mag ik mij even aan u voorstellen? Mijn naam is La Croix… Pierre la Croix.’ Hij nam weer plaats en legde zijn trenchcoat over zijn knieën.

‘Ik woon in het oude Nijmegen en ik ben hier op verzoek van mijn tante.’

De Cock liet zich in zijn stoel achter zijn bureau zakken. ‘Uw tante?’ In zijn stem klonk enige verbazing.

Pierre la Croix knikte.

‘Cynthe de Lamotte, de jongste zuster van mijn moeder, Gabrielle de Lamotte. Sinds tante is gescheiden behartig ik zo’n beetje haar zaken. Ik ben vaak bij haar in huis. Ik mag tante Cynthe heel graag. Ze is ook altijd erg lief voor me.’ ‘Dat is prettig… voor u.’

Pierre la Croix trok een somber gezicht.

‘Tante heeft mij gisteravond laat nog opgebeld. Vanuit Amsterdam. Ze vertelde mij dat ze bij u was geweest om over Suzette te praten… over de bedreiging door een onbekende vrouw.’ Hij zweeg even, draaide iets op zijn stoel. ‘Tante zei ook dat u hier op het bureau een jongeman vasthield, die haar had herkend als een vrouw die op die ongelukkige morgen bij Suzette in de treincoupé zat.’ ‘Dat klopt.’

Pierre la Croix schudde resoluut zijn hoofd.

‘Dat klopt niet,’ reageerde hij fel. ‘Tante zat niet in die trein. Ze was in Nijmegen in haar huis en ik was bij haar.’

De Cock streek met zijn rechterhand over zijn breed gezicht en zweeg. Tussen zijn gespreide vingers door keek hij de jongeman scherp observerend aan. Zijn helblonde haren waren strak naar achteren gekamd. Hij had smalle jukbeenderen en een brede, wilskrachtige kin. Zijn grijsgroene ogen stonden iets te dicht bij elkaar, waardoor het leek alsof zijn spits toelopende neus te laag in zijn gezicht begon.

Het zwijgen van de grijze speurder maakte Pierre la Croix zichtbaar nerveus. Hij klopte met zijn middelvinger op zijn vest. ‘Ik was bij haar… ik was bij haar. Ik heb die fatale dag eerst Suzette met mijn wagen naar het station gebracht. Daarna ben ik bij mijn tante gebleven… de hele dag. Pas ’s avonds, na het laatste nieuws op de tv, ben ik naar huis gegaan.’

De Cock gebaarde in zijn richting.

‘U bent haar alibi?’

Pierre la Croix knikte overtuigend.

‘Precies… haar alibi. Daarom ben ik ook bij u gekomen, op verzoek van tante Cynthe. Ze had de indruk dat u haar niet op haar woord geloofde.’ Hij zweeg even en keek de oude rechercheur vragend aan. ‘U… eh, u gelooft haar niet?’

De Cock ontweek een antwoord.

‘Wist u van die telefonische bedreigingen van uw nicht Suzette de Tournes?’

Pierre la Croix schudde zijn hoofd.

‘Nee, aanvankelijk niet. Suzette en mijn tante hebben er nooit over gesproken. Ik hoorde het pas na de moord. Ik ben toen ontzettend geschrokken.’

‘Hoezo?’

Pierre la Croix keek De Cock aan. In zijn ogen lag angst. ‘Lucienne… Lucienne kreeg ook van die bedreigingen van een onbekende vrouw.’

De Cock reageerde verbijsterd.

‘Wie… eh, wie is Lucienne,’ stamelde hij.

Pierre la Croix slikte.

‘Mijn zuster… Lucienne la Croix.’

Загрузка...