Tyrion

Toen hij door zijn dikke houten celdeur heen geluiden hoorde, bereidde Tyrion Lannister zich voor op de dood. Hoog tijd, dacht hij. Schiet op, schiet op, maak er een eind aan. Hij duwde zich overeind. Omdat hij op zijn knieën had gezeten, sliepen zijn benen. Hij boog zich voorover om het prikkende gevoel weg te wrijven. Ik ben niet van plan om struikelend en wankelend naar het blok van de beul te lopen.

Hij vroeg zich af of hij hier in het donker gedood zou worden of de stad door gesleept, zodat zijn hoofd door ser Ilyn Peyn kon worden afgehakt. Na die klucht van een rechtszitting gaven zijn lieve zuster en zijn liefhebbende vader er misschien de voorkeur aan, zich in stilte van hem te ontdoen in plaats van een publieke terechtstelling te riskeren. Ik zou de menigte een paar uitgelezen nieuwtjes kunnen vertellen, als ik kans van spreken kreeg. Maar zouden ze zo dom zijn?

Toen de sleutels rinkelden en zijn celdeur knarsend naar binnen draaide, drukte Tyrion zich ruggelings tegen de vochtige muur aan en wenste dat hij een wapen had. Ik kan nog bijten en schoppen. Ik zal sterven met de smaak van bloed in mijn mond, dat is tenminste iets. Hij wilde dat hij een paar treffende laatste woorden had kunnen bedenken. Met ‘jullie kunnen allemaal doodvallen’ zou hij waarschijnlijk geen geschiedenis schrijven.

Toortslicht viel op zijn gezicht. Hij schermde met een hand zijn ogen af. ‘Schiet op, ben je soms bang voor een dwerg? Doe het dan, pokdalige hoerenzoon.’ Door het lange zwijgen was zijn stem schor geworden.

‘Zo spreek je toch niet over onze edele moeder?’ De man kwam naar voren, een toorts in zijn linkerhand. ‘Dit is nog afgrijselijker dan mijn cel in Stroomvliet, zij het iets minder klam.’

Even kon Tyrion geen adem krijgen. ‘Jij?’

‘Grotendeels wel.’ Jaime was broodmager, en zijn haar was heel kort gesneden. ‘Ik heb een hand in Harrenhal achtergelaten. Vader heeft wel eens betere ideeën gehad dan de Dappere Gezellen de zee-engte over te halen.’ Hij hief zijn arm op, en Tyrion zag de stomp.

Een blaffend, hysterisch gelach kwam over zijn lippen. ‘O, goden,’ zei hij. ‘Jaime, het spijt me vreselijk, maar… goeie goden, kijk ons nou toch eens. Handloos en Neusloos, de jongens Lannister.’

‘Er ware dagen dat mijn hand zo smerig rook dat ik liever neusloos was geweest.’ Jaime liet de toorts zakken, zodat het gezicht van zijn broer in het licht baadde. ‘Een indrukwekkend litteken.’

Tyrion wendde zich van de felle gloed af. ‘Ze hebben me een slag laten uitvechten zonder dat mijn grote broer er was om me te beschermen.’

‘Ik heb horen vertellen dat je de stad bijna hebt laten afbranden.’

‘Een vuile leugen. Ik heb alleen maar de rivier in de fik gestoken.’ Plotseling herinnerde Tyrion zich waar hij was, en waarom.

‘Ben je hier om mij te doden?’

‘Hè, wat ondankbaar. Als je zo onhoffelijk doet, kan ik je hier misschien beter laten verrekken.’

‘Verrekken is niet het lot dat Cersei me heeft toegedacht.’

‘Nou nee, eerlijk gezegd niet. Het is de bedoeling dat je morgenvroeg onthoofd wordt, op het oude toernooiveld.’

Tyrion lachte weer. ‘Krijg ik een galgenmaal? Je zult me met mijn laatste woorden moeten helpen, mijn verstand rent rondjes als een rat in een rapenkelder.’

‘Je hebt geen laatste woorden nodig. Ik kom je redden.’ Jaimes stem klonk merkwaardig plechtig.

‘Wie zegt dat ik gered wil worden?’

‘Weet je, ik was al bijna vergeten wat een irritant klein kereltje je bent. Nu je me eraan herinnert, denk ik dat ik je hoofd toch maar door Cersei laat afhakken.’

‘O nee, niets daarvan.’ Hij waggelde de cel uit. ‘Is het dag of nacht boven? Ik ben alle gevoel voor tijd kwijt.’

‘Drie uur na middernacht. De stad slaapt.’ Jaime schoof de toorts terug in zijn houder aan de muur tussen de cellen.

De gang was zo slecht verlicht dat Tyrion bijna over de cipier struikelde die languit op de koude stenen vloer lag. Hij porde met zijn teen tegen hem. ‘Is-ie dood?’

‘Hij slaapt. De andere drie ook. De eunuch heeft zoetslaap in hun wijn gedaan, maar niet zoveel dat ze eraan doodgaan. Dat zweert hij althans. Hij wacht achterin bij de trap, als septon verkleed. Je gaat de riolen in, en vandaar naar de rivier. In de baai wacht een galei. Varys heeft agenten in de vrijsteden die zullen zorgen dat het je niet aan geld ontbreekt… maar probeer niet op te vallen. Cersei stuurt ongetwijfeld mannetjes achter je aan. Je kunt beter een andere naam aannemen.’

‘Een andere naam? Ja, vast. En als de Gezichtsloze Mannen me dan komen vermoorden, zeg ik: “Nee, jullie hebben de verkeerde voor, ik ben een andere dwerg met een afschuwelijk litteken op zijn gezicht.” ’ Allebei de Lannisters lachten, zo absurd was het allemaal. Toen zonk Jaime op een knie en kuste hem snel op beide wangen, waarbij zijn lippen over het dode vlees van het littekenweefsel streken.

‘Dank je, broer,’ zei Tyrion. ‘Voor mijn leven.’

‘Dat was… dat was ik je wel verschuldigd.’ Jaimes stem klonk vreemd.

‘Verschuldigd?’ Hij hield zijn hoofd scheef. ‘Dat begrijp ik niet.’

‘Goed. Sommige deuren kunnen beter gesloten blijven.’

‘O, help,’ zei Tyrion. ‘Steekt er iets kwaads en kwalijks achter?

Kan het zijn dat iemand eens iets slechts over mij heeft gezegd? Ik zal proberen niet te huilen. Vertel op.’

‘Tyrion…’

Jaime is bang. ‘Vertel op,’ herhaalde Tyrion. Zijn broer keek de andere kant op. ‘Tysha,’ zei hij zacht.

‘Tysha?’ Hij kreeg een knoop in zijn maag. ‘Wat is er met haar?’

‘Ze was geen hoer. Ik heb haar nooit iets betaald. Dat was een leugen die ik van vader moest vertellen. Tysha was… ze was wat ze leek. De dochter van een keuterboer, die je bij toeval onderweg had ontmoet.’

Tyrion kon flauwtjes horen hoe zijn eigen ademhaling hol door het litteken van zijn neus floot. Jaime was niet in staat zijn blik te doorstaan. Tysha. Hij probeerde zich te herinneren hoe ze eruit had gezien. Een kind, ze was nog maar een kind, niet ouder dan Sansa. ‘Mijn vrouw,’ kraste hij. ‘Ze was met me getrouwd.’

‘Om je goud, zei vader. Zij was laaggeboren, jij was een Lannister van de Rots van Casterling. Het enige wat ze wilde was het goud, en daarom was ze niet beter dan een hoer, dus… dus zou het geen leugen zijn, niet echt, en… hij zei dat je een goeie les nodig had. Dat je daar iets van op zou steken en mij later nog dankbaar zou zijn…’

‘Dankbaar?’ Tyrions stem was verstikt. ‘Hij gaf haar aan zijn wachters. Een barak vol wachters. Hij dwong me om… te kijken.’

En meer dan kijken. Ik heb haar ook genomen… mijn vrouw…

‘Ik wist niet dat hij dat zou doen. Je moet me geloven.’

‘O ja, moet ik dat?’ snauwde Tyrion. ‘Waarom zou ik ooit nog iets geloven wat jij zegt? Ze was mijn vrouw!’

‘Tyrion…’

Hij sloeg hem. Het was een pets met de rug van zijn hand, maar hij legde er al zijn kracht in, al zijn angst, al zijn woede, al zijn pijn. Jaime zat op zijn hurken, niet in balans. Door de klap tuimelde hij achterover op de vloer. ‘Dat… dat zal ik wel verdiend hebben.’

‘O, je hebt nog wel meer verdiend, Jaime. Jij, mijn lieve zuster en onze liefhebbende vader, jazeker, je hebt er geen idee van wat jullie verdiend hebben. Maar jullie zullen het krijgen, dat zweer ik je. Een Lannister betaalt altijd zijn schulden.’ Tyrion waggelde weg en struikelde in zijn haast bijna weer over de cipier. Voordat hij twaalf passen verder was, botste hij tegen een ijzeren hek op dat de gang afsloot. O, goden. Het had niet veel gescheeld of hij had het uitgeschreeuwd.

Jaime kwam achter hem aan lopen. ‘Ik heb de sleutels van de cipier.’

‘Gebruik ze dan.’ Tyrion ging opzij.

Jaime ontsloot het hek, duwde het open en liep erdoorheen. Hij keek over zijn schouder. ‘Kom je nog?’

‘Niet met jou.’ Tyrion stapte door het hek. ‘Geef me die sleutels en verdwijn. Ik vind Varys wel in mijn eentje.’ Hij hield zijn hoofd scheef en staarde met zijn ongelijke ogen zijn broer aan. ‘Jaime, kun je met links vechten?’

‘Een stuk slechter dan jij,’ zei Jaime verbitterd.

‘Goed. Dan zijn we aan elkaar gewaagd als we elkaar ooit nog eens tegenkomen. De verminkte en de dwerg.’

Jaime reikte hem de sleutelbos aan. ‘Ik heb je de waarheid verteld. Jij bent mij hetzelfde verschuldigd. Heb je het gedaan? Heb je hem vermoord?’

Die vraag was een tweede mes dat in zijn ingewanden werd omgedraaid. ‘Weet je zeker dat je dat wilt weten?’ vroeg Tyrion. ‘Joffry zou als koning nog erger zijn geweest dan Aerys. Hij had zijn vaders dolk gestolen en die aan een handlanger gegeven om Brandon Stark de keel door te snijden, weet je dat?’

‘Dat… dacht ik al.’

‘Nou ja, een zoon lijkt op zijn vader. Zodra hij mondig was geworden zou Joff mij ook vermoord hebben. Wegens de misdaden van ondermaatsheid en lelijkheid, waaraan ik zo opvallend schuldig ben.’

‘Je hebt mijn vraag niet beantwoord.’

‘Stomme, blinde, verminkte idioot die je bent. Moet ik dan alles voor je uitkauwen? Goed dan. Cersei is een leugenachtige hoer, ze neukt met Lancel en met Osmund Ketelzwart, en wie zegt dat ze het niet ook met Uilebol doet. En ik ben het monster waar iedereen me voor uitmaakt. Ja, ik heb je vileine zoon vermoord.’ Hij dwong zichzelf om te grijnzen. Dat moest een afschuwelijk gezicht zijn, daar in het door toortsen verlichte schemerdonker. Jaime draaide zich zonder een woord te zeggen om en liep weg. Tyrion zag hem met zijn lange passen wegbenen, en een deel van hem wilde hem roepen en hem vertellen dat het niet waar was, hem om vergiffenis smeken. Maar toen dacht hij aan Tysha, en hij zweeg. Hij luisterde naar de verdwijnende voetstappen tot hij ze niet meer kon horen en waggelde toen weg, op zoek naar Varys. De eunuch stond op de loer in de schaduwen onder een wenteltrap, gehuld in een mottig bruin gewaad met een kap die de bleekheid van zijn gezicht verborg. ‘Dat heeft lang geduurd. Ik was al bang dat er iets misgegaan was,’ zei hij toen hij Tyrion zag.

‘Welnee,’ verzekerde Tyrion hem venijnig. ‘Wat had er in vredesnaam mis kunnen gaan?’ Hij draaide zijn nek om en staarde naar boven. ‘Ik had tijdens mijn proces om u gevraagd.’

‘Ik kon niet komen. De koningin liet me dag en nacht in het oog houden. Ik durfde u niet te hulp te komen.’

‘U helpt mij nu.’

‘Werkelijk? Ah.’ Varys giechelde. Het klonk merkwaardig misplaatst in dit oord van kille steen en galmende duisternis. ‘Uw broer kan heel overtuigend zijn.’

‘Varys, jij bent even koud en slijmerig als een slak, heeft niemand je dat ooit verteld? Je bent vol ijver op mijn dood uit geweest. Misschien moet ik je een koekje van eigen deeg geven.’

De eunuch zuchtte. ‘De trouwe hond krijgt een schop, en welk web de spin ook weeft, niemand die hem bemint. Maar als u mij hier doodt, vrees ik het ergste voor u, heer. Dan vindt u de terugweg naar het daglicht misschien nooit meer. Deze tunnels zitten vol met valstrikken voor argeloze lieden.’

Tyrion snoof. ‘Argeloos? Niemand is minder argeloos dan ik, daar hebt u wel voor gezorgd.’ Hij wreef over zijn neus. ‘Dus vertel me eens, tovenaar, waar is mijn onschuldige, maagdelijke echtgenote?’

‘Tot mijn spijt heb ik in Koningslanding geen spoor van vrouwe Sansa kunnen vinden. Noch van ser Dontos Hollard, die allang ergens opgedoken had moeten zijn, dronken en wel. Op de avond van haar verdwijning zijn ze samen op de serpentinetrap gesignaleerd. Daarna, niets meer. Er heerste die nacht grote verwarring. Mijn kleine vogeltjes zwijgen.’ Varys gaf een zacht rukje aan de mouw van de dwerg en trok hem het trapgat in. ‘We moeten gaan, heer. Uw weg voert omlaag.’

Dat is in elk geval niet gelogen. Tyrion waggelde achter de eunuch aan. Bij het afdalen schraapten zijn hakken over de ruwe steen. Het was heel koud op de trap, een vochtige kou tot op het merg die hem onmiddellijk de rillingen bezorgde.

‘Welk deel van de kerkers is dit?’ vroeg hij.

‘Op voorschrift van Maegor de Wrede telt zijn burcht vier lagen kerkers,’ antwoordde Varys. ‘Op de bovenste laag bevinden zich grote cellen, waarin gewone misdadigers samen opgesloten kunnen worden. Die hebben smalle raampjes hoog in de muren. Op het tweede niveau zijn de kleinere cellen waarin hooggeboren gevangenen worden vastgehouden. Die hebben geen ramen, maar het toortslicht in de gangen schijnt door de tralies heen. Op het derde niveau zijn de cellen nog kleiner en de deuren van hout. De zwarte cellen, worden die genoemd. Daar zat u opgesloten, en Eddard Stark voor u. Maar er is nog een laag onder. Als iemand eenmaal naar dat vierde niveau wordt gevoerd, krijgt hij nooit meer de zon te zien noch enige menselijke stem te horen, en hij zal nooit meer ademhalen zonder folterende pijn te voelen. De cellen op de vierde laag heeft Maegor voor martelingen bestemd.’ Ze hadden de voet van de trap bereikt. Een onverlichte deur ging voor hen open. ‘Dit is het vierde niveau. Geef me uw hand, heer. Het is veiliger om hier in het donker te lopen. Er zijn hier dingen die u niet wilt zien.’

Even weifelde Tyrion. Varys had hem al eens verraden. Wie wist welk spelletje de eunuch speelde? En was er een betere plek om iemand te vermoorden dan hierbeneden in het donker, een plek waarvan niemand het bestaan kende? Zijn lijk zou misschien nooit gevonden worden. Anderzijds, wat voor keus had hij ? De trap weer opgaan en door de hoofdpoort naar buiten wandelen? Nee, daar schoot hij niets mee op.

Jaime zou niet bang zijn, dacht hij, voordat het hem te binnen schoot wat Jaime hem had aangedaan. Hij greep de hand van de eunuch en liet zich door de duisternis leiden, achter het zachte, schurende geluid van leer over steen aan. Varys liep snel en fluisterde zo nu en dan: ‘Voorzichtig, hier komen drie treden,’ of: ‘Hier loopt de tunnel schuin omlaag, heer.’ Toen ik hier aankwam, was ik Hand des Konings en reed ik aan het hoofd van mijn gezworenen de poort door, peinsde Tyrion. Nu vertrek ik als een rat die door het donker wegschiet, hand in hand met een spin. Voor hen uit verscheen een lichtje, te flauw om daglicht te zijn. Terwijl ze zich erheen haastten, werd het steeds groter. Na een poosje zag hij dat het een gewelfde doorgang was. Ook die was met een traliehek afgesloten. Varys haalde een sleutel te voorschijn. Via de doorgang betraden ze een kleine, ronde kamer waarop nog vijf doorgangen uitkwamen, allemaal met een ijzeren hek ervoor. In het plafond zat ook een opening, en over de muur daaronder liep een reeks sporten omhoog. Aan een kant stond een sierkomfoor in de vorm van een drakenkop. De kolen in de gapende muil van het beest waren tot sintels verbrand maar straalden nog een doffe, oranje gloed uit. Hoe flauw ook, het licht was hem hoogst welkom na het pikdonker van de tunnel.

Verder was de splitsing leeg, maar de vloer was ingelegd met het mozaïek van een draak met drie koppen, in rode en zwarte steentjes. Even kon Tyrion er niet op komen, maar toen wist hij het. Dit is de plek waar Shae me over beeft verteld, nadat Varys haar die eerste keer naar mijn bed had gebracht. ‘We bevinden ons onder de Toren van de Hand.’

‘Ja.’ Vastgeroeste scharnieren krijsten het uit toen Varys een hoge, dichte deur opentrok. Roestschilfers dwarrelden op de grond.

‘Dit leidt naar buiten, naar de rivier.’

Tyrion liep langzaam naar de ladder en liet zijn hand over de onderste sport glijden. ‘Zo kom ik in mijn slaapkamer.’

‘Dat is tegenwoordig de slaapkamer van uw vader.’

Hij keek omhoog de schacht in. ‘Hoe ver klimmen is het?’

‘Heer, u bent te zwak voor zulke dwaasheden, en bovendien hebben we geen tijd. We moeten weg.’

‘Ik heb boven nog iets af te handelen. Hoe ver?’

‘Tweehonderddertig sporten, maar wat u ook van plan bent…’

‘Tweehonderddertig sporten, en dan?’

‘De linkertunnel, maar luistert u nou…’

‘En hoe ver naar de slaapkamer?’ Tyrion zette een voet op de onderste sport van de ladder.

‘Slechts zestig voet. Blijft u de muur tijdens het lopen met een hand aanraken, dan voelt u de deuren. De derde is die van de slaapkamer.’ Hij zuchtte. ‘Dit is waanzin, heer. Uw broer heeft u het leven teruggeschonken. Wilt u het nu weer weggooien, met het mijne erbij?’

‘Varys, het enige waar ik op dit ogenblik minder waarde aan hecht dan aan mijn leven, is het jouwe. Wacht hier op me.’ Hij keerde de eunuch de rug toe en begon te klimmen, terwijl hij in stilte de sporten telde.

Sport voor sport klom hij in het donker omhoog. Eerst zag hij nog vaag de omtrek van de sporten die hij vastgreep en de structuur van de ruwe, grijze steen daarachter, maar naarmate hij hoger kwam, werd de duisternis dichter. Dertien veertien vijftien zestien. Tegen de dertig gingen zijn armen zeer doen van de inspanning van het optrekken. Hij stopte even om op adem te komen en gluurde omlaag. Diep beneden hem glansde een flauwe lichtcirkel, half onzichtbaar gemaakt door zijn eigen voeten. Tyrion klom weer door. Negenendertig veertig eenenveertig. Tegen de vijftig brandden zijn benen. De ladder was eindeloos en afstompend. Achtenzestig negenenzestig zeventig. Tegen de tachtig was zijn rug een en al doffe pijn, maar toch bleef hij klimmen. Hij had niet kunnen zeggen waarom. Honderddertien honderdveertien honderdvijftien. Bij tweehonderddertig was het pikdonker in de schacht, maar hij voelde warme lucht uit de tunnel aan zijn linkerhand komen, als de adem van een groot beest. Hij tastte moeizaam met een voet in het rond en schoof van de ladder af. De tunnel was nog nauwer dan de schacht. Iedereen van normale afmetingen had er op handen en voeten doorheen moeten kruipen, maar Tyrion was zo kort dat hij rechtop kon lopen. Eindelijk een plek die op dwergen berekend is. Zijn laarzen schuurden zachtjes over de steen. Hij liep langzaam en telde zijn passen, terwijl hij naar openingen in de muren tastte. Weldra begon hij stemmen te horen, eerst gedempt en onverstaanbaar, toen duidelijker. Hij luisterde nauwkeuriger. Twee van zijn vaders wachters maakten grappen over de hoer van de Kobold. Hoe fijn het zou zijn om haar te naaien, en hoe zij wel moest snakken naar een echte pik in plaats van dat ondermaatse dingetje van de dwerg. ‘D’r zit vast een knik in,’ zei Lum. Dat leidde tot een woordenwisseling over de manier waarop Tyrion morgen zou sterven. ‘Hij zal wel huilen als een wijf en om genade smeken, je zult het zien,’ beweerde Lum. Lester dacht dat hij de bijl met leeuwenmoed tegemoet zou treden, omdat hij een Lannister was, en daar wilde hij zijn nieuwe laarzen wel om verwedden. ‘Ach, schijt toch in die laarzen,’ zei Lum, ‘je weet best dat die nooit aan mijn poten passen. Weet je wat, als ik win mag je twee weken lang die ellendige maliënkolder van mij schuren.’

Gedurende een paar voet kon Tyrion hun gebekvecht woord voor woord verstaan, maar toen hij verder liep vervaagden de stemmen snel. Geen wonder dat Varys niet wilde dat ik die rotladder opklom, dacht Tyrion en glimlachte in het donker. Kleine vogeltjes, jaja.

Bij de derde deur moest hij een hele tijd op de tast zoeken voordat zijn vingers langs een kleine haak tussen twee stenen streken. Toen hij die omlaag trok, klonk er een zacht gerommel dat in de stilte luid als een lawine leek, en één voet rechts van hem opende zich een vierkant van dof oranje licht.

Het vuur! Hij schoot bijna in de lach. De haard lag vol hete as, en in het midden brandde een zwart houtblok met een heet, oranje hart. Hij schoof er behoedzaam langs, met snelle passen om zijn laarzen niet te verbranden. De warme sintels knarsten zachtjes onder zijn hielen. Toen hij zijn voormalige slaapkamer was binnengestapt, bleef hij een langdurig ogenblik staan om de stilte in te ademen. Had zijn vader iets gehoord? Zou hij zijn zwaard grijpen en alarm slaan?

‘Meheer,’ riep een vrouwenstem.

Dat zou me vroeger gekwetst hebben, toen ik nog pijn kon voelen. De eerste stap was het moeilijkst. Toen hij het bed bereikt had, trok Tyrion het beddengoed weg, en daar lag ze. Met een slaperige glimlach op haar gezicht keerde ze zich naar hem toe. De lach verdween toen ze hem zag. Ze trok de dekens op tot haar kin, alsof dat haar zou beschermen.

‘Verwachtte je iemand die langer was, liefje?’

Grote, vochtige tranen welden in haar ogen op. ‘Ik meende al die dingen niet die ik gezegd heb, ik moest ze zeggen van de koningin. Alstublieft! Ik ben zo bang voor uw vader.’ Ze ging zitten en liet de deken tot haar schoot glijden. Daaronder was ze naakt, op de keten om haar hals na. Een keten van geschakelde gouden handjes. Elke hand hield de volgende vast.

‘Vrouwe Shae,’ zei Tyrion zachtjes. ‘Al die tijd dat ik in de zwarte cel op de dood wachtte, dacht ik eraan hoe mooi u was. In zijde, of baai, of in helemaal niets…’

‘Meheer komt zo terug. U kunt beter weggaan, of… bent u gekomen om mij mee te nemen?’

‘Heb je er ooit van genoten?’ Hij vlijde zijn hand om haar wang en dacht aan alle keren dat hij dat eerder had gedaan. Aan alle keren dat hij zijn handen om haar middel had geslagen, in haar kleine, stevige borsten had geknepen, haar korte, donkere haar had gestreeld, haar lippen, haar wangen, haar oren had aangeraakt. Aan al die keren dat hij haar met een vinger had geopend om haar geheime zaligheden te beroeren en haar aan het kreunen te brengen. ‘Heb je mijn aanraking ooit fijn gevonden?’

‘Meer dan wat ook,’ zei ze, ‘mijn Lannister-reus.’

Dat was het ergste wat je had kunnen zeggen, liefje. Tyrion schoof een hand onder zijn vaders keten en draaide. De schakels gingen strakker staan en drongen in haar nek. ‘Want handen van goud zijn altijd koud, maar vrouwenhanden zijn warm,’ zei hij. Hij draaide de koude handen nog eens om, terwijl de warme zijn tranen wegsloegen. Naderhand trof hij op het tafeltje bij het bed heer Tywins dolk aan en schoof die in zijn riem. Aan de wanden hingen een strijdhamer met een leeuwenkop, een bijl met een lange steel en een kruisboog. De bijl zou in het kasteel moeilijk te hanteren zijn en de strijdhamer hing te hoog voor hem, maar recht onder de kruisboog stond een grote houten kist met ijzerbeslag tegen de wand. Hij klom erop, haalde de boog en een leren koker met kruisboogbouten van de muur, stak een voet in de beugel en duwde die omlaag totdat de pees gespannen was. Toen liet hij een bout in de gleuf glijden.

Jaime had hem meer dan eens gewezen op de nadelen van een kruisboog. Als Lum en Lester plotseling kwamen opduiken uit het vertrek waar ze hadden gepraat, zou hij geen tijd hebben om te herladen, maar hij zou er in elk geval een meenemen naar de hel. Lum, als het aan hem lag. Je zult je eigen maliën moeten schoonmaken, Lum. Jij verliest.

Hij waggelde naar de deur en luisterde even. Toen duwde hij hem langzaam open. In een stenen nis brandde een lamp die een flets geel licht in de lege hal wierp. Slechts de vlam bewoog. Tyrion glipte naar buiten, de kruisboog tegen zijn been. Hij trof zijn vader aan waar hij hem verwachtte, gezeten in het schemerdonker van de privaattoren, zijn nachtgewaad tot zijn heupen omhoog geschoven. Bij het horen van de voetstappen sloeg heer Tywin zijn ogen op.

Tyrion maakte een spottende halve buiging. ‘Heer.’

‘Tyrion.’ Als hij schrok, liet Tywin Lannister dat op geen enkele manier merken. ‘Wie heeft je uit je cel gelaten?’

‘Dat zou ik u graag vertellen, maar ik heb een heilige eed gezworen.’

‘De eunuch,’ besloot zijn vader. ‘Dit kost hem de kop. Is dat mijn kruisboog? Leg neer.’

‘Krijg ik straf als ik nee zeg, vader?’

‘Ontsnappen is dwaasheid. Je wordt heus niet onthoofd, als je daar soms bang voor bent. Ik ben nog steeds van plan je naar de Muur te sturen, maar dat kon ik niet doen zonder heer Tyrels instemming. Leg die kruisboog neer, dan gaan we terug naar mijn vertrekken om erover te praten.’

‘We kunnen net zogoed hier praten. Misschien ga ik toch liever niet naar de Muur, vader. Het is daar verdomd koud, en ik vind dat ik wel genoeg kou van u te verduren heb gehad. Ik wil alleen iets van u weten, en dan ben ik weg. Een simpel vraagje maar, dat bent u mij wel verschuldigd.’

‘Ik ben je niets verschuldigd.’

‘U hebt mij mijn hele leven minder dan niets gegeven, maar dit zal ik hebben. Wat hebt u met Tysha gedaan?’

‘Tysha?’

Hij is zelfs haar naam vergeten. ‘Het meisje met wie ik getrouwd was.’

‘Ach ja. Je eerste hoer.’

Tyrion mikte op zijn vaders borst. ‘Zodra u dat woord nog eens in de mond neemt, schiet ik u dood.’

‘Dat durf je niet.’

‘Zullen we de proef op de som nemen? Het is een kort woord, en het komt u blijkbaar makkelijk over de lippen.’ Tyrion maakte een ongeduldig gebaar met de boog. ‘Tysha. Wat hebt u met haar gedaan, nadat u mij dat lesje had geleerd?’

‘Dat weet ik niet meer.’

‘Denk eens wat harder na. Hebt u haar laten doden?’

Zijn vader tuitte zijn lippen. ‘Daar was geen reden toe, ze had haar plaats geleerd… en het staat me bij dat ze voor dat dagje werk goed betaald was. Ik neem aan dat de hofmeester haar weggestuurd heeft. Het is nooit bij me opgekomen ernaar te vragen.’

‘Weg? Waarheen?’

‘Waar hoeren heen gaan.’

Tyrions vinger kromde zich. De kruisboog ging af, net toen heer Tywin begon op te staan. De bout boorde zich vlak boven de lies in zijn lichaam, en met een grom zakte hij terug. De pijl was diep naar binnen gedrongen, helemaal tot aan de veer. Om de schacht heen sijpelde bloed naar buiten dat in zijn schaamhaar en over zijn naakte dijen druppelde. ‘Je hebt me doodgeschoten,’ zei hij, zijn ogen glazig van ontsteltenis.

‘U kunt een situatie altijd snel inschatten, heer,’ zei Tyrion. ‘Dat zal de reden wel zijn waarom u Hand des Konings bent.’

‘Jij… jij bent mijn… mijn zoon niet.’

‘Dat hebt u dan toch mis, vader. Sterker nog, ik ben u ten voetjes uit. En doe me nu een lol en ga maar gauw dood. Ik moet nog een schip halen.’

Bij uitzondering deed zijn vader nu eens wel wat Tyrion hem vroeg. Het bewijs was de plotselinge stank toen zijn ingewanden op het ogenblik van zijn dood leegliepen. Nou ja, dit was er precies de juiste plek voor, dacht Tyrion, Maar de smerige lucht die het privaat vulde, maakte maar al te duidelijk dat die ouwe mop over zijn vader gewoon de zoveelste leugen was.

Heer Tywin Lannister scheet uiteindelijk toch geen goud.

Загрузка...