De ding-dong in de gang galmde nog een beetje na. De Cock deed de deur van zijn woning open. Voor hem op de stoep stond Dick Vledder. Naast hem, half tegen zijn schouder geleund, stond de blonde Adelheid van Buuren. De Cock herkende haar direct aan de sproetjes rond haar neus.
Ze was keurig gekleed in een donker fluwelen mantelpakje en ze hield een boeket rode rozen in haar linkerhand.
Vledder acteerde wat verlegen.
’Ik heb haar maar meegenomen. Ik hoop dat jij daar geen bezwaar tegen maakt.’
De Cock lachte.
’Hoe zou ik dat kunnen?’
De oude rechercheur deed een stap opzij en liet het stel binnen. Vledder gebaarde voor zich uit.
’Zijn de anderen er al?’
De Cock knikte.
’Appie Keizer en Fred Prins zitten bij mijn vrouw en hebben het grootste woord.’
Ze stapten gezamenlijk de woonkamer binnen. Mevrouw De Cock kwam onmiddellijk overeind en schudde Vledder ter begroeting de hand. Daarna richtte zij haar aandacht op Adelheid van Buuren en nam met een gebaar van verrukking de rozen in ontvangst.
Vledder glimlachte.
’Dat is Adelheid van Buuren. Zij wil in de toekomst bij de recherche. Adelheid is beslist een aanwinst voor het bureau Warmoesstraat.’
Mevrouw De Cock keek hem schuins aan.
’En voor jou?’
Over het gezicht van Vledder gleed een blos.
’Een geschenk van de hemel.’
De jonge rechercheur stelde Adelheid van Buuren voor aan Fred Prins en Appie Keizer.
Mevrouw De Cock wuifde uitnodigend naar een paar diepe leren fauteuils.
’Ga zitten,’ riep ze hartelijk. Ze wendde zich tot Adelheid van Buuren. ’Mijn man schenkt bij deze gelegenheid altijd cognac, maar als jij iets anders wilt?’
Adelheid schudde haar hoofd.
’Ik wil de traditie niet verbreken.’
De Cock vatte de fles fijne cognac Napoleon, die hij speciaal voor dergelijke gelegenheden in voorraad hield, en vulde ruim de bodem van diepbolle voorverwarmde glazen. Hij reikte die Adelheid en zijn recherchevrienden aan. Daarna hield hij zijn glas omhoog. Zijn blik gleed naar Adelheid van Buuren. ’Ik heb vaak de gewoonte om op de gerechtigheid te toosten. Vanavond niet. Ik hef dit keer met jullie het glas op de liefde.’ Mevrouw De Cock keek haar man aan.
’Dat meen je?’
De Cock knikte nadrukkelijk.
’Liefde en gerechtigheid… in beide wil ik blijven geloven.’ Vledder nipte aan zijn cognac.
’Weet je nu alles?’
De Cock knikte traag.
’Er zijn mij in deze zaak wel een paar dingen te verwijten.’ Hij hield zijn glas omhoog. ’Ik ben een liefhebber van een goed glas cognac. Maar het blijde gebruik van wijn ken ik niet. Toen Vera van Veenendaal mij vertelde dat Herbert tegen haar had gezegd… tot nu toe was ik alleen met Petrus getrouwd… ontging mij daarvan de betekenis. Ik wist niet dat in wijnkringen wordt gezegd… met een bordeaux is men getrouwd. Toen ik in het testament van Herbert van Harrecoven las… aan Petrus Blankenberg vermaak ik mijn voorraad Petrussen omdat hij die als kenner op waarde weet te schatten… heb ik de kern daarvan niet bevat. Evenmin heb ik in het begin de nodige aandacht besteed aan het feit dat zowel bij Herbert van Harrecoven als bij Petrus Blankenberg een plaat van de blijde Bacchus hing.’
Fred Prins zwaaide afwerend.
’Staak je jeremiades. Vertel ons liever hoe Francois ertoe is gekomen om drie moorden te plegen.’
De Cock knikte.
’Francois heeft Vledder en mij in het begin bewust in een verkeerde richting gestuurd. Hij loog. Hij had wel degelijk een sleutel van het huis van zijn oudoom Herbert. Hij was dikwijls bij zijn oudoom in huis. Vaak acteerde hij voor zijn oudoom als butler. Francois was een gokker, die dikwijls in casino’s was te vinden. Op een dag ontdekte hij de waarde van de schitterende partij Château Petrus-wijnen, die in de enorme kelder onder het huis van oom Herbert lag opgeslagen.
Vermoedelijk is die kelder heel vroeger gebruikt voor de opslag van vaten bier. De Brouwersgracht dankt haar naam aan de vele bierbrouwerijen die daar eens waren gevestigd. Na een verbouwing van het huis was die kelder alleen nog via een luik in het portaal te bereiken. Oom Herbert kwam nooit in die kelder. Francois zorgde ervoor dat zijn oudoom Herbert altijd voldoende flessen wijn boven in zijn kamer in voorraad had. Wanneer oudoom Herbert ’s avonds naar een concert of schouwburg ging, sleepte Francois enige kisten uit de kelder en verkocht die. Toen oudoom Herbert zijn testament maakte, was de enorme voorraad Château Petrus-wijnen bijna geheel verdwenen. In een afschrift van het testament las Francois dat de voorraad Petrussen aan Petrus Blankenberg was vermaakt. Die Petrus Blankenberg kende hij niet persoonlijk. Hij had zijn adres, maar hij had hem nog nooit ontmoet. Francois wist ook niet dat Petrus Blankenberg een wijnkoper was en een groot gedeelte van de voorraad Château Petrus aan zijn oom Herbert van Harrecoven had geleverd. Van de andere neven wist Francois, middels zijn oudoom, dat Ferdinand zijn geld verdiende met zwendelen en dat Felix in wapens handelde.’
Adelheid van Buuren glimlachte.
’Was dat de prelude?’
De Cock knikte.
’Francois kwam in een stroomversnelling toen oudoom Herbert callgirl Vera van Veenendaal leerde kennen en na enige tijd openbaar maakte met haar in het huwelijk te willen treden… een huwelijk in gemeenschap van goederen. Francois zag zijn toekomstbeeld in weelde verloren gaan… een huwelijk op die basis betekende ongetwijfeld het einde van zijn erfdeel, tenzij, tenzij hij resoluut ingreep. Dat huwelijk, zo overdacht hij, mocht nooit plaatsvinden.’
Vledder knikte begrijpend.
’Francois besloot zijn oudoom Herbert te vermoorden.’
’Inderdaad.’
’Hij ging op zoek naar Felix van Harrecoven aan de Kromme Waal en vertelde hem dat hij zich ernstig bedreigd voelde en vroeg of Felix hem een vuurwapen kon leveren.’
Appie Keizer grinnikte.
’Dat kon neef Felix.’
De Cock knikte.
’Felix verkocht hem een pistool… een 9 mm FM met de daarbij behorende munitie.
Francois begreep dat na de dood van oom Herbert Petrus Blankenberg zijn Petrussen zou opeisen. Hij bedacht toen een list. Hij kocht in het zuiden des lands bij diverse handelaren in heiligenbeelden een aantal gipsen beeldjes van de heilige apostel Petrus. Vervolgens schoot hij zijn oudoom Herbert van dichtbij neer en presenteerde aan ons de beeldjes als de verzameling Petrussen bedoeld in het testament van zijn oudoom.’ Vledder trok een grijns.
’Dat hebben wij aanvankelijk geloofd.’
De Cock zuchtte.
’We hadden geen andere keus. Toen ik Petrus Blankenberg de morgen na de moord op oom Herbert in het huis aan de Brouwersgracht ontmoette, vroeg hij mij of zijn Petrussen er nog waren. Ik beaamde dat en wees naar de eerste etage. Petrus Blankenberg keek mij vreemd aan… begrijpelijk, want de Petrus-wijnen behoorden in de kelder. Toen ik hem daarna op de eerste etage de beeldjes van de apostel Petrus liet zien, schrok hij zichtbaar, maar hij zei niets.’
Fred Prins keek hem niet-begrijpend aan.
’Waarom?’
De Cock grijnsde.
’Petrus Blankenberg had andere plannen. Hij begreep dat Francois, die hem van de dood van oom Herbert had bericht, aansprakelijk was voor de verwisseling. Hij nam contact op met de andere neven en toen hij van Felix vernam dat Francois bij hem een vuurwapen had gekocht, was hij ervan overtuigd dat Francois niet alleen verantwoordelijk was voor de verwisseling, maar ook dat hij oom Herbert had vermoord. Op een avond toen zijn vrouw met haar vriendin naar de schouwburg was, ontbood hij Francois aan zijn huis op de Keizersgracht.’
De Cock nam een slok van zijn cognac.
’Francois bekende zonder enige schroom dat hij oom Herbert had vermoord. Hij stelde dat de neven hem daarvoor in feite dankbaar dienden te zijn. Hij had voor hen de erfenis veiliggesteld. Petrus Blankenberg ging aan die opvatting voorbij. In overleg met de andere neven stelde hij Francois een ultimatum… of Francois deed afstand van zijn erfdeel… of hij, Petrus Blankenberg, ging naar rechercheur De Cock aan de Warmoesstraat en gaf volledige opening van zaken.’
Adelheid van Buuren sprong op.
’Gemeen.’
De Cock lachte om haar reactie.
’Francois,’ ging hij verder, ’ontstak in woede en schoot Petrus Blankenberg een kogel door zijn hart.’
De oude rechercheur spreidde zijn handen.
’Men zou toch verwachten dat na het bekend worden van de moord op Petrus Blankenberg de andere neven naar de politie zouden stappen?’
Hij schudde zijn hoofd.
’Dat deden ze niet. Toen Ferdinand na informatie bij de notaris vernam dat Francois nog steeds geen afstand van zijn erfdeel had gedaan, stuurde hij Big Pete naar een café aan de Haarlemmerstraat en liet Francois bij zich komen.’
Fred Prins knikte begrijpend.
’Er ontstond ruzie tussen die twee en Francois pleegde zijn derde moord.’
’Inderdaad.’
Vledder keek De Cock verwonderd aan.
’Hoe… eh, hoe weet jij dit alles?’ vroeg hij gespannen. De Cock maakte een verontschuldigend gebaar.
’Felix… Felix van Harrecoven. Hij kreeg het benauwd. Terwijl jij op Westgaarde de sectie op het lijk van Ferdinand van Harrecoven bijwoonde, kwam Felix naar de kit en zei mij dat hij wist wie de moorden had gepleegd. Hij wilde alles opbiechten… als hij straffeloosheid kreeg voor zijn eigen aandeel in de affaire. Die straffeloosheid kon ik hem niet garanderen.’ Vledder glimlachte.
’Noodgedwongen nam je contact op met justitie.’
De Cock knikte.
’Meester Van Overwhere kwam persoonlijk naar de kit, hoorde mijn verhaal aan en gelastte de arrestatie van Felix van Harrecoven. Ook wilde hij het vervolg van mijn onderzoek van nabij mee maken.’
De oude rechercheur zuchtte.
’Ik was des duivels. Toen meester Van Overwhere was vertrokken, heb ik op Felix ingesproken. Al mijn overtuigingskracht heb ik gebruikt. Gelukkig met succes.’
Vledder gebaarde.
’Zijn enige aandeel was het leveren van dat pistool.’ De Cock knikte.
’Maar op verboden wapenhandel staat tegenwoordig al acht jaar gevangenisstraf.’
’Die zal hij toch niet krijgen?’
’Ik hoop van niet.’
’Het verhoor van Francois verliep soepel?’
De Cock knikte.
’De verdere bijzonderheden die ik jullie heb verteld, zijn van hem.’
Appie Keizer zwaaide.
’Hoe lokte je Francois naar de Kromme Waal?’
De Cock glimlachte.
’Ik stelde een tekst op en liet Felix vanuit de Kit met die tekst naar Francois bellen.’
’Wat voor tekst?’
De Cock spreidde zijn handen.
’Niets bijzonders. Felix nodigde Francois uit naar de Kromme Waal te komen om over de afwikkeling van de erfenis te onderhandelen.’
’Je was ervan overtuigd dat hij zou komen?’
’Absoluut. Francois moest wel. Felix van Harrecoven was nog de enige man die wist dat hij de moorden had gepleegd.’ De grijze speurder liet zich in zijn fauteuil terugzakken en zweeg.’
Adelheid van Buuren stond op, boog zich over hem heen en fluisterde hem iets in het oor. Daarna ging ze weer naast Vledder zitten.
Het gesprek werd algemener. De moordende Francois raakte wat naar de achtergrond. Mevrouw De Cock spoedde zich naar de keuken en kwam terug met schalen vol lekkernijen. De Cock schonk nog eens in.
Het was al vrij laat toen alle gasten waren vertrokken. Mevrouw De Cock trok een poef bij en ging aan de voeten van haar man zitten.
’Ik vind toch dat je het geweldig goed gedaan hebt,’ sprak ze liefjes. ’Ik begrijp alleen nog weinig van dat verbroken ruitje in de keuken van het huis van oom Herbert. Daar heb je niets over gezegd.’
De Cock glimlachte.
’Het was een fout van Francois. Hij wilde doen voorkomen dat oom Herbert door een inbreker was neergeschoten. Daarom schoof hij de grendels terug en zette de deur open. Later besefte hij dat die enscenering niet klopte. Zo konden de grendels alleen vanaf de binnenzijde worden opengeschoven. In de nacht ging hij terug en sloeg een ruitje in.’
Mevrouw De Cock knikte begrijpend.
’Op die manier was het wel mogelijk om de grendels, komende van buiten, terug te schuiven.’
’Precies.’
’Waar zijn die twee beeldjes gebleven die jij aan Petrus Blankenberg had meegegeven?’
’Ik denk dat hij die uit woede in de gracht heeft gegooid.’ Mevrouw De Cock grinnikte, daarna boog ze zich iets naar haar man toe.
’Wat fluisterde Adelheid van Buuren in jouw oor.’
’Nieuwsgierig?’
’Ja.’
De Cock glimlachte.
’Op de tafel bij de dode Herbert van Harrecoven stond een fles wijn met twee glazen. Ik zag die attributen alleen als een mogelijkheid om vingerafdrukken van de dader te krijgen. Verder heb ik er niet op gelet.’
’Adelheid wel?’
De Cock knikte traag.
’Adelheid van Buuren wilde mij voor de anderen niet blameren. Daarom fluisterde zij zachtjes in mijn oor.’
’Wat?’
De Cock bracht zijn handen voor zijn gezicht.
’De fles op de tafel bij de dode oom Herbert was een Château Petrus.’