8

Vledder keek geamuseerd naar hem op.

’Was het weer zover?’

De Cock knikte traag. Met een grijns op zijn gezicht liet hij zich in de stoel achter zijn bureau zakken.

’Meester Van Soedelen,’ imiteerde hij de geaffecteerde toon van commissaris Buitendam, ’een oud-officier van justitie, zou het zeer op prijs stellen als hij periodiek over onze vorderingen inzake de moord op Herbert van Harrecoven werd ingelicht.’ Vledder keek hem verbaasd aan.

’Wie is meester Van Soedelen?’

De Cock trok zijn schouders op.

’Geen idee. Ik kan mij niet herinneren dat ik die naam ooit eerder heb gehoord. Maar Buitendam noemde hem een sieraad van justitie.’

Vledder grinnikte.

’Hebben ze sieraden bij justitie?’

’Ik ben ze nog nooit tegengekomen.’

’En waarom moet die man worden ingelicht?’

De Cock plukte aan zijn neus.

’Dat vroeg ik ook. Het schijnt dat die meester Van Soedelen Herbert van Harrecoven goed heeft gekend. Ze waren min of meer bevriend.’

Vledder stak zijn handen omhoog.

’Dan is hij beslist de man die Herbert van Harrecoven inlichtte over de criminele gedragingen van zijn neven.’

De Cock gniffelde.

’Toen ik dat tegen hem zei, werd de commissaris woedend. Zoiets past niet in zijn beperkte denkwereldje. In de ogen van Buitendam zijn alle officieren van justitie pure heiligen met boven hun eerbiedwaardige hoofd een fel lichtend aureool van onschendbaarheid.’

Vledder lachte hartelijk.

’Smalle Lowietje heeft gelijk. Soms kan jij van die prachtige dingen zeggen.’

De Cock bromde.

’Ik dacht dat Buitendam plofte. Echt. Voor de zoveelste keer werd ik zijn kamer afgestuurd.’

Vledder stak waarschuwend zijn wijsvinger omhoog. ’Je moet toch voorzichtiger worden,’ sprak hij vermanend. ’Er komt nog eens een moment dat je te ver gaat en hij jou overplaatst.’

De Cock schudde zijn hoofd.

’Dat durft hij niet. Wie moet dan in de Warmoesstraat de moorden oplossen?’

Vledder antwoordde niet. Hij liet het onderwerp rusten. De jonge rechercheur boog zich iets naar voren.

’Terwijl jij bij Buitendam was, werd ik gebeld door Ferdinand van Harrecoven. Hij vroeg of er iets met Petrus Blankenberg was gebeurd.’

’Wat?’

Vledder knikte.

’Hij had gisteravond, nadat hij bij ons was geweest, diverse malen geprobeerd om Petrus Blankenberg aan de lijn te krijgen, maar de telefoon werd niet opgenomen. Vanmorgen heeft hij het opnieuw geprobeerd. Weer zonder resultaat. Dat vond hij vreemd. En gezien de gewelddadige dood van oom Herbert, maakte Ferdinand zich zorgen. Hij vroeg of wij eens een kijkje wilde gaan nemen in de woning van Petrus Blankenberg aan de Keizersgracht.’

De Cock fronste zijn wenkbrauwen.

’Wat heb je gezegd?’

Vledder maakte een verontschuldigend gebaar.

’De waarheid… dat wij gisteravond Petrus Blankenberg in zijn woning dood hebben aangetroffen. Vermoord… met een schot door zijn hart.’

’Hoe reageerde hij?’

Vledder zuchtte.

’Hij beschuldigde zijn neef Felix. Pak die vent op, riep hij, voor er meer doden vallen.’

’Dat kan niet,’ reageerde De Cock somber. ’We hebben niets tegen Felix van Harrecoven. Zijn straf voor verboden wapenbezit heeft hij uitgezeten. Wij hebben zijn vingerafdrukken in de collectie. Ik heb gisteren aan Ben Kreuger uitgelegd hoe de zaak zat en dat hij in het bijzonder op de sporen van de twee neven moest letten. Als de dactyloscoop iets had gevonden, hadden we allang bericht gehad.’

Vledder keek hem peinzend aan.

’Waar Felix ten tijde van de moord op Petrus Blankenberg was, weten we niet. Ferdinand was gisteravond bij ons aan de Warmoesstraat.’

De Cock keek zijn jonge collega onderzoekend aan. ’Zijn alibi?’

In zijn stem trilde twijfel.

’Hij zat al een tijdje boven op de bank te wachten voor wij kwamen,’ zei Vledder.

’Volgens de wachtcommandant meldde Ferdinand van Harrecoven zich om tien uur aan de balie. Dokter Den Koninghe dacht dat de dood van Petrus Blankenberg ongeveer drie uur tevoren was ingetreden. Vermoedelijk nog iets langer. Zeker niet korter. Daarin was de lijkschouwer zeer beslist. Op het moment dat dokter Den Koninghe zijn schatting deed, was het twaalf uur.’ Vledder gebaarde.

’Dan moet Petrus Blankenberg zo rond de klok van negen uur zijn gedood.’

De Cock knikte instemmend.

’Ferdinand van Harrecoven heeft geen alibi… niet bij ons. Het is zeker niet ondenkbaar dat hij na zijn aanslag op Petrus Blankenberg snel naar de Warmoesstraat is gekomen om bij ons de indruk te wekken dat hij onmogelijk de moord kan hebben gepleegd. Dat telefoontje van hem vanmorgen laat bij mij toch een vreemde smaak na.’

Vledder keek hem schattend aan.

’Jij neemt zijn beschuldigingen aan het adres van Felix niet serieus?’

De Cock was even stil.

’Ferdinand van Harrecoven,’ sprak hij na een poosje, ’is een uiterst sluwe man met veel criminele ervaring. Het feit dat hij zo pertinent naar zijn neef Felix wijst, geeft te denken. Het is mij te nadrukkelijk.’

Vledder gebaarde.

’We moeten neef Felix toch eens benaderen. Hij is van de mensen die tot nog toe een rol spelen in deze affaire, de meest gewelddadige.’

’Absoluut.’

Er werd op de deur van de recherchekamer geklopt en Vledder riep: ’Binnen!’

De deur klapte met veel lawaai open. Brutaal, licht heupwiegend, stapte ze de grote recherchekamer binnen… een kapitale vrouw, groots, indrukwekkend, in de absolute rijpheid van haar zoete jaren. Haar lange koperblonde haren golfden als een gouden stroom over haar heerlijke schouders. Ze was niet echt dik, veeleer prikkelend mollig, met een verrukkelijke volheid in pure harmonische proporties. Een ronduit tintelende vrouw, die Rubens, wanneer hij nog had geleefd, geestdriftig naar zijn atelier had gesleept om haar gloedvol in gulle okers te vereeuwigen. Toen ze bij zijn bureau stopte, keek De Cock omhoog en hield zijn adem in.

’Bent u De Cock?’

Haar schorre stem waaierde over hem heen.

De oude rechercheur knikte, maar was niet bij machte om zoals gebruikelijk aan te geven hoe zijn naam exact moest worden gespeld. In zijn lange loopbaan bij de recherche hadden vele mooie vrouwen zijn pad gekruist, maar dit wezen was van een dermate verpletterende vrouwelijkheid dat zijn keel weigerde geluid te geven.

’Behandelt u de moord op die oude geilaard?’

De Cock kreeg zijn stem terug. Hij gebaarde naar de stoel naast zijn bureau.

’Neemt u plaats.’

Het klonk nog wat benepen.

Ze ging zitten, schoof haar stoel nog wat dichter naar zijn bureau, zodat hem een nauwelijks belemmerde blik werd gegund op de volle omvang van haar boezem.

De Cock keek haar vragend aan.

’Wie… eh, wie is die oude geilaard?’

Ze zwaaide.

’Die dode man van de Brouwersgracht.’

Om de resten van haar betovering weg te drukken, nam De Cock een kleine pauze en ademde diep.

’De heer Herbert van Harrecoven?’

Ze trok haar schouders op.

’Ik weet niet precies hoe dat mannetje heette. Hij was aanvankelijk een klantje van Vera. Na haar eerste bezoek vroeg hij bij het bureau steeds weer naar haar.’

De Cock keek haar onbeschroomd aan.

’Wie bent u?’

’Caroline… Caroline de Graaf.’

De grijze speurder lachte beminnelijk.

’Vanwaar uw belangstelling voor de moord op die Herbert van Harrecoven?’

Caroline de Graaf gebaarde achteloos.

’Vera… Vera van Veenendaal is mijn vriendin.’

’Sinds wanneer?’

Caroline glimlachte.

’Sinds enkele jaren. Vanaf het moment dat wij beiden voor hetzelfde escortbureau gingen werken.’

De Cock grijnsde

’Als callgirl… happy hooker.’

Caroline keek hem gegriefd aan. De toon van de oude rechercheur beviel haar niet.

’Heb je daar bezwaar tegen?’

De Cock schudde gniffelend zijn hoofd.

’In geen enkel opzicht. Het staat wel niet als een eerzaam beroep te boek, maar hier aan de Warmoesstraat ben ik wel wat gewend.’

Caroline lachte blij.

’Vera en ik werden meestal op de wat oudere mannen afgestuurd. Gelukkig. Dan heb je vaak wel wat langer werk, maar die oudjes zijn niet zo gewelddadig. Dat scheelt. Ze hebben ook minder gekke ideeën in het hoofd.’

De Cock trok zijn wenkbrauwen op.

’Waarom noemde u de keurige heer Van Harrecoven die oude geilaard?’

Caroline keek hem niet-begrijpend aan.

’Dat was hij toch?’ riep ze hogelijk verbaasd. ’Vind jij niet?’ Die oude man liep tegen de zeventig. Dan begin je toch niet meer met pillen aan een veel jongere vrouw? Op die leeftijd wordt het langzaam tijd om je zonden te gaan overdenken.’ De Cock glimlachte achter zijn hand.

’Sprak Vera van Veenendaal ook over die oude geilaard wanneer ze de heer Van Harrecoven bedoelde?’

Caroline de Graaf glimlachte.

’Eerst wel… later niet meer.’

’Ze zou met hem trouwen.’

Caroline knikte met een ernstig gezicht.

’Het werd zijn dood.’

De Cock keek haar hoofdschuddend aan.

’Dat… eh, dat bevat ik even niet. Het huwelijk met Vera van Veenendaal werd zijn dood?’

Caroline maakte een afwerend gebaar.

’Niet het huwelijk zelf… maar het plan van Vera om met die man te trouwen.’

De Cock leunde in zijn stoel achterover.

’Beste meid,’ verzuchtte hij, ’ik zit hier niet om raadseltjes op te lossen.’

’Raadseltjes?’

’Ja.’

Caroline reageerde misprijzend.

’De Cock… mensen in de buurt zeggen dat jij zo’n goede rechercheur bent. Daar ga ik toch aan twijfelen. Dat je dat niet snapt!’ Ze spreidde haar mollige armen.

’Kijk,’ ging ze verder. ’Vera heeft al jaren een gozertje aan de hand. Je kent dat wel. Branie… een blaffer tussen zijn broeksriem… loopt in mooie pakken… rijdt in een knap autootje… pikt op tijd zijn bezoekjes aan de bioscoop… maar kan niks… begrijp je… geen verstand… en zijn handen staan verkeerd.’ De Cock knikte traag.

’Vera onderhoudt hem… van haar royale verdiensten als callgirl.’ Caroline keek hem aan. Er brak een glimlach bij haar door. ’Je wordt wakker,’ riep ze opgelucht. ’Het is wel niet een compleet pooiertje, maar het komt toch heel dicht in de buurt.’ Ze verschoof iets op haar stoel.

’Kijk, zo’n jongen laat zich niet door zo’n oude vent de kaas van zijn brood nemen… als je begrijpt wat ik bedoel. Dat pikt hij niet. Toen Bennie in de gaten…’

De Cock hield zijn hoofd schuin en onderbrak haar. ’Bennie?’

Caroline pauzeerde even.

’Bennie,’ ging ze verder, ’Bennie van Galen. Toen die in de gaten kreeg dat Vera van Veenendaal wat voor die oude vent ging voelen en chic uitgedost met hem uitging… schouwburgen en concerten bezocht… werd hij achterdochtig. Zeker toen ze bij ons haar baantje als callgirl opgaf. Het was heibel in de tent. Niet gering. Het gozertje ging helemaal door het lint. In mijn bijzijn bezwoer Bennie van Galen haar, dat hij die vieze oude vent zou omleggen als zij nog langer met hem omging.’ Ze spreidde haar mollige armen.

’Duidelijke taal, niet waar? Maar Vera zette door. Ze ging zelfs met die oude in ondertrouw.’ Ze zuchtte diep. ’Toen kon je erop wachten.’

De Cock keek Caroline secondenlang aan.

’Dus Bennie van Galen,’ vatte hij samen, ’vermoordde die oude geilaard.’

’Zo is het.’

’Hij deed dat voor Vera van Veenendaal met hem in het huwelijk kon treden.’

’Precies.’

’Hoe wist jij van die moord op de Brouwersgracht?’ ’Uit de krant.’

De Cock grinnikte.

’Tien regels op pagina zes rechts onderaan.’

Caroline maakte een schouderbeweging.

’Het viel mij direct op. Ik ben wel eens met Vera meegereden toen ze die oude vent nog als callgirl bezocht.’

De Cock maakte een hulpeloos gebaar.

’Wij hebben gistermorgen uitgebreid met Vera van Veenendaal gesproken. Openhartig, dachten wij. Ze heeft ons niets van haar connecties met ene Bennie van Galen verteld.’ Caroline de Graaf grijnsde breed.

’Ze kijkt wel uit.’

’Hoezo?’

’Vera heeft twee jonge kinderen en die kunnen hun moeder nog niet missen.’

De Cock streek met zijn vlakke hand over zijn breed gezicht. ’Wie weet dat jij hier aan de Warmoesstraat bent?’ ’Niemand.’

’Ook Vera niet?’

Caroline schudde haar hoofd.

’Ook Vera niet.’

De Cock keek haar strak aan.

’Waarom vertel jij mij dit verhaal?’

Caroline gebaarde heftig.

’Omdat ik dat gozertje niet mag… omdat ik niet wil dat hij zomaar met een moord wegloopt.’

De Cock nam weer een kleine pauze.

’Ben je… eh,’ formuleerde hij voorzichtig. ’Ben jij bereid om dit verhaal onder ede te bevestigen?’

Caroline knikte bedaard.

’Dat ben ik. En als jij Vera van Veenendaal zover kan krijgen dat ze jou alles eerlijk opbiecht, dan kunnen jullie dat gozertje een tijdje van de vlakte halen.’

Vledder trok een ernstig gezicht.

’Gaan we hem halen?’

De Cock fronste zijn wenkbrauwen.

’Alleen op basis van het verhaal van Caroline de Graaf?’ ’Ja.’

De oude rechercheur schudde zijn hoofd.

’Dat is mij te gering.’

Vledder klapte met zijn volle vuist op een notitie voor zich op zijn bureau.

’Ik heb hem opgevraagd,’ reageerde hij heftig. ’Bernardus Antonius van Galen pleegde achttien jaar geleden al eens een moord hier in de stad. Hij was toen een jochie van twaalf. Hij schoot een bewaker neer die hem bij een inbraak in een fabriek betrapte. De man stierf een paar dagen later aan zijn verwondingen.’ ’Ik wil eerst het verhaal van Vera van Veenendaal.’ Vledder schudde zijn hoofd.

’Zolang die Bennie van Galen op vrije voeten is, houdt zij haar mond. Bennie is een gevaarlijk mannetje. Je hebt gehoord wat Caroline de Graaf over Vera zei: haar jonge kinderen kunnen nog geen moeder missen.’

De Cock zuchtte.

’Ik houd met alles rekening,’ sprak hij ernstig. ’Ik zou ook niet graag willen dat Vera van Veenendaal iets overkwam, maar voor een overhaaste arrestatie zonder een betrouwbare basis voel ik niets.’

Vledder grijnsde.

’Vertrouw jij het verhaal van Caroline de Graaf niet?’ De Cock knikte.

’Ik heb daar geen valse tonen in gehoord.’

’Wat houdt je dan tegen?’

’Een moord.’

Vledder keek hem verrast aan.

’Een moord?’

De Cock knikte opnieuw.

’De moord op Petrus Blankenberg. Je moet toegeven… de moord op Herbert van Harrecoven en Petrus Blankenberg lijken qua modus operandi op elkaar als twee druppels water. Dezelfde werkwijze.’

De oude rechercheur gebaarde voor zich uit.

’Voor de moord op die oude geilaard heeft Bennie van Galen in zijn optiek een redelijk motief. Maar vertel mij… wat is zijn motief voor de moord op Petrus Blankenberg?’

Загрузка...