De Cock leunde achterover in zijn stoel en keek hoe Vledder met hangende schouders en een gezicht van oude lappen de grote recherchekamer binnenkwam. Met slepende tred kwam hij naderbij, wenkte een groet en liet zich in zijn bureaustoel zakken.
De Cock keek hem gniffelend aan.
‘Burn-out? Het lijkt alsof je een loodzware werkdag achter de rug hebt.’
Vledder gromde.
‘Dat klopt. Loodzwaar.’
De oude rechercheur boog zich iets naar voren.
‘Hoe was de sectie?’
Vledder blies met bolle wangen.
‘Een verschrikking,’ verzuchtte hij. ‘De volgende keer ga jij maar weer eens een gerechtelijke sectie bijwonen. Dokter Rusteloos kwam meer dan een uur te laat en had een humeur om op te schieten. Hij had even voorbij Rotterdam een uur lang in de file gestaan.’
De Cock keek hem schuins aan
‘Dat had zijn humeur aangetast?’
‘Duidelijk.’
De Cock wees naar de computer op het bureau van Vledder.
‘Is dat proces-verbaal van onze bevindingen in Bussum nog naar de politie van Gooi en Vechtstreek gegaan?’
De jonge rechercheur knikte.
‘Dat heeft nogal wat voeten in de aarde gehad.’
‘Hoezo?’
‘De brigadier van de radio- en motordienst wilde voor het vervoer van dat proces-verbaal van ons geen motorrijder afstaan.’
‘En toen?’
Vledder zuchtte.
‘Ik heb commissaris Buitendam ingeschakeld. Noodgedwongen. Die heeft de bewuste brigadier gelukkig tot andere gedachten gebracht. Ik was nu wel verplicht om Buitendam te vertellen waarom wij gisteravond bij die Van Breukelen in Bussum waren.’
‘En?’
‘Hij had geen commentaar. Hij vroeg ook niet hoe ons onderzoek naar de dood van Petrus van Wijngaarden verliep. Blijkbaar geen belangstelling.’
De Cock grinnikte.
‘Dat kon je verwachten.’ Hij dacht even na. ‘Heb je dokter Rusteloos nog gevraagd om bij het lichaam van Petrus van Wijngaarden de metingen van in- en uitschot te doen?’
Vledder knikte.
‘Dat ging ook niet van harte. Rusteloos kwam wel tot een opmerkelijke conclusie.’
‘Welke?’
‘De schutter moet bijna op zijn knieën hebben gezeten toen hij de trekker overhaalde.’
De Cock kneep zijn ogen bijna dicht.
‘Op zijn knieën?’ vroeg hij verrast.
Vledder knikte opnieuw.
‘De exacte afstanden tussen de voetzolen van het slachtoffer en het in- en uitschot komen in zijn sectierapport. Hij was zo knorrig dat ik er niet om durfde vragen.’
De Cock glimlachte.
‘Ik bel hem morgenochtend wel even. Na een goede nachtrust is hij in de regel wel wat vriendelijker.’
De oude rechercheur nam een kleine pauze.
‘Zijn conclusie,’ ging hij verder, ‘is wel opmerkelijk. Dat heb ik nog nooit eerder meegemaakt. Welke moordenaar benadert zijn slachtoffer op zijn knieën?’
Vledder gebaarde voor zich uit.
‘Ik heb goed gekeken hoe de dokter met een lange buigzame sonde de baan van het schot door het lichaam van het slachtoffer aftastte. Die baan liep van ongeveer het punt van het hart schuin omhoog naar de rug. De sonde bleef verder twee keer in het lichaam steken.’
De Cock knikte begrijpend.
‘Geen uitschot. Heeft dokter Rusteloos jou de kogel meegegeven die in het lichaam is blijven steken?’
‘Ja.’
‘Wat heb je er mee gedaan?’
‘Ik heb hem met de uitschotkogels die wij ter plekke vonden naar onze deskundigen aan het hoofdbureau gebracht.’
De Cock knikte.
‘Heel goed.’ De grijze speurder schudde even vertwijfeld zijn hoofd. ‘Ongelofelijk… een moordenaar op zijn knieën voor zijn slachtoffer. Het is een bezopen idee.’
De oude rechercheur zweeg even. Vledder zag hem nadenken.
‘Neem morgen even contact op,’ ging hij verder, ‘met onze collega’s van Gooi en Vechtstreek en vraag of bij de beschieting van Herman van Breukelen een uitschot heeft plaatsgevonden.’
Vledder leek geschokt.
‘Daar hebben wij niet naar gekeken.’
De Cock glimlachte.
‘Wij werden door mevrouw Van Breukelen verrast. Ik durfde het onderzoek daarna niet voort te zetten.’
Vledder reageerde wat verward.
‘Waarom feitelijk niet? We hadden toch even op zijn rug kunnen kijken. We weten nu niet eens door hoeveel kogels hij is geraakt.’
De Cock grinnikte.
‘Ik paste ervoor om in haar bijzijn verdere handelingen van onderzoek te doen.’
‘Waarom?’
‘Wanneer mevrouw Van Breukelen — wellicht in haar onnozelheid — later aan de rechercheurs van politie Gooi en Vechtstreek meldt welke opsporingshandelingen wij daar hadden verricht, dan had dat tussen de korpsen beslist een heftige tumult veroorzaakt.’
Vledder snoof.
‘Ik snap het. Incompetentie. We waren ter plekke niet bevoegd tot handelen of oordelen.’
‘Precies.’
Vledder gebaarde.
‘Als er ook bij Herman van Breukelen een uitschot heeft plaatsgevonden? Wat dan?’
De Cock wees naar de telefoon.
‘Geef onze collega’s uit het Gooi dan de hint dat zij door de patholoog-anatoom bij de gerechtelijke sectie van het slachtoffer het verschil tussen in- en uitschot laten opmeten. Dat zullen zij vermoedelijk uit eigener beweging niet laten doen.’
Vledder keek hem peinzend aan.
‘Verwacht je daar wat van?’
De Cock knikte.
‘Petrus van Wijngaarden stond rechtop toen hij door kogels uit een revolver werd geraakt. Herman van Breukelen zat in zijn bureaustoel, dus een stuk lager. Normaliter, wanneer de dader stond, zou bij Van Breukelen het uitschot lager liggen dan de plek waar de kogel het lichaam binnendrong.’
‘En?’
De Cock grijnsde.
‘Ik zal werkelijk verrast zijn wanneer bij het slachtoffer Van Breukelen zowel het in- als het uitschot op vrijwel dezelfde hoogte ligt.’
‘Waarom verrast?’
‘Begrijp je dat niet?’
Vledder schudde zijn hoofd.
‘Wat betekent dat?’
De oude rechercheur glimlachte.
‘Dat de moordenaar ook bij het beschieten van Herman van Breukelen op zijn knieën zat.’
Vledder grinnikte.
‘Je hebt gelijk… dat is een bezopen idee.’
De jonge rechercheur veranderde van onderwerp.
‘Ben je nog in Schoorl geweest?’
De Cock knikte.
‘Frederik van Beveren kwam mij om twee uur met een grote donkergroene Cadillac halen.’
Vledder fronste zijn wenkbrauwen.
‘Net zo’n wagen als er in Bussum bij de villa van Herman van Breukelen stond?’
De Cock glimlachte.
‘Ik denk dat de leden aan de top van de Stichting Leefgenoten allen met zo’n grote Amerikaanse slee rijden.’
Vledder schudde zijn hoofd.
‘Petrus van Wijngaarden had een rode Peugeot stationwagon 407.’
De Cock snoof.
‘Om pups te vervoeren. Jonge beagles, gefokt voor de vivisectie. We moeten mevrouw Van Wijngaarden nog eens benaderen of haar man ook zo’n donkergroene Cadillac in zijn bezit had.’
De afhangende schouders van Vledder kwamen weer wat omhoog.
‘We komen zo langzamerhand toch verder,’ sprak hij optimistisch. ‘Door de verklaring van Frederik van Beveren hebben we een aardig inzicht in de activiteiten van de Stichting Leefgenoten gekregen.’
De Cock knikte.
‘Maar nog weinig inzicht in het waarom van de beide moorden. Het motief ontgaat mij. Hij lijkt erop dat alle leden van de Stichting het een grandioos idee vonden om Leefgenoten als dekmantel te gebruiken voor een profijtelijke handel in hondjes voor de vivisectie.’
Vledder wuifde.
‘Ben je vanmiddag tijdens de rit met Frederik van Beveren nog iets verder met hem gekomen? Ik bedoel, jij zult hem toch wel onder vuur genomen hebben.’
De Cock schudde zijn hoofd.
Ik heb alleen wat met hem gebabbeld. Ik krijg van hem een lijst met namen van de fokkers van wie de Stichting Leefgenoten de pups afnam.’
‘De opstandige fokkers.’
‘Precies. En Thomas van Uitdam was volgens Van Beveren met vrouw en kinderen op vakantie. Hij wist niet waarheen zij waren vertrokken.’
Vledder spreidde zijn handen.
‘Wat ik vanmorgen tijdens het verhoor van Frederik van Beveren niet helemaal begreep, was het feit dat jij de moord in Bussum, de moord op hun voorzitter, voor hem verzweeg.’
De Cock glimlachte.
‘Ik had er nog geen belang bij om hem die moord op Van Breukelen te melden. Je moet bedenken dat diezelfde Frederik van Beveren net als zijn goede vriend Thomas van Uitdam ook een mogelijke verdachte was… en is. Beiden vormen de enige tegenstelling die wij tot nu in de Stichting Leefgenoten hebben kunnen vinden.’
Vledder knikte begrijpend.
‘Heeft Frederik van Beveren jou in Schoorl nog de plek kunnen wijzen waar ze onder leiding van Petrus van Wijngaarden schietoefeningen deden?’
De Cock knikte.
‘Na een korte wandeling in de duinen hebben we die plek gevonden.’
‘En?’
‘Wat bedoel je?’
‘Leverde het iets op?’
De Cock lachte.
‘Ik heb mijzelf wel iets verweten.’
‘Wat?’
‘Ik had een schep mee moeten nemen.’
‘Waarom?’
‘Van Wijngaarden plaatste zijn lege bierblikjes als doelwit tegen een kleine zandheuvel. Ik heb nu met mijn blote handen in het zand gegraven.’
‘Wat gevonden?’
De Cock graaide in een binnenzak van zijn colbert en diepte daaruit twee doorschijnende plastic zakjes met in elk een kogel. De oude rechercheur grijnsde breed.
‘Negen millimeter… allebei. Verder waren er alleen maar kogels van het kaliber 7.65. Die heb ik niet meegenomen. Ze zijn voor ons niet interessant.’
Vledder knikte begrijpend.
‘Ze komen uit de Sauer-pistolen van de leden van de Stichting Leefgenoten.’
De Cock schoof de plastic zakjes naar Vledder.
‘Negen millimeter is het kaliber van de kogels die Petrus van Wijngaarden velden. Als onze wapendeskundigen kunnen bevestigen dat deze twee kogels uit de duinen bij Schoorl, zijn afgevuurd met hetzelfde wapen als waarmee Van Wijngaarden werd vermoord, dan…?’
Hij maakte zijn zin niet af.
Het gezicht van Vledder klaarde op.
‘Betekent dat,’ vulde hij aan, ‘dat een van de leden van de Stichting Leefgenoten niet met een Sauer-pistool oefende, maar met een revolver.’
De Cock knikte.
‘Heel goed. En dat wij de moordenaar van Petrus van Wijngaarden en vrijwel zeker ook de moordenaar van Herman van Breukelen onder de leden van de Stichting Leefgenoten moeten vinden.’
Vledder streelde de plastic zakjes.
‘Kunnen onze deskundigen gemakkelijk bewijzen dat deze kogels uit hetzelfde wapen komen als dat waarmee Van Wijngaarden werd vermoord?’
De Cock knikte.
‘De loop van elk wapen laat op de afgevuurde kogel sporen na. Die sporen zijn op elke kogel uit dat wapen identiek. Met goede microscopen zijn die identieke sporen op de afgevuurde kogels dus te achterhalen.’
De oude rechercheur lachte vrolijk.
‘Dat heb ik ervan begrepen. Ik ben geen wapendeskundige geworden en mijn opleiding bij de recherche dateert uit de grijze oudheid.’
Vledder gniffelde.
‘Maar je bent blij met de vondst?’
‘Absoluut. Het zou voor mij een geweldige tegenvaller zijn als de kogels niet identiek zijn.’
‘Zag Frederik van Beveren dat je die twee kogels in het zand vond?’
De Cock schudde zijn hoofd.
‘Die kans heb ik hem niet gegeven. Begrijp goed dat ik hem nog steeds als een mogelijke verdachte beschouw.’
De telefoon op het bureau van De Cock rinkelde. Vledder boog zich ver naar voren en nam de hoorn op. Al na enkele seconden legde hij de hoorn op het toestel terug.
‘Wie was dat?’
Vledder grijnsde.
‘Buitendam! Je moet onmiddellijk bij hem komen.’
Commissaris Buitendam strekte zijn rug en legde zijn handen gevouwen voor zich op zijn bureau. Zijn lange slanke gezicht stond ernstig.
‘Ik zal je dit keer niet uitnodigen om te gaan zitten, De Cock,’ sprak hij geaffecteerd. ‘Je doet maar wat je verkiest.’ Hij kuchte een paar maal indrukwekkend.
‘Ik ben benaderd,’ begon hij, ‘door onze officier van justitie, meester Van Everdingen. Hij heeft contact gehad met mevrouw Van Breukelen, de echtgenote van de vermoorde voorzitter van de diervriendelijke Stichting Leefgenoten. Het is haar uitdrukkelijke wens… een wens, waarmee meester Van Everdingen volledig instemt… dat aan de dood van haar man geen ruchtbaarheid wordt gegeven. Ook de politie van district Gooi en Vechtstreek heeft dergelijke instructies gekregen.’
De Cock keek hem verwonderd aan.
‘Waarom?’
Commissaris Buitendam wuifde met een slanke hand.
‘Diervriendelijke stichtingen zijn veelal afhankelijk van giften, donaties van mensen die het doel van zo’n stichting steunen. De moord op een leider van zo’n stichting is negatieve publiciteit en daar is niemand mee gebaat.’
De Cock grinnikte vreugdeloos.
‘Moord is een kapitaal misdrijf. Mogen de burgers niet weten dat ook in die kringen mensen om zeep worden geholpen?’
Buitendam maakte een afwerend gebaar.
‘Ik breng de wens van onze officier van justitie over en die wens hebben wij te respecteren.’
De Cock schudde zijn hoofd.
‘Ik snuffel nu al een paar dagen in de activiteiten van Leefgenoten en trek het diervriendelijke karakter van die stichting ernstig in twijfel. De officier van justitie heeft zich niet volledig laten voorlichten.’
Er kwamen blosjes op de vale wangen van Buitendam.
‘Dat heb jij niet te beoordelen,’ riep hij fel. ‘Onze officier van justitie gaat niet lichtvaardig te werk. Hij beschikt over betrouwbare informanten.’
De Cock snoof.
‘Dan mag hij over die informanten wel eens zijn licht laten schijnen. Misschien vallen hem dan wel een paar duistere kanten op.’
Buitendam wuifde opnieuw. Heftiger.
‘De Cock, ik verbied je dergelijke opmerkingen te maken. Overigens… jouw collega’s van de politie Gooi en Vechtstreek werken voortvarender dan jij. Zij hebben de moord op de voorzitter Van Breukelen al opgelost.’
De Cock keek hem geschrokken aan.
‘Opgelost?’
Zijn stem trilde van ongeloof.
Commissaris Buitendam knikte.
‘Een paar minuten geleden is hun telexbericht uitgekomen. Zij verzoeken de opsporing, aanhouding en voorgeleiding van Thomas van Uitdam als verdacht van de moord op Herman van Breukelen.’
De mond van De Cock viel open. Hij greep met beide handen naar zijn hoofd.
‘Wat een stommiteit!’ riep hij vertwijfeld. ‘Thomas van Uitdam is de dader niet. Die is al een poosje met zijn vrouw en kinderen op vakantie.’
De oude rechercheur keek de commissaris geschrokken aan.
‘Dat telexbericht is met die tekst al naar alle politieposten in ons land gestuurd?’
Buitendam knikte.
‘Absoluut.’
De Cock kneep zijn ogen even dicht.
‘En die Van Everdingen durft mij een wens op te dringen om die moord te verzwijgen terwijl iedereen dat bericht van de telex kan plukken. Het wordt toch hoog tijd dat zo’n officier van justitie — opsporingsambtenaar bij uitnemendheid — eens een poosje bij een simpele rechercheur in dienst gaat om te leren zijn hersens te gebruiken.’ Hij pauzeerde even. ‘En dat geldt ook voor tal van commissarissen van politie.’
Commissaris Buitendam kwam woedend achter zijn bureau vandaan. Zijn ogen vonkten en zijn neusvleugels trilden. Hij strekte zijn hand naar de deur.
‘Eruit!’
De Cock ging.