De Cock had de jonge rechercheurs Vledder, Elberse en Van Brenk uitgenodigd voor een gezellig avondje bij hem thuis. Hij besefte terdege dat de gruwelijke slotscène op het landgoed Blijemeer aan de Amstel niet alle vragen had beantwoord.
Johnny Elberse en Peter van Brenk hadden onmiddellijk, de bewuste nacht reeds, te kennen gegeven dat ze wel eens wilden weten aan wat voor een affaire ze hadden meegewerkt. Het was ook de eerste keer dat ze bij een De Cock-ontknoping waren betrokken.
De grijze speurder zakte onderuit in zijn leren fauteuil. Hij voelde de spanning van de laatste dagen nog in zijn botten natrillen. Het duurde lang dit keer, en het trok maar traag weg. Hij had het ook nu weer geklaard, maar het was wel op het nippertje.
Hij keek naar de jonge mensen om zich heen en vroeg zich af hoelang hij het nog kon doen, hoelang hij lichamelijk en geestelijk nog zoveel weerbaarheid bezat om de immense spanningen van zijn verschrikkelijk beroep te kunnen doorstaan.
Zijn gedachten sprongen naar Smalle Lowietje en een glimlach van vertedering kwam op zijn breed gezicht. De tengere caféhouder had hem die morgen een fles verrukkelijke cognac van zijn eigen voorraad laten bezorgen. Er was in penozekringen blijkbaar het een en ander uitgelekt. Bij de fles was een briefje, waarop in grote hanenpoten: Proost… op de dood van Igor. Het was een wrange grap, maar de grijze speurder begreep precies wat de Smalle hem wilde zeggen. Het was een uiting van dankbaarheid, dat niet hij, maar Igor Stablinsky de dood had gevonden.
De Cock kwam uit zijn fauteuil overeind en pakte Lowietjes fles cognac Napoleon. Met zichtbaar welbehagen vulde hij daaruit diepbolle glazen en reikte die zijn gasten aan.
Mevrouw De Cock kwam uit de keuken met schalen vol lekkernijen. Ze was een culinair genie, dat kon toveren met een oven en een grill. Ze zette de schalen neer en wierp een bewonderende blik op Vledder.
‘Ik heb het hele verhaal gehoord. Je hebt mijn man het leven gered.’
De jonge rechercheur stak zijn vingertoppen omhoog en schonk haar een droevig lachje.
‘Ik geloof dat ik nooit van mijn leven meer een pistool trek. Ik heb blauwe stompjes van het tikken van rapporten en processen-verbaal… moest het schot op Igor Stablinsky beslist dodelijk zijn… waren er geen andere middelen geweest om hem buiten gevecht te stellen… was het leven van rechercheur De Cock werkelijk wel in gevaar?’ Hij schudde vertwijfeld zijn hoofd. ‘Wat denken die lui daar aan de Prinsengracht? Igor Stablinsky was de gevaarlijkste misdadiger die wij de laatste jaren hebben ontmoet. Een man toch, die verantwoordelijk is voor een reeks gruwelijke moorden. En dan, welke kansen had ik, ik moest in een fractie van een seconde beslissen.’
De Cock knikte instemmend.
‘Het was uiteraard mijn fout. Toen Penny kwam aanhollen, had ik niet om moeten kijken. Ik ben Dick dankbaar. Als hij niet had ingegrepen, dan hadden jullie nu aan mijn graf kunnen staan proosten.’ Het klonk cynisch. ‘De wandelstok van tante Isolde was nota bene tot aan het handvat met lood opgevuld.’
Peter van Brenk keek hem verwonderd aan.
‘Met lood… waarom?’
De Cock maakte een triest gebaar.
‘Dat had Willem, de oude tuinman, nog eens voor haar gedaan, omdat ze zich erover beklaagde dat ze als arme invalide vrouw in het grote en onbewaakte huis zo weinig weerbaar was.’ Hij grijnsde. ‘In werkelijkheid had ze toen al het plan uitgedacht om met die stok haar beide neven en haar nicht een voor een uit te roeien.’
Vledder reageerde verbaasd.
‘Was dat haar plan?’
De Cock knikte.
‘Ik heb vanmiddag een paar uur aan haar bed in het Wilhelmina Gasthuis met haar zitten praten. Ze was vrij rustig, bijna gelaten. Ze was ook heel openhartig. Geen enkele terughoudendheid.’
Vledder keek hem gespannen aan.
‘Weet ze dat Igor dood is?’
De Cock sloot even zijn ogen.
‘Het was voor mij een hele opgave om haar dat te vertellen. Tot mijn verbazing reageerde ze nauwelijks. Ik had zelfs het idee dat de mededeling haar opluchtte… dat haar een last ontviel.’
Mevrouw De Cock keek haar man verrast aan.
‘Het was toch haar zoon?’
De grijze speurder plukte aan zijn onderlip. ‘Maar wel een zoon die haar… om het eens deftig te zeggen… weinig vreugde bereidde.’
Er viel een kleine stilte. Een stilte die Vledder niet beviel. ‘Ik begrijp er nog geen moer van,’ sprak hij heftig. ‘Waar was Isolde op uit? En welke rol speelde Igor in het drama?’
De Cock glimlachte.
‘Je bent steeds verkeerd vertrokken. Je bent ervan uitgegaan dat de beide neven Ivo en Izaak en nicht Irmgard het op de erfenis van hun tante Isolde hadden voorzien. Alles wat er op Blijemeer gebeurde, bezag je in dat licht en je trok daardoor verkeerde conclusies. Ik moet je eerlijk zeggen, dat ik de drijfveren aanvankelijk ook niet kon vatten. Pas na het gesprek met oom Immanuel begon ik iets van de ware toedracht te begrijpen.’
Johnny Elberse boog zich iets naar voren. ‘Mag ik even opmerken,’ sprak hij met een zwaar Utrechts accent, ‘dat jullie voor Peter en mij met een soort abracadabra bezig zijn?’
De Cock knikte de jonge rechercheur vriendelijk toe. ‘Je hebt gelijk, Johnny.’ Hij pakte zijn glas en nam een slok van zijn cognac. ‘Ik zal proberen om in het kort de achtergronden te belichten. Zijn er dan nog vragen, dan hoor ik het wel.’ Hij zette zijn glas weer neer en spreidde zijn beide handen.
‘Er was eens…’ Hij stokte plotseling, lachte wrang. ‘Het is geen lieflijk sprookje,’ sprak hij hoofdschuddend. ‘Maar dat zijn sprookjes in de regel niet.’ Hij zuchtte diep.
‘Er was eens,’ begon hij opnieuw, ‘een man, genaamd Izaak van Blijendijk. Hij verschafte zich een vermogen, trouwde en kreeg vier zoons. De oudste noemde hij Ignatius, de tweede Iwert, de derde Immanuel en de vierde zoon… een nakomertje… Ilja. De oude Izaak kocht van zijn geld Blijemeer aan de Amstel omdat hij vond, dat het bij zijn naam paste en toen hij stierf liet hij het landgoed na aan zijn oudste zoon.’
Peter van Brenk glimlachte.
‘Ignatius.’
De Cock keek naar hem op.
‘Precies… en Ignatius trouwde en kreeg een dochter en noemde haar Isolde. En met deze Isolde begon alle ellende. Ze was, wat men tegenwoordig een probleemkind zou noemen. Op achttienjarige leeftijd leerde ze in Amsterdam een Poolse violist kennen. Deze romantische man, Peter Stablinsky, bekoorde haar zo, dat ze huis en haard verliet en met hem door Europa trok. Toen ze zwanger raakte, eiste ze van hem dat hij met haar trouwde. Dat gebeurde in Gdansk, waar ook het kind werd geboren: Igor Stablinsky. Omdat de kleine Igor moeilijk met zijn ouders door heel Europa kon trekken, bleef het kind voornamelijk bij de ouders van Peter Stablinsky in Gdansk. Het huwelijk liep na enige jaren op de klippen. Het werd ergens in Rusland ontbonden en Isolde reisde terug naar Blijemeer.’
Mevrouw De Cock keek op.
‘En het kind?’
‘Dat bleef bij zijn beide grootouders in Gdansk. Isolde heeft nooit enige betrokkenheid met de kleine Igor gevoeld.’
‘Hoe is het mogelijk.’
De Cock glimlachte om de opmerking van zijn vrouw.
‘Intussen was er op Blijemeer iets veranderd,’ ging hij verder. ‘De ouders van Isolde waren overleden en het landgoed was overgegaan op de tweede zoon… Iwert.’
De Cock stak waarschuwend zijn rechterwijsvinger omhoog. ‘En nu moeten jullie even goed opletten. Haar oom Iwert, die het landgoed beheerde, was niet getrouwd. Isolde zei dat ze na de dood van haar ouders aanspraak kon maken op Blijemeer. Dat was ook zo. Haar bijzonder rijke oom Immanuel arrangeerde echter dat beiden op Blijemeer bleven. Om roddels tegen te gaan, besloten Isolde en Iwert te trouwen.’
Johnny Elberse trok zijn wenkbrauwen samen.
‘Ze trouwde dus met haar oom.’
De Cock boog zich naar hem toe.
‘En kreeg daardoor een dubbele status. Ze bleef een nicht van haar rijke oom Immanuel, maar werd tevens tante van haar jonge neven Ivo en Izaak en nicht Irmgard… kinderen van haar jongste oom, Ilja.’
In de ogen van Vledder kwam een blik van begrip.
‘Hier ben ik in de fout gegaan. Net als de kinderen van Ilja. Ivo, Izaak en Irmgard zagen Isolde alleen als tante… de weduwe van hun oom Iwert.’
De Cock knikte hem bemoedigend toe.
‘Juist… net als jij vergaten zij… en wisten ook niet dat Isolde met hen op één lijn stond als het erop aankwam om van hun rijke oom Immanuel te erven.’
Vledder kneep zijn ogen even dicht.
‘Nu begrijp ik het. Als Isolde haar mede-erfgenamen Ivo, Izaak en Irmgard om zeep hielp, bleef ze als enige over om van oom Immanuel te erven.’
De Cock wreef over zijn kin.
‘Dat is het uitgangspunt van alle moorden.’
Vledder gebaarde.
‘Welke rol speelde Igor?’
De Cock schudde zijn hoofd.
‘Aanvankelijk geen enkele rol. Toen zijn vader vrij jong stierf, bleef hij bij zijn grootouders, die hem vertelden dat hij de zoon was van Isolde van Blijendijk uit Nederland, dochter van rijke ouders. Igor, die aanvankelijk alleen Pools en Duits sprak, bekwaamde zich in de Nederlandse taal en toen hij zich sterk genoeg voelde, reisde hij naar Blijemeer en presenteerde zich daar aan zijn moeder. Vanaf die nacht dateren de verlammingsverschijnselen van Isolde van Blijendijk. Ze liet hem zweren nooit bij daglicht naar Blijemeer te komen en betaalde wat zoonlief verlangde. En dat was veel… zoveel, dat Isolde op het landgoed de ene hypotheek na de andere moest nemen om aan zijn grillen te voldoen. Op het laatst kon ze dat niet meer. Hoewel ze zelf uiterst karig leefde, had ze alleen schulden. De enige die dat wist, was Willem, de oude tuinman. Isolde was al jaren niet meer in staat geweest om zijn schamel loon uit te betalen. Maar Willem morde niet. Hij was aan Isolde gehecht en deed alles wat zij wilde. Toen haar financiële nood steeds groter werd, dacht ze aan haar erfdeel van haar rijke oom Immanuel. Voor alles wilde ze Blijemeer behouden en als het kon weer in zijn oude luister herstellen. Ze besefte dat de erfenis van oom Immanuel — wanneer ze die met de anderen moest delen — daarvoor ontoereikend zou zijn.’
Vledder grinnikte. ‘Toen besloot ze om Ivo, Izaak en Irmgard uit de weg te ruimen.’
De Cock knikte.
‘Om dat plan ten uitvoer te brengen, moesten de andere erfgenamen in haar onmiddellijke nabijheid komen. Haar invaliditeit gaf haar geen andere gelegenheid. En ze speelde het listig. Ze begon de politie aan de Van Leijenberghlaan te bestoken met angstverhalen. Ze wenste bescherming. Ze vertelde ook aan de familie dat ze werd bedreigd. Om dat te staven schreef ze dreigbrieven aan haarzelf en liet die door de tuinman in Ouderkerk posten.’
Vledder schoot uit zijn stoel.
‘Wat… ze schreef die zelf?
‘Ja, en de tuinman wist dat. Willem wist zoveel. Hij kende niet alleen haar schuldenlast, maar wist ook dat er tijden waren dat ze zonder rolstoel heel goed voort kon. Isolde besefte het gevaar dat er voor haar in de tuinman school. Als geen ander zou hij haar plannen spoedig doorzien. Hij kende haar achtergronden. Het lag aanvankelijk niet in haar bedoeling om hem te vermoorden. Ze had wat anders in haar hoofd. Ze wilde mij gebruiken om hem van het landgoed te laten verdwijnen en beschuldigde hem van het doden van de ganzen, die ze zelf in de nacht vergiftigde, en het schrijven van de dreigbrieven. Toen ik hem niet arresteerde, werd ze radeloos. De tuinman moest verdwijnen voor ze aan het uitmoorden van de familie kon beginnen. En de nicht en de neven waren al gearriveerd. Op haar alarmerende berichten waren ze naar Blijemeer gekomen. Isolde had niet veel tijd. Op de eerste dag van hun bezoek sloop ze ’s avonds, toen allen al naar bed waren, naar het koetshuis en sloeg de oude man in zijn kamertje met de door hemzelf verzwaarde wandelstok dood.’
Mevrouw De Cock keek haar man aan. ‘Je had hem beter kunnen arresteren.’
De grijze speurder trok zijn schouders op.
‘Ik had het gevoel dat hij onschuldig was. En daarin heb ik achteraf gelijk gekregen. Toch heeft de dood van de tuinman mij erg aangegrepen. De oude man was mij sympathiek en ik bewonderde zijn loyaliteit ten opzichte van Isolde. Intuïtief voelde ik dat er tussen die twee mensen op Blijemeer een pakket van geheimen lag.’
Peter van Brenk wuifde wat ongeduldig.
‘Hoe ging het verder?’
De Cock krabde zich even achter in zijn nek.
‘Er gebeurden een paar dingen die Isolde niet in haar plannen had opgenomen. Tot haar verbijstering zag Igor kans om uit het Huis van Bewaring te vluchten. Ze wist dat hij voor een paar moorden was gearresteerd en achtte hem enkele jaren veilig opgesloten. Igor stelde zich dezelfde nacht nog met haar in verbinding en eiste van haar geld om naar het buitenland te kunnen ontsnappen. Isolde zei hem voor de zoveelste maal dat ze geen geld had en hem niet kon helpen… voordat oom Immanuel was gesneuveld. Maar met dat karwei moest Igor wel wachten tot zij haar taak op Blijemeer had volbracht.’
Vledder knikte begrijpend.
‘Daarom werd Igor in Bussum gesignaleerd en zag oom Immanuel hem rond zijn huis scharrelen.’
De Cock gebaarde in zijn richting.
‘Er gebeurde nog iets onverwachts… neef Izaak, een man met een Van Blijendijk-tik, zocht een moordenaar voor zijn tante Isolde… en stuitte op Igor. Dat was puur toeval. Izaak dacht dat zijn tante rijk was en had van de reputatie van Igor gelezen. Na het telefoongesprek vanuit de woning van Duitse Inge, nam Igor onmiddellijk contact op met zijn moeder Isolde en vertelde welke plannen Izaak had. Isolde nam geen halve maatregelen. Ze wachtte Izaak bij zijn thuiskomst op en sloeg hem zijn hersens in.’
Johnny Elberse grinnikte. ‘Dat was de tweede moord.’
‘En de laatste van Isolde. Igor maakte haar duidelijk dat hij het karwei beter af kon maken. Het was voor hem een zaak van alles of niets. Hij werd toch al voor een paar moorden gezocht… een moord meer of minder maakte hem niets uit. Bovendien beloofde hij Isolde om bij een eventuele arrestatie ook de moorden op de tuinman en Izaak op zijn conto te nemen. Ze droegen toch zijn signatuur. Isolde van Blijendijk ging op het voorstel van haar zoon in. De daaropvolgende nacht liet ze hem binnen…’
Vledder trok een ernstig gezicht.
‘… en Igor sloeg Ivo,’ vulde hij aan.
De Cock pauzeerde even om een slok van zijn cognac te nemen.
‘Tijdens onze dolle nachtelijke rit van Bussum naar Blijemeer,’ vervolgde hij, ‘werd mij alles duidelijk. Voor Ivo was dat te laat, maar ik wist dat het volgende slachtoffer Irmgard zou zijn. Ik nam contact met haar op en legde haar de situatie uit. Na wat aarzelingen beloofde ze haar medewerking te verlenen. Ze nam heimelijk intrek bij haar oudste zoon. Laat in de avond liet ze Vledder en mij via de tuin en de openslaande deuren van de vroegere kamer van Izaak binnen. We hadden een blonde pruik bij ons en een romp en de houten kop van een etalagepop. Irmgard leende ons haar rode peignoir en met enige fantasie plaatsten wij een pseudo-Irmgard in haar kamer en wachtten af…’ De Cock spreidde zijn beide armen. ‘De rest weten jullie.’
Er viel een lange stilte. De gebeurtenissen van de laatste nacht kwamen weer in ieders herinnering.
Mevrouw De Cock keek haar man aan.
‘Wordt Isolde weer beter?’
De grijze speurder knikte.
‘Haar verwondingen vallen erg mee. Een paar inwendige kneuzingen. Meer niet.’
‘En dan?’
De Cock schonk haar een droeve glimlach.
‘Het laatste woord heeft de rechter.’ Hij schonk nog eens in.
Spoedig werd het gesprek algemener, zakten de verschrikkingen van Blijemeer wat op de achtergrond.
Toen laat in de avond de jonge rechercheurs waren vertrokken, zakte De Cock terug in zijn fauteuil. Zijn vrouw schoof een poef bij en keek naar hem op. ‘Was ik je dit keer bijna kwijt.’
Haar man glimlachte.
‘Onkruid vergaat niet.’ Hij nam een eveloppe uit de binnenzak van zijn colbert. ‘Ik heb een brief gekregen.’ Hij trok een blaadje uit de enveloppe en las hardop:
Lieve meneer De Cock,
ik vind het eigenlijk wel jammer, dat het allemaal is afgelopen. Ik vond het best spannend op Blijemeer. Verder hoop ik echt dat u mij nooit uw rug toedraait. En als u dat doet, wees dan niet bang. Ik ben een Van der Molen.
Penny