‘Gewauwel.’
De Cock keek zijn jonge collega verrast aan.
‘Een snelle conclusie,’ reageerde hij lachend.
Vledder knikte.
‘Geloof jij dan een woord van hetgeen die Grietje van der Zee beweert?’
De Cock krabde zich achter in zijn nek.
‘Ik… eh, ik ben toch niet van plan,’ antwoordde hij voorzichtig, ‘om haar verhaal zonder meer als ge-wau-wel af te wijzen. In vele opzichten wijkt het sterk af van hetgeen Lorette de Jong ons schetste. Die verschillen verdienen zeker onze aandacht.’
Vledder negeerde de opmerking. Hij boog zich over een notitie op zijn bureau.
‘Ik heb opgeschreven wat Grietje van der Zee over de relatie tussen Lorette en Charmaine zei: “Lorette de Jong was zo dominant, had zo veel… haast wellustige macht over Charmaine, dat ze niet alleen over haar leven, maar ook over haar dood beschikte.”’
De jonge rechercheur keek op.
‘En dat mag ik geen gewauwel noemen?’
In zijn stem klonk ongeloof.
De Cock trok zijn schouders op.
‘Ik kan het waarheidsgehalte van die bewering moeilijk inschatten. Sommige menselijke verhoudingen hebben vreemde structuren.’
Vledder gebaarde achteloos.
‘Grietje van der Zee is gewoon jaloers omdat Lorette de Jong haar vriendinnetje heeft afgepakt. Dat is het. Als wraak beschuldigt ze haar nu van moord.’
De Cock trok een bedenkelijk gezicht.
‘Wanneer we die beschuldiging praktisch bekijken, dan heeft Lorette de Jong wel degelijk de mogelijkheid gehad om Charmaine om te brengen. Ze kan na haar daad heel koelbloedig naar ons zijn gestapt met een opwindend verhaal over een man met een snor.’
Vledder schudde zijn hoofd.
‘Lorette de Jong kwam nooit op de Wallen,’ reageerde hij kortaf.
De Cock grijnsde.
‘Dat zegt ze. Maar ook dat kan een leugen zijn… zoals ook haar opwindende verhaal over een glurende zwarte man met een snor vanachter een boom… niet op waarheid behoeft te berusten. Het opmerkelijke is, dat Grietje van der Zee met geen woord rept van een griezelige zwarte man met een snor.’
‘Misschien heeft Charmaine met haar nooit over de man met de snor gesproken?’
De Cock schudde zijn hoofd.
‘Dat lijkt mij niet aannemelijk. Als die man Charmaine werkelijk angst inboezemde, zoals Lorette de Jong nadrukkelijk beweert, dan had ze haar angst ook aan Grietje van der Zee kenbaar gemaakt. Al waren ze niet meer bij elkaar… er bestond toch nog altijd een vertrouwensrelatie.’
De oude rechercheur staarde even voor zich uit. Daarna stak hij zijn wijsvinger omhoog.
‘Dan is er nog iets opmerkelijks,’ sprak hij bedachtzaam. ‘We vonden Charmaine niet in haar tenue van prostituee en ze had een bos sleutels in haar hand. Wat is volgens jou de conclusie?’
Vledder zuchtte.
‘Ze stond op het punt haar peeskamertje te verlaten… of ze kwam net in haar peeskamertje terug toen de moordenaar haar overviel.’
De Cock knikte.
‘Heel goed,’ sprak hij bewonderend. ‘Grietje van der Zee vertelde dat Charmaine van Lorette niet naar het flatje in Purmerend mocht komen als ze op een avond minder dan driehonderd gulden had verdiend. In de pedaalemmer zaten maar drie condooms. Dat betekent drie klanten. Ik vermoed, dat Charmaine haar driehonderd gulden gisteravond niet heeft gehaald.’
Vledder liet zijn hoofd iets zakken.
‘Dus,’ reageerde hij somber, ‘moest Charmaine in haar peeskamertje overnachten.’
‘Juist.’
De jonge rechercheur veerde strijdlustig op.
‘Als het verhaal van Grietje van der Zee op waarheid berust!’ riep hij fel. ‘En daar ga ik nog steeds niet van uit.’
De Cock glimlachte.
‘Het wordt tijd dat er een betrouwbare leugendetector op de markt komt.’
Vledder grinnikte.
‘En dat we zo’n ding van Van Traa en zijn parlementaire enquêtecommissie ook werkelijk bij een verhoor mogen gebruiken.’
De Cock glimlachte.
‘Zonder van onrechtmatig verkregen bewijs te worden beschuldigd.’
De oude rechercheur trok zijn gezicht in een ernstige plooi.
‘We zullen in ieder geval Lorette de Jong nog eens stevig aan de tand moeten voelen. Ik hoop voor haar dat ze een sluitend alibi heeft.’
‘Heeft ze dat nodig?’
De Cock tuitte zijn lippen.
‘Ik meen van wel. Heeft ze Charmaine tot prostitutie gedwongen? Zijn er wurgpogingen geweest? Ik vraag mij ook af vanwaar Charmaine haar heeft gebeld om te zeggen dat de man met de snor er weer was. In het peeskamertje was geen telefoon.’
Vledder trok zijn schouders op.
‘Bij Smalle Lowietje… zoals ik dat heb gedaan?’
De Cock antwoordde niet.
‘Meet haar straks eens op.’
‘Wie?’
‘Het slachtoffer Charmaine. Voordat de sectie begint. Ik wil weten hoe lang ze is.’
‘Waarom?’
‘Omdat Charmaine volgens mij zeker een kop groter was dan Lorette de Jong.’
‘Je bedoelt de stand van de wurggrepen?’
De Cock knikte.
‘En vraag of dokter Rusteloos de spanwijdte van de wurggreep wil opmeten.’
‘Wat is dat?’
‘Een wurggreep laat in de hals kleine bloeduitstortingen na. De spanwijdte… de afstand tussen duim en middelvinger kan belangrijk zijn. Is die afstand groot, dan kan iemand met kleine handen nooit de wurger zijn.’
‘Begrepen.’
De Cock wuifde naar Vledder.
‘Let straks bij de confrontatie goed op de reacties van Lorette de Jong als ze naar de dode Charmaine kijkt en vraag aan onze collega’s uit Purmerend of ze haar na de herkenning aan de Warmoesstraat willen afzetten.’
Vledder keek hem verrast aan. ‘Ga je haar arresteren?’
De Cock schudde zijn hoofd. ‘Ik zal haar de verklaring van Grietje van der Zee voorleggen… en dan maar zien hoe Lorette de Jong daarop reageert.’
‘Je wacht met haar verhoor toch wel tot ik terug ben van de sectie?’
De Cock knikte met een glimlach.
‘Ik vraag aan Jan Kusters of hij haar een poosje in de wachtkamer vasthoudt.’
De oude rechercheur keek op zijn horloge.
‘Ik heb nog wel even de tijd.’
Hij stond op en slenterde naar de kapstok.
Vledder liep hem na.
‘Waar ga je heen?’
De Cock draaide zich half om.
‘Naar een hoerenwaardin in ruste… Brabantse Truus. Ze woont pal tegenover wat vroeger De Veilige Haven was en zit altijd voor het raam.’
Haar dikke grijze haren zaten vol witte papillotjes en op de zwartglimmende kimono waren veelkleurige paradijsvogels geborduurd. Brabantse Truus ging tegenover hem zitten en plukte met een bevende hand een onzichtbaar pluisje van haar pluchen tafelkleed.
‘Ouderdom komt met gebreken,’ sprak ze klagerig. ‘Ik heb het de laatste dagen een beetje aan mijn darmen. Daarom heb ik het gemist. Toen ik van de plee terugkwam, stond de ambulance er al.’
Ze keek naar De Cock op.
‘Had ik anders haar moordenaar gezien?’
De oude rechercheur glimlachte.
‘Ik acht die kans heel groot. Toen we haar vonden was ze nog warm.’
Brabantse Truus zwaaide naar het raam.
‘Arm kind.’
Haar stem trilde van medelijden.
‘Ik heb nooit goed begrepen wat ze in de business te zoeken had. Een schichtig kindvrouwtje. Ze deugde helemaal niet voor het vak.’
‘Heb je wel eens met haar gesproken?’
Brabantse Truus schudde haar hoofd.
‘Het kind sprak met niemand. Ze had geen enkel contact met de andere meiden op de gracht.’
‘Klandizie?’
Brabantse Truus trok een grimas.
‘Weinig.’
‘Ze was toch een mooie meid.’
Brabantse Truus trok een bedenkelijk gezicht.
‘Je moet die hoerenkerels laten zien wat je in huis hebt. Daar komen ze op af. Als je als een ziek vogeltje met een bleek bekkie voor het raam zit, lopen ze je voorbij. Dat trekt niet.’
Ze grinnikte.
‘Ik heb wel eens op het punt gestaan om die meid een paar levenslesjes uit de hoerenpraktijk bij te brengen, maar dan dacht ik: ach, waar bemoei ik me mee. Ze zit niet in mijn hoerenkast.’
‘Heb je nog meiden zitten?’
Brabantse Truus schudde haar hoofd.
‘Niet meer. Ik ben te oud om nog achter hun kont aan te lopen.’
De Cock lachte.
‘Bleef dat vrouwtje ’s nachts wel eens in haar peeskamertje slapen?’
Brabantse Truus knikte.
‘Dat kwam wel voor.’ Ze zuchtte diep. ‘Ook dat begreep ik niet. Toen ik nog achter het raam zat, was ik maar wat blij als ik uit mijn hok mocht.’
‘Kreeg ze wel eens bezoek… ik bedoel, buiten de klandizie?’
Brabantse Truus wees weer naar het raam.
‘Ik heb wel eens gedacht dat ze een lesbienne was… een pot. Er kwamen wel vrouwen bij haar over de vloer… van die onvrouwelijke types… als je begrijpt wat ik bedoel.’
De Cock glimlachte.
‘Ik begrijp wat je bedoelt, Truus. Kun je ze een beetje beschrijven?’
Brabantse Truus trok een vies gezicht.
‘Daar ben ik niet zo goed in.’
De Cock knikte haar bemoedigend toe.
‘Probeer eens?’
Brabantse Truus trok rimpels in haar voorhoofd.
‘Er was een korte stevige met een jongenskoppie. Die zag je niet veel. Dan was er een die zelfs midden in de zomer nog zwarte kousen droeg.’
De Cock keek haar bewonderend aan.
‘Prachtig,’ riep hij opgetogen. ‘Je hebt goed gekeken.’
Brabantse Truus glimlachte.
‘Ik lette vroeger altijd scherp op de hoerenkerels die bij mijn meiden naar binnen gingen… Dan schatte ik wat het hen waard was.’
De Cock knikte begrijpend.
‘Hoelang zat dat wijfie daar al?’
‘Anderhalf, twee jaar. Ze is er al kort na de verbouwing van De Veilige Haven gekomen.’
De Cock plukte aan het puntje van zijn neus.
‘Weet je wie er achter die verbouwing zat?’
Brabantse Truus schudde haar hoofd.
‘Geen flauw idee, jongen. Er is de laatste jaren zo veel vreemd volk in de business geslopen. Het is niet meer zoals in mijn tijd. Toen waren wij in feite een grote familie.’
De Cock boog zich iets naar haar toe.
‘Is jou de laatste weken nog iets bijzonders opgevallen?’
‘Hoe bedoel je?’
‘In verband met dat vrouwtje.’
Brabantse Truus liet haar hoofd met papillotjes iets zakken. Daarna knikte ze traag voor zich uit.
‘Er was een kort, gedrongen mannetje… een mannetje met een snor.’ Ze wees naar het raam. ‘Hij stond wel eens achter die boom daar.’
‘Had die belangstelling voor haar?’
Brabantse Truus schudde haar hoofd.
‘Het was geen hoerenloper.’
Vledder kwam hijgend de recherchekamer binnen.
‘Ik ben zo gauw mogelijk van de sectie teruggekomen. Is ze er?’
De Cock knikte.
‘Ze zit beneden in de wachtkamer bij de dienders. Volgens de wachtcommandant houdt ze zich opmerkelijk rustig.’
‘Hoe bedoel je?’
‘Jan Kusters had van haar vragen verwacht als “Wat doe ik hier?” of “Hoelang moet ik hier nog blijven?” Maar geen enkel commentaar.’
Vledder duimde over zijn schouder.
‘Ze was bij de confrontatie op Westgaarde ook erg rustig. Geen huilbuien, geen emoties. Ze liep heel kalm op het lijk van Charmaine toe, legde haar rechterhand op haar voorhoofd en zei: “Vaarwel.”’
‘Meer niet?’
‘Nee.’
‘En de andere getuige?’
‘Dat was een buurmeisje van Lorette de Jong… woont in Purmerend in hetzelfde flatgebouw. Die was meer onder de indruk van de dood van Charmaine.’
‘Hoe kende ze haar?’
‘Lorette en Charmaine kwamen wel eens bij haar op visite.’
De Cock knikte begrijpend.
‘Had dokter Rusteloos nog bijzonderheden?’
Vledder schudde zijn hoofd.
‘Gebroken kraakbeenringetjes in de luchtpijp,’ antwoordde hij achteloos.
‘De spanwijdte?’
‘Zeventien centimeter.’
‘Geen abnormaal grote hand.’
Vledder schudde zijn hoofd.
‘Dokter Rusteloos raadde ons aan om contact op te nemen met de recherche in Groningen.’
‘In verband met die moorden op prostituees?’
Vledder knikte.
‘Dokter Rusteloos had in Groningen kort achter elkaar sectie verricht op jonge vrouwen die door verwurging om het leven waren gekomen.’
De Cock stond van zijn stoel op.
‘Ik ga haar halen.’
Vledder keek hem onderzoekend aan.
‘Heeft jouw missie nog iets opgeleverd?’
De Cock knikte.
‘Er was een man met een snor.’
De Cock toonde zijn beminnelijkste glimlach.
‘Het spijt ons dat wij u zo lang hebben moeten laten wachten.’ Hij gebaarde naar Vledder. ‘Mijn jonge collega wilde uw verhoor graag bijwonen. We moesten wachten tot de sectie voorbij was.’
Lorette de Jong keek hem onbewogen aan. Ze had kringen onder haar ogen en haar gezicht zag bleek.
‘Ik vond het niet erg,’ sprak ze berustend. ‘Nu Charmaine dood is, heeft tijd voor mij geen betekenis meer.’
De Cock trok zijn gezicht in een ernstige plooi.
‘Tijd heelt alle wonden.’
De vrouw hield haar beide handen voor haar borst.
‘Deze wond niet.’
De Cock negeerde de opmerking. De oude rechercheur zocht naar een wending in het gesprek.
‘De angst van Charmaine,’ sprak hij zacht, ‘is gegrond gebleken.’
Lorette knikte.
‘En mijn voorgevoelens hebben mij niet bedrogen,’ reageerde ze somber. ‘Ik had gelijk, dat het leven van Charmaine in gevaar was.’
De Cock zweeg. Om tijdwinst te boeken wreef hij met zijn vlakke hand over zijn brede gezicht.
‘Vanmorgen,’ opende hij traag, ‘meldde zich bij ons een jonge vrouw: Grietje van der Zee. Ook zij was niet verbaasd over de dood van Charmaine.’
De mondhoeken van Lorette de Jong krulden omhoog.
‘Ik heb zo’n idee, dat zij mij verantwoordelijk acht voor haar dood.’
De Cock knikte.
‘Ze was ervan overtuigd dat u Charmaine had omgebracht.’
‘Omgebracht… ik?’
De Cock keek haar strak aan.
‘U zou in het verleden al tweemaal eerder een poging hebben ondernomen om haar te wurgen.’
Lorette schudde haar hoofd.
‘Ik weet niet waar die Grietje van der Zee die nonsens vandaan haalt. Ik denk dat ze de woorden van Charmaine op haar eigen manier uitlegt.’
‘U hebt nooit uw handen om de keel van Charmaine geslagen?’
Lorette zuchtte diep.
‘Toen Charmaine ondanks mijn tegenwerpingen toch in de prostitutie wilde, heb ik haar aangeraden om eerst zelfverdedigingslessen te nemen, zodat ze weerbaar was wanneer ze door een man zou worden aangevallen. Die lessen speelden wij thuis wel na.’
De Cock trok een grijns.
‘U vertelde ons dat u nog nooit op de Wallen was geweest, maar u kwam daar wel degelijk.’
Lorette liet haar hoofd zakken.
‘In mijn gedachtewereld bestond die hoerenbuurt niet.’
De Cock grinnikte.
‘Dat is zot,’ reageerde hij fel. ‘Die hoerenbuurt is er en Charmaine was daar prostituee.’
De oude rechercheur strekte zijn wijsvinger beschuldigend naar haar uit. ‘U hebt ons verteld dat Charmaine al in de prostitutie zat toen u haar leerde kennen. En ook dat was een leugen.’
Lorette toonde voor het eerst enige emotie.
‘Ik heb dat niet gewild,’ riep ze luid. ‘Ik heb het verlangen van Charmaine ook nooit begrepen. Ik verdiende genoeg voor ons beiden.’
‘Waar ging het geld heen, dat Charmaine in de prostitutie verdiende?’
‘Dat wist ik niet.’
De Cock kneep zijn ogen half dicht.
‘U weet het nu wel?’
Lorette maakte een verontschuldigend gebaar.
‘Zolang ze leefde heb ik nooit in de papieren van Charmaine gesnuffeld. Ik vond dat ongepast. Ik wilde niets weten van haar duister verleden.’
De Cock trok zijn wenkbrauwen op.
‘Haar duister verleden?’
Lorette zuchtte.
‘Charmaine had schulden. Maar de oorsprong van die schulden kende ik niet en Charmaine weigerde het mij te vertellen.’
‘U kent die oorsprong nu wel?’
Lorette knikte.
‘Ik heb papieren gevonden. Schuldbekentenissen. Charmaine heeft bij een bank gewerkt… de IJsselsteinse Bank, net als Grietje van der Zee. Daar heeft Charmaine gefraudeerd. In de loop van jaren heeft ze de bank voor tienduizenden benadeeld.’
‘Die betaalde ze terug?’
Lorette slikte.
‘Als hoer.’