9

De Cock keek hem aan.

‘Heeft die Haagse Bertus jou persoonlijk verteld dat hij belangstelling had voor dat pandje?’

Gerard van Kastelen knikte.

‘Ik zag die vent daar een paar maal rondscharrelen. Vreemd. Soms stond hij aan de wallenkant achter een boom. Ik dacht aanvankelijk dat hij smoel had op Charmaine. Omdat ik niet van concurrentie houd, ben ik naar hem toe gegaan. Pas toen ik hem recht in zijn gezicht keek, zag ik dat het Haagse Bertus was. Ik herkende hem niet zo gauw met die snor. Die had hij vroeger niet.’

De Cock knikte begrijpend.

‘En toen zei hij dat hij geen interesse had in Charmaine, maar in het pandje.’

‘Precies. Hij wilde weten wat die hoerenkast per week zo ongeveer opbracht.’

De Cock plukte aan het puntje van zijn neus.

‘Denk jij dat die Haagse Bertus geld genoeg heeft om zo’n pandje te kopen?’

Gerard van Kastelen grinnikte.

‘Hij behoeft het toch niet met zijn eigen poen te doen. Je weet nooit wie hij achter de hand heeft. Er is zwart geld genoeg in omloop.’

‘Weet jij waar ik hem kan vinden?’

Gerard van Kastelen schudde zijn hoofd.

‘Geen flauw idee. Ik heb hem verder niets gevraagd. Het was maar een kort babbeltje.’

‘Kun je mij nog iets over die Haagse Bertus vertellen… van vroeger?’

Gerard van Kastelen gebaarde met beide handen.

‘Hij was een relatie van mijn vader. Ik heb persoonlijk weinig contact met hem gehad. Volgens mij was hij jaren van de vlakte verdwenen. Er werd gefluisterd dat hij ergens in Spanje zat met veel poen.’

De Cock glimlachte.

‘Wat werd er verder gefluisterd?’

Gerard van Kastelen gniffelde.

‘Dat hij een mooi wijf aan de hand had, dat bereid was om alles voor Bertus te doen.’

‘De hoer spelen?’

Gerard van Kastelen knikte.

‘Dat bedoel ik,’ lachte hij vet.

De Cock plukte aan zijn onderlip.

‘Ken jij de echte naam van Haagse Bertus?’

Gerard van Kastelen schudde zijn hoofd.

‘Ik ken hem alleen als Haagse Bertus. Hij kwam van Den Haag en sprak als een Hagenees. Verder was hij volgens vader overal voor in.’

‘Heb jij nog met hem gesproken over de vele poen waarover werd gefluisterd?’

‘Waarom zou ik?’

De Cock glimlachte.

‘Ik ben toch benieuwd waar die poen vandaan kwam.’

‘Waarom vraag je het hem zelf niet?’

De Cock keek hem strak aan.

‘Dat heeft geen zin meer.’

In de ogen van Gerard van Kastelen gloeide argwaan.

‘Hoezo?’

‘Hij is dood.’

‘Dood?’

De Cock knikte.

‘Iemand legde een stukje elektriciteitsdraad om zijn nek.’


Ze verlieten de Bilderdijkkade. Via het Kwakersplein en de Potgieterstraat reden ze naar de Nassaukade en vandaar naar de Rozengracht. Vledder zat met een nors gezicht achter het stuur. ‘Wat een gore rotvent,’ sprak hij grommend. ‘De manier waarop die man over vrouwen praat. Verschrikkelijk. Dat is toch niet normaal. Zo’n vent moeten ze onmiddellijk castreren.’

De Cock lachte.

‘Je bent nogal rigoureus.’

Vledder snoof.

‘Ik meen het.’

De Cock haalde zijn schouders op.

‘Zijn vader was net zo,’ sprak hij berustend. ‘Een vrouw is voor Gerard van Kastelen een winstgevend object. Meer niet.’

Vledder kneep zijn lippen op elkaar.

‘Kunnen we hem geen loer draaien?’

‘Hoe bedoel je?’

‘Gaan we terug… Arresteren we die Gerard van Kastelen voor afpersing van tweehonderdvijfenzeventigduizend gulden. Met een verklaring van Grietje van der Zee moet dat lukken.’

De Cock schudde zijn hoofd.

‘Ik heb het je al eens gezegd: dat moet de officier van justitie beslissen. Ik ben zelfs bang dat het juridisch geen haalbare zaak is.’

Vledder klapte met zijn vuist op de rand van zijn stuur.

‘Weet je niets te verzinnen?’

De Cock keek hem afkeurend aan.

‘Je mag je persoonlijke gevoelens nooit met je werk verweven.’

Vledder zuchtte diep.

‘Ik zou zo’n ploert met liefde…’ De jonge rechercheur maakte zijn zin niet af. Hij blikte opzij. ‘Zegt de naam Haagse Bertus jou iets?’

De Cock schudde zijn hoofd.

‘Je moet straks maar eens contact opnemen met onze Haagse collega’s. Daar zullen ze hem wel kennen. Vraag ook of ene Haagse Bertus wordt genoemd in het onderzoek naar de liquidatie van Karel van Kastelen.’

Vledder fronste zijn wenkbrauwen.

‘Denk je dat hij daar iets mee te maken heeft?’

De Cock maakte een hulpeloos gebaar.

‘We weten en begrijpen nog niets. In feite is in deze zaak alles mogelijk.’

‘En als ze hem in Den Haag niet kennen?’

‘Misschien hebben wij een Haagse Bertus in ons eigen bijnamensysteem. En als we zijn vingerafdrukken hebben, komen we er zeker uit.’

Op de Rozengracht bij de Westermarkt raakten ze met hun Golf vast in een file. Vledder foeterde vijf minuten lang over het verkeer in de Amsterdamse binnenstad. Toen blikte hij opzij.

‘Gerard van Kastelen kwam wel vlot met de naam Haagse Bertus.’

De Cock trok zijn schouders op.

‘Waarom niet?’ reageerde hij achteloos. ‘Hij kon er geen kwaad mee. Hij schrok wel toen ik hem vertelde dat zijn Haagse Bertus was vermoord in hetzelfde kamertje als waar zijn ex-vrouw om het leven kwam.’

Vledder knikte.

‘Dat was de enige emotie,’ bromde hij, ‘die ik bij die kerel heb waargenomen. Als het aan mij lag…’

De Cock gebaarde voor zich uit.

‘Je kunt rijden.’


Vledder parkeerde de Golf op de houten steiger achter het politiebureau. Ze stapten uit en slenterden naar de Oudebrugsteeg. Vledder wees voor zich uit naar de Lange Niezel.

‘Is het al tijd voor Smalle Lowietje?’

De Cock schudde zijn hoofd.

‘We gaan eerst naar de Kit. Misschien zijn er nieuwe ontwikkelingen.’

Toen ze de hal van het politiebureau binnenstapten, wenkte Jan Kusters met een kromme vinger.

De Cock liep grijnzend op hem toe.

‘Kun je mij nooit met rust laten?’

De wachtcommandant keek hem verwijtend aan.

‘Jij zorgt altijd voor ellende,’ sprak hij verongelijkt. ‘Ik niet.’

De Cock glimlachte.

‘Zoet maar. Wat heb je op je lever?’

Jan Kusters wees omhoog.

‘Er zit boven op de bank een huilende vrouw op je te wachten.’

‘Ken ik haar?’

De wachtcommandant trok zijn schouders op.

‘Ik heb haar hier nooit eerder gezien. Het was druk aan de balie toen ze hier huilend binnenkwam. Een stel verdwaalde toeristen. Het is opmerkelijk. Ze verdwalen altijd in deze buurt.’

‘Toen ben je vergeten haar naam te noteren.’

‘Inderdaad.’

De Cock draaide zich om en besteeg opvallend kwiek de stenen trappen naar de tweede etage.

Vledder volgde.

Op de bank bij de deur naar de grote recherchekamer zat een jonge vrouw. De Cock schatte haar op even boven de twintig. Ze was wulps, bijna uitdagend gekleed in een zwarte nauwsluitende te korte rok, waarop een witte halfopen blouse. Haar benen waren lang en sierlijk. Toen de oude rechercheur dichterbij kwam, zag hij dat haar gezicht was betraand.

De Cock bleef voor haar staan. Ze kwam van de bank omhoog en keek hem onderzoekend aan.

‘Bent u rechercheur De Cock?’

De grijze speurder knikte.

‘De Cock met… eh, met ceeooceekaa. En met wie heb ik het genoegen?’

Ze stak hem schuchter haar hand toe.

‘Sylvia… Sylvia van Rosmalen.’

De Cock drukte haar de hand en deed de deur van de recherchekamer open. Daarna stapte hij voor haar uit en liet haar op de stoel naast zijn bureau plaatsnemen. Vanaf die plek wierp hij zijn oude hoedje missend naar de kapstok en ging met zijn regenjas nog aan achter zijn bureau zitten.

‘Wie heeft u mijn naam genoemd?’ opende hij vriendelijk.

Sylvia van Rosmalen antwoordde niet direct. Ze trok haar strakke rokje tevergeefs iets verder naar haar knieën en schoof een pluk zwart haar uit haar gezicht.

‘Een bleke man,’ sprak ze zacht, ‘met blond haar. Hij zei dat ik in het politiebureau aan de Warmoesstraat naar u moest vragen.’

De Cock keek haar verbaasd aan.

‘Waarom zei die bleke man met dat blonde haar dat?’

Sylvia begon weer te huilen. Ze boog haar hoofd voorover. Haar lange zwarte haren vielen als een gordijn voor haar gezicht.

De Cock wachtte geduldig.

Na enige tijd richtte ze haar hoofd weer op. Ze zag er triest uit. Haar tranen hadden haar overvloedige make-up verveegd.

‘Bertus is dood.’

De Cock kauwde op zijn onderlip.

‘Dat zei die man met het bleke gezicht?’

Sylvia knikte.

‘Bertus had mij verteld dat hij op de Achterburgwal een raam voor mij had gevonden.’

De Cock kneep zijn wenkbrauwen samen.

‘U… eh, u bent de vriendin van Bertus?’

‘Wij zijn al bijna een jaar met elkaar. Ik heb Bertus in Spanje leren kennen tijdens de vakantie. Bertus is wel een paar jaar ouder, maar het klikte direct tussen ons twee.’

‘En u zou voor hem in de prostitutie gaan?’

Sylvia boog haar hoofd.

‘Tot we genoeg geld hadden om een zaak te beginnen. Bertus wilde in de binnenstad een café kopen.’

De Cock knikte begrijpend.

‘Vanmiddag bent u gaan kijken wat uw… eh, uw toekomstig werkterrein werd?’

Sylvia zuchtte.

‘Bertus zei gisteravond dat hij nog het een en ander aan het kamertje moest doen.’ Ze schudde haar hoofd. ‘Hij kwam niet thuis… de hele nacht niet.’

‘Daarom bent u vanmiddag gaan kijken?’

Er kwamen opnieuw tranen in haar ogen.

‘Ik was ongerust. Dat was de eerste keer dat hij ’s nachts niet bij mij was.’

‘U wist waar u moest zijn?’

‘Bertus had mij het adres van het pand op de Achterburgwal gegeven.’

De Cock knikte haar bemoedigend toe.

‘En op dat adres trof u Witte Gijssie?’

‘Heet die man zo?’

‘Zo wordt hij genoemd.’

Sylvia friemelde aan de zoom van haar rok.

‘Hij vroeg wat ik kwam doen. Toen ik hem zei dat ik Bertus zocht, zei hij dat er iets ergs met Bertus was gebeurd en dat ik in de Warmoesstraat naar u moest vragen.’

‘Zei hij dat Bertus dood was?’

Sylvia slikte.

‘Eerst niet. Toen ik hem vertelde dat ik de vriendin van Bertus was en dat ik hier zou komen te werken, vertelde die man mij dat hij Bertus vanmorgen dood in het kamertje had aangetroffen.’

De Cock boog zich iets naar haar toe.

‘Kent u de volledige naam van Bertus?’

Sylvia keek verrast op.

‘Natuurlijk ken ik zijn volledige naam,’ reageerde ze opstandig. ‘Hij heet Albertus van Zoggel. We zouden begin van de volgende maand trouwen.’

‘Wat deed Bertus in Spanje?’

‘Niets. Hij heeft daar een kleine villa. Niet ver van de zee.’

‘Waarom zijn jullie naar Nederland gekomen?’

‘Bertus zei dat zijn geld opraakte en dat wij iets moesten verzinnen.’

De Cock grijnsde.

‘Prostitutie.’

Sylvia liet haar hoofd iets zakken.

‘Het was mijn voorstel.’

‘En Bertus voelde daar wel wat voor?’

‘Hij vond het idee niet slecht.’

‘Waar woonden jullie hier… in Amsterdam?’

Sylvia van Rosmalen gebaarde achter zich.

‘Zolang bij de moeder van Bertus in de Jordaan op de Lindengracht. We waren nog op zoek naar een eigen woning.’

De Cock wreef met zijn vlakke hand over zijn brede gezicht.

‘Heeft Witte Gijssie jou verteld hoe Bertus om het leven is gekomen?’

Sylvia schudde haar hoofd.

‘Hij zei alleen dat Bertus dood was.’

De Cock trok zijn gezicht strak.

‘Bertus werd vermoord.’

Sylvia keek hem verschrikt aan.

‘Vermoord?’

De Cock knikte traag.

‘Hij werd gewurgd.’

Sylvia strekte plotseling haar rug. In haar grote bruine ogen vonkte vuur.

‘Dat heeft haar pooier gedaan!’ riep ze beslist. ‘Die pooier die daar altijd voor de deur hing.’

De Cock reageerde verward.

‘Haar pooier? Welke pooier?’

‘De pooier van dat vrouwtje.’

De Cock boog zich ver naar voren. Zijn scherpe blik hield elke gelaatstrek van haar gevangen.

‘Ik… eh, ik begrijp je niet.’

Sylvia snikte hartstochtelijk. Haar hele lichaam schokte. Grote tranen rolden over haar wangen. De rug van haar rechterhand gleed langs haar mond.

‘Het was Bertus,’ hijgde ze. ‘Bertus heeft dat vrouwtje haar keel dichtgeknepen. Hij… hij kon niet anders. Ze begon te gillen.’


‘Doe morgen op Westgaarde voorzichtig met de herkenning. Neem in ieder geval ook de moeder van Bertus mee. Misschien kan dokter Rusteloos dat stuk elektriciteitsdraad vast verwijderen en wat aan die uitstekende tong doen. Het is anders zo gruwelijk.’

Vledder knikte nauwelijks merkbaar. Het leek alsof het relaas van Sylvia van Rosmalen de jonge rechercheur wat had verdoofd.

‘Mag ik haar verhaal eens samenvatten?’

De Cock knikte.

‘Ga je gang.’

Vledder bracht zijn handen naar voren.

‘Haagse Bertus zoekt op de Wallen naar een geschikt raam voor zijn Sylvia. Het pandje op de Achterburgwal… van oorsprong De Veilige Haven… trekt zijn aandacht. Het kamertje van Charmaine lijkt hem bijzonder geschikt. Tegen elf uur ziet hij Charmaine haar kamertje verlaten. Dan besluit hij om het kamertje ook eens vanbinnen te bekijken. Terwijl hij dat doet, komt Charmaine plotseling terug, schrikt van de aanwezigheid van Haagse Bertus en begint te gillen. Bertus grijpt haar in paniek bij de keel en Charmaine sterft.’

De jonge rechercheur keek op.

‘Klopt het?’

De Cock schudde zijn hoofd.

‘Het klopt niet.’

‘Wat klopt er niet?’

De Cock ademde diep.

‘Haagse Bertus behoefde het kamertje niet vanbinnen te bekijken. Hij wist hoe het eruitzag. Hij was al binnen geweest toen hij Charmaine een dag tevoren geld gaf zonder van haar diensten gebruik te maken.’

Vledder keek hem bewonderend aan.

‘Je hebt gelijk.’

De Cock stak zijn wijsvinger omhoog.

‘En dan nog iets… Hoe kwam Haagse Bertus binnen?’

Vledder trok zijn schouders op.

‘Misschien had Charmaine haar kamertje bij haar vertrek niet afgesloten.’

De Cock trok een bedenkelijk gezicht.

‘Charmaine had die avond vrijwel zeker haar driehonderd gulden nog niet verdiend. In haar pedaalemmer lagen maar drie gebruikte condooms.’

‘Te weinig voor driehonderd gulden.’

De Cock trok zijn gezicht in een ernstige plooi.

‘Tenzij ze een uiterst vrijgevige klant had bediend… een klant met bijzondere wensen. Maar daar ga ik niet van uit. Het feit dat ze terugkwam… vermoedelijk na een bezoek aan een snackbar… duidt erop dat ze van plan was om door te gaan.’

De oude rechercheur zweeg even.

‘Toen we haar vonden, had ze een sleutelbos in haar rechterhand. Waar duidt dat op?’

De grijze speurder gaf zelf het antwoord.

‘Dat ze kort voor haar dood die sleutelbos nog had gebruikt… of het plan had om die te gebruiken. In ieder geval verkeerde Charmaine Dupuitrain, toen zij bij haar kamertje terugkwam, in de overtuiging dat de deur van haar kamertje was afgesloten. En dan vraag ik nog eens: hoe kwam Haagse Bertus binnen?’

Vledder keek hem hulpeloos aan.

‘Ik kan je daar geen antwoord op geven.’

De Cock zuchtte.

‘Het verhaal dat Sylvia van Rosmalen ons vertelde, klopt niet. Ik neem echter aan dat zij niet beter weet… dat ze ons slechts heeft weergegeven wat Haagse Bertus haar over het voorval heeft verteld.’

‘En dat is volgens jou niet de juiste toedracht?’

De Cock schudde zijn hoofd.

‘Willen alle feiten kloppen, dan heeft Haagse Bertus de gangen van Charmaine enige dagen gevolgd en wist hij dat ze ’s avonds laat na een bezoek aan een snackbar naar haar kamertje terugkwam. Hij volgde haar die avond, wachtte tot zij de deur met haar sleutels had geopend en viel haar toen in het kamertje aan.’

De oude rechercheur schudde vertwijfeld zijn hoofd.

‘Al kloppen de feiten, dan blijft toch de vraag waarom hij haar volgde en overviel.’

Vledder trok een droevig gezicht.

‘We kunnen het hem niet meer vragen.’

Het gezicht van De Cock verhelderde.

‘Weet je, Dick,’ sprak hij vermoeid, ‘we hebben in deze zaak ten minste één moord opgelost: de moord op Charmaine Dupuitrain.’

Загрузка...