De beide rechercheurs slenterden vanuit de Oude Nieuwstraat via de Korte Korsjespoortsteeg en de Korte Kolksteeg naar de Nieuwezijds Kolk. Op de plek waar Katja Anna Solarsky een paar dagen tevoren het leven liet, bleef De Cock staan en bekeek de reeks horizontale putten in de muur van het Korenmetershuisje. Er kwam een verbeten trek op zijn gezicht.
De oude rechercheur blikte opzij naar Vledder.
‘Ik heb in deze affaire het gevoel,’ sprak hij vermoeid, ‘dat ik voortdurend op een muur van onwil stuit. Het feit dat Annelies de Groot vanavond haar hoerenpandje in de Oude Nieuwstraat niet heeft geopend, zint mij ook niet.’
De jonge rechercheur grijnsde.
‘Misschien had ze vanavond geen zin in seks.’
De Cock wuifde afwerend.
‘Voor een hoer is business geen seks.’
‘Wat dan?’
‘Business.’
Vledder lachte.
‘Wat had je Annelies de Groot willen vragen?’
De Cock maakte een wrevelig gebaar.
‘Haar relatie met Mooie Richard… hoelang die reeds duurt… wat ze van hem weet… of ze nog andere vrouwen kent die Mooie Richard voor een plek achter het raam heeft aangeboden. Ik krijg steeds meer belangstelling voor die vent.’
Vledder snoof.
‘Dat heb ik vanavond gemerkt,’ sprak hij smalend. ‘De manier waarop jij in zijn eigen café Smalle Lowietje aanpakte, was niet fijntjes.’
De Cock reageerde verrast.
‘Wat mankeerde eraan?’
Vledder maakte een schouderbeweging.
‘Appelleren aan de vriendschappelijke gevoelens, die Smalle Lowietje voor jou koestert… Het spijt me… dat kan ik niet elegant noemen.’
De Cock draaide zich met een ruk naar hem toe.
‘Elegant?’ brieste hij. ‘Elegant?’ De oude rechercheur strekte zijn rechterhand naar de reeks kogelinslagen in de muur van het Korenmetershuisje uit. ‘Wat is er elegant aan moord?’
Vledder negeerde de opmerking.
‘Je bracht Lowietje duidelijk in verlegenheid.’
De Cock knikte instemmend.
‘Dat mag best,’ reageerde hij scherp. ‘Ik heb daar geen enkele moeite mee. Naar mijn stellige overtuiging kan Smalle Lowietje mij inlichtingen verschaffen over Mooie Richard… weet hij waar ik hem kan vinden.’
Vledder slikte.
‘Waarom geeft hij die inlichtingen dan niet?’
In een moe gebaar schoof De Cock zijn hoedje iets naar achteren en schudde zijn hoofd.
‘Ik weet het niet precies,’ antwoordde hij aarzelend. ‘Ik vermoed omdat hij bang is… bang voor mogelijke gevolgen, anders had ik allang iets van hem gehoord. Smalle Lowietje wist een paar dagen geleden al dat ik belangstelling had voor Mooie Richard.’
Vledder fronste zijn wenkbrauwen.
‘Moet het angst zijn?’
De Cock knikte.
‘Zo voel ik het,’ antwoordde hij strak. ‘Smalle Lowietje heeft nog nooit iets voor mij achtergehouden. In vrijwel alle gevallen in het verleden had ik mijn inlichtingen onmiddellijk… of binnen een paar uur. Ik kon altijd op hem rekenen.’
De oude rechercheur duimde over zijn schouder.
‘Ik neem aan dat ook Annelies de Groot bang is geworden en dat angst de reden is dat ze vanavond in de Oude Nieuwstraat haar hoerenpandje niet voor clientèle heeft geopend.’
Vledder keek hem verbijsterd aan.
‘Angst voor Mooie Richard?’
In zijn stem klonk ongeloof.
De Cock zuchtte omstandig.
‘Ja, angst… pure angst. De weigering van Annelies de Groot om zijn nieuwe aanbod een plaats achter een raam in haar pandje te geven, zal Mooie Richard niet zonder meer hebben geaccepteerd.’
Vledder trok een denkrimpel in zijn voorhoofd.
‘Jij denkt dat hij haar heeft bedreigd?’
De Cock knikte.
‘Dat zou mij niets verbazen,’ antwoordde hij traag. ‘Er gaat… ik weet niet hoe en waarom… toch een vreemde dreiging van die man uit. Ik heb het idee dat Annelies de Groot destijds de Tsjechische Katja Solarsky ook min of meer uit dwang in haar hoerenpandje aan de Oude Nieuwstraat heeft opgenomen.’
Vledder gebaarde achteloos.
‘Mooie Richard bracht meiden aan. Dat zei Annelies de Groot ons al een paar dagen geleden. Daar schijnt hij een gewoonte van te maken.’
De Cock schoof zijn onderlip naar voren.
‘Meiden,’ reageerde hij cynisch, ‘die voor zijn charmes bezweken en daarna zonder enig protest in de prostitutie stapten?’
‘Dat geloof jij niet?’
De Cock schudde zijn hoofd.
‘Niet zonder meer. Ik heb wel souteneurs gekend die meer dan één vrouwtje achter het raam hadden zitten, maar dat waren toch uitzonderingen.’
Vledder glimlachte.
‘Misschien is Mooie Richard zo’n uitzondering?’
De Cock kauwde op zijn onderlip.
‘Voor zover wij weten,’ sprak hij hoofdschuddend, ‘is Katja Anna Solarsky nooit onder de bekoring van de charmes van Mooie Richard gekomen… heeft ze hem nauwelijks gekend.’
Vledder keek verrast op.
‘En toch ging ze in de Oude Nieuwstraat bij Annelies de Groot achter het raam.’
De Cock knikte.
‘Arme Katja,’ sprak hij gedragen. ‘Ze kan het ons niet meer vertellen… maar ik zou graag willen weten waarom… zo gedwee?’
De oude rechercheur blikte nog even naar de reeks kogelinslagen in de muur en liep toen peinzend door.
Vledder volgde.
Via de Oudebrugsteeg bereikten ze de Warmoesstraat.
Toen ze de hal van het politiebureau binnenstapten, zwaaide de wachtcommandant achter de balie met een envelop. De Cock liep op hem toe.
‘Wat is dat?’
‘Een brief… voor jou. Er staat Rechercheur De Cock op.’
‘Hoe kom je daaraan?’
‘Een jongeman legde dit een halfuurtje geleden hier op de balie.’
‘Wat voor een jongeman?’
Jan Kusters trok zijn schouders op.
‘Zonder dat ik de kans kreeg om hem iets te vragen, verdween hij als een bliksemschicht. Ik heb hem nog nageroepen, maar…’ De wachtcommandant maakte zijn zin niet af.
De Cock nam de envelop van Jan Kusters aan, scheurde die ruw open en nam er met licht trillende vingers een notitie uit.
Vledder keek over zijn schouder.
‘Richard Verbruggen,’ las hij hardop, ‘Oude Schans 785… beneden.’
Een glimlach van vertedering gleed over het brede gezicht van De Cock. ‘Van Smalle Lowietje,’ sprak hij zacht. ‘Ik herken zijn handschrift.’
De twee rechercheurs reden met hun Golf bij de voorkant het politiebureau weg. Aan het eind van de Warmoesstraat, in de smalle Sint Olofspoort, bleef een dronken man met een losgeknoopte overjas en een veelkleurige sjaal om zijn hals zacht wiegend midden op de rijbaan staan.
Vledder bracht de wagen pal voor de man tot stilstand en toeterde een paar maal. De dronken man grijnsde breed. In het felle licht van de koplampen helde hij iets achterover, maakte zijn gulp open en plaste met een sierlijke boog op de motorkap. De urine spatte tegen de voorruit.
Vledder werd rood en schold, maar nog voor hij woedend de wagen kon verlaten, had De Cock hem stevig bij zijn arm gevat.
‘Wacht rustig tot hij weg is,’ adviseerde hij kalm, ‘dergelijke taferelen brengen alleen maar problemen… voor ons.’
Toen de man klaar was, knoopte hij zijn gulp half dicht en liep met waggelende tred vrolijk zwaaiend uit het licht van de koplampen.
Vledder zette de ruitenwissers aan en sproeide de voorruit schoon. Zijn gezicht zag nog rood.
‘Dat is toch te gek,’ gromde hij kwaad. ‘Zo’n vieze dronken zwabber. Moeten wij ons dat zomaar laten welgevallen?’
De Cock trok achteloos zijn schouders op.
‘Wat is in onze zo verheven rechtsstaat het alternatief? De man sjorrend en slepend met zijn leuter uit zijn broek onder heftig verzet naar het politiebureau brengen… meer dan een halfuur besteden aan het opmaken van een proces-verbaal wegens openbare dronkenschap… waarvoor hij door onze overbelaste justitie toch nooit zal worden beboet?’
Vledder mopperde binnensmonds, maar reageerde verder niet. Langzaam trok het rood uit zijn gezicht. Op de Prins Hendrikkade, even voorbij het Scheepvaarthuis, blikte hij opzij.
‘Gaan we hem arresteren?’
‘Wie?’
‘Mooie Richard Verbruggen?’
De Cock grijnsde.
‘Waarvoor? Wettelijk gezien hebben we geen poot om op te staan.’
Vledder veinsde ongeloof.
‘Kan men ongestraft buitenlandse vrouwen tot prostitutie dwingen?’
De Cock schudde zijn hoofd.
‘Bewijs… daar gaat het om… een rechtmatig verkregen bewijs… anders heeft een arrestatie geen enkele zin… kun je hem in het kielzog van een breed lachende advocaat binnen enkele uren alweer vrijlaten.’
‘Hoe komen we aan dat bewijs?’
De Cock plukte aan het puntje van zijn neus.
‘Een goede vraag,’ antwoordde hij grijnzend.
‘En het antwoord?’
De Cock schudde zijn hoofd.
‘Kan ik je niet geven.’
Het klonk mat.
De oude rechercheur strekte zijn rug en veranderde van toon. ‘Ik wil de verbindingen kennen… de lijnen. Hoe kwam… bijvoorbeeld… Katja Anna Solarsky via Klaas van het Hogereinde uit Schermerhorn in contact met Mooie Richard?’
Vledder grinnikte.
‘Denk jij dat Mooie Richard jou dat zonder enige dwang vertelt?’
De Cock antwoordde niet.
‘Heb je hem nog nagetrokken?’
Vledder knikte.
‘Hij komt voor… vijf jaar geleden. Verboden bezit van een vuurwapen. Op straat tijdens een rel gearresteerd met een FN, negen millimeter.’
‘Meer niet?’
‘Nee. Verder kon men in onze administratie niets van hem vinden.’
‘Een foto?’
Vledder schudde zijn hoofd.
‘Is er niet.’ De jonge rechercheur stuurde de Golf van de Prins Hendrikkade de Kalkmarkt op.
De Cock gebaarde voor zich uit.
‘Zet de wagen maar op de Oude Waal dicht bij de Montelbaanstoren. De rest doen we te voet.’
Vledder wees naar een rood verkeersbord met een witte balk.
‘Daar mag je niet inrijden.’
De Cock wuifde het bezwaar weg.
Ze stapten uit en slenterden over het trottoir van de Oude Schans. Het was er stil. Hun voetstappen klonken zacht en het geluid van voortrazend verkeer was ver weg. Tussen de geparkeerde auto’s aan de wallenkant scharrelde een eenzame rat tegen het rommelig decor van een oude woonschuit.
Oude Schans nummer 785 bleek een oud monumentaal pand met een diepe donkere portiek. De Cock liet het licht van zijn zaklantaarn langs de deur glijden. Hij zocht naar een naamplaatje. Het was er niet.
De oude rechercheur frommelde in zijn broekzak en nam daaruit het apparaatje dat hij eens van zijn vriend en ex-inbreker Handige Henkie had gekregen. Het was een koperen houdertje met uitschuifbaar een keur van stalen sleutelbaarden.
De Cock monsterde het slot van de deur en koos met kennersblik de juiste sleutelbaard.
Vledder hijgde in zijn nek.
‘Waarom bel je niet?’ fluisterde hij.
De Cock draaide zich half om.
‘Omdat ik van verrassingen houd.’
Vledder schudde afkeurend zijn hoofd.
‘Het is heel goed mogelijk dat die Mooie Richard thuis is… op dit uur in bed ligt.’
De oude rechercheur negeerde de opmerking en richtte zijn aandacht op het sleutelgat. Binnen enkele seconden had hij de deur van het slot en drukte die voorzichtig open. Het licht van zijn zaklantaarn speelde door een kleine hal, die eindigde in een deur met fraai glas-in-lood.
De Cock liep de hal in.
Vledder volgde schoorvoetend.
Via de deur met glas-in-lood bereikten ze een brede gang met een donkere houten lambrisering en wulpse engeltjes aan het plafond.
Bij de eerste deur links bleef De Cock staan en luisterde. Toen hem geen alarmerende geluiden bereikten, deed hij de deur langzaam open. Voor hem lag een langgerekt schaars gemeubileerd vertrek met een hoge zoldering. Voor een zwartmarmeren schoorsteenmantel stond een ouderwetse gashaard, waarvan slechts vier staven brandden. De flakkerende vlammetjes dansten over een vloer van bruin parket.
Ineens floepte om hen heen het licht aan. Aan het einde van het vertrek stond tussen brede schuifdeuren een knappe slanke jongeman met lang blond krullend haar. Hij droeg een donkerrode kamerjas, waaronder de blauwe pijpen van een spijkerbroek zichtbaar waren. In zijn rechterhand hield hij een pistool.
‘Wat doet u hier?’
De grijze speurder lichtte beleefd zijn hoedje.
‘Mijn naam is De Cock… met ceeooceekaa.’ Hij schoof zijn hoedje ver achter op zijn hoofd en wees opzij. ‘En dat is mijn collega Vledder. Wij zijn rechercheurs van politie… bureau Warmoesstraat.’
De jongeman trok zijn wenkbrauwen op.
‘En?’ vroeg hij uitdagend.
De Cock glimlachte.
‘Wij komen u met een bezoek verblijden,’ antwoordde hij plechtig.
De jongeman hield zijn pistool omhoog.
‘Ik ben niet op bezoek gesteld.’
De Cock maakte een verontschuldigend gebaar.
‘Jammer. Wij hadden gehoopt dat…’
De jongeman onderbrak hem.
‘Ik wil dat u beiden onmiddellijk vertrekt.’
De Cock schudde zijn hoofd.
‘Wij willen met u praten.’
De jongeman deed een stap dichterbij en zwaaide met zijn pistool. De Cock bekeek het wapen en glimlachte.
‘Oude liefde… een FN negen millimeter.’
De jongeman snoof.
‘Wilt u dat ik hem gebruik?’ vroeg hij dreigend.
De Cock gebaarde achter zich.
‘Ik heb buiten,’ loog hij kalm, ‘nog een paar man geposteerd. Het lijkt mij beter dat u zich schikt in ons bezoek. Anders loopt u grote risico’s.’
De opmerking van De Cock deed de jongeman weifelen. Even leek hij besluiteloos, toen draaide hij zich om en verdween achter de schuifdeuren.
Vledder greep zijn pistool uit zijn schouderholster.
De Cock keek ernaar en legde zijn hand op het wapen.
‘Doe dat ding weg.’
Het klonk als een bevel.
De jonge rechercheur keek hem woedend aan.
‘Hij vlucht!’ riep hij kwaad.
De Cock knikte.
‘Via de achterdeur, een binnenplaatsje en een schutting bereikt hij de Kromboomsloot.’
Vledder keek hem verbijsterd aan.
‘Dat weet jij?’
De Cock knikte opnieuw.
‘Ik heb vroeger al eens een inval in dit pand aan de Oude Schans gedaan. Toen ontsnapte de man die ik zocht langs dezelfde weg.’
Vledder keek hem onderzoekend aan.
‘Jij… jij,’ vroeg hij onzeker, ‘wilde dat Mooie Richard ontvluchtte?’
Over het gezicht van De Cock gleed een glimlach.
‘Ik hoopte het. Onze inval en zijn vlucht zorgen voor paniek in de gelederen.’
‘Welke gelederen?’
De Cock zwaaide voor zich u it.
‘De gelederen waartoe Mooie Richard behoort. En paniek is wellicht de enige mogelijkheid om in deze zaak een oplossing te forceren.’
Plotseling zwegen beide mannen. Uit een aangrenzend vertrek klonk gesmoord geluid. Behoedzaam sloop De Cock naar de deur waarachter het geluid klonk. In een snelle actie trapte hij de deur wijd open.
Op een smal bed, met haar linkerhand in een handboei aan een stijl geketend, lag een tengere jonge vrouw. Door de open deur viel het licht vanuit de kamer op haar gezicht.
De Cock herkende een gelijkenis. Hij nam zijn hoed af en liep op haar toe. Vriendelijk glimlachend boog hij zich over haar heen.
‘Solarsky?’
De jonge vrouw knikte.
‘Anuschka.’