17

De Cock voelde zich onrustig. Hij h!fd de eerste pagina's van het uitgebreide rapport, dat hij in verband met de toenemende criminaliteit voor de Officier van Justitie diende te maken, weer uit de lade van zijn bureau gehaald, maar het lukte hem niet zich daarop volledig te concentreren. Zijn gedachten dwaalden steeds weer naar de zaak die nu al meer dan een maand zijn geest beheerste. Nu de tijd verstreek, had hij het verlammende gevoel dat hij de 'pensionmoorden', zoals de kranten ze noemden, nooit tot een oplossing zou brengen. Hij kon er geen lijn in ontdekken. Het was alles nog zo vaag. Zeker, hij had het idee dat hij het motief kende, maar wist nog niet bij benadering in welke richting hij de moordenaar moest zoeken.

Wat hem ook sterk bezighield, was de vraag hoe hij hem kon ontmaskeren, hoe hij wettig en overtuigend bewijs van zijn schuld kon leveren.

Met een moe gebaar schoof hij de schrijfmachine van zich af, stond van de stoel achter zijn bureau op en begon door de grote recherchekamer te stappen in zijn typische trage slenterpas.

Hij moest terug, besefte hij, terug naar die bewuste avond ruim een maand geleden, toen vreemde storingen van buitenaf het mechanisme van zijn denken in een bepaalde richting wilden stuwen. Het waren exact die momenten, zo was zijn overtuiging, die bepalend waren voor het gedrag van de moordenaar.

Voor het raam in de recherchekamer bleef hij staan, wippend op de ballen van zijn voeten. Schuin beneden hem, in de smalle Heintje Hoeksteeg, duwde Mosie aan zijn haringkar. Het beeld was hem vertrouwd. Hoe vaak, bedacht hij, had hij hier gestaan. Steeds had de misdaad hem voor schier onoplosbare problemen gesteld. Met veel vakmanschap en een snuifje lief geluk had hij alle mysteries weten te ontrafelen.

En nu?

Hoe maakte hij het anderen duidelijk, dat hij juist die avond bijzonder gevoelig was geweest voor storingen en impulsen… dat hij persoonlijk waarde hechtte aan de overdracht via ongekende communicatiewegen. Een van beiden… of Jean-Paul Stappert of Erik Baveling… had zijn dood voorvoeld en angst signalen uitgezonden. Die signalen hadden hem bereikt. Onbetwist. Maar hij realiseerde zich overduidelijk, dat geen rechter, geen Officier van Justitie er enige waarde aan zou hechten en dat op een terechtzitting een advocaat ze honend zou wegwuiven. Hij trok zijn mond strak en duwde zijn kin iets omhoog. Alleen als hij als oude rot in het vak met zijn beide benen stevig op het Amsterdamse asfalt bleef staan, maakte hij een kans… een kans, zo geloofde hij stellig… die eens zou komen.

De telefoon rinkelde op zijn bureau. Vledder nam de hoorn op en luisterde. Al na enkele seconden legde hij de hoorn op het toestel terug en keek naar De Cock.

'Commissaris Buitendam wil je spreken.' Hij stak glimlachend een waarschuwende vinger op. 'En wees aardig tegen de man. Hij is nog wat gammel. Hij heeft pas veertien dagen met een griep in bed gelegen.'

Commissaris Buitendam zag in-bleek. Zijn huid scheen nog doorzichtiger dan anders en zijn ogen stonden dof. De griep had hem duidelijk getekend.

De Cock zag het. Tot zijn eigen verbazing welde een gevoel van medelijden in hem op.

Buitendam wuifde naar een zwaargebouwde man in een stalen fauteuil van het zitje in de hoek.

'Ik behoef je mr. Van Mechelen niet meer voor te stellen.'

De Cock schudde zijn hoofd.

'Ik heb al een paar maal,' sprak hij grijnzend, 'het min of meer twijfelachtige genoegen gehad om meneer de advocaat te ontmoeten.'

De commissaris negeerde de opmerking. De griep had zijn strijdvaardigheid aangetast.

'Mr. Van Mechelen,' sprak hij vermoeid, 'komt in verband met zijn cliënt Ramón Baveling. De jongeman heeft zijn familie inmiddels kenbaar gemaakt waar hij zich bevindt.'

'Een hele geruststelling,' onderbrak De Cock.

Buitendam keek hem licht verwijtend aan.

'Inderdaad,' ging hij verder. 'Voor de familie een hele geruststelling. Ramón wil graag in de huiselijke kring terugkeren, maar is nog steeds bang voor zijn arrestatie. Mr. Van Mechelen vraagt nu, in opdracht van zijn cliënt en in overleg met de Officier van Justitie, van ons een garantie, dat Ramón Baveling bij zijn terugkeer in Nederland niet in verband met de pensionmoorden zal worden aangehouden.'

'Ramón is dus in het buitenland.'

De corpulente advocaat kwam uiterst moeizaam uit zijn lage fauteuil overeind.

'Ik kan u uiteraard zijn verblijfplaats niet noemen,' sprak hij steunend. 'Dat is mij vertrouwelijk medegedeeld. Wij hebben aanvankelijk gedacht, dat u in uw onderzoek spoedig resultaten zou bereiken. Ik heb daarom Ramón destijds geadviseerd om weg te blijven tot de lucht rondom de moorden was opgeklaard… tot u de ware schuldige had gevonden.'

De Cock glimlachte.

'Nu resultaten uitblijven en het onderzoek wat langer duurt, wordt Ramón ongeduldig.'

Mr. Van Mechelen knikte.

'U moet bedenken, dat het uiterst frustrerend is om onschuldig als banneling te moeten fungeren.'

De Cock keek Van Mechelen dringend aan.

'Heeft u zich wel eens gerealiseerd, dat het uitblijven van resultaten in mijn onderzoek, wel eens verband zou kunnen houden met het feit, dat Ramón Baveling voor mij onbereikbaar is?'

Het vette gezicht van mr. Van Mechelen begon te glanzen.

'Ramón is onschuldig.'

'Hoe weet u dat?'

'Dat heeft hij mij gezegd.'

'En dat gelooft u?'

De corpulente advocaat zuchtte diep.

'Ik ben ervan overtuigd, dat Ramón de volle waarheid spreekt. Ik heb een bijzonder goede vertrouwensrelatie met hem opgebouwd.'

De Cock streek met zijn pink over de rug van zijn neus. Het was voor hem een karakteristiek gebaar als hij zich sterk voelde.

'Ik had en heb nog steeds een bijzonder goede vertrouwensrelatie met mijn moeder. Toch heb ik haar in mijn jonge jaren menigmaal bedrogen… eenvoudig omdat ik van mening was dat zij niet alles diende te weten.'

Mr. Van Mechelen schudde heftig zijn hoofd.

'Dat… eh, dat,' stotterde hij, 'dat is heel iets anders. De relatie tussen mij en mijn cliënt dient volkomen open te zijn… anders kan ik als raadsman niet werken.'

De Cock knikte instemmend.

'Ik heb volkomen begrip voor uw situatie.' Zijn toon werd milder.

'Ik ben ervan overtuigd, dat Ramón Baveling u heeft bezworen aan die pensionmoorden onschuldig te zijn. Ik begrijp ook, dat u die kreet van hem overneemt.'

Mr. Van Mechelen brieste.

'Het is geen kreet… het is een waarheid.'

De Cock stak sussend zijn hand op.

'Een waarheid,' herhaalde hij. 'Een waarheid, waarin u gelooft.'

'Onvoorwaardelijk.'

De Cock keek de dikke advocaat weer scherp aan.

'Wel, sta mij dan toe Ramón Baveling te verhoren… in uw bijzijn… op een door u te bepalen plaats… in Nederland.'

Mr. Van Mechelen dacht na. Zijn bolrond gezicht had bijna geen expressie. Het duurde enige tijd. Toen strekte hij zijn wijsvinger naar De Cock uit.

'U hoort van me.'

Zonder te groeten dreunde hij de kamer af.

Commissaris Buitendam liep op De Cock toe en keek hem bewonderend aan.

'Je was goed, De Cock. Ik vind, dat ik je dat eens moet zeggen.'

De oude rechercheur glimlachte bevrijd. Hij blikte in het door de griep geteisterde gezicht.

'Beterschap.'

Bij zijn terugkeer in de recherchekamer keek Vledder zijn oudere collega geïnteresseerd aan.

'En… was je lief voor de commissaris?'

'Uiterst. Ik heb hem zelfs beterschap gewenst.'

Vledder lachte.

'Je gaat vooruit.'

De Cock knikte bedaagd.

'Hij ook,' sprak hij gelaten.

'Heb je nog met hem gesproken over dat voorstel van Jaap van Santen?'

'Nog niet. Ik bewaar dat liever als een laatste strohalm. Als ik er echt geen gat meer in zie, kan ik het altijd nog in overweging nemen. Persoonlijk voel ik er niet veel voor. Ik ben geen voorstander van dat soort koehandel. Het kost in de regel een zee van tijd om de betreffende autoriteiten voor het idee te winnen en de vereiste toezeggingen te krijgen en dan is het nog maar de vraag of Jaap van Santen zijn belofte kan waarmaken.' Hij plooide zijn gezicht tot een grijns. 'Ik heb het in de praktijk meer meegemaakt, dat harde jongens, met een paar jaar gevangenisstraf in het vooruitzicht, plotseling glanzende ideeën kregen.'

'Jij gelooft niet dat hij de moordenaar kent?'

'Gezien het wereldje waarin Jaap van Santen leefde, is het heel goed mogelijk dat hij iets weet. Ik zou zelfs de mogelijkheid niet durven uitsluiten dat hij bij de uitvoering van de moorden betrokken is geweest. Het is alleen zo, dat ik niet graag gemanoeuvreerd wil worden… zeker niet door een figuur als Jaap van Santen.' Hij zweeg even en keek met een ernstig gezicht naar Dick Vledder. 'Ik heb zelfs rechercheurs met een jarenlange ervaring, aan de hand van een mannetje dat zogenaamd iets wist, voor joker her en der door het land zien trekken.' Hij schudde zijn grijze kop. 'Nee, Dick Vledder, dat overkomt mij niet.'

Dick kleurde een beetje.

'Het klonk heel geloofwaardig,' sprak hij beteuterd. 'Ik had stellig de indruk, dat Jaap van Santen meende wat hij zei.'

De Cock lachte hem bemoedigend toe.

'Je kunt best gelijk hebben. Ik wil je alleen waarschuwen voor dergelijke voorstellen. Ze zijn bloedlink voor rechercheurs die er op gebrand zijn om hun zaak op te lossen.' Er dartelden jolige trekken om zijn mond. 'Ik heb overigens zelf een voorstel gedaan.'

'Aan wie?'

'Aan mr. Van Mechelen.'

Vledder was verrast.

'Was hij bij de commissaris?'

'Hij wilde van ons een garantie, dat Ramón Baveling bij een eventuele terugkeer naar Nederland niet voor die pensionmoorden zou worden gearresteerd.'

'Heb je die garantie gegeven?'

De Cock schudde zijn hoofd.

'Ik heb tegen mr. Van Mechelen gezegd, dat ik Ramón wilde verhoren… in zijn bijzijn en op een door hem bepaalde plaats in Nederland.'

'Ging mr. Van Mechelen op jouw voorstel in?'

De Cock blikte op zijn horloge.

'Ik denk, dat hij nu naarstig overleg pleegt.'

Vledder keek de grijze speurder onderzoekend aan.

'Als… eh, als mr. Van Mechelen op jouw voorstel ingaat en Ramón komt naar Nederland, ga je hem dan…'

Er werd geklopt. Hard, dwingend. De beide rechercheurs keken naar de deur van de recherchekamer. Op het geribde glas bewoog het silhouet van een figuur in een wijde cape met capuchon.

Vledder riep:

'Binnen'.

Het duurde enige seconden. Toen ging de deur langzaam open. In de deuropening verscheen een zwaargebouwde man. Met een theatraal gebaar schoof hij zijn capuchon naar achteren en liep langzaam de kamer in, met een vage glimlach om zijn lippen.

De Cock kwam haastig achter zijn bureau vandaan.

'Meneer Waardenburg,' riep hij blij. 'Wat een verrassing.' Hij schoof een stoel naast zijn bureau. 'Neemt u plaats.'

Alex Waardenburg nam zwierig zijn cape af en liet zich op de stoel zakken.

'Het is de nieuwsgierigheid die mij tot u voert.' Hij sprak luid, op, gedragen toon. 'Ik lees niets meer in de kranten. Heeft u de moordenaar al in het vizier?'

De Cock schudde zijn hoofd. Op zijn gezicht lag een droeve trek.

'Het onderzoek verloopt niet zoals ik mij dat had voorgesteld,' sprak hij spijtig. 'Dat betekent echter geenszins dat ik de moed heb opgegeven.'

'U heeft aanwijzingen?'

De Cock schonk de muziekpedagoog een moede glimlach.

'Nauwelijks. In feite zit ik op dood spoor en dat is mij in mijn lange carrière nog niet vaak overkomen.'

Alex Waardenburg keek de rechercheur onderzoekend aan.

'U ziet er ook vermoeid uit,' sprak hij bezorgd. 'U dient wat verstrooiing… afleiding…' Hij tastte in de binnenzak van zijn colbert.'Ik wilde u en uw collega uitnodigen voor een concert. 'Mijn zoon Kiliaan zal, begeleid door ons Stedelijk Symfonie Orkest, op de vleugel enige eigen composities ten gehore brengen.'

'Waar?'

In de ogen van Alex Waardenburg vonkte een blik van triomf.

'Hier in Amsterdam. In ons eigen Concertgebouw. De enige muziektempel met een voortreffelijke akoestiek. We hadden via onze impresario al tal van aanbiedingen van kleinere muziekzalen, maar die hebben we alle categorisch afgewezen. Eerst toen het Concertgebouw zich aandiende, hebben wij onmiddellijk geaccepteerd.'

De Cock reageerde niet onmiddellijk. Hij monsterde het bolle, vlezige gezicht, de roodgeaderde wangen boven een volle donkere snor.

'Wie,' vroeg hij zacht, 'is uw impresario?'

Alex Waardenburg keek hem achterdochtig en waakzaam aan.

'Willy… Willy Haareveld.'

Загрузка...