Vledder staarde De Cock aan met een blik vol ongeloof.
'Dat… eh, dat is niet menselijk meer. Dat is demonisch. Een product van een verziekte geest. Denk je eens in… om je eigen superioriteit te bewijzen stort je je beide broers in het verderf.'
De Cock staarde voor zich uit. Hij had nog moeite om het idee te verwerken.
'We zullen die Ramón eens moeten benaderen,' sprak hij nadenkend.
Vledder was in de war gebracht.
'Ramón… waarover? Het feit dat hij zijn beide broers verslaafd maakte, is niet strafbaar. Dan zou je alle heroïnegebruikers wel kunnen oppakken. Iedere junk probeert wel iemand uit zijn naaste omgeving aan de drugs te helpen.'
De Cock schudde zijn hoofd.
'Dat bedoel ik niet. Ik wil van hem een alibi voor de tijd van de beide moorden.'
'Een alibi?'
'Ja… is dat zo gek?'
Vledder slikte.
'Jij wilt rekening houden met de mogelijkheid dat hij beide moorden heeft gepleegd?'
De Cock knikte nadrukkelijk.
'De Bavelingen uit Heemstede zijn rijke mensen. Stel dat Ramón Baveling, de oudste zoon, het geen prettige gedachte vindt om de nalatenschap later met anderen te moeten delen. Een menselijk trekje, vind je niet?' Hij wuifde in de richting van Vledder. 'Wel, Ramón bedenkt het verslavingsplannetje en dat werkt voortreffelijk. Broer Ricky valt al spoedig uit… reden voor een feestje… en Erik zakte door zijn verslaving al aardig weg in een poel van ellende.'
Zijn jonge collega staarde hem aan.
'Maar Erik werd "clean"… raakte van de heroïne af en was zelfs weer in staat om zijn studie op te nemen.'
De Cock grijnsde naar Vledder.
'Begrijp je… dat was een streep door zijn rekening. En Ramón was razend. Hoe zei zijn moeder ook weer… hij stikte bijna van teleurstelling en woede. Een nieuw testspelletje met zijn broer zit er niet in. Er blijft maar een mogelijkheid…'
Vledder hijgde.
'Moord.'
De Cock stak zijn rechterwijsvinger op.
'En wie was de man die er voor had gezorgd dat Erik zich van zijn verslaving had bevrijd, de man die Ramóns plannetje had doorkruist?'
'Jean-Paul Stappert.'
De oude rechercheur liet zich in zijn stoel terugvallen.
'Voilà… de moordenaar en zijn motieven.'
Een ogenblik leek Vledder verdoofd, toen schudde hij zijn hoofd.
'Daar heb ik toch wel moeite mee,' riep hij wrevelig. 'Dat gaat mij net iets te ver. Dat is niet menselijk meer. Om zover te komen, moet je gewoon een tik van de duivel hebben.'
De Cock trok achteloos zijn schouders op.
'Hoe demonisch is Ramón Baveling?'
Het was druk in de Lange Niezel. Vakantietijd. Van heinde en ver waren ze gekomen.
'Come and see the redlightdistrict of Amsterdam.' Een miljoenen business. Groepjes mensen verdrongen zich voor de etalages van de vele sex winkels, vergaapten zich aan vreemde opblaas-vrouwen in een woud van kunstpenissen. Flarden muziek waaiden de rechercheurs tegemoet. Uit 'Old Sailor' strompelde een stel dronken matrozen.
De Cock schoof zijn oude vilten hoedje wat naar achteren en floot een sinterklaaslied, hoog en vals, met vreemde uithalen.
Vledder, schuin naast hem, had een denkrimpel in zijn voorhoofd.
De uiteenzetting van zijn oudere collega met Ramón Baveling als inzet, dreunde nog na en hield zijn denken gevangen.
Op de hoek van het Oudekerksplein stonden plukjes zware jongens en lichte meisjes. Hun samenzijn had iets heimelijks, iets van een samenzwering. De mare van de beide wurgmoorden had zich snel verbreid. Toen de rechercheurs voorbij liepen, zwegen ze.
De Cock maakte het bovenste knoopje van zijn overhemd los en trok zijn stropdas iets naar beneden. Het was warm. De hitte van de dag kleefde nog aan de oude geveltjes en het grachtwater dampte. Slierten mist vervaagden de contouren van het bruggetje bij de Stoofsteeg.
De beruchte Walletjes waren in vol bedrijf. Vooral de exotische meisjes uit het Verre en Midden-Oosten vonden veel aftrek. Op de Achterburgwal, leunend tegen de bomen aan de wallekant, hunkerden de hongerigen tot er weer een vrouwtje vrij kwam.
De Cock bezag het met enige gelatenheid. Hij kende het rosse wereldje als geen ander. Op de hoek van de Barndesteeg schoof hij het kroegje binnen. Vledder volgde gedwee.
Lowietje, vanwege zijn geringe borstomvang in het wereldje van de penoze meest Smalle Lowietje genoemd, begroette de grijze De Cock uitbundig.
'Een tijdlang niet gezien,' kirde hij vrolijk. Zijn spichtige muizensmoeltje glom van genegenheid. Hij beschouwde de oude rechercheur als zijn persoonlijke vriend. Een vriendschap die door De Cock soms schaamteloos werd uitgebuit.
'Ik dacht,' babbelde hij verder, 'dat jullie mij waren vergeten… dat je de weg naar Lowietje niet meer kon vinden.'
De Cock kneep zijn beide ogen even dicht.
'Blindelings,' lachte hij. 'Ik ga gewoon op de dranklucht af.' Hij slenterde voor Vledder uit naar het einde van de bar en hees zijn zware lijf op een kruk. 'Hoe is het… heb je nog?'
Smalle Lowietje trok een verongelijkt gezicht.
'Wat dacht u?' Hij dook pijlsnel onder de tapkast en kwam weer boven met een fles pure Franse cognac 'Napoleon'. Hij hield haar omhoog en tikte met een kromme vinger op het etiket met V.S.O.P. in goud. 'Zolang ik dit etablissement blijf beheren,' sprak hij plechtig, 'zal zo'n fles altijd voor u klaar staan.'
De Cock krabde zich achter in zijn nek.
'Lowiet je,' grinnikte hij, 'je maakt mij verlegen.'
De tengere caféhouder schonk behoedzaam in.
'Dat het u wel moge bekomen.'
De Cock hield zijn hoofd iets schuin en beluisterde de gedragen toon waarop Lowietje sprak.
'Het zij zo,' reageerde hij volkomen ernstig. Hij nam het bolle glas op, schommelde het zachtjes in zijn hand en snoof. Er verscheen een glans van verrukking op zijn gegroefde gezicht. Omzichtig nam hij een slokje en liet het fonkelende vocht genietend door zijn dorstige keel glijden.
'Weet je Lowie,' sprak hij zacht, peinzend. 'Als alle mensen op aarde hun tijd alleen maar zouden verdoen met het nuttigen van een goed glas cognac… misschien waren ze dan minder wraak heben moordzuchtig.'
De caféhouder staarde hem aan.
'Dat is een mooie gedachte,' zei hij dromerig. 'Een hele mooie gedachte.
De Cock zette zijn glas neer.
'Ik zit weer opgezadeld met twee moorden,' verzuchtte hij. 'Vandaar die gedachte.'
Smalle Lowietje knikte traag.
'Ik heb het gehoord… die twee jongens uit het pension aan de Prins Hendrikkade.' Hij zweeg even om een slok van zijn cognac te nemen. 'De vreemdste geruchten doen daarover de ronde.'
De Cock keek de caféhouder vragend aan.
'Geruchten?' vroeg hij verbaasd.
Smalle Lowietje trok zijn muizensmoeltje scheef.
'Ze zeggen, dat de maffia er achter zit.'
'Maffia… wat voor maffia?'
Lowietje duimde over zijn schouder.
'De heroïne-maffia… de big-bosses, die de aanvoerlijnen in handen hebben.'
De Cock trok een bedenkelijk gezicht.
'Wat hebben die met die moorden van doen?'
Smalle Lowietje maakte een verontschuldigend gebaartje.
'Ik… eh, ik vertel je alleen wat er wordt gefluisterd,' stotterde hij.
'Ze zeggen, dat die beide jongens zijn omgebracht omdat ze waren afgekickt.'
'Wat?'
Smalle Lowietje knikte heftig.
'De moorden zouden een waarschuwing zijn voor de andere junks om niet af te kicken… om verslaafd te blijven. De heroïne-maffia verliest niet graag klanten, begrijp je? Vandaar die waarschuwing.'
De Cock stak zijn kin vooruit. Hij voelde een lichte woede in zich opkomen.
'Onzin… er gaan in die heroÏnebusiness alleen al in Nederland jaarlijks voor miljarden om en dan zou men terwille van twee kleine afnemers…' Hij maakte zijn zin niet af. 'Wie heeft die ongein rondgestrooid?'
Smalle Lowietje grinnikte droog.
'Dat… eh, dat weet ik niet,' antwoordde hij benepen. 'Iemand vertelde het mij. Ik weet wel, dat hier in de buurt een paar hulporganisaties voor drugsgebruikers compleet in paniek zijn.'
'Waarom?'
Lowietje zwaaide.
'Ze hebben gehoord wat er met die twee jongens is gebeurd en nu zijn ze bang dat er geen junk meer naar hen toe durft te komen uit vrees voor represailles van de grote heroïnedealers.'
De Cock schudde vertwijfeld zijn hoofd. Hij kende de vernietigende kracht van het gerucht. Vooral in het labiele wereldje van penoze en verslaafden was het bijna niet uit te roeien. Als de mensen het geloofden en het bleven doorvertellen, dan werd het een waarheid. Zo simpel lag het.
Hij nam nog een slok van zijn cognac. Inmiddels werkten zijn hersenen op volle toeren. Hoe sneller hij de werkelijke dader van de beide moorden achter slot en grendel had, hoe beter hij het represailleverhaal naar het rijk der fabelen kon verwijzen.
Hij keek de tengere caféhouder peinzend aan.
'Kende jij die jongens?'
'Ja.'
'Beiden?'
Smalle Lowietje trok zijn iele schoudertjes op.
'Ze kwamen samen wel eens bij mij in de zaak. Met die jongen uit Heemstede had ik nooit zoveel contact. Die was altijd wat stil en teruggetrokken. De andere jongen lag mij beter. Jean-Paul. Hij was veel opgewekter, veel vrolijker. Ik noemde hem altijd Mister Melody.'
'Hoe?'
'Mister Melody. Jean-Paul had altijd een hoofd vol melodieën. Geen gewone schlagers, top-hits of een oude operettedeun, nee splinternieuwe liedjes.'
'En wat deed hij daarmee?'
De caféhouder spreidde zijn beide handen.
'Niets… helemaal niets. Hij had ze alleen in zijn kop zitten. Hij was ook geweldig muzikaal. Ik had eens een variéténummer gezien van een man, die met zijn vingers over gedeeltelijk met water gevulde bierglazen gleed en zo een liedje speelde. Voor de grap heb ik eens een stel bierglazen voor Jean-Paul neergezet.'
'En?'
Smalle Lowietje plooide zijn muizensmoeltje in bewondering.
'Hij probeerde het even, vulde toen de glazen tot ze de juiste toonhoogte hadden en speelde vervolgens een prachtige melodie.; Hij zweeg even en dacht na. 'Ik denk, dat hij er nog geen tien minuten voor nodig had.'
De Cock glimlachte.
'Hij had ook naar het variété moeten gaan.'
Smalle Lowietje knikte heftig.
'Dat heb ik hem ook gezegd. Ik heb wel wat relaties in het artiestenvak. Maar Jean-Paul voelde daar niets voor. Hij wilde niet zelf spelen. Hij wilde alleen maar die melodieën kwijt, die voortdurend door zijn kop speelden. Meer niet.'
'Had hij er last van?'
'Hoe bedoel je?'
'Lichamelijk of geestelijk. Bezorgde het hem hoofdpijnen, migraines? Maakte het hem humeurig… had hij buien van neerslachtigheid?'
Smalle Lowietje schudde zijn hoofd.
'Die vriend van hem, die jongen uit Heemstede, die was wel eens wat somber. Maar bij Jean-Paul heb ik daar nooit iets van gemerkt. Hier in de zaak was hij altijd even opgewekt en vrolijk. Hij zei wel, dat hij er soms 's nachts wakker van werd en dan niet meer in slaap kon komen, omdat zo'n melodie hem niet meer losliet.'
De Cock knikte begrijpend.
'Toch zonde. Die jongen had iemand moeten zoeken die zijn uitzonderlijke gave exploiteerde.'
Smalle Lowietje schonk nog eens in.
'Ik heb hem voorgesteld aan Willy Haareveld, sprak hij achteloos.'
'Die zit in die business. Hij beheert een goed orkest en heeft een paar bekende zangers en zangeressen onder contract. Er bestaat ook een vocal-groepje dat voor hem optreedt.'
De Cock fronste zijn wenkbrauwen.
'Willy Haareveld… was die laatst niet betrokken bij een schandaal?'
Smalle Lowietje knikte.
'Iemand heeft vanuit een hinderlaag op hem geschoten.'
'Waar was dat?'
'De tengere caféhouder wuifde in de ruimte.'
'Bij zijn huis in Laren.' Hij grinnikte. 'En dat was niet de eerste keer dat iemand hem naar het leven stond. Hij is niet altijd even koosjer en dan loop je bepaalde risico's.'
'En met zo'n man breng jij die jongen in contact?' Het klonk bestraffend.
Smalle Lowietje keek de oude rechercheur verongelijkt aan.
'Kende ik iemand anders?'
Ze liepen van de Achterburgwal via de Oudekennissteeg naar de Voorburgwal. Het was veel minder druk. Sommige hoertjes hingen verveeld tegen de deurpost van hun peeskamertjes. De stroom van behoeftigen was uitgedund.
Vledder blikte opzij.
'Verwerp jij die represaillegedachte helemaal?'
De Cock knikte nadrukkelijk.
'Ik geloof er niet in.'
'Waarom niet. Intimidatie is van oudsher het dwangmiddel van de maffia.'
'Zeker. Als het zin heeft.'
'Het heeft zin. Dat merk je. Het gerucht gaat als een lopend vuurtje.'
'Dat is het kwalijke van de zaak.' De Cock draaide zich half naar Vledder. 'Waarom zouden de grote heroïnedealers het risico van twee moorden nemen? Van de drugsgebruikers komt nog geen vier procent blijvend van zijn of haar verslaving af. Dat is een te verwaarlozen factor. Het heeft voor hen veel meer zin om bijvoorbeeld op scholen agressieve verkoopmethodieken toe te passen. Daardoor wordt het koor der verslaafden vele malen groter dan die vier procent die het uiteindelijk gelukt om af te kicken.'
Vledder grijnsde.
'Je praat als een maffia-baas.'
Ze stapten vanuit de Lange Niezel naar de Warmoesstraat. Lachend gingen ze het politiebureau binnen.
Meindert Post, de lange Urker wachtcommandant, wenkte van achter de balie.
'Mien van Leeuwen is hier geweest,' brulde hij. 'Ze vroeg of jullie onmiddellijk naar haar pension aan de Prins Hendrikkade wilden komen.'
De Cock keek hem gespannen aan.
'Wat is er dan?'
Meindert Post raadpleegde zijn notities.
'Een paar mannen hebben de kamers van die twee vermoorde jongens totaal overhoop gehaald. Zelfs de bedden en kussens zijn opengesneden.'