Vledder werd enthousiast.
'Zullen we hem oppakken?'
'Wie?'
'Ramón Baveling. Als we het handig spelen en nauw contact houden met de politie in Heemstede, kan de arrestatie vlot verlopen.'
De Cock schudde traag zijn hoofd.
'Voorlopig niet. Ik voel er weinig voor om Ramón na enkele uren onder dwang van de justitie weer vrij te moeten laten. Ik ben bang, dat we niet eens een bevel tot inverzekeringstelling kunnen lospeuteren.'
Vledder keek zijn oudere collega bijna wanhopig aan.
'Hij tennist,' riep hij geëmotioneerd. 'Je weet wat dr. Den Koninghe van de strangulatieplekken heeft gezegd… krachtige handen… van iemand die een stevige greep heeft ontwikkeld.'
De Cock schudde opnieuw zijn hoofd.
'Dat is niet voldoende. Mr. Schaaps kennende, zal hij het argument hautain wegwuiven.'
Vledder stond druk gesticulerend van zijn stoel op.
'Ramón heeft een motief… een duidelijk op de toekomst gericht motief. Die verslavingstest die hij met Erik en Ricky hield, is onmiskenbaar een aanwijzing dat hij zich van zijn broers wilde ontdoen… omwille van de nalatenschap. Hij blijft als enige erfgenaam over.'
De Cock zuchtte.
'Je hebt gelijk, Dick,' sprak hij vermoeid. 'Het is een aanwijzing… een duidelijke aanwijzing. Maar het is geen bewijs en zonder een rechtsgeldige bewijsvoering maken we geen enkele kans. Denk aan de invloed die vader Baveling kan uitoefenen.'
Vledder ging op het bureau van De Cock zitten.
'Dat is het nu precies,' argumenteerde hij smekend. 'In wat voor netelige situaties zijn zoons in het verleden ook verkeerden… vader Baveling toonde geen enkele interesse. Maar nu… nu oefent hij plotseling zoveel druk uit op de justitie, dat onze commissaris er nerveus van wordt. En waarom?' Vledder grijnsde. 'Omdat vader Baveling beseft, dat zijn geliefde zoon Ramón zich in moeilijkheden heeft gewerkt.' De jonge rechercheur schoof nog dichter naar De Cock. 'Het is alles toch zonneklaar. Zelfs moe Baveling… hoewel ze het niet uitsprak… denkt of weet, dat Ramón bij de moord op zijn broer Erik is betrokken.'
De Cock glimlachte.
'Ik vind jouw betoog schitterend en het bevat elementen van waarheid, maar…'
Vledder interrumpeerde fel.
'Het is de waarheid. Geloof me. Als we niet onmiddellijk ingrijpen, is Ramón verdwenen of heeft met behulp van dure advocaten een muur van leugens opgebouwd, die zelfs wij niet kunnen slechten.' Hij hakkelde, meegesleept door zijn eigen gedachten. 'Dat… dat mogen we toch niet toestaan? We kunnen die moordenaar niet vrij laten rondlopen. We moeten toch het recht dienen?'
De Cock wreef zich nadenkend in zijn nek. Iets van het enthousiasme van Vledder vonkte op hem over. Als hij zijn gemoed peilde, sprong hij het liefst met Vledder in hun oude Volkswagen om naar Heemstede te rijden. Maar een Innerlijke stem zeI hem te wachten tot het inzicht was gerijpt, tot de overtuiging was gegroeid, dat motief en dader een eenheid vormden met de gevonden omstandigheden. Dat was het vak. Zo diende een rechercheur te denken en te voelen. Puur naar de feiten. Los van de emoties, die bij elke misdaad hoog oplaaiden.
Hij keek schuin omhoog. Het gezicht van Vledder stond gespannen. De Cock kneep zijn ogen even dicht.
'Recht, m'n jong,' begon hij vaderlijk, 'bestaat niet. Hoe je ook zoekt, je zult het op deze nietige aardkloot nergens vinden. Wij dienen ook niet het, Recht… met een hoofdletter, maar een systeem van rechtsregels… en daarin schuilt een groot verschil. Ik begrijp hoe je je voelt, maar Ramón is voorlopig nog taboe.' Er brak een glimlach bij hem door. 'Misschien halen vader en zoon Baveling vandaag of morgen een of andere stommiteit uit, waardoor we een betere greep op hen krijgen. Maar zoals de situatie nu is…'
De Cock maakte zijn zin niet af. Er werd op de deur van de recherchekamer geklopt. Vledder liet zich van het bureau glijden en riep:
'Binnen'.
De deur werd aarzelend geopend. In de deuropening verscheen een lange jongeman. Atletisch gebouwd. De Cock schatte hem op rond de vijfentwintig jaar. Hij droeg een sportieve donkerblauwe blazer met daaronder een lichtgrijze flanellen pantalon. Het licht uit de gang glansde op zijn blonde haren. Hij deed de deur behoedzaam achter zich dicht en trad naderbij. Langzaam en met enige schroom. Voor het bureau van de oude rechercheur bleef hij staan.
'Ik… eh, ik wilde met u praten,' sprak hij zacht. 'Over Jean-Paul… Jean-Paul Stappert.'
De Cock knikte hem bemoedigend toe en wenkte uitnodigend naar de stoel naast zijn bureau.
'Gaat u zitten.'
De jongeman nam wat onwennig plaats en liet zijn lange slanke handen op zijn knieën rusten.
'Ik durfde eerst niet te komen.'
'Waarom niet?'
Er zweefde een glimlach om zijn lippen.
'Het politiebureau aan de Warmoesstraat heeft niet zo'n beste reputatie.'
De oude rechercheur wuifde het weg.
'Ten onrechte. In dit bureau huizen de meest vriendelijke politiemensen die u zich kunt denken.' Hij fronste plotseling zijn wenkbrauwen. 'Ik heb mij nog niet voorgesteld.' Het klonk verontschuldigend. 'Mijn naam is De Cock… met ceeooceekaa.' Hij aarzelde even. 'En met wie heb ik het genoegen?'
De jongeman stak hem zijn hand toe.
'Kiliaan… Kiliaan Waardenburg.'
De Cock toonde verwondering.
'Is… eh, is Alex Waardenburg familie van u?'
De jongeman knikte.
'Hij is mijn vader.'
De Cock keek de jongeman onderzoekend aan.
'Uw vader was hier… gisteren.'
'Dat weet ik, ja. Hij heeft mij van zijn bezoek aan u verteld.'
De Cock kneep zijn oogleden iets samen.
'En weet hij nu dat u hier bent?'
Kiliaan Waardenburg antwoordde niet direct.
'Dat… eh, dat is moeilijk,' sprak hij na een poosje. Weet hij het wel… misschien niet.'
'Heeft u het hem gezegd?'
'Nee.'
De Cock grinnikte ongelovig.
'Hoe kan hij het dan weten?'
Kiliaan Waardenburg verschoof iets op zijn stoel.
'Soms… soms kent vader mijn gedachten. Dat is heel vervelend. Het is dan net alsof ik zelf niet besta… of ik alleen maar een deel van hem ben. Bij moeder is dat niet zo. Ik heb er wel eens met haar over gesproken. Zij heeft ten opzichte van vader haar persoonlijkheid volledig behouden. Ik niet… niet helemaal. Ik probeer in zijn bijzijn altijd heel zuiver te denken.'
De Cock hield zijn hoofd iets schuin.
'Wat betekent dat… zuiver denken?'
Kiliaan Waardenburg staarde voor zich uit.
'Elke slechte of zondige gedachte uitbannen.'
'Kan dat?'
Kiliaan Waardenburg knikte nadrukkelijk.
'Dat kun je trainen. Je maakt eerst je gedachten leeg. Je drijft alles wat je bezielt daaruit weg. Eerst dan vul je het op. Daarbij denk je alleen aan zuivere dingen… aan God, bijvoorbeeld… of aan muziek.'
Hoewel de verklaring hem niet geheel bevredigde, liet De Cock het onderwerp 'zuiver denken' rusten.
'Treedt u in de voetstappen van uw vader?'
'Hoe bedoelt u?'
'Wordt of bent u musicus?'
'Ik speel piano.'
'Professioneel?'
'Inderdaad… in het Stedelijk Symfonie Orkest.'
'Bij uw vader?'
Kiliaan Waardenburg zuchtte.
'Hij heeft mij geïntroduceerd. Ik ben hem daar dankbaar voor. Het orkest is voor mij een bron van ervaring. Maar het liefst treed ik solistisch op. Volgens vader en anderen, die het kunnen weten, heb ik talent en als pianist een grote toekomst voor mij.' Hij grinnikte wat terughoudend. 'Ik ben er zelf nog niet zo zeker van. Mijn voorkeur en belangstelling gaan uit naar het componeren.'
'Wat zegt uw vader daarvan?'
Kiliaan Waardenburg maakte een lichte beweging met zijn rechterschouder.
'Vader is er niet zo blij mee. Hij staat erop, dat ik mijn pianostudies volg.' Hij zweeg even, hij blikte intussen peinzend naar zijn handen. 'Ik begrijp zijn aversie niet. Hij heeft in zijn jonge jaren zelf enige composities geschreven.'
'Met succes?'
Kiliaan Waardenburg tuitte zijn lippen.
'Nauwelijks. Ze waren niet melodieus. Vader is te star, te dogmatisch… ook in de muziek.'
De Cock beluisterde de toon.
'Daarom is hij tweede violist gebleven.'
Kiliaan Waardenburg keek op. Voor het eerst lag op zijn gezicht een harde trek.
'Uw conclusie is niet juist,' sprak hij fel. 'Het spelen van de tweede viool is niet minderwaardig. Integendeel. Alleen in de volkstaal heeft het een negatieve klank gekregen.'
Het klonk bestraffend.
De Cock bracht zijn beminnelijkste glimlach. Er was iets in de jongeman dat hem aantrok.
'We zijn afgedwaald. U kwam hier om te praten over de dood van Jean-Paul Stappert.'
'Inderdaad.'
'U heeft hem gekend?'
'Ja.'
'Oppervlakkig? Ik bedoel, alleen als muziekleerling van uw vader?'
Kiliaan Waardenburg schudde zijn hoofd.
'Jean-Paul Stappert en ik waren min of meer bevriend. We spraken altijd met elkaar over muziek. Jean-Paul was muzikaal zeer begaafd. Muziek was voor hem niet iets van buitenaf… iets, dat een ander je leert… maar een innerlijke beleving in tonen. Begrijpt u… iets wat je zelf al hebt… dat tot je wezen behoort.'
De Cock streek met zijn hand over zijn gezicht. Het enthousiasme in de stem van de jongeman ontging hem niet.
'U bewonderde Jean-Paul?'
'Ja, bijzonder.'
'Waarom?'
Kiliaan Waardenburg wuifde.
'Wat ik al zei… zijn begaafdheid… zijn vermogen om melodieën te scheppen.' Hij schudde bedroefd zijn hoofd. 'Er zijn niet veel creatieve geesten.'
De Cock knikte begrijpend.
'Heeft Jean-Paul u verteld dat hij contact had gezocht met Willy Haareveld?'
Kiliaan Waardenburg liet zijn hoofd wat zakken.
'Ja. Hij was er nogal enthousiast over. Ik zei hem dat Willy Haareveld een slechte reputatie had. Mijn vader kent hem ook. Hij is een bedrieger.'
'Wilde Jean-Paul naar u luisteren?'
Kiliaan Waardenburg glimlachte.
'Jean-Paul was zelfverzekerd. Niemand bedriegt mij, zei hij… niet meer.'
De Cock streek met zijn pink over de rug van zijn neus.
'Hebt u Jean-Paul Stappert wel eens bezocht in zijn pension aan de Prins Hendrikkade?'
Kiliaan Waardenburg knikte.
'Ik ben daar een keer of drie geweest.'
'En Erik ontmoet?'
Kiliaan Waardenburg grijnsde wat meewarig.
'Met die jongen heb ik weinig contact gehad. Hij was wat teruggetrokken… wazig. Ik begrijp niet hoe Jean-Paul ooit met hem bevriend is geraakt. Volgens mij hadden ze weinig dingen met elkaar gemeen. Erik interesseerde zich totaal niet voor muziek.'
Vledder, die uiterst gespannen het verhoor had gevolgd, kwam plotseling tussenbeide.
'Erik was dus totaal anders dan Ramón?'
Kiliaan Waardenburg draaide zich half om.
'Ramón?' reageerde hij niet begrijpend. 'Wat is er met Ramón?'
Vledder wuifde in zijn richting.
'U kent Ramón?'
Kiliaan Waardenburg stak zijn handpalmen afwerend naar voren.
'Hij is een leerling van mijn vader. Al jaren. Hij speelt klarinet.'
'Verder kent u hem niet?'
'Nee. Ik ben uiteraard een keer aan hem voorgesteld. Maar verder heb ik hem nooit interessant gevonden. Hij is ook een paar jaar ouder. Trouwens, met de meeste leerlingen van mijn vader heb ik geen contact. Jean-Paul was echt een uitzondering.', Vledder dramde verbeten door.
'Wat weet u van Ramón?'
Kiliaan Waardenburg maakte een grimas.
'Hij betaalt een bom lesgeld. Volgens vader is hij van rijke familie.'
'Kent u de naam van die familie?'
'Nee.'
'Baveling?'
Kiliaan Waardenburg zuchtte, toonde zich ongeïnteresseerd.
'Baveling,' herhaalde hij mat. 'Ik dacht, dat hij inderdaad zo heette.'
Vledder trok zijn gezicht strak.
'Erik was Ramóns broer.'
Kiliaan Waardenburg was in de war gebracht, hij keek Vledder aan.
'Dat… eh, dat wist ik niet,' reageerde hij grinnikend. 'Het is ook nauwelijks te geloven. Ze leken in het geheel niet op elkaar.'
Vledder negeerde de opmerking.
'Hoe vaak had Ramón Baveling les?'
'Een paar maal in de week.'
'Had hij ook les van uw vader op de dag, dat Jean-Paul vermoord werd gevonden?'
De jonge Waardenburg antwoordde niet direct. Hij blikte peinzend naar het plafond met de zoemende TL 's. Na een paar seconden bewoog hij zijn hoofd ritmisch op en neer.
'Ja… ja, ik herinner het mij. Ramón had die dag ook les. Eerder op de avond.'
Vledder boog zich iets naar voren.
'Het is dus mogelijk, dat Ramón Baveling na het beëindigen van zijn les niet weg is gegaan, maar uw vriend Jean-Paul op de Keizersgracht voor de deur van uw huis heeft opgewacht?'
De jongeman lachte wat nerveus.
'Ik denk het niet. Waarom ook? Jean-Paul had geen enkele omgang met die Ramón Baveling. Ik geloof dat die twee elkaar niet eens kenden.'
Vledder keek de jongeman strak aan.
'Maar het is mogelijk.'
Kiliaan Waardenburg zuchtte opnieuw. De vragen van de rechercheur irriteerden hem zichtbaar.
'Zeker,' sprak hij onwillig, 'het is mogelijk.'
Vledder boog zich nog verder naar voren.
'Ramón Baveling kan uw vriend naar de wallekant hebben gelokt en hem daar tussen de geparkeerde auto's hebben gewurgd.'
Kiliaan Waardenburg staarde de jonge rechercheur met grote ogen aan. Hij zag ineens bleek. Alle kleur was uit zijn gezicht weggetrokken.
'Waar… waar… waar wilt u heen?' stotterde hij onthutst.
Vledder kneep eerst zijn lippen op elkaar en antwoordde toen:
'Naar moord.'