19

Een gevoel van intense spanning maakte zich van De Cock meeser. Het kroop sluipend naar zijn keel en tintelde op de uiteinden van zijn zenuwen. Hij wist, dat hij haast onaanvaardbare risico's nam. Als het plan niet zou slagen, had dat voor hem en voor het hele Amsterdamse politiekorps vérdragende consequenties. Hij zag de vette krantekoppen al voor zich, kende de tekst van boze vragen in gemeenteraad en Tweede Kamer.

Maar hij had geen keus. Wilde hij de pensionmoorden ooit oplossen, dan moest dat nu gebeuren en op de manier zoals hij zich die had gedacht.

Het was een va banque-spel… een pure gok met als inzet de dader van drie wurgmoorden. Zijn hoop was gevestigd op de overrompeing, op de psychologie dat de dader zich door het onverwachte, het ongewone van de situatie zou verraden.

Hij keek naar de jonge Vledder, die zijn strategie kende en nu wat bleek achter zijn bureau zat. Hij blikte naar de twee K's, het gouden recherchekoppel van de Warmoesstraat Joop Klaver en Jan Kuijper, die hem hun medewerking hadden toegezegd.

Met een trillende hand schoof hij de mouw van zijn colbert iets terug en keek op zijn horloge. Ze moesten nu komen… de leden van zijn culturele clubje… een spottende benaming voor een deel van de vaste klantenkring van zijn vriend Smalle Lowietje.

Hij slaakte een diepe zucht van verlichting, toen na een schuchter kloppen, de eerste de recherchekamer binnenstapte. In een tijdsbestek van nog geen tien minuten waren ze allen gearriveerd. Als laatste de tengere caféhouder in een stemmig blauw kostuum met een iets te uitbundige stropdas. Ook de anderen hadden hun best gedaan om er 'deftig' uit te zien.

Rechercheur Kuijper kwam vertrouwelijk naast hem staan.

'Wat moet je met dat stelletje ongeregeld?' fluisterde hij verbaasd.

'Ik tel vier souteneurs, drie min of meer bejaarde hoeren, een animeermeisje, een kroegbaas, een heler en een balletje-balletje-man[2]'.

De Cock glimlachte, maar antwoordde niet.

Hij liet het hele gezelschap plaatsnemen, heette hen van harte welkom en legde in een hartstochtelijk toespraakje uit wat er van hen werd verlangd.

Nadat De Cock nog wat vragen had beantwoord, gingen ze via de trappen naar beneden en wachtten in de hal van het politiebureau. De bestelde taxi's verschenen op tijd en in een kleine verkeersstoet reed het gezelschap naar het Concertgebouw.

Voor de hoofdingang stapten ze uit, gingen aarzelend naar binnen en namen onwennig plaats op de achterste banken aan de rand van het brede middenpad. Alleen de beide rechercheurs Klaver en Kuijper posteerden zich op een andere plek. Zij hadden bij de planning ook een andere taak toebedeeld gekregen.

De leden van het Symfonie Orkest zaten al op het podium. Op een wenk van de concertmeester blies de hobo een A en stemden de musici hun instrumenten af, brachten trillende loopjes en toonladders ten gehore.

Rooie Meintje, die naast De Cock zat, boog zich naar hem toe. De indringende geur van haar parfum deed zijn neusharen krullen.

'Zijn… eh, zijn ze nu al begonnen?' vroeg ze fluisterend.

De Cock schudde glimlachend zijn hoofd. Hij besefte dat de meesten van zijn clubje nog nooit een muziektempel hadden betreden.

De Cock rekte zijn zware bovenlijf iets uit. Vooraan op het podium, bij de tweede violen, zat groot en indrukwekkend Alex Waardenburg. Hij koos met grote zorgvuldigheid de plaats van zijn muzieklessenaar en verschoof iets aan zijn muziekpartij.

De grijze speurder liet zijn blik verder dwalen. De grote zaal vertoonde bijna geen lege plekken. Ook de plaatsen achter het podium waren redelijk bezet.

Op de eerste rij, direct achter het orkest, ontdekte hij een vreemd, in glimmend paars uitgedoste Willy Haareveld. Het stelde hem gerust. Hoewel men hem uitdrukkelijk had verzekerd dat de impresario het concert zou bijwonen, was hij toch blij zijn aanwezigheid aan de rand van het podium op te merken.

Links, aan de vleugel en zichtbaar gespannen, zat de solist van vanavond, Kiliaan Waardenburg. De jongeman zag er in rok onberispelijk uit. Zijn goudblonde haren glansden in het podiumlicht. Hij leek zo in de verte iets op de populaire concertpianist Richard Clayderman, die door De Cock intens werd bewonderd.

Het wachten was op de komst van de dirigent.

De Cock overzag nog eens de illustere leden van zijn culturele clubje. Smalle Lowietje, zo vond hij, had uit de Walletjes en omgeving een waarlijk schilderachtig groepje bijeen gebracht. Om zijn lippen gleed een glimlach van vertedering. Hij genoot van deze mensen, die, zelf levend aan de periferie van de samenleving, toch bereid bleken om hem te helpen in zijn strijd tegen de misdaad.

Hij trok rimpels in zijn voorhoofd. Of was dat te idealistisch gedacht en had Lowietje hun bereidheid tot medewerking afgedwongen? De Smalle had zo zijn eigen methoden om mensen naar zijn hand te zetten.

Hij plukte aan zijn neus. Het kon hem feitelijk weinig schelen. De hoofdzaak was, dat ze hier zaten en, zo hoopte hij vurig, in actie zouden komen.

De Cock blikte opzij naar Vledder. De jonge rechercheur, die naast de caféhouder zat, was duidelijk nerveus. Vrijwel het hele 'stelletje ongeregeld', zoals rechercheur Kuijper het clubje oneerbiedig had betiteld, toonde tekenen van onrust. Zelfs Rooie Meintje, voor wie de hardste kerels uit de penoze om haar scherpe tong ontzag hadden, friemelde zenuwachtig aan de knoopjes van haar blouse. De dirigent daalde de trap af. Het orkest kwam uit eerbetoon overeind. Toen hij zijn lessenaar met de partituur had bereikt, gingen de orkestleden weer zitten. De dirigent tikte op zijn lessenaar, hief zijn dirigeerstok, en het concert was begonnen.

Tot aan de pauze bleef het opmerkelijk rustig. Eerst na de pauze, toen Kiliaan Waardenburg solistisch excelleerde, kwam er beroering in het groepje. Smalle Lowietje knikte heftig. Ook de anderen maakten bevestigende bewegingen. Op een moment dat Kiliaan Waardenburg een thema herhaalde, stond Rooie Meintje geagiteerd op. De anderen volgden.

De Cock begreep dat hij nu snel de leiding in handen moest nemen. Hij gaf Vledder een wenk. Ze kwamen beiden uit de bank en stelden zich op. De leden van het clubje groepeerden zich rumoerig achter hen.

In trage pas, maar wel steeds rumoeriger, stapten ze over het middenpad en zwaaiden met gebalde vuisten. Ook het publiek werd rumoerig. Mensen in de zaal gingen staan om vooral niets van het schouwspel te missen.

De dirigent merkte aan de onrust van zijn musici, dat er iets gaande was. Geïrriteerd tikte hij het orkest af. De muziek ebde weg. Het rumoer zwol aan.

Steeds dreigender kwam het groepje dichterbij en Rooie Meintje riep:

'Moordenaar'. Een kreet die door de anderen onmiddellijk werd overgenomen.

Vledder en De Cock versnelden hun pas en liepen ieder naar een trap die naar het podium leidde.

In het orkest ontstond tumult. Muzieklessenaars vielen kletterend om. Musici die hun instrument in veiligheid wilden brengen, struikelden.

Wat er verder gebeurde, herinnerde De Cock zich later als een film, die vertraagd voor hem werd afgedraaid. Hij zag de zwaargebouwde Alex Waardenburg op hem afkomen. Zijn bol, vlezig gezicht was rood van woede en in zijn ogen fonkte moordlust. Vanuit zijn ooghoeken zag hij Kiliaan een trap op vluchten, recht in de armen van rechercheur Klaver. Alex Waardenburg hief zijn viool. De Cock onderkende het gevaar, maar leek een moment te verlamd om iets te doen. Het instrument kletterde op zijn hoofd. Voor hij de vloer bereikte, zag hij Willy Haareveld in het paars als versteend achter het podium staan.

Toen werd alles zwart.

Mevrouw De Cock deed open.

Op de stoep stonden Dick Vledder, Joop Klaver en Jan Kuijper.

Vledder torste een zware fruitmand.

'We komen op ziekenbezoek,' sprak hij grinnikend. 'Is de oude speurder al aanspreekbaar?'

Mevrouw De Cock lachte.

'Laat hij het niet horen. Hij voelt zich helemaal niet ziek. Hij is nog steeds woedend dat hij zich zo onbenullig op zijn hoofd heeft laten slaan. De dokter wil dat hij nog veertien dagen rust neemt. Maar ik kan hem niet tegenhouden. Gisteren is hij al weer naar het Huis van Bewaring gegaan om mensen te verhoren.'

Vledder knikte begrijpend.

'Ik ken hem.'

De rechercheurs stapten de huiskamer binnen.

De Cock zat opgewekt in zijn brede fauteuil bij de haard. Naast hem, op een bijzettafel, stonden een fles fijne cognac en enige fraaie diepbolle glazen. Een telefoontje van het bureau had hem gewaarschuwd dat het drietal naar hem onderweg was. Hij had snel maatregelen genomen en een fles ontkurkt.

Vedder zette de fruitmand bij hem neer.

'Van de collega's en van harte beterschap.'

De Cock zwaaide afwerend.

'Neem maar weer mee. Dat is voor een zieke. En ik ben niet ziek.'

Het klonk nukkig.

Vledder schudde zijn hoofd.

'De groenteman neemt hem niet terug.'

De Cock glimlachte berustend.

'Oké, laat maar staan. Ik weet nog wel ergens een oud mensje, dat ik best eens blij kan maken.' Hij wuifde om zich heen naar de banken en de fauteuils. 'Ga op je gemak zitten, dan schenk ik eens in.'

De rechercheurs namen plaats en De Cock goot het gouden vocht lokkend in de glazen. Hij was een liefhebber van een goed glas cognac. Het was een liefde, die hij deelde met Smalle Lowietje. Jan Kuijper boog zich iets naar hem toe.

'Ik wil best een cognackie van je drinken,' legde hij gebarend uit, 'maar daar komen we in feite niet voor. Jij hebt ons naar het Concertgebouw gesleurd en en hoop tumult veroorzaakt. Joop en ik willen best eens weten in wat voor een zaak jij ons hebt laten meedoen.' Hij wees naar Vedder. 'Dick heeft ons wel het een en ander verteld, maar we begrijpen het nog niet helemaal.'

De Cock deelde de glazen rond. Hij hield zijn eigen glas omhoog.

'Proost… op de misdaad.'

Mevrouw De Cock kwam binnen met een schaal vol lekkernijen.

Ze keek haar man bestraffend aan.

'Op de misdaad proost men liet.'

De Cock negeerde de opmerking van zijn vrouw. Hij was ervan overtuigd, dat er genoeg mensen waren die alle reden hadden om op de misdaad te proosten. Hij liet zich in zijn fauteuil terugzakken. Zachtjes schommelde hij de geur uit de cognac los en snoof.

Daarna nam hij voorzichtig een slokje. Met een intens gevoel van tevredenheid zette hij het glas neer.

'Dit is,' zo begon hij, 'misschien wel de moeilijkste moordzaak geweest, die ik in mijn leven heb behandeld. De moeilijkheid zat voornamelijk in het motief. Waarom vermoordt men twee jongemannen, ex-junkies en een wat oudere vrouw? Lag het motief bij het duo Erik Baveling en Jean-Paul Stappert — al of niet in combinatie met de pensionhoudster — of gold er een motief voor elk individueel? Wat ik ook bedacht… niets klopte.

'Ik moet ruiterlijk bekennen, dat ik in deze zaak een geweldige denkfout heb gemaakt. Jean-Paul Stappert was in muzikaal opzicht een zeer begaafde jongeman… een jongeman met in zijn hoofd een schat aan melodieën. Ik heb echt wel aan de mogelijkheid gedacht, dat die bijzondere begaafdheid naar een motief kon leiden. Jean-Paul Stappert kende echter geen muzieknoot, nog niet een zo groot als een huis. Hij had die melodieën in zijn hoofd. Verder had hij niets. Het doden van Jean-Paul om die melodieën te bemachtigen was zinloos en kon — zo redeneerde ik — nooit een motief voor moord zijn. Immers, na de dood van Jean-Paul Stappert waren er geen melodieën meer.'

Joop Klaver glimlachte.

'Dat is toch geen denkfout?'

'Dat was het wel. En het heeft heel lang geduurd, voor ik daar achterkwam. Bij een subtiel onderzoekje, dat ik met medewerking van mijn vriend Handige Henkie instelde… een onderzoekje, waarover ik mij verder niet uitlaat… vond ik in Laren, in het bureau van Willy Haareveld, een map met het opschrift "Jean-Paul Stappert". In die map zaten twee velletjes ruitjespapier.'

Jan Kuijper grinnikte.

'Ruitjespapier?'

De Cock zuchtte.

'Vledder en ik hadden een blanco bloc van datzelfde ruitjespapier direct na de moord gevonden in de kamer van Erik Baveling. We hebben dat bloc op het laboratorium laten onderzoeken. De luitjes van het lab konden ons alleen zeggen, wat wij al wisten, dat er op de bovenste vellen vage indrukken waren van lijntjes en streepjes zonder enige samenhang./

'Ik vroeg mij af waarom Willy Haareveld twee velletjes ruitjespapier vol met potloodstreepjes zo zorgvuldig in een map in zijn bureau bewaarde. Ik besefte, dat die streepjes op het ruitjespapier iets moesten betekenen. Ik wist ook, dat Jean-Paul Stappert middels Smalle Lowietje met de impresario in contact was gekomen en dat men over melodieën had gesproken.' De Cock wreef zich bijna verlegen achter in zijn nek. 'Het is gek, maar daarna heeft het nog enige dagen geduurd, voor het tot mij doordrong, dat het muziek was.'

Vledder keek hem verward aan.

'Die streepjes op het ruitjespapier?'

De Cock knikte.

'Jean-Paul Stappert had de melodieën die door zijn hoofd zweefden, wel degelijk vastgelegd. Op zijn eigen manier. Door streepjes in verschillende lengten en in variërende standen op ruitjespapier te plaatsen, ontstond een soort melodieënschrift, dat hij alleen zelf kon teruglezen. Zonder uitleg had een ander er niets aan.'

De Cock zweeg even en nam een slok van zijn cognac.

'Na zijn onderhoud met Willy Haareveld moet Jean-Paul Stappert bemerkt hebben, dat hij met uitgevers en impresario's niet gemakkelijk tot onderhandelen kwam met zijn eigen gemaakt melodieënschrift. Hij besloot zich het echte muziekschrift, compleet met mollen en kruisen, eigen te maken en…'

Vledder onderbrak hem.

'…kwam terecht bij Alex Waardenburg.'

De Cock keek hem aan.

'De rijke muziekpedagoog met louter rijke leerlingen. De man besefte onmiddellijk dat hij met Jean-Paul Stappert een muzikaal genie binnen zijn bereik had. Ik moet duidelijk stellen, dat Alex Waardenburg nooit de bedoeling heeft gehad om Jean-Paul Stappert te doden. Hij wilde wel zijn melodieën, die… zo heeft hij mij gezegd… uitblonken door een breed klankspectrum met geraffineerde transposities in een fraaie harmonisatie… wat dat ook betekenen moge. En hij wilde ze niet eens voor zichzelf. Hij was tevreden met wat hij had bereikt. Hij droomde er alleen van, dat eens zijn zoon, Kiliaan Waardenburg, een wereldvermaard componist en pianist zou zijn. Hij bracht Jean-Paul met Kiliaan in contact.'

De Cock zweeg opnieuw. De lijnen van het drama, zo vond hij, tekenden zich duidelijk af. Het verbaasde hem, dat het zo lang had geduurd voor hij ze had onderkend.

'Jean-Paul', ging hij rustig verder, 'vertelde van zijn melodieënschrift… liet het zien… legde het uit… en vertelde opgetogen dat er in het schrijfbureau op de pensionkamer van zijn vriend Erik Baveling nog laden vol met melodieën lagen.'

Vledder snoof.

'Hij vroeg er gewoon om… om vermoord te worden.'

De Cock kauwde even op zijn onderlip.

'Toch was er een incident nodig om het drama op gang te brengen. Jean-Paul Stappert vertelde aan Kiliaan, dat hij opnieuw contact had gezocht met Willy Haareveld en dat hij dit keer bij hem een paar vellen met melodieën schrift had achtergelaten.'

Vledder knikte begrijpend.

'De vellen die jij vond.'

'Kiliaan was woedend. Hij wilde niet dat anderen het schrift onder ogen kregen. Hij wilde het exclusief… voor zichzelf. Hij schreef Willy Haareveld een dreigbrief, dat hij met zijn handen van de goddelijke melodieën van Jean-Paul Stappert af moest blijven. Hij probeerde ook Jean-Paul tot andere gedachten te brengen. Hij moest het schrift terughalen en het contact met Willy Haareveld verbreken. Thuis, in de nabijheid van zijn allesoverheersende vader, durfde Kiliaan het conflict niet uit te spreken. Toen Jean-Paul op die bewuste avond tegen tien uur voor zijn muziekles kwam, wachtte hij hem buiten op. Aan de wallekant, tussen de geparkeerde auto's, ontwikkelde zich een twistgesprek. Toen Jean-Paul weigerde om zijn contacten met Willy Haareveld te verbreken en zelfs dreigde om al zijn melodieën aan de impresario over te doen, wond Kiliaan zich zo op, dat hij Jean-Paul Stappert bij zijn keel greep en wurgde.'

Joop Klaver stak gebarend zijn handen omhoog.

'Zag niemand dat?'

De Cock schudde zijn hoofd.

'Het is een stil stukje gracht. In de meeste panden zijn kantoren gevestigd. Gedurende de avonduren en de nacht is daar niemand. Er wonen weinig particulieren. We hebben wel een buurtonderzoek gehouden. Er kwam niets uit.'

Vledder boog zich geagiteerd naar voren.

'Verder… wat deed Kiliaan?'

De Cock dronk zijn glas leeg.

'Kiliaan liep een tijdje versuft rond. Niet lang. Toen hij besefte wat hij had gedaan en zijn kansen overwoog, dacht hij aan de melodieënrijkdom in het bureau van Erik Baveling.'

Vledder kneep zijn ogen even dicht.

'Hij vermoordde dus ook Erik.'

De Cock knikte.

'En nam ongezien de melodieën mee. Toen hij thuiskwam, bemerkte zijn vader onmiddellijk dat er iets met Kiliaan aan de hand was. Bovendien had hij Jean-Paul Stappert op de muziekles gemist. Alex Waardenburg is een man die niet altijd woorden nodig heeft om te weten wat een ander denkt. Hij had geen moeite om de gedachten van zijn zoon te doorgronden. Toen Kiliaan hem had verteld wat hij gedaan had, besloot Alex Waardenburg om in actie te komen. Hij wilde én zijn zoon én de melodieën behouden en overdacht, dat Kiliaan in het pension mogelijk sporen had achtergelaten. Hij ging erheen en wiste de vingerafdrukken van zijn zoon uit… en werd daarbij betrapt door Mien van Leeuwen.'

Vledder was hevig verbaasd.

'De pensionhoudster?'

De Cock glimlachte vermoeid.

'Mien van Leeuwen trok een verkeerde conclusie. Ze herkende Alex Waardenburg van de televisie en meende, dat hij Erik Baveling had omgebracht. De muziekpedagoog maakte haar ook niet wijzer. Hij liet haar in die waan. Daarom viel ze later flauw, toen ik haar vertelde dat ook Jean-Paul Stappert was vermoord. Ze meende immers de moordenaar te kennen en had een overeenkomst met hem gesloten.'

Joop Klaver fronste zijn wenkbrauwen.

'Een overeenkomst?'

'Op het moment dat Alex Waardenburg zich door de pensionhoudster ontdekt wist, bood hij haar tienduizend gulden aan als ze haar mond hield.'

Vledder riep uit:

'Dat nam ze aan!'

De Cock wreef over zijn gezicht. Het beeld van de tanige pensionhoudster kwam hem voor de geest.

'Zeker. Alex Waardenburg heeft haar dat geld ook in contanten uitbetaald. Toen Mien van Leeuwen er een paar dagen later achterkwam dat Alex Waardenburg een vermogend man was, nam ze opnieuw contact met hem en vroeg een veelvoud… vijftigduizend gulden.' De grijze speurder schudde triest zijn hoofd. 'Dat had ze niet moeten doen. Alex Waardenburg begreep, dat de pensionhoudster steeds zou terugkomen. Hij deed alsof hij op haar chantagevoorstel inging en stuurde zijn zoon. Tegen Kiliaan zei hij: of je nu voor twee of voor drie moorden ter verantwoording wordt geroepen… dat maakt geen verschil. En Kiliaan sloot voor de derde keer zijn gespierde vingers wurgend om een hals.'

De Cock liet zich in zijn fauteuil terugvallen en zweeg.

Een tijdlang was het stil. Het leek alsof een ieder bezig was om het gebeurde te verwerken. Eerst na een poosje schonk de oude rechercheur opnieuw in en zijn vrouw liet de schalen rondgaan. Het was Kuijper die het gesprek weer op gang bracht.

'Nu weet ik nog niet hoe jij aan dat stelletje ongeregeld kwam.'

De uitdrukking bracht opnieuw een glimlach op het gezicht van De Cock.

'Toen ik eenmaal de overtuiging had,' ging hij verder, 'dat Jean-Paul Stappert en Erik Baveling omwille van een stapeltje melodieen op ruitjespapier waren vermoord, toen ik dus het motief kende… stond ik voor de moeilijkheid om dat te bewijzen. Hoe kon ik er ooit achterkomen wie de melodieën had gestolen, wanneer ik die melodieën niet eens kende?

Ramón Baveling had ik, gezien het motief, als mogelijke dader al geschrapt en ook Willy Haareveld zag ik niet als moordenaar. Hij had, weliswaar, Jaap van Santen en Jan Rouweler in het pension naar de melodieënrijkdom van Jean-Paul Stappert laten zoeken, maar dat was nadat de moorden waren gepleegd… eerst toen hij uit de kranten had vernomen dat de beide jongemannen waren omgebracht.

Bleven dus over vader en zoon Waardenburg. Van een huiszoeking, als ik daarvoor al toestemming had gekregen, verwachtte ik niet veel. Ik ging er vanuit dat iemand die goed in de muziek thuis is, vrij snel het melodieënschrift van Jean-Paul Stappert in normaal notenschrift kon omzetten. Zeker als hij het principe kent. Het belastende ruitjespapier kon men dan vernietigen. Dat is, zo blijkt achteraf, ook gebeurd.

Ik peinsde me suf om aan het bewijs te komen. Ineens herinnerde ik mij, dat Jean-Paul Stappert en Erik Baveling weleens in-het café van Smalle Lowietje kwamen en dat Jean-Paul daar eigen melodieen ten gehore bracht. Mr. Melody, zoals Jean-Paul werd genoemd, was in het café een begrip. Men vroeg hem steeds weer om op gedeeltelijk met water gevulde glazen enige melodieën te spelen.'

De Cock grijnsde.

'Dat was de sleutel. Ik liet Smalle Lowietje een lijstje maken van mensen die de melodieën van Jean-Paul kenden.'

'Het stelletje ongeregeld.'

'Precies. Ik denk, dat vader en zoon Waardenburg zich op den duur betrekkelijk veilig hebben gevoeld. In het onderzoek naar de moorden zat geen schot. Er waren geen nieuwe ontwikkelingen. Om volledige zekerheid te krijgen, lieten ze Willy Haareveld een concert organiseren, waarin Kiliaan Waardenburg op de vleugel enige gestolen melodieën zou spelen.'

'Op dat moment had ik gewacht. Ik trommelde met behulp van Smalle Lowietje mijn culturele clubje bij elkaar. In het Concertgebouw herkenden ze in de zogenaamde eigen composities van Kiliaan Waardenburg melodieën van Jean-Paul Stappert, alias Mr. Melody. De spectaculaire show, die zij daarna op mijn verzoek opvoerden, beoogde een schokeffect.'

Rechercheur Klaver keek de oude speurder bewonderend aan.

'Het werkte voortreffelijk.'

Jan Kuijper schudde zijn hoofd.

'Feitelijk,' zei hij half lachend, 'feitelijk, De Cock… ben je een luis… met luizestreken.'

De Cock gniffelde.

'Heb je ooit gehoord, dat een luis een serie moorden oploste?'

Jan Kuijper knikte lachend.

'Ja… vandaag.'

Загрузка...