11

Terwijl De Cock zijn zaklantaarn strak op het gelaat van Willem van Coevorden gericht hield, zocht zijn vrije hand naar de schakelaar van het licht. Toen dat aanfloepte, borg hij zijn zaklantaarn weg en liep in een trage tred op de jongeman toe.

‘Laat je handen maar weer zakken,’sprak hij vriendelijk, half spottend. ‘Ik ben nooit van plan geweest om op je te schieten.’Willem van Coevorden voldeed aan zijn verzoek. Diep zuchtend vielen zijn armen slap langs zijn lijf.

‘U… eh,’stamelde hij, ‘u liet mij schrikken.’

De Cock knikte.

‘Dat was duidelijk.’

De oude rechercheur bekeek de jongeman aandachtig. Willem van Coevorden, vond hij, zag er slecht uit. Hij leek geen schim meer van de blozende jongeman die hij kort tevoren had ontmoet. De krachtige boerenzoon had diepe wallen onder zijn ogen en zijn gezicht zag vaal en bleek.

‘Voel je je goed?’vroeg De Cock bezorgd.

‘Niet erg.’

‘Wat mankeert je?’

Willem maakte een loom gebaar.

‘Ik voel mij slap, moe. Ik had de grootste moeite om die trap op te komen.’

‘Wat kom je hier doen?’

Willem blikte schichtig om zich heen.

‘Ik zoek een vrouw.’

‘Hier?’

Willem knikte.

‘Een Henriëtte.’

De Cock fronste zijn wenkbrauwen.

‘Wat wil je van haar?’

‘Inlichtingen.’

‘Over wie, over wat?’

Willem liet zijn hoofd zakken.

‘Over mijn Jacqueline,’sprak hij zacht. ‘Haar dood laat mij niet los. Het blijft mij bezighouden.’

Hij hield zijn rechterhand voor zijn borst.

‘Soms voel ik hier van binnen schuld. Ik ben te onbesuisd geweest. Te kritisch. Ik heb te veel geluisterd naar wat anderen over haar zeiden. Met meer begrip had ik haar dood kunnen voorkomen. Die gedachte spookt voortdurend door mijn kop.’

De Cock schudde zijn hoofd.

‘Piekeren heeft geen zin. De dood is onherroepelijk. Die kun je niet terugkoppelen.’

Willem knikte.

‘Dat besef ik. Maar wat ik ook doe… ik kan de moord op Jacqueline niet uit mijn gedachten bannen. Het bederft mijn eetlust en ik doe geen oog dicht. Ik wil weten wie het heeft gedaan en waarom?’

De Cock keek hem gespannen aan.

‘Daar zijn wij voor.’

‘Dat weet ik en ik heb er ook alle vertrouwen in dat u haar moordenaar eens zult vinden. Mensen zeggen dat u een goede speurder bent.’

Hij glimlachte vermoeid.

‘Maar omdat ik toch niet kan slapen, scharrel ik ‘s avonds en ‘s nachts wat rond… over de Zeedijk, de Wallen en de grachten. Ik ben al een keer beroofd, maar dat interesseert mij niet.’

‘Je bent een makkelijke prooi.’

‘Ze doen maar,’sprak Willem berustend. ‘Ik wil alleen praten… praten met iedereen die maar luisteren wil… over mijn Jacqueline, over haar dood, over mijn verdriet, over haar moordenaar, die ik wil vinden.’

De Cock hoorde de belemmerde tong waarmee de jongeman sprak.

‘En?’

Willem trok zijn schouders op.

‘Het heeft voor mij geen zin om hier nog een dag langer te blijven. Dat zie ik nu wel in. Ik ga naar huis om haar begrafenis te regelen.’De Cock knikte.

‘Dat lijkt mij heel verstandig. Als een soort “lonely cowboy” vang jij in deze stad geen moordenaar. Nu Jacqueline dood is, heb jij hier in feite niets meer te zoeken.’

Willem grijnsde.

‘U hebt gelijk. Amsterdam is ook geen stad voor mij,’sprak hij hoofdschuddend. ‘Als de duisternis valt… een oord van louter hoeren, junks en criminelen.’

De Cock trok zijn wenkbrauwen op.

‘Louter?’

Willem van Coevorden gebaarde plotseling heftig. Zijn lome houding verdween voor een moment.

‘De rest heeft geen tijd,’antwoordde hij scherp. ‘De rest leidt een jachtig leven. Voor het leed en het verdriet van een ander is geen plaats in hun agenda.’

De Cock schonk de jonge man een milde glimlach.

‘Een sombere analyse,’reageerde hij meelevend, ‘ingegeven door een verdrietig hart. Amsterdam is toch ook de stad die de woorden Heldhaftig, Vastberaden en Barmhartig aan haar wapen heeft mogen toevoegen.’

Willem snoof.

‘Dat is alweer lang geleden. Dat was een ander Amsterdam met andere Amsterdammers.’

De Cock ademde diep. De oude rechercheur hield van zijn stad en voelde niets voor de voortzetting van een vruchteloze discussie over Amsterdam en haar bewoners.

‘Jij zocht ene Henriëtte?’vroeg hij zakelijk.

Willem knikte.

‘Ze zou hier wonen.’

‘Wie vertelde je dat?’

Willem gebaarde wat vaag in de ruimte.

‘Een knap en vriendelijk nachthoertje, dat wel naar mij wilde luisteren.’

‘Heb je haar naam?’

Willem schudde zijn hoofd.

‘Ik kan u wel de plek wijzen waar ik haar op straat heb ontmoet.’

‘Dat knappe hoertje gaf jou de naam en het adres van Henriëtte?’

Willem knikte.

‘Zij vertelde mij dat zij Jacqueline kende. Ze heeft haar ontmoet toen ze nog maar pas een paar dagen in Amsterdam was. Jacqueline zou toen veel met de Henriëtte van de Haarlemmer Houttuinen zijn opgetrokken. Misschien, zo dacht ik, kan zij mij verder helpen.’

De Cock keek hem schuins aan.

‘Bij… eh, bij het zoeken naar een moordenaar?’vroeg hij misprijzend.

‘Zeker.’

De Cock trok zijn gezicht strak.

‘De Henriëtte die hier woonde,’sprak hij hard, ‘is dood. Ze werd op dezelfde wijze om het leven gebracht als jouw Jacqueline.’

Willem van Coevorden keek hem secondenlang wazig aan. Toen begonnen zijn ogen te draaien. Hij wankelde en zakte bewusteloos naar het tapijt.

Vledder schoof het toetsenbord van zijn computer grijnzend van zich af.

‘Dat was gisteravond nog een hele consternatie met die bewusteloze Willem van Coevorden in de Haarlemmer Houttuinen. Hij lag er vreemd bij. Ik was zelfs een moment bang dat hij de pijp uit zou gaan.’

De Cock knikte.

‘Hij ligt veilig in het olvg.[9] Daar zullen ze hem wel weer oplappen. Ik heb zijn ouders in Drenthe gebeld. Die komen vanmiddag naar Amsterdam. Misschien kunnen ze hem gelijk meenemen.’

Vledder glimlachte.

‘Een vreemde jongen. Eerst bedreigen hij en zijn broers de ontrouwe Jacqueline met de dood, zodat ze uit Drenthe vlucht, en nadat ze in Amsterdam de dood vond, weet hij met zijn spijt geen raad.’

De Cock maakte een schouderbeweging.

‘Ik kan zijn gevoelens van schuld wel begrijpen,’sprak hij gelaten. ‘Als Jacqueline in Drenthe was gebleven, dan had ze waarschijnlijk nu nog geleefd. Door zijn dreigementen heeft hij haar naar Amsterdam verjaagd.’

Vledder keek hem lachend aan.

‘Je verloor gisteravond een moment je geduld. Ik zag het aan je gezicht.’

De Cock maakte een hulpeloos gebaar.

‘Ik kreeg even de smoor in toen Willem zo denigrerend over Amsterdam en haar bewoners sprak.’

Vledder grinnikte.

‘Je zult toch moeten toegeven dat Amsterdam altijd een lastige stad is geweest.’

De Cock knikte.

‘Een stad van veel oproer en rellen.’

‘Volgens mij had Willem van Coevorden gisteravond gelijk. Als de stad op haar naoorlogs gedrag zou moeten worden beoordeeld, dan kon Amsterdam dat Heldhaftig, Vastberaden en Barmhartig wel vergeten.’

‘Ik ben het niet met je eens,’gromde De Cock.

Vledder sloeg plotseling een hand voor zijn mond.

‘Stom,’verzuchtte hij. ‘Ik ben het totaal vergeten. Je moest onmiddellijk bij commissaris Buitendam komen. De chef kwam exact om negen uur de grote recherchekamer binnenstuiven en vroeg naar jou.’

De Cock keek op zijn polshorloge.

‘Dat is meer dan een uur geleden.’

Vledder gniffelde.

‘Ik zou mijn borst maar nat maken. Volgens mij had hij ergens de pest over in.’


Commissaris Buitendam, de statige politiechef van bureau Warmoesstraat, wenkte De Cock met een slanke hand naderbij. ‘Heeft Vledder jou niet verteld,’vroeg hij verrast, ‘dat jij bij mij moest komen?’

De Cock knikte.

‘Laat, een uur te laat. Het was hem ontschoten. Ik denk dat hij het niet zo belangrijk heeft gevonden.’

Op het vale gezicht van Buitendam verschenen lichte blosjes.

Hij wees naar de stoel voor zijn bureau.

‘Ga zitten, De Cock,’sprak hij geaffecteerd.

De oude rechercheur schudde zijn hoofd.

‘Ik blijf liever staan.’

‘Zoals je wilt.’De commissaris zweeg even om indruk te maken, strekte zijn rug en ademde diep.

‘Hoewel jouw gedrag, De Cock, in het verleden dikwijls enige correcties behoefde, heb ik jou in de meeste gevallen ongestoord je gang laten gaan.’

De commissaris hield opnieuw een kleine pauze en kuchte.

‘Daarbij gold als overweging,’ging hij gedragen verder, ‘dat jij als rechercheur vaak uiterst succesvol was… een feit waarvoor ik mijn ogen niet heb willen sluiten.’

De Cock trok denkrimpels in zijn voorhoofd en spreidde zijn armen in een hulpeloos gebaar.

‘Waarom zo’n… eh, zo’n omhaal van woorden,’riep hij licht geprikkeld. ‘Zeg gewoon rechtuit wat u op het hart hebt.’

Commissaris Buitendam schoof onrustig op zijn stoel heen en weer.

‘Ik heb gisteravond een verbolgen meester Achterbroek aan de telefoon gehad. De officier van justitie vertelde mij dat jouw assistent Vledder hem had benaderd met de vraag of hij connecties onderhield met een callgirl.’

Buitendam schudde vol ongeloof zijn hoofd.

‘Hoe heb je Vledder zo’n vraag kunnen laten stellen? Een officier van justitie en een callgirl.’

De Cock glimlachte.

‘Een ongewilde combinatie?’

‘Een onbestaanbare combinatie,’sprak de commissaris heftig knikkend.

De Cock snoof.

‘Die stelling zou ik niet graag publiekelijk willen verdedigen.’

De ogen van Buitendam schoten vuur.

‘Wat wil je daarmee zeggen?’

De Cock plukte aan het puntje van zijn neus.

‘Dat er ook officieren van justitie zullen zijn die door seksuele perikelen worden geplaagd.’

De oude rechercheur zweeg even.

‘Meester Achterbroek heeft aan u een verkeerde voorstelling van zaken gegeven.’

Buitendam schudde zijn hoofd.

‘Dat lijkt mij niet mogelijk.’

De Cock boog zich iets naar voren.

‘Wilt u van mij de ware toedracht horen of klampt u zich vast aan de versie van meester Achterbroek?’

Buitendam maakte een berustend gebaar.

‘Ga je gang.’

De Cock ademde diep.

‘Aan de woningdeur van de vermoorde Jacqueline Verpoorten,’vertelde hij rustig, ‘meldde zich gisteren een man, die zich bediende van de naam Rudolf Achterbroek. Die man maakte later aan een buurvrouw bekend dat hij namens zijn oom schadevergoeding en smartengeld eiste inzake een mishandeling en beroving, gepleegd door callgirl Jacqueline en haar vriend Robert van Eijsden.’

Buitendam trok zijn kin iets omhoog.

‘Wat heeft meester Achterbroek hiermee van doen?’

De Cock gebaarde.

‘Jacqueline en haar vriend Robert van Eijsden hebben samen een man, genaamd Klaas van het Veer, beroofd. En die beroving, zo weet ik, heeft meester Achterbroek als officier van justitie in behandeling. Het leek mij belangrijk dat meester Achterbroek op de hoogte werd gebracht van het feit dat Jacqueline Verpoorten was vermoord en dat zij en haar vriend in het verleden vrijwel zeker meerdere berovingen hadden gepleegd. Bovendien was er die overeenkomst van naam, die mij intrigeerde.’

De oude rechercheur schudde zijn hoofd.

‘Er is in dat gesprek met hem nooit een seksueel verband gelegd tussen meester Achterbroek en callgirl Jacqueline Verpoorten.’

‘Ik denk dat meester Achterbroek dat wel zo heeft aangevoeld.’

De Cock maakte een hulpeloos gebaar.

‘Dat is dan jammer.’

‘Wat hebben jullie tegen die Rudolf Achterbroek ondernomen?’’Niets.’’Jullie hebben hem niet gearresteerd?’

De Cock keek zijn chef verwonderd aan.

‘Waarvoor… welk artikel van het Wetboek van Strafrecht is op zijn gedrag van toepassing?’

Buitendam zwaaide geagiteerd.

‘Weet ik veel.’

De Cock knikte en over zijn breed gezicht gleed een grijns.

‘Dat is het… onze superieuren weten niet veel. Daarom gaat er zoveel mis. Ik heb thuis nog wel een paar oude leerboeken Strafrecht liggen. Misschien…’

De grijze speurder kwam niet verder.

Commissaris Buitendam kwam met een ruk uit zijn stoel overeind. Zijn gezicht zag rood en zijn lippen trilden.

Bevend strekte hij zijn arm naar de deur. ‘Eruit.’

De Cock ging.


Vledder monsterde het gezicht van De Cock.

‘Was het weer zover?’

De oude rechercheur maakte een grimas.

‘Volgens commissaris Buitendam,’sprak hij gnuivend, ‘zijn alle officieren van justitie in Nederland absoluut feilloos en al bij hun leven geheiligd. De heren kunnen geen kwaad bij hem doen.’

Vledder keek hem niet-begrijpend aan.

‘Wat was er dan?’

‘Meester Achterbroek was verbolgen omdat jij hem over Jacqueline Verpoorten had benaderd… hij vatte het op alsof jij vermoedde dat hij een relatie had met een callgirl.’

‘Dat had hij toch,’reageerde Vledder fel. ‘Als Jacqueline Verpoorten nog had geleefd, dan had hij een strafzaak tegen haar in behandeling.’De Cock glimlachte.

‘Buitendam vond ook dat wij iets tegen die Rudolf Achterbroek hadden moeten ondernemen.’

‘Wat?’

De Cock spreidde zijn armen.

‘Precies. Toen ik hem vroeg waarvoor… welk artikel van Strafrecht de man zou hebben overtreden, zei hij: weet ik veel.’

Over het gezicht van Vledder gleed een brede grijns.

‘Dat had hij niet moeten zeggen. Ik kan mij indenken hoe de dialoog verder verliep.’

De Cock trok een nors gezicht.

‘Ik reageerde dat onze superieuren heel vaak niet veel weten, dat in de praktijk daardoor veel mis ging, maar dat ik thuis nog wel een paar leerboeken over strafrecht had liggen.’

Vledder schaterde.

‘Toen moest je zijn kamer af?’

De Cock knikte. ‘Voor de achtenvijftigste keer in mijn leven.’

De telefoon op het bureau van de oude rechercheur rinkelde.

Vledder reikte naar het toestel, pakte de hoorn en luisterde. Het duurde slechts luttele seconden, toen legde hij met een loom gebaar de hoorn op het toestel terug.

De Cock bezag het gezicht van zijn jonge collega. Het stond strak. ‘Wat is er?’vroeg hij gespannen.

Vledder beet op zijn onderlip.

‘Er ligt weer een jonge vrouw dood in haar woning,’sprak hij mat.

‘Waar?’

‘Op de Brouwersgracht 512.’

De Cock fronste zijn wenkbrauwen.

‘Kennen we dat adres?’

‘Daar woont Marianne van Hoogwoud. Dat moet je weten. Ze heeft zelf haar adres aan jou opgegeven.’

‘Callgirl van Lovable?’

‘Precies.’

De Cock schudde misnoegd zijn hoofd.

‘Het zal toch niet waar zijn?’

Vledder boog zich naar hem toe.

‘En raadt eens door wie onze wachtcommandant beneden werd gebeld?’

‘Geen idee.’

‘Everdine de Bruijn.’

De Cock trok zijn neus iets op.

‘Everdine de Bruijn,’herhaalde hij geschokt.

Vledder knikte.

‘Ze blijft wachten op onze komst.’

Загрузка...