Onder de strikte toezegging dat hij de rest van de dag thuis aan de Prinsengracht zou blijven, verliet Eugène van Kralingen de grote recherchekamer.
Toen de deur achter hem dichtviel, bracht Vledder in een wild gebaar van vertwijfeling zijn handen naar zijn hoofd.
‘Wat een verhaal,’snoof hij. ‘Wat een onzinnig verhaal.’Hij keek De Cock vragend aan. ‘Geloof jij er iets van?’
De oude rechercheur trok zijn schouders op.
‘Het is simpel te informeren of er een Leonidas ter Abbestede met schotwonden in zijn borst in het amc is opgenomen.’
Vledder schudde zijn hoofd.
‘Ik bedoel dat verhaal over die motor. Ik heb nog nooit van een stirlingmotor gehoord.’
‘Ik wel,’reageerde De Cock rustig. ‘Al sinds mijn jeugd. Het kwam door mijn vader, die interesseerde zich sterk voor techniek en was laaiend enthousiast over een motor zonder brandstof. Hij was ook bezeten van een perpetuum mobile.’
‘Een wat?’
‘Een perpetuum mobile is een mechanisme dat, eenmaal in beweging gezet, bruikbare arbeid blijft verrichten zonder energie te verbruiken.’
Vledder keek hem verwonderd aan.
‘Zonder krachtbron?’
‘Ja.’
‘Kan dat?’
‘Er zijn nog steeds mensen die bezeten zijn van het idee om zo’n machine uit te vinden.’
‘Jij gelooft er niet in?’
De Cock schudde zijn hoofd.
‘Een perpetuum mobile is volgens mij een sprookje, een onbereikbaar ideaal.’
‘En die stirlingmotor?’
De Cock stak zijn wijsvinger omhoog.
‘Dat is naar mijn gevoel een realiteit. Die motor houdt de gemoederen al bijna twee eeuwen lang bezig. Periodiek duiken er in de media opwindende berichten op over verdere ontwikkelingen van de stirlingmotor.’
Vledder bromde.
‘Het is mij ontgaan. Ik heb er nog nooit iets van gehoord of gelezen.’
‘Het interesseert je blijkbaar niet. Dat is het. Ik hou het bij. Een tic van mijn overleden vader. Sinds 1988 is weer enige activiteit rond de stirlingmotor te bespeuren. In dat jaar nam de Duitse firma khd — Klockner, Humboldt en Deutz — een belang in de in 1984 opgerichte onderneming sme — Stirling Motors Europa. Ik blijf benieuwd wat het uiteindelijke resultaat wordt.’
Vledder krabde zich achter in zijn nek.
‘Zou de aanslag op die Leonidas ter Abbestede verband houden met zijn experimenten met die motor?’
‘Als zijn uitvindingen inderdaad toepasbaar zijn en op een of andere manier naar buiten zijn uitgelekt, dan vrees ik het ergste.’
‘Hoe bedoel je?’
De Cock zuchtte.
‘Er zijn grote belangen in het spel. Eugène van Kralingen stipte het al even aan, machtige oliemaatschappijen, rijke olieproducerende landen. Die zitten echt niet op een bruikbare stirlingmotor te wachten.’
Vledder trok zijn wenkbrauwen op.
‘Verwacht jij acties uit die kringen?’
‘Ik denk dat men de productie van zo’n motor zal boycotten. Al in een vroeg stadium.’
‘Zoals het stadium van de nieuwe dimensie van Leonidas ter Abbestede?’
‘En als dat zo is, wat ik niet hoop, dan hebben we te maken met een mislukte moord op bestelling.’
‘Moord op bestelling?’
‘Ja.’
‘Een huurmoordenaar?’
‘Precies.’
Vledder zuchtte.
‘Hoe vind je een huurmoordenaar?’
De Cock grijnsde.
‘Hoe vind je zijn opdrachtgever, de man of vrouw die de bestelling deed? En als die, zoals gewoonlijk, weer gebruik heeft gemaakt van een reeks tussenpersonen, dan is het oplossen van zo’n moord op bestelling een vrijwel hopeloze zaak. Er zijn te veel schijven… mensen die elkaar onder alle omstandigheden dekken.’
‘Worden er wel eens liquidatiemoorden opgelost?’
‘Weinig, veel te weinig. Bij een huurmoord bestaat er in de regel geen relatie tussen het slachtoffer en de dader. Er bestaan geen directe verbanden. Dat maakt een huurmoord zo moeilijk om op te lossen.’
De oude rechercheur stond langzaam op van zijn stoel.
‘Maar we hebben geen keus,’sprak hij somber. ‘We zullen er toch aan moeten beginnen. Er zit niets anders op. Breng mij maar naar het amc. Misschien lukt het mij om van de behandelende artsen toestemming te krijgen om de heer Ter Abbestede te ondervragen.’
Vledder trok zijn gezicht in een ernstige plooi.
‘Wil je niet liever een paar dagen wachten tot het slachtoffer wat is opgeknapt? Misschien krijg je dan sneller toestemming voor een verhoor.’
De Cock schudde zijn hoofd.
‘Als bij de betrokkenen bekend wordt dat die eerste moordpoging is mislukt, dan verwacht ik spoedig een tweede aanslag.’
Vledder knikte begrijpend.
‘Met mogelijk wel fatale gevolgen.’
Toen De Cock met een somber gezicht in de hal van het amc terugkwam, liep Vledder op hem toe. De jonge rechercheur keek op zijn horloge.
‘Dat heeft niet lang geduurd.’
De Cock schudde zijn hoofd.
‘De behandelende artsen hadden grote bezwaren. Zij weigerden aanvankelijk mij bij de patiënt toe te laten. Uiteindelijk kreeg ik toch toestemming om even met die Ter Abbestede te praten… heel kort en onder medisch toezicht.’
‘En?’
‘Een vreemde man, die Ter Abbestede. Hij maakte op mij een verwarde indruk.’
Vledder grinnikte.
‘Wat wil je? Mag die man verward zijn. Er is een moordaanslag op hem gepleegd. Ik denk niet dat een mens zich prettig voelt met drie kogelgaten in zijn borst.’
De Cock knikte ernstig.
‘Daar houd ik rekening mee. Uiteraard. Maar toch… een vreemde man. Hij praat heel zacht, bijna fluisterend. Ik kon hem haast niet verstaan.’
‘Heb je iets concreets uit hem gekregen?’
‘Nauwelijks.’
‘Kon hij je een beschrijving geven van de man die op hem schoot?’
De Cock schudde zijn hoofd.
‘Hij heeft vrijwel geen glimp van de schutter kunnen opvangen. Op het moment dat hij na het aanbellen de deur van zijn huis opendeed, viel al het eerste schot, onmiddellijk gevolgd door de twee andere. Ter Abbestede herinnert zich nog het geluid van snelle vluchtende voetstappen. Verder niets.’
Vledder grijnsde.
‘Daar komen we niet veel verder mee.’De jonge rechercheur zweeg even. ‘Zijn er voordien bedreigingen geuit?’vroeg hij verder. ‘Had hij een aanslag verwacht?’
De Cock schudde zijn hoofd.
‘Absoluut niet. Anders was hij wellicht attenter geweest… had hij niet bij het aanbellen onmiddellijk de deur van zijn huis geopend. Ter Abbestede was volkomen argeloos.’
De oude rechercheur kauwde even op zijn onderlip.
‘Er is nog iets.’
‘Wat?’
‘Ongeveer een halfuur voordat hij in de deuropening werd neergeschoten, was hij tot de afschuwelijke ontdekking gekomen dat al zijn in de loop der jaren gemaakte aantekeningen en schetsen van de verbeterde stirlingmotor uit zijn huis waren verdwenen.’
Vledder reageerde verrast.
‘Verdwenen?’
‘Ja.’
‘Hoe?’
‘Geen idee. Ter Abbestede kon zich alleen herinneren dat hij die aantekeningen en schetsen ruim een maand geleden nog had geraadpleegd.’
Ze sloften met bedrukte gezichten de hal van het amc uit. De Cock blikte opzij.
‘Waar staat de wagen?’
‘Op de parkeerplaats.’
Achter een met loeiende sirene aanstormende ambulance staken ze over. Het werd al donker. Een miezerige motregen zakte traag, vrijwel loodrecht uit een grijze hemel. De oude rechercheur trok de kraag van zijn regenjas omhoog en schoof zijn oude hoedje iets naar voren. Hij keek schuin omhoog. In de verte schemerde het silhouet van de Arena.
‘We gaan naar de Prinsengracht,’bromde hij. ‘Misschien vinden we daar nog wat.’
‘Hoop?’
De Cock glimlachte.
‘Hoop verloren… al verloren. Een mens mag de hoop niet verliezen… nooit. Zelfs in de doos vol ellende van Pandora lag de hoop op de bodem.’
‘Kreten van je oude moeder?’
‘Precies. Ze was een doorzettertje.’
Vledder trok het portier van de Golf open en liet De Cock instappen.
‘Is er bij hem ingebroken?’
De oude rechercheur trok zijn schouders op.
‘Ik heb geen kans meer gekregen om hem dat te vragen. Ik moest mijn vraagstelling abrupt beëindigden. Ik werd door twee broeders gewoon bij zijn bed weggetrokken.’
Ze reden van de parkeerplaats weg. Omdat de voorruit door duizenden kleine regendruppeltjes ondoorzichtig was geworden, deed Vledder de ruitenwissers aan. De Cock liet zich onmiddellijk onderuitzakken en schoof de rand van zijn hoedje tot op de rug van zijn neus. Zwiepende ruitenwissers hadden op hem een hypnotiserende werking. De grijze speurder had de ziekelijke neiging om ze met zijn ogen te volgen tot hij in slaap viel.
Vledder stootte hem van opzij aan.
‘Eugène van Kralingen heeft vanmiddag niets over een inbraak gezegd.’
‘We zullen het hem opnieuw vragen. Als het waar is dat zijn vriend pas kort voor de aanslag zijn aantekeningen en schetsen miste, dan was Eugène daar vanmiddag nog niet van op de hoogte.’
‘Tenzij Ter Abbestede hem dat gisteravond al heeft verteld.’
De Cock knikte.
‘In dat geval zou het inderdaad vreemd zijn dat hij er tegen ons met geen woord over heeft gerept. We zullen in ieder geval de financiële middelen, het vermogen van onze adonis in de gaten moeten houden.’
Vledder glimlachte.
‘Je bedoelt dat Eugène van Kralingen het eerst voor de diefstal van de aantekeningen en schetsen in aanmerking komt en die mogelijk heeft verkocht?’
‘Precies. Het lijkt mij ook zinnig om zijn alibi voor het tijdstip van de aanslag na te trekken.’
Vledder lachte vrolijk.
‘Het lijkt of je er weer zin in krijgt.’
Nabij de ingang van Prinsengracht 1517 zochten de twee rechercheurs bij het schaarse licht van hun zaklantaarns naar hulzen. Ze waren er niet.
De Cock bromde.
‘Of ze waren er niet of iemand heeft ze in de loop van de dag gevonden en opgeraapt.’
Vledder reageerde niet.
Daarna bekeken ze de zware groengelakte buitendeur. Er waren geen sporen van braak of verbreking. Ook wees niets erop dat de deur recent was gerepareerd.
Vledder gebaarde om zich heen.
‘Zullen we nog een buurtonderzoek doen?’
‘Op dit stukje van de Prinsengracht wonen weinig mensen. Het zijn veelal kantoren en opslagruimten.’
Na een grondige inspectie van de directe omgeving belde De Cock aan.
Eugène van Kralingen ontving hen innemend, vriendelijk en uiterst hoffelijk. In zijn donkerrode gewatteerde kamerjas, waaronder een glanzende, witzijden blouse, maakte hij na het openen van de huisdeur een beleefde buiging.
‘Treed binnen.’
Na de begroeting bekeek De Cock de wanden van de hal. In de sponning van de deur naar de gang ontdekte hij de inslag van een kogel. Hij wees die Vledder aan.
‘Laat de technische dienst dit bekijken en laat morgen voor alle zekerheid ook de dactyloscopische dienst opdraven.’
Eugène bekeek het gaatje.
‘Dat is mij nog niet opgevallen.’
De Cock keek naar hem op.
‘Wij wilden nog even met u praten.’
Eugène maakte opnieuw een kleine buiging en ging de rechercheurs voor naar een groot vertrek met een hoge zoldering en een fraaie lambrisering van eiken panelen. Nabij een imposante schouw was een zitje van vier lederen fauteuils. Aan weerszijden van de fauteuils stonden forse bijzettafels, waarop wijnen cognacglazen.
Eugène maakte een weids gebaar.
‘Neem plaats. Mag ik iets inschenken?’
De Cock schudde zijn hoofd.
‘Wij wilden eerst even zaken met u doen.’
Eugène knikte begrijpen en ging tegenover De Cock zitten.
De grijze speurder boog zich iets naar voren.
‘Wij zijn net terug van een bezoek aan het amc. Ik heb van de behandelende artsen, met heel veel moeite, toestemming gekregen om enkele woorden met uw vriend Leonidas te wisselen. Ik heb niet veel tijd gekregen, maar toch voldoende om van uw vriend te vernemen dat al zijn aantekeningen en schetsen van de verbeterde stirlingmotor uit dit huis zijn verdwenen.’
‘Wat?’
De Cock knikte.
‘Hij ontdekte het kort voordat er werd aangebeld en iemand op hem schoot.’
Eugène sloeg zijn slanke handen voor zijn gezicht.
‘Verschrikkelijk. Jaren van research.’
De Cock wachtte tot hij zijn handen liet zakken.
‘Heeft Leonidas u dit gisteravond niet verteld? U hebt toch ook met hem gesproken?’
Eugène schudde zijn hoofd.
‘Dat heeft hij mij niet verteld,’antwoordde hij schuchter.
De Cock keek hem strak aan.
‘Vreemd. U… eh, u bent toch zijn vertrouweling… zijn vriend?’
Van Kralingen sloot even zijn ogen.
‘Mijn vriend Leonidas is een sloddervos. Ik heb hem er wel honderdmaal op gewezen dat hij beter op zijn spullen moest passen, dat hij niet alles overal moest laten rondslingeren.’
Hij knikte voor zich uit.
‘Ik vermoed dat mijn ergernis de reden is dat hij het verdwijnen van zijn paperassen voor mij verzweeg. Hij heeft het niet aangedurfd het mij te vertellen.’
‘Kunt u mij zeggen hoe die bescheiden uit dit huis zijn verdwenen… hebben kunnen verdwijnen?’
‘Geen idee.’
‘Inbraak?’
‘Nee. Er is bij ons niet ingebroken.’
‘Een insluiping?’
‘Bijna onmogelijk.’
De Cock nam een kleine pauze.
‘Waar was u gisteravond?’vroeg hij na een poosje. ‘Ik bedoel, voor u Leonidas ter Abbestede hier gewond bij de deur trof?’
Eugène keek hem geschokt aan.
‘U vraagt naar een alibi?’vroeg hij ongelovig. ‘Mijn alibi?’
‘Exact.’
Eugène grinnikte vreugdeloos.
‘U denkt… u denkt, dat ik…’Hij maakte zijn zin niet af, vouwde zijn handen en hief ze in een wanhopig gebaar. ‘Ik… eh, ik houd van die man,’sprak hij licht stotterend. ‘Leonidas betekent alles voor mij. U… eh, u denkt toch niet dat ik mijn grote liefde met kogels bestook?’
De Cock keek hem onbewogen aan.
‘Ik kan u voorbeelden noemen,’antwoordde hij kalm.
‘Waanzin.’
De Cock negeerde de opmerking.
‘Waar was u gisteravond?’
Voor hij kon antwoorden rinkelde de telefoon op een bijzettafel naast zijn fauteuil. Eugène nam de hoorn op en luisterde. Ineens werd zijn gezicht lijkbleek. Hij zakte opzij en sloot zijn ogen. De hoorn gleed uit zijn hand en kletterde op het parket.
De Cock kwam snel overeind en pakte de gevallen hoorn op.
‘Met wie?’riep hij dwingend.
Na een halve minuut legde hij de hoorn op het toestel terug.
Vledder keek hem vragend aan.
‘Wie was dat?’
De Cock zuchtte.
‘HET amc.’
‘En?’
‘Leonidas ter Abbestede is dood.’