Hoofdstuk 7

Toen de beide rechercheurs na een uitgebreid onderzoek vanuit de woning van Maurits Lepelaar in Amsterdam bij het politiebureau Raampoort terugkwamen, legde Peter van Opperdoes de beide dagboekjes van Loesje de Vries voor zich op zijn bureau. Met dichtgeknepen lippen liet hij zich loom en afgemat in zijn stoel zakken. Hij schoof de boekjes iets verder van zich af en gebaarde in de richting van Jacob, die aan het bureau tegenover hem was gaan zitten.

‘Het is pure ellende,’ sprak hij moedeloos, ‘we lopen in deze zaak steeds achter de feiten aan.’

‘Hoezo?’

Peter van Opperdoes gebaarde voor zich uit. ‘Denk maar na… we vinden een dode Loesje de Vries en als wij Maurits Lepelaar over haar dood nader aan de tand willen voelen, vinden wij ook hem vermoord.’

Jacob knikte instemmend. ‘Weer een laffe daad… net als bij Loesje de Vries… twee schoten in de rug.’

‘En dus dezelfde dader.’

Jacob reageerde onmiddellijk. ‘Zonder twijfel.’

Peter van Opperdoes trok rimpels in zijn voorhoofd en kauwde even op zijn onderlip. ‘Ik… eh,’ sprak hij nadenkend, ‘ik ben het met je eens. Als bij de gerechtelijke sectie morgenochtend in het lichaam van Maurits Lepelaar kogels met eenzelfde markering… eenzelfde afwijking… worden aangetroffen, hebben wij daarover absolute zekerheid.’

Jacob stak waarschuwend zijn wijsvinger op. ‘Tenzij de moordenaar van Loesje zijn revolver even aan een ander heeft uitgeleend.’

Peter van Opperdoes trok zijn wenkbrauwen samen. ‘Om met dat wapen Maurits Lepelaar te vermoorden?’

‘Ja.’

De oude rechercheur trok een bedenkelijk gezicht. ‘Niet aannemelijk. Die mogelijkheid is naar mijn gevoel te verwaarlozen.’

Jacob glimlachte. ‘Wat vind je van de plotseling opgedoken halfzuster van Loesje de Vries?’

‘De knappe Gabriëlle Ibramovic?’

‘Ja.’

‘Een geheimzinnige tante. Ze is door haar huwelijk met de criminele Igor behoorlijk met de zware misdaad in aanraking gekomen. Ze was bepaald niet openhartig. Volgens mij wist ze meer dan ze wilde prijsgeven.’

Jacob hield zijn hoofd iets schuin. ‘Toch was het halfzuster Gabriëlle die ons op het spoor bracht van de dagboeken, die haar halfzuster Loesje de Vries bijhield.’

‘Zeker.’

Jacob wees voor zich uit. ‘En ik vond het heel knap,’ sprak hij bewonderend, ‘dat jij zo snel de plek ontdekte waar Loesje de Vries vrijwel zeker haar geheime aantekeningen bewaarde.’

Peter van Opperdoes maakte een afwerend gebaar. ‘Zonder merkbaar succes. De lade in de rand van haar bed was leeg.’

Jacob spreidde zijn armen. ‘Volgens onze prozaïsche gedachten… terecht naar ik meen… was er slechts één man die de geheime bergplaats van de boeken van Loesje de Vries kende.’

‘Je bedoelt haar vriend, pooier, souteneur… vul maar in… Maurits Lepelaar.’ Peter van Opperdoes maakte een mistroostig gebaartje. ‘En weer holden wij… stomme rechercheurs… achter de feiten aan.’

Jacob grijnsde breed. ‘Wij vonden de door ons verzegelde woning van de vermoorde Maurits Lepelaar opengebroken en vrijwel de gehele reeks dagboeken gestolen.’ De jonge rechercheur zweeg even, nadenkend. ‘Maar dat was van ons geen stomme actie,’ ging hij verder. ‘Wij konden niet voorzien dat er buiten halfzuster Gabriëlle en Maurits Lepelaar nog iemand op de hoogte was van het bestaan van de dagboeken.’

Peter van Opperdoes negeerde de opmerking. Hij wees naar de telefoon. ‘Heb je nog bij het Slotervaartziekenhuis geïnformeerd hoe de buurman van de tweede etage het maakt… naar de aard van zijn verwondingen?’

Jacob knikte. ‘Het valt mee.’

‘Gelukkig.’

‘Vermoedelijk heeft hij een klap met een soort breekijzer gekregen. Ze houden hem nog een nachtje ter observatie en dan mag hij naar huis.’

Peter van Opperdoes zuchtte diep. ‘Jammer dat hij geen deugdelijk signalement van zijn aanvaller kan geven.’

Jacob trok zijn schouders iets op. ‘Buurman zal enige tijd buiten bewustzijn zijn geweest. Dat schat ik zo. Ik heb het letsel bekeken. Het was een fikse hoofdwond. De gevolgen van de klap hadden veel fataler kunnen zijn.’

Peter van Opperdoes gniffelde. ‘Dan hadden we nu drie moorden op ons conto.’

Jacob stak even zijn beide handen omhoog. ‘Ik vind twee al meer dan genoeg.’

Peter van Opperdoes leunde in zijn stoel achterover. ‘Wat weten we van die vent?’

‘Wie bedoel je?’

‘De man die nu een gedeelte van de dagboeken van Loesje de Vries in zijn bezit heeft.’

Jacob grinnikte. ‘Gezien zijn brute optreden tegen de buurman van de tweede etage is hij puur gewelddadig.’

Peter van Opperdoes schudde zijn hoofd. ‘Dat bedoel ik niet. Wat is zijn rol in de twee moorden die wij nu in behandeling hebben?’

‘Geen flauw idee.’

Peter van Opperdoes boog zich weer naar voren. ‘Laat ik je eens een paar simpele vragen stellen.’ Hij trok zijn neus iets op. ‘Niet om jouw wijsheid te testen, maar om onze gedachten te bepalen.’

Jacob spreidde zijn handen. ‘Ga je gang. Vragen staat vrij.’

Peter van Opperdoes glimlachte om het gebaar. ‘Wat denk je… kende hij Loesje de Vries?’

Jacob dacht even na. ‘Mogelijk. Misschien had de man haar wel eens als klant bezocht.’

‘Onder een schuilnaam?’

‘Ja.’

‘Kanjer?’

Jacob maakte een hulpeloos gebaar. ‘We hebben samen al eens eerder de mogelijkheid overwogen dat Kanjer geen eenmalige bezoeker van Loesje de Vries was. Integendeel. Volgens Maurits Lepelaar was Kanjer zelfs de man die haar angst inboezemde.’

‘Waarom?’

‘Zijn gewelddadige gedrag.’

‘Wist hij dat zij dagboeken bijhield?’

‘Vermoedelijk.’

‘Uit eigen wetenschap?’

‘Dat lijkt me niet. Ik denk dat iemand hem dat heeft ingefluisterd.’

‘Maurits Lepelaar?’

‘Wellicht.’

‘Kende hij Maurits Lepelaar?’

Jacob knikte nadrukkelijk. ‘Daar kunnen we wel van uitgaan. Hij kende zijn adres en ging ervan uit dat Maurits Lepelaar de dagboeken van Loesje de Vries in zijn bezit had.’

‘Waarom wilde hij die dagboeken?’

‘Omdat de inhoud mogelijk belastend was.’

‘Voor wie?’

Jacob greep met beide handen naar zijn hoofd. ‘Voor hemzelf… of mogelijk voor de man of vrouw die wij nog niet hebben ontmoet… die wij nog niet kennen.’

Peter van Opperdoes keek zijn jonge collega uitdagend aan. ‘Samenvattend?’

Jacob liet zijn hoofd iets zakken. ‘Klote.’

Peter van Opperdoes schudde zijn hoofd. ‘Een antwoord… liefst in begrijpelijk Nederlands.’

Jacob knikte nederig. ‘Wij,’ verzuchtte hij, ‘zijn in deze verdomde moordzaak nog geen steek verder.’

Peter van Opperdoes keek op zijn polshorloge en blikte daarna omhoog, naar zijn jonge collega. De plooien rond zijn mond krulden tot een glimlach. ‘Buiten het feit dat je verzot bent op een vet patatje oorlog uit de snackbar weet ik feitelijk nog maar weinig van je. Ben je getrouwd?’

Jacob knikte traag. ‘Al ruim tien jaar. Ik heb een lieve vrouw en twee schatten van kinderen.’

Peter van Opperdoes maakte een nonchalant gebaar. ‘Dat moet wel… met zo’n man… zo’n vader.’ De oude rechercheur zweeg even. ‘Is jouw vrouw blij dat je dit beroep hebt gekozen?’

‘Rechercheur bij de politie?’

‘Ja.’

Jacob liet een milde glimlach zien. ‘Ze berust erin.’

Peter van Opperdoes plukte aan zijn neus. ‘Daar zal het bij blijven,’ sprak hij ernstig. ‘Berusten, accepteren, aanvaarden… zich neerleggen bij jouw wens om dit leven te leiden… maar vrede zal ze er niet mee hebben… geen minuut.’

De oude rechercheur tikte met zijn wijsvinger op het glas van zijn horloge.

‘Het is alweer laat. Ga naar huis. Denk aan de gerechtelijke sectie morgenochtend op het lijk van Maurits Lepelaar en… doe ze thuis de groeten van me.’


Toen Jacob na een stille groet uit de recherchekamer was verdwenen, trok Peter van Opperdoes de beide dagboeken van Loesje de Vries naar zich toe en begon te lezen. De in een keurig handschrift opgeschreven ontboezemingen boeiden hem. Loesje de Vries bleek in staat om markante momenten uit haar bewogen leven scherp en spits te verwoorden.

Na ruim een uur groeide in de oude rechercheur het gevoel… een kriebelend besef… dat hij in die verlaten recherchekamer van bureau Raampoort niet alleen was. Hij schoof de dagboeken iets van zich af en keek op. ‘Ben jij er?’

‘Ja.’

‘Waarom?’

‘Ik was niet voor niets zoveel jaren met je getrouwd. Ik weet wanneer jij mij nodig hebt.’

‘Is dat zo?’

‘Absoluut.’

‘Ik heb dat gevoel niet.’

‘Jij wist het altijd beter. Die eigenzinnigheid ben je nog steeds niet kwijt.’

‘Een karakterfoutje.’

‘Luister nu eens naar me.’

‘Oké.’

‘Naar mijn overtuiging dwalen jij en jouw jonge collega blind en hulpeloos rond in een mysterieuze sluier… geen kans op ontsnapping.’

‘Je bedoelt… daar zit geen spleet licht tussen.’

‘Precies. Wanneer alle mensen die mogelijk enig licht in die donkere sluier kunnen brengen worden vermoord, houd je geen getuige meer over.’

‘En geen getuigen… geen zaak.’

‘Daar ben je zo langzaam toch wel achter gekomen.’


Peter van Opperdoes keek naar zijn jonge collega op. ‘Hoe was de sectie vanmorgen?’

Jacob liet zich in de stoel achter zijn bureau zakken. ‘Het viel me mee,’ sprak hij opgelucht. ‘Het heeft mij niet zo aangegrepen als de gerechtelijke sectie op het lijk van Loesje de Vries. Ik kon deze keer de handelingen van de patholoog-anatoom bijna emotieloos volgen.’

‘Het is een kwestie van gewenning.’

‘Daar lijkt het op.’

‘Bijzonderheden?’

Jacob schudde zijn hoofd. ‘De modus operandi is vrijwel identiek… twee schoten in de rug. Een van de kogels heeft het hart van Maurits Lepelaar doorboord.’

Peter van Opperdoes knikte begrijpend. ‘Doodsoorzaak inwendige bloeding.’

Jacob tastte in een zijzak van zijn colbert, nam daaruit twee plastic zakjes en schoof die naar de oude rechercheur.

‘De kogels.’

‘Heb je ze al bekeken?’

‘Ja.’

‘Dezelfde markeringen?’

‘Precies.’

‘Dus afkomstig uit hetzelfde wapen.’

‘Absoluut.’

Peter van Opperdoes liet de kogels door zijn handen glijden. ‘Stuur ze net als die van Loesje de Vries maar naar de technische dienst.’

Jacob wees naar de beide boekjes op het bureau van de oude rechercheur. ‘Heb je ze gelezen?’

Peter van Opperdoes knikte. ‘Het zijn dagboekaantekeningen van enige jaren geleden. Van recente gebeurtenissen of problemen zijn geen aantekeningen gemaakt.’ De oude rechercheur lachte. ‘Die lagen toen nog in de schoot van de toekomst.’

Jacob wees opnieuw naar de boekjes. ‘Hier hebben we dus niets aan.’

Peter van Opperdoes maakte een weifelend gebaar. ‘Er was iets in een van de boekjes,’ sprak hij traag, ‘dat mij frappeerde. Loesje de Vries vermeldt dat haar vader het huwelijk van haar halfzuster Gabriëlle met zijn vriend Igor Ibramovic heeft gearrangeerd.’

‘Wat?’

‘Dat staat er… ge-ar-ran-geerd. In dat boekje staat ook een adres van Igor Ibramovic in Moskou.’

Jacob trok zijn schouders op. ‘Daar hebben we niets meer aan. De man is dood.’

Peter van Opperdoes trok een bedenkelijk gezicht. ‘Daarvan ben ik nog niet zo overtuigd. Ik heb alle verzoeken tot opsporing, aanhouding en voorgeleiding van Igor Ibramovic nagetrokken. Er is nog geen enkel verzoek… ook niet bij de ons omringende landen… ingetrokken.’

Загрузка...