Hoofdstuk 9

Peter van Opperdoes sjokte in zijn typische slenterpas vanaf de Warmoesstraat door de Lange Niezel. Hij had de kraag van zijn oude montycoat omhooggetrokken. Het was bitter koud. Gedreven door nostalgische gevoelens had hij in het oude politiebureau aan de Warmoesstraat, met zijn rug geleund tegen de balie, een babbeltje gemaakt met zijn vriend en vroegere wachtcommandant Jan Rozenbrand.

De beide mannen hadden in het beruchte politiebureau jarenlang met elkaar opgetrokken en tal van stormen overleefd. Terloops had hij zijn vriend gevraagd of er in het korps nog roddels dwaalden rond de activiteiten van Cas Dodewaard. Het leek een schot in de roos.

Jan Rozenbrand explodeerde, maar buiten een lange reeks van plat Amsterdamse vervloekingen gewijd aan de ‘tot de vijand overgelopen ex-rechercheur’ was hij uiteindelijk over de huidige gedragingen van de advocaat van kwade zaken niet veel wijzer geworden.

Toen Jan Rozenbrand tot slot, met ingehouden woede, Cas Dodewaard als een smerige verrader van recht en gerechtigheid typeerde, schoot Peter van Opperdoes in de lach. Cas Dodewaard was in politiekringen niet geliefd, daarover bestond geen twijfel.

Peter van Opperdoes keek eens om zich heen. Hij had de Lange Niezel in de loop der jaren van een druk en gezellig winkelstraatje waar hoertjes hun dagelijkse inkopen deden, zien verworden tot een aanstootgevende toegangspoort tot de omstreden Walletjes en de betaalde seks… seks waaruit, naar zijn idee, elk gevoel van begrip en mededogen tussen hoerenloper en prostituee leek te zijn verdwenen.

De oude rechercheur trok een denkrimpel in zijn voorhoofd en vroeg zich af waarmee hij bezig was. Waarom liep hij hier, in zijn oude district?

Toen hij de zaak overdacht, schudde hij zijn hoofd. Het leek hem een mission impossible: hoe identificeer je een man van wie je niet meer weet dan dat hij wel eens een prostituee bezocht en zich dan als Kanjer presenteerde? Hoe creëer je voor zo’n man een goed sluitend vangnet voor een toekomstige arrestatie? Daar kwam nog bij dat die Kanjer overduidelijk ook nog eens een gewelddadig man was… vermoedelijk nog in het bezit van een Nagant 7.62 mm, een vervaarlijk wapen, waarmee al twee mensen waren omgebracht. Maar die Kanjer, zo was zijn overtuiging, vormde een sleutel… wellicht de enige weg tot de ontrafeling van het mysterie waarmee hij en Jacob waren belast.


Omdat Peter van Opperdoes het plan had opgevat om een reeks puur vertrouwelijke gesprekjes te gaan voeren met een kring van prostituees met wie hij in het verleden een relatie als informant had opgebouwd, had hij besloten om alleen op pad te gaan. Het leek hem niet juist om zijn jonge collega op zijn missie mee te nemen. Prostituees waren achterdochtig. Het duurde geruime tijd voor een nieuw politiegezicht werd geaccepteerd. Jacob had begrip getoond en hem veel succes gewenst.

Na ampele overwegingen besloot Peter van Opperdoes om eerst op bezoek te gaan bij Zwarte Neel… niet zo jong meer, maar door het leven gelouterd en intelligent… een vrouw die in het vak van prostituee zoveel ervaring had opgebouwd dat niets haar meer verbaasde.

Voor het fraaie grachtenpand aan de Achterburgwal waar ze werkte, bleef hij staan. Het gordijn van haar peeskamertje was gesloten. Hij wachtte geduldig. Het duurde niet lang… een paar minuten… tot het gordijn van haar peeskamertje weer openging en de klant die zij had ‘behandeld’ schielijk en schuchter het hoerenpandje verliet.

Peter van Opperdoes stapte langs hem heen, duwde de deur van haar peeskamertje open en ging naar binnen.

Zwarte Neel schikte haar kapsel, draaide zich van haar spiegel weg en keek hem verbaasd aan. Bij haar herkenning glansde een glimlach.

‘Lekkere Opperdoezer,’ giechelde ze. Haar ogen lachten. ‘Wat kom je doen? Neuken, of ben je in functie?’

De oude rechercheur schudde zijn hoofd. ‘Ik pis niet buiten de pot. Dat weet je.’

Zwarte Neel ging op haar peesbedje zitten en trok haar schouders op.

‘Je vrouw is dood,’ sprak ze simpel. ‘Als je wat mist, mag je best eens even bij mij komen uithuilen. Ik heb altijd al een zwak voor eenzame, oude mannen gehad.’

Peter van Opperdoes grijnsde. ‘Daar ben ik nog niet aan toe.’

Zwarte Neel wuifde in zijn richting. ‘Het is maar dat je het weet.’ Ze stond van haar bed op, trok haar rokje iets naar beneden en schoof voor hem een gammele stoel bij. ‘Ga zitten en vertel eens waarom ze jou bij de Warmoesstraat hebben weggeschopt.’

Peter van Opperdoes trok zijn broekspijpen iets op en nam plaats. De stoel kraakte. ‘Ik ben niet weggeschopt,’ sprak hij hoofdschuddend. ‘Ik vond dat vijfentwintig jaar dienst aan de Warmoesstraat lang genoeg was. Nog een paar jaar, dan ga ik met pensioen. Ik zit nu aan de Raampoort.’

‘Wat kom je hier dan doen?’

‘Ik zoek een vent.’

‘Bij mij?’

Peter van Opperdoes glimlachte. ‘Ik reken op jouw ervaring als publieke vrouw. Ik doe een beroep op jouw inzicht en wijsheid.’

Zwarte Neel trok haar neus op. ‘Wijsheid? Wijsheid van een hoer?’

Peter van Opperdoes knikte. ‘Ik heb bij hoeren vaak meer levenswijsheid aangetroffen dan bij gewiekste zakenmannen.’

‘Dat klinkt vriendelijk.’

‘Zo is het ook bedoeld.’

Zwarte Neel ging weer op bed zitten. ‘Hoe heet de vent die je zoekt?’

‘Dat weet ik niet.’

Zwarte Neel keek verbaast. ‘Dat weet je niet?

‘Nee.’

‘Wat weet je dan wel?’

‘Weinig.’

Zwarte Neel hield haar hoofd iets scheef. ‘Waarvoor zoek je hem?’

Peter van Opperdoes zuchtte. ‘Moord… moord op een hoertje… een mooie meid… rond de vijfentwintig jaar… ze toonde wellicht nog iets jonger… droeg lang blond haar tot op haar schouders. Haar ogen waren glinsterend groen. Ze hielp haar klantjes na afspraak. De vent die ik zoek presenteerde zich bij haar onder een schuilnaam… Kanjer.’

Zwarte Neel lachte voluit. ‘Kanjer?’ sprak ze minachtend. ‘Kanjer?’

‘Ja.’

Zwarte Neel lachte opnieuw. ‘Elke man die meent dat hij op seksueel gebied iets te presteren heeft, noemt zich Kanjer. Ik geloof dat ik wel vijftig Kanjers ken.’

Peter van Opperdoes kneep zijn ogen halfdicht. ‘Zo algemeen?’

‘Zeker.’

‘Die naam biedt geen enkele houvast?’

Zwarte Neel schudde haar hoofd. ‘Zet Kanjer maar uit je hoofd.’ Ze zweeg even. ‘Wat had die vent voor wensen?’

‘Hoe bedoel je?’

‘Op seksueel gebied. Waarom neukte hij niet gewoon met zijn eigen vrouw?’

Peter van Opperdoes maakte een hulpeloos gebaar. ‘Het hoertje was al dood voor ik haar dergelijke dingen kon vragen. Ik wist toen nog niet dat ik naar een zekere Kanjer moest zoeken.’

Zwarte Neel knikte begrijpend. ‘Hoe oud is hij?’

‘Ik schat zo achter in de veertig. Robuust, flink gebouwd. Dat vrouwtje kwam bij mij aan de Raampoort, omdat die Kanjer bij zijn bezoek aan haar los tussen zijn broekriem een revolver droeg. Zij herkende die revolver als het eigendom van haar vader. Pas later vond ik die meid in de sneeuw, doodgeschoten voor de deur van haar woning.’

Zwarte Neel trok een bedenkelijk gezicht. ‘Die Kanjer was dus zo’n type man dat graag laat zien dat hij gewapend is?’

‘Daar lijkt het op.’

Zwarte Neel trok een vies gezicht. ‘Ik heb een pesthekel aan die types. Ik moet die mannetjes niet. En het lijkt alsof ze tegenwoordig steeds vaker voorkomen. Vroeger hielden ze die blaffer altijd uit het zicht. Tegenwoordig leuren ze ermee in alle openheid. Lekker stoer doen. En weet je… het zijn in feite allemaal lafbekken. Als het erop aankomt schijten ze in hun broek. Daarom zijn ze zo gevaarlijk, bloedlink. In hun angst grijpen ze direct naar die blaffer tussen hun broekriem.’

Peter van Opperdoes keek haar bewonderend aan. ‘Je hebt mannen altijd goed kunnen typeren.’

Zwarte Neel knikte. ‘Het is mijn redding. Als hoer moet je over de man die jou bezoekt heersen… op tijd zijn opborrelende agressie temperen… anders knijpt hij… als hij de kans krijgt… je keel dicht.’

Peter van Opperdoes glimlachte. ‘Ik zoek ene Kanjer.’

Zwarte Neel keek hem onderzoekend aan. ‘Jij bedoelt… het is mijn vak niet… ik heb geen lessen in de prostitutie nodig.’

‘Precies.’

Zwarte Neel zweeg lange seconden. ‘Hoeveel tijd heb ik om die Kanjer voor jou op te sporen?’

Peter van Opperdoes boog zich iets naar haar toe. ‘Zie jij daar kans toe?’

Zwarte Neel antwoordde niet direct. ‘Sinds enige tijd,’ sprak ze na een korte pauze, ‘opereert hier op de Wallen een jonge meid van zo rond de vijfentwintig jaar, die geheel aan jouw beschrijving voldoet. Mooi lichaam, lichtblond haar tot op haar schouders en helgroene ogen.’

‘Toeval? Zijn het er veel die er zo uitzien?’

Zwarte Neel schudde haar hoofd. ‘Ze vormen een uitzondering. Dergelijke mooie meiden blijven niet zo lang. Ze vluchten meestal snel in een huwelijk met een van hun klanten.’

Peter van Opperdoes knikte begrijpend. ‘Maar van zo’n overeenkomstig… zo’n gelijkend typetje ken jij er op de Wallen maar een?’

‘Ja.’

‘En?’

Zwarte Neel spreidde haar handen. ‘Wij vrouwen uit het leven praten onderling niet graag over onze klanten. Dat is een soort erecode… een stilzwijgende afspraak. Ik heb even de tijd nodig om vertrouwelijk met haar te worden. Misschien kent zij de Kanjer die jij zoekt.’

Ze nam opnieuw een kleine pauze. ‘Die… eh, die revolver van toen, heeft hij die nog?’

‘Dat weet ik niet.’

Ze keek hem verwijtend aan. ‘Eigenlijk weet je niets.’

‘Dat klopt.’

Zwarte Neel stond van haar peesbed op. ‘Ik vrees dat ik jouw enige kans ben om de man die jij zoekt in te rekenen.’

Peter van Opperdoes kwam uit zijn stoel omhoog. Hij legde zijn beide handen op haar schouders en lachte. ‘Ik zal,’ sprak hij vriendelijk, ‘onze hoofdcommissaris een suggestie doen: selecteer in de toekomst vrouwelijk personeel voor onze zedenpolitie uit het bestand van de Wallen.’

Zwarte Neel lachte. ‘Wat verwacht je daarvan?’

‘Succes verzekerd.’

Ze leidde hem naar de deur. ‘Ouwe Opperdoezer… lekkere vent… je hoort van me.’


Het brommen van een defecte tl-buis stoorde. Verder was het stil in de recherchekamer van het bureau Raampoort. Jacob werkte intensief aan het op schrift stellen van de in concept opgenomen verklaringen. Hij keek op toen Peter van Opperdoes binnenkwam en volgde hem met zijn blik tot hij tegenover hem zat.

‘Ben je wat wijzer geworden?’ vroeg hij gespannen.

De oude rechercheur krabde even achter in zijn nek. ‘De naam Kanjer, zo heb ik begrepen, biedt geen enkel houvast. Het schijnt dat hoerenlopers die anoniem willen blijven zich vaak Kanjer noemen. Die naam duidt dan op uitzonderlijke vaardigheden op seksueel gebied… let wel… vaardigheden die zij zichzelf toedichten.’

‘O.’

De oude rechercheur lachte. ‘Ben jij een Kanjer?’

Jacob grinnikte. ‘Ik heb nog nooit anoniem een hoer bezocht en van mijn vrouw heb ik nooit klachten vernomen.’

‘Houden zo.’

Jacob negeerde de opmerking. ‘Je bent dus niet veel verder gekomen,’ concludeerde hij.

Peter van Opperdoes kauwde even op zijn onderlip. ‘Zwarte Neel zou voor mij aan het werk gaan.’

‘Wie is Zwarte Neel?’

‘Een belegen hoer. Dat klinkt misschien wat onaardig, maar zo bedoel ik het niet. Ik ken haar al lang. Ik heb haar eens uit de ellende geholpen. Een handreiking. Sindsdien meent ze dat ze mij iets verplicht is.’

‘Wat kan ze doen?’

Peter van Opperdoes leunde iets achterover. ‘Zwarte Neel is ervan overtuigd dat vele mannen een bepaalde voorkeur hebben… een voorkeur voor het type vrouw met wie zij seksueel contact verlangen.’

‘En?’

‘Zij kent op de Wallen een jonge meid die opvallend veel gelijkenis vertoont met Loesje de Vries… de vrouw met wie hij tot haar dood seksuele contacten onderhield.’

Jacob knikte plechtig. ‘Ze verwacht dat onze Kanjer na de dood van Loesje de Vries op die jonge vrouw afkomt.’

‘Precies.’

Jacob trok denkrimpels in zijn voorhoofd. ‘Hoe… eh… identificeert zij hem?’

Peter van Opperdoes stak in wanhoop zijn beide armen omhoog. ‘Geen idee… geen idee. Ik heb ervaring met Zwarte Neel. Het is niet de eerste keer dat ik haar te hulp roep. Ik laat haar altijd maar haar eigen weg volgen… vraag nooit wat haar plannen zijn. Zwarte Neel onderkent in luttele seconden de psyche van een man beter… en meer trefzeker… dan wij ooit de psyche van een vrouw zullen kunnen doorgronden.’

Загрузка...