Vledder schraapte zijn keel. ‘Professor doctor Frederik Johannes van Dinterloo,’ sprak hij plechtig.
De Cock keek verrast op. ‘Wat?’ riep hij ongelovig. ‘Was Van Dinterloo professor?’
De jonge rechercheur lachte om de reactie. ‘Inderdaad… tot voor ruim anderhalf jaar was Van Dinterloo hoogleraar in de chemische technologie aan de Technische Hogeschool Twente in Enschede.’ De Cock trok rimpels in zijn voorhoofd. ‘Maar hij was pas tweeëndertig jaar toen hij stierf.’
Vledder knikte instemmend. ‘Dat is juist. Van Dinterloo was een van Neerlands jongste professoren. Een bijzonder begaafde jongeman. Hij was nog geen achtentwintig jaar toen hij werd benoemd. Dat heeft nogal opzien gebaard. Destijds. Er werd veel publiciteit aan gegeven. Maar ruim anderhalf jaar geleden kocht de ‘ITO’, International Tropic Oil hem weg.’
De Cock gebaarde wat ongeduldig. ‘Hoe bedoel je, de-ITO-kocht- hem-weg?’
Vledder zuchtte. ‘Ze boden hem een prachtig huis, een fantastisch salaris, een modern laboratorium en alle vrijheid voor research.’ ‘Aanlokkelijk.’
Vledder gebaarde voor zich uit. ‘Wat dacht je, vooral de vrijheid van research was voor hem een belangrijk punt van overweging. Van Dinterloo was ook veel meer het type van een wetenschappelijk onderzoeker dan van een leraar. Hij was zeer inventief.’ De Cock keek zijn jonge collega bewonderend aan. ‘Je bent heel goed geïnformeerd,’ zei hij warm. ‘En dat in een zeer korte tijd.’ Vledder glimlachte; een lichte blos op zijn wangen. ‘Een neef van mij studeert in Twente. Toen ik vernam dat onze Van Dinterloo daar hoogleraar was geweest, heb ik hem even gebeld. Het was een goeie gok. Neef kende hem goed. Hij heeft nog college bij hem gelopen.’ ‘Hoe was zijn verhouding tot de studenten?’
Vledder schudde langzaam het hoofd. ‘Niet zo best, volgens mijn informaties. Van Dinterloo was een nogal stug, in zichzelf gekeerd man. Had weinig sociale contacten. Hij had alleen maar interesse voor zijn hobby, de wetenschap. Voor andere zaken, zoals een politiek engagement, had hij geen aandacht… ook geen enkel begrip. Dat gaf nog wel eens strubbelingen.’
De Cock wreef peinzend langs zijn kin. ‘En voor hem nog een extra stimulans om op het aanbod van International Tropic Oil in te gaan.’ ‘Ik denk het.’
De grijze speurder staarde een tijdje voor zich uit. ‘Die peperdure wagens aan de Amstel bij de begraafplaats, big bosses van de ITO?’ De jonge rechercheur knikte langzaam. ‘Inderdaad, directors, managers, sub-managers, sales-promotors. Enfin, je kent die vreemde titels wel.’
‘En de minder dure wagens?’
Vledder raadpleegde zijn notities. ‘Die waren voornamelijk van de familie Van Dinterloo. Twee simpele Volkswagens… van vader en een jongere broer, een blauwe Fiat 850 van een ongetrouwde zuster, een Ford Capri van een koude zwager.’ Hij grinnikte. ‘En dan was er nog een lelijk eendje van een vroegere studente.’
‘Uit Twente?’
‘Ja, Lilian van Eurcinge.’
‘Liefde?’
‘Met betrekking tot het slachtoffer?’ ‘Precies.’
Vledder spreidde beide armen. ‘Hoe weet ik dat? Hij was zeven jaar getrouwd. Men zegt ‘gelukkig’. We hebben zijn vrouw op de begraafplaats gezien, met haar oude moeder. Er is een dochtertje van drie.’ De Cock trok een somber gezicht. ‘… mijn lieve man en zorgzame vader,’ citeerde hij droevig. Hij keek naar zijn jonge collega op. ‘Weet je al wat er op de verklaring van overlijden stond?’ ‘Er is geen verklaring van overlijden… maar een verslag van de doodschouw.’
De Cock veerde overeind. ‘Doodschouw… Van Dinterloo stierf een gewelddadige dood?’ ‘Ja, verdrinking.’
De Cock slikte. ‘Verdrinking,’ herhaalde hij verbaasd.
Vledder knikte. ‘Gewoon, verdrinking. Ik heb hier een fotokopie van het verslag van de arts, die de doodschouw verrichtte.’ Hij reikte de kopie aan De Cock over. ‘Van Dinterloo reed op een donkere nacht met zijn wagen in het Noordhollands Kanaal en verdronk.’ ‘Waar?’
‘In de buurt van Ilpendam. Nog voor het voetbalveld. Hij kwam vanuit de richting Purmerend en was kennelijk op weg naar zijn huis in Bloemendaal.’ ‘Alcohol?’
Vledder maakte een hulpeloos gebaartje. ‘Er is geen sectie op het lichaam verricht. De officier van justitie vond dat niet nodig. Men heeft aangenomen, dat hij door een tegenligger werd verblind en toen de macht over het stuur is kwijtgeraakt. De weg maakt daar een flauwe bocht. Er zijn getuigenverklaringen van een man en een vrouw in een achteropkomende wagen, een heer en mevrouw Wijntjes uit Purmerend. Ze zagen het ongeluk gebeuren en sloegen onmiddellijk alarm. Er was direct hulp genoeg, het Jaagpad is een drukke weg, maar voor ze Van Dinterloo uit zijn wagen hadden bevrijd, was hij al verdronken. Vermoedelijk is hij bij de klap op het water met zijn voorhoofd tegen de ruit geslagen en bewusteloos geraakt. Bij de haargrens waren duidelijke onderhuidse bloedingen.’ ‘Zat hij alleen in de wagen?’
‘Vermoedelijk. Er zijn niet meer slachtoffers gevonden. Maar er bestaat altijd de kans, dat een mede-inzittende het ongeval heeft overleefd en zich om een of andere reden niet heeft gemeld.’ De Cock trok een bedenkelijk gezicht. ‘Met zoveel getuigen direct ter plekke?’
Vledder haalde zijn schouders op. ‘Het rechtervoorportier bleek bij onderzoek niet op slot.’
De Cock schudde het hoofd. ‘Dat hoeft niets te betekenen.’ Hij plukte aan zijn onderlip. ‘En de auto?’
‘Een Opel Rekord, een vrijwel nieuwe wagen, nog geen twintigduizend kilometer gereden, technisch in een prima staat, geen doorgezaagde remleidingen, stuurstangen of iets dergelijks.’ De oude speurder stond van zijn stoel op en begon door de recherchekamer te stappen, waggelend, in de hem zo kenmerkende slenterpas. Om zijn brede mond lag een zorgelijke trek. Bij het bureau van zijn jonge collega bleef hij staan. Diepe denkrimpels lagen op zijn voorhoofd. ‘Van Dinterloo was toch kerngezond. Hoe was het met zijn ogen? Droeg hij een bril?’
Vledder kwam met een ruk overeind. Zijn jong gezicht zag rood. Een ader klopte in de nek. ‘Wat wil je toch?’ riep hij fel en geagiteerd. ‘Er is niets bijzonders met de dood van Van Dinterloo. Wat drank in het lijf, te hard gereden, zo sterven er per jaar enkele duizenden in het verkeer. Het is een puur ongeval. Wat wil je er in godsnaam meer in zien?’
De grijze speurder keek hem secondenlang aan. ‘Weet je,’ zei hij traag, ‘in godsnaam… in godsnaam zijn al heel wat moorden gepleegd.’ Hij slenterde naar de kapstok in de hoek, nam zijn hoedje en wurmde zich in zijn oude regenjas. Vledder kwam hem haastig na. ‘Waar ga je heen?’ De Cock trok zijn gezicht in een vriendelijke grijns. ‘Naar Casa Erotica. Ik wil wel eens zien hoe een naakte juffer er uitziet.’
Ze liepen vanuit het politiebureau door de Warmoesstraat naar de Lange Niezel. Het was er erg druk. Groepjes mensen verdrongen zich voor de etalages van de sex-shops. Mannen spraken, luidruchtig, opgewonden, in vele talen. Vrouwen giechelden. Een dronken sloeber zocht zich botsend een weg naar een volgend café. Aan het einde van de Korte Niezel gingen de beide rechercheurs rechts de Achterburgwal op. Kleurige springlichtjes omlijstten de vele kleine sex-theaters. In de donkere stukken van de gracht paradeerden de hoertjes, riepen sissend hun klanten aan.
Bij Casa Erotica bleef De Cock staan, de benen wat wijd, zijn hoedje achter op het stugge grijze haar. ‘Life-show,’ las hij hardop. Hij keek opzij naar de jonge Vledder, een vrolijke twinkeling in zijn ogen. ‘Ik weet niet of ik je wel mee kan nemen,’ zei hij plagerig. ‘Mag je van je verloofde? Celine is nogal preuts.’
Vledder bromde. ‘Ik kom hier toch niet voor mijn plezier. Dit is dienst… is het niet?’
De Cock knikte. ‘Dit is dienst,’ zei hij bedaard. Hij liep naar de man achter de kassa en vroeg naar Groninger Ben. De man wees wat onduidelijk naar achteren en schreeuwde. Een grote, zwaargebouwde man, in een frivool paars hemd, kwam door de klapdeurtjes naar buiten. In zijn helgrijze ogen blonk een glans van herkenning. ‘Zo… De Cock,’ riep hij joviaal, ‘kom je op inspectie?’ De grijze speurder schudde het hoofd. ‘Nee,’ zei hij vlak, ‘ik kom voor de naakte juffer.’
Groninger Ben lachte uitbundig. ‘Naakte juffer? Welke? Naakt… naakt zijn ze allemaal. Niks-an, zie je, dat is hun business. Daar leven ze van… en ik.’ Hij wuifde grinnikend naar het donker achter de klapdeurtjes. ‘Kom erin. We beginnen over een paar minuten. Ik heb een nieuwe act… heel realistisch.’
De Cock maakte een afwerend gebaartje. ‘Ik kom niet voor de show.’ Hij keek de sex-man strak aan. ‘Ik kom voor de naakte juffer.’ Groninger Ben lachte opnieuw, hard, schaterend. ‘Dat zei je… naakte juffer.’
De Cock trok zijn gezicht in een ernstige plooi. ‘Dat zei ik,’ sprak hij geladen, ‘naakte juffer.’
De lach op het vette gezicht van Groninger Ben verdween. Hij keek de grijze speurder vreemd, onderzoekend aan. De houding van De Cock maakte hem wat achterdochtig. ‘Zoek je iemand?’ vroeg hij onzeker. ‘Moet je een van hen hebben?’ ‘Misschien.’
De vette sex-man maakte een radeloos gebaartje. ‘Zeg maar wie, ik heb er zeven, allemaal keurige meisjes voor zover ik weet, zo van de moeder.’
De Cock grijnsde breed. ‘Dat,’ zei hij, ‘kan ik mij moeilijk voorstellen.’
Groninger Ben trok een verongelijkt gezicht. ‘Ik bedoel, bij wijze van spreken. Ik heb alleen nette meisjes in mijn show. Geen business- grieten. Begrijp je, geen echte tomijers.[1] Ik heb er zelfs een paar meisjes bij die sociologie studeren.’
De Cock glimlachte fijntjes. ‘Dan doen ze bij jou zeker wat praktijk op.’
Groninger Ben zwaaide met beide armen. ‘Wat nou,’ riep hij. ‘Drijf ik een kostschool?’
De Cock legde vertrouwelijk een hand op de brede schouder van de sex-man. ‘Wind je niet op. Heb je even tijd? Ik moet met je praten.’ Groninger Ben zuchtte omstandig. ‘O.k.,’ zei hij berustend, ‘o.k., ga maar even mee naar mijn kantoor.’ Hij duwde een zijdeur open en ging de beide rechercheurs voor een smalle houten trap op. De eerste verdieping was ruim, diep, met zware balken aan de zoldering. Groninger Ben zwaaide om zich heen. ‘Het is een oud pakhuis. Ik heb het laten verbouwen.’
De inrichting was bizar, smaakloos, met een grote bar in het midden, tientallen krukken, brede banken en diepe fauteuils. Aan de wanden prijkten levensgrote foto’s van fraaie naakte meisjes in obscene poses. Aantrekkelijk en vulgair. Er hingen spotjes tussen de balken en er was een podium van glas.
Groninger Ben wuifde nonchalant. ‘Laat je zakken. Neem er je gemak van.’ Hij plofte in een zware fauteuil. ‘Wat kan ik voor jullie doen?’ De Cock antwoordde niet direct. Hij kauwde op zijn onderlip. Nadenkend. Zijn hersenen zochten koortsachtig naar een opening. Zijn directe vraag naar ‘de naakte juffer’ had niet tot resultaten geleid. De man van Casa Erotica had afwijzend gereageerd, geen enkele spanning getoond. Het leek hem toe, dat de reactie van Groninger Ben oprecht was, dat ‘de naakte juffer’ voor hem niets betekende, althans niet meer dan de zeven gratiën, die hij meest naakt onder zijn hoede had. De grijze speurder gebaarde naar de spotjes en het podium. ‘Floor-show?’ ‘Ja.’
‘Zoals beneden?’
Groninger Ben grijnsde. ‘Beneden is voor de gaande en de komende man.’
‘En boven?’
De sex-man frunnikte aan de rouches van zijn paarse hemd. ‘De rijke jongens willen ook wel eens wat zien… en beleven.’ ‘Besloten bijeenkomsten?’
De Cock plukte aan het puntje van zijn platte neus. ‘Zoals voor de ITO, Tropic Oil.’
Groninger Ben keek op, een glimp van waakzaamheid in zijn grijze ogen. ‘Ik… eh, ik zou een slecht zakenman zijn,’ reageerde hij voorzichtig, ‘… als ik de namen van mijn cliënten noemde.’ De Cock kneep zijn lippen op elkaar. Zijn vriendelijke trekken verstarden. ‘Ik ben geen sensatie-journalist,’ riep hij fel, verbeten. ‘Het kan mij geen lor schelen of de heren van Tropic Oil, of van welke organisatie dan ook, zich bij jou amuseren. Dat laat mij siberisch. Ik wil alleen weten of ze hier wel eens komen.’ ‘Waarom?’
De Cock spreidde zijn armen in een theatraal gebaar. ‘Omdat ik het nodig heb voor mijn onderzoek.’ Hij wachtte even. ‘En vraag mij in hemelsnaam niet wat voor een onderzoek, want daar kan en mag ik je geen antwoord op geven.’
Groninger Ben kwam uit zijn fauteuil overeind. ‘O.k.,’ zei hij loom, ‘o.k., ze komen hier wel eens.’
‘Hoeveel?’
‘Een man of tien, vijftien. Soms meer.’
‘Wanneer voor het laatst?’
‘Een goede week geleden.’
‘Ken je de heren?’
‘Van naam?’
‘Ja.’
Groninger Ben schudde het hoofd. ‘Ik krijg gewoonlijk een telefoontje van een of andere secretaris. We maken een afspraak voor een bepaalde avond en na afloop krijg ik een cheque. Dat is alles. Verder heb ik geen contact met de heren.’ De Cock glimlachte. ‘De meisjes wel.’
De sex-man trok zijn schouders op. ‘Als de kinderen iets extra’s willen versieren…’ Hij maakte zijn zin niet af. De uitdrukking op zijn vet gezicht veranderde plotseling, werd strak, ernstig. Hij keek De Cock onderzoekend aan. ‘Gaat het over Sylvia?’
De grijze speurder blikte schuin omhoog. ‘Hoezo, Sylvia?’ vroeg hij ontwijkend.
Groninger Ben slikte. ‘Sylvia, ze verdween na de nacht van Tropic Oil.’