14

Op weg terug naar Amsterdam vertelde De Cock ook aan Vledder het hele verhaal.

‘Dus Cindy had die foto van Jaap gemaakt terwijl hij dat “Bruidje” schilderde?’

‘Cindy maakte wel meer foto’s van haar toenmalige vriendje. Bijvoorbeeld zittend op de motorkap van zijn fraaie Porsche. Jaap had zo’n polaroidtoestel in zijn atelier om de schilderijen te fotograferen die hij had gemaakt.’

Het bleef even stil. Toen schudde Vledder in ongeloof zijn hoofd.

‘Hoe kon zo’n Keesing nou denken dat hij weg zou komen met dat valse schilderij?’

De Cock blikte naar zijn jonge collega.

‘Daar heb ik mij ook over verbaasd. Maar de kunstwereld zit daar blijkbaar niet erg mee. De musea hangen vol met valse kunst, heb ik begrepen.’

‘Maar zo’n schilderij, net aangekocht voor zestien miljoen euro belastinggeld!’

‘Keesing vertrouwde erop dat het goed zou komen, zoals het altijd goed is gegaan. Niemand heeft er belang bij dat het bedrog uitkomt. De regering niet, het museum niet, de expert niet, niemand. Keesing had er alleen niet op gerekend dat Van Deijssel zijn kont tegen de krib zou gooien. En dat hij zijn gelijk kon bewijzen! Vanaf daar liep het mis.’

‘Daarom moest hij dood.’

Het bleef stil. De grijze rechercheur tuurde door de voorruit.

‘De Cock?’ drong Vledder aan.

‘Daarom moest Wim de Jongh dood, ja, en Cindy de Vries.’ ‘Dus Keesing hangt voor moord.’

‘Het aanzetten tot moord. Ik neem aan dat onze vriend Oswald de executies heeft uitgevoerd. Maar het zal geen spectaculair proces worden. Ze zullen de zaak achter gesloten deuren behandelen in verband met het “landsbelang”!’

Vledder liet een honend lachje horen. ‘Dan komt hij er zeker met een werkstraf vanaf!’

‘Daar gaan wij niet over,’ gromde De Cock. ‘Wij hebben gedaan wat we moesten doen, tegen de stroom in. Het is nu aan de rechter om zijn geweten te volgen.’


Aan de kit had Jan Rozenbrand de opwekkende mededeling voor De Cock dat Buitendam op hem zat te wachten. Het verbaasde de oude rechercheur niet. Beumer had natuurlijk onmiddellijk gebeld nadat De Cock zijn kamer had verlaten.

Wat Beumer hem had verteld liet Buitendam in het midden.

‘Ik moet je mijn excuses aanbieden, De Cock.’

‘U kon niet anders, meneer,’ antwoordde De Cock formeel.

‘Ik stond onder zware druk. Niet alleen van Gerrit Beumer maar ik had ook elke dag meester Medhuizen aan de lijn.’

‘U was niet te benijden.’

‘Zeker niet.’ De commissaris leek ineens een stuk ouder, zoals hij daar gebogen over zijn bureau zat, de kleine slanke handen gevouwen voor zich op het blad.

‘Het valt niet altijd mee rechtvaardiging te vinden voor de rol die we worden geacht te spelen.’

‘We spelen allemaal een rol,’ reageerde De Cock vergoelijkend.

De commissaris keek met een ruk naar hem op. Er glom felheid in zijn ogen.

‘Nee, De Cock, ik speelde een rol. Jij niet.’

De Cock reageerde verrast. ‘Dat beschouw ik als een compliment.’

‘Zo is het ook bedoeld. En nu: eruit.’


In de grote recherchekamer zat Vledder achter zijn computer en zijn vingers bespeelden het toetsenbord als het orgel in de kerk.

‘Je hebt er zin in,’ merkte zijn oudere collega op toen hij met twee bekertjes automatenkoffie de kamer betrad. Hij zette een bekertje naast het toetsenbord van Vledder. De nijvere rechercheur liet zijn vingers even werkeloos boven de toetsen hangen en keek verrast op.

‘Dank je wel, De Cock,’ sprak hij met overdreven respect, om daarna meteen weer op de toetsen aan te vallen.

‘Je hebt het verdiend, jij doet de noeste arbeid.’ De Cock nam tevreden plaats achter zijn bureau. Hij wist dat zijn jonge vriend het werk op de computer graag deed en er zijn chef mee ontlastte.

‘Het is nogal een spectaculair verbaal,’ glunderde Vledder. ‘Drie moorden opgelost.’

‘Twee,’ klonk het droog.

‘Twee?’

‘Ik dacht eerst ook drie, maar het was iets wat Gerrit Beumer vandaag tegen mij zei dat mij aan het twijfelen bracht. Namelijk dat professor Van Deijssel ze niet in de weg zat. Het gevaar kwam van Wim de Jongh en Cindy de Vries. Zij moesten worden tegengehouden.’

‘Maar Van Deijssel wist dat het schilderij vals was!’

‘Iedereen zou denken dat hij een fout had gemaakt toen hij het schilderij in Amerika had onderzocht. En dat hij dat nu goed probeerde te maken door anderen te beschuldigen. Kansloze zaak. Nee, Van Deijssel vormde geen gevaar.’

‘Waarom moest hij dan dood?’ wilde Vledder weten.

De Cock voelde aan zijn neus.

‘Er is er één die daar antwoord op kan geven,’ sprak hij mysterieus.

Hij dronk zijn koffie op en mikte het bekertje in de prullenbak.

‘Ik ga Jaap Verduin verhoren. Die heeft inmiddels wel recht op een beetje aandacht.’

Vledder duimde over zijn schouder.

‘Bij het kopieerapparaat ligt het enige wat ik over hem heb gevonden.’

De Cock slofte naar het apparaat en bekeek de kopietjes die daar in een bakje lagen.

‘Alleen verkeersovertredingen?’ vroeg De Cock.

‘Voor de rest is hij brandschoon.’ En Vledder tikte weer vlijtig voort.

De Cock bekeek de bonnen. Twee bonnen voor te hard rijden. Blijkbaar had hij zijn Porsche willen uitproberen. De laatste bon was voor fout parkeren.

De Cock stond even in gedachten verzonken, vouwde de bonnen dubbel en stopte de papieren in de binnenzak van zijn colbertje.


Jaap Verduin zat achter een haveloos tafeltje in de kale verhoorruimte. Hij zag er slecht uit en het tl-licht boven de tafel deed daar geen goed aan. Hij had zware wallen onder zijn ogen en hij had zich sinds zijn inhechtenisneming niet meer geschoren.

‘Dat zal tijd worden,’ gromde hij toen De Cock de ruimte betrad.

De Cock liet zich niet haasten. Hij schoof zijn stoel naar achteren, nam plaats en keek Jaap vervolgens vorsend aan.

‘Jij bent een driftig mannetje, Jaap,’ begon De Cock bedachtzaam.

‘Zeker. Ik trok als peuter al de spijlen uit de box!’

‘Toe maar.’

‘Ben je nou klaar met dat geleuter?’ vervolgde hij ongeduldig. ‘Ik wil wel weer eens op huis aan!’

De Cock duwde zijn onderlip naar voren.

‘Daar zou ik maar niet te veel op rekenen. Jij zit hier nog wel even, ben ik bang.’

‘Vanwege illegaal wapenbezit?’ vroeg Verduin honend.

‘Jij hebt het schilderij Bruidje in de morgen vervalst. En niet slecht, naar ik begrijp.’

‘Je lult uit je nek.’

De Cock ergerde zich aan het grove taalgebruik, maar liet het niet merken. Hij bouwde zijn betoog zorgvuldig op.

‘En voor een behoorlijk bedrag. Ik vroeg me al af waar een arme kunstschilder zo’n raceauto van kon betalen.’

Verduin liet een hoongelach horen. ‘Is dat je bewijs! Man, ik verkoop ook wel eens werk. De een stopt dat in de hypotheek van zijn doorzonwoning en ik koop er mijn jongensdroom van. So what?!

‘Er is een foto van jou en Keesing, terwijl je staat te schilderen.’

De lach bevroor op het gezicht van de jonge kunstschilder.

‘Je weet wie de foto heeft genomen.’

Verduin knikte bijna onmerkbaar met zijn hoofd.

‘Ze had hem bewaard. Ze wilde hem verkopen. En daarom moest ze dood.’

Verduin liet zijn kin op zijn borst zakken en barstte in snikken uit. Hij gooide zijn hoofd in zijn nek en liet een lange uithaal horen. De Cock liet hem even.

Verduin zuchtte en haalde een hand over zijn ogen om de tranen weg te vegen en boog zijn hoofd weer.

‘Je had me die hond moeten laten afmaken,’ klonk het gesmoord.

‘Dan had je er nu voor moord op gestaan.’

‘Nou en?’

‘Ja… één moord of minder, wat maakt het uit?’ zei de grijze rechercheur luchtig.

Verduin keek De Cock van onder zijn wenkbrauwen aan.

‘Waarom heb jij professor Van Deijssel vermoord, Jaap?’

Загрузка...