Toen De Cock de volgende morgen opgewekt en vals fluitend de grote recherchekamer binnenstapte, trof hij Vledder gebogen over het toetsenbord van zijn computer.
De Cock zwaaide ter begroeting, riep luid en uitbundig ’goedemorgen’ en zwiepte zijn hoedje missend naar de staande kapstok. Met een zoete grijns op zijn gezicht slenterde hij naderbij, bukte voor zijn hoedje op de vloer en trok zijn vale regenjas uit. Daarna wandelde hij naar zijn bureau.
Vledder liet zijn vingers even rusten en keek op.
’Je bent laat,’ sprak hij bestraffend. Hij blikte even naar de grote klok boven de toegangsdeur. ’Zeker een halfuur.’ De Cock knikte instemmend.
’Inderdaad,’ sprak hij berustend, ’vrijwel elke dag… te laat… een sociale tekortkoming… die ik evenwel koester.’ Hij stak bezwerend zijn rechterwijsvinger omhoog. ’Maar in het totaal van mijn arbeidsuren komt de gemeenschap niets aan mij te kort. Beslist niet.’
Vledder schudde afkeurend zijn hoofd.
’Je behoort hier om negen uur te zijn. De regels van dit bureau gelden ook voor jou.’ Hij zweeg even. ’Buitendam was hier al.’
’Wanneer?’
’Even na negen uur. De commissaris was wel op tijd en vroeg naar jou.’
De Cock voelde even zijn hartslag. De naam van commissaris Buitendam zorgde altijd voor een lichte verhoging van zijn bloeddruk.
’Wat wilde hij?’vroeg hij achterdochtig.
’Een onderhoud.’
De Cock kneep zijn ogen samen.
’Waarover?’
Vledder trok zijn schouders op.
’Geen idee. Hij heeft mij niets gezegd. Tegen mij is hij nooit zo openhartig.’
De Cock keek zijn jonge collega onderzoekend aan. ’Had hij de pest in?’
’Dat leek mij niet. Integendeel, hij was heel opgewekt: Als het de oude speurder gelegen komt, laat hem dan even bij mij komen.’
De Cock fronste zijn wenkbrauwen.
’Zei hij dat?’ vroeg hij ongelovig.
’Dat zei hij. Exact. Het is niet mijn gewoonte om tegen jou te liegen.’
De jonge rechercheur beschouwde het onderhoud als afgedaan. Hij boog zich weer voorover en vervolgde zijn lijvig procesverbaal van bevindingen.
De Cock bleef even besluiteloos staan. Hij wantrouwde de kreet ’oude speurder’ en de toevoeging ’als het hem gelegen komt’. Dat was niet het vocabulaire dat hij van Buitendam kende. Met gemengde gevoelens liep hij de grote recherchekamer af op weg naar de imposante werkplek van de commissaris.
Commissaris Buitendam, de lange statige chef van het politiebureau aan de Amsterdamse Warmoesstraat, wenkte met een slanke hand naar de stoel voor zijn bureau.
’Ga zitten, De Cock,’ sprak hij geaffecteerd. ’Ik wil met je praten.’
’Waarover?’
Buitendam trok zijn gezicht in een vriendelijke plooi. ’Over de moord op die arme zwerver aan het einde van het Stenenhoofd. Ik heb vanmorgen het mutatierapport van een jonge diender gelezen.’
Hij wenkte opnieuw naar de stoel voor zijn bureau. ’Ga toch zitten,’ gebood hij dringend.
De oude rechercheur trok een stuurs gezicht en nam onwillig plaats. Hij zat niet graag. Het liefst bleef hij staan, rechtop, zijn armen langs zijn lijf en zijn benen iets uit elkaar. Dan voelde hij zich weerbaar en meer gespannen. Hij had geen hekel aan zijn commissaris, maar wanneer Buitendam hem ontbood, bezag hij hem steeds met argwaan. Het was een houding van strijdlust, van protest, die hij bij voorbaat aannam om zich tegen eventuele aantijgingen te verweren.
’Iemand sloeg hem met een nog onbekend voorwerp een gat in zijn hersenpan,’ legde hij uit. ’Hij moet vrijwel onmiddellijk dood zijn geweest.’
Buitendam knikte begrijpend.
’Leidde de man… het slachtoffer, ook het leven van een zwerver?’ vroeg hij geïnteresseerd.
’Vermoedelijk… vrijwel zeker. Zijn kleding en zijn onverzorgd uiterlijk wijzen in die richting.
’Had hij een eierschedel?’[4]
’Absoluut niet. Het schedeldak van het slachtoffer was van normale dikte. Geen afwijking. Dokter Rusteloos zal dat na de sectie zeker bevestigen. De kracht, waarmee de slag werd toegebracht, duidt op de absolute wil van de dader om te doden.’
’Heb je aanwijzingen?’
’Gisteravond meldde zich bij Vledder en mij een vrouw, ene Madeleine de Bouchardon, die zich beklaagde over het feit dat zij door haar ex-man, genaamd Harold de Vries, voortdurend werd lastiggevallen.’
Buitendam keek hem vragend aan.
’Haar ex-man opereerde als stalker?’
’Precies.’
’En?’
’Wat bedoelt u?’
’Het vervolg?’
De Cock zuchtte. Hij gaf niet graag vroegtijdig bijzonderheden prijs.
’Op het slachtoffer hebben wij bescheiden gevonden ten name van Harold de Vries.’
’Een merkwaardige coïncidentie.’
’Inderdaad.’
’Hoelang denk je dat het zal duren voor je de zaak hebt geklaard?’
De Cock trok zijn schouders op.
’Dat is moeilijk te zeggen.’
’Een paar dagen?’
’Wellicht.’
De ogen van Buitendam lichtten op.
’Toch geen weken?’
De Cock ontmoette de felle blik van zijn commissaris. In zijn gemoed groeide iets van verzet.
’Als het weken duurt,’ reageerde hij nukkig, ’duurt het weken.’ Commissaris Buitendam snoof.
’Wij hebben bij de recherche slechts een beperkt aantal manuren ter beschikking. Daar moeten we zuinig mee omspringen. Er kunnen zich belangrijker zaken aandienen dan de dood van een zwerver.’
’Een zwerver is ook een mens.’
Buitendam knikte.
’Zeker, zeker, zeker,’ sprak hij gehaast. ’Maar wat is de economische inbreng van zo’n man?’
De Cock kwam uit zijn stoel overeind.
’Is dat uw criterium?’ vroeg hij geschrokken. ’De economische inbreng van een mens… bepaalt dat of wij al of niet aandacht aan zijn dood schenken?’
Buitendam begon duidelijk zijn geduld te verliezen. ’Wij hebben zwervers zat,’ reageerde hij fel. ’Het wemelt van de zwervers in onze stad. Een zwerver meer of minder is van geen enkel maatschappelijk belang. Het heeft geen enkele zin om daar veel tijd aan te verspillen.’
Het kille standpunt van de commissaris trof De Cock in het diepst van zijn ziel. Hij voelde hoe het bloed in zijn aderen begon te koken. Om zich te beheersen drukte hij zijn nagels diep in de palmen van zijn handen.
’Maatschappelijk belang,’ zei hij. ’Wat is van maatschappelijk belang? Er is op weerzinwekkende wijze een man vermoord. Met of zonder uw toestemming. Ik zal de moordenaar vinden.’ Hij boog zich iets naar voren.
’Al duurt het jaren.’
Commissaris Buitendam kwam met een ruk overeind. Zijn smal gezicht zag bleek en zijn neusvleugels trilden. Hij strekte zijn rechterarm naar de deur.
’Eruit.’
Toen De Cock in de grote recherchekamer terugkwam, keek Vledder hem monsterend aan.
’Was het weer zover?’
De Cock knikte.
’Ik werd weer zijn kamer afgestuurd,’ sprak hij somber. ’Buitendam kan het niet laten. Hij geeft je nauwelijks kans om je standpunten te verdedigen.’
’Wat was de reden?’
’Ik was het niet met hem eens.’
’Waarover?’
De Cock liet zich in de stoel achter zijn bureau zakken. ’De intrinsieke waarde van een mens.’
’De wat?’
De Cock strekte zijn handen voor zich uit.
’De waarde van een mens voor de samenleving. Een zwerver is volgens de zienswijze van commissaris Buitendam van geen enkel maatschappelijk belang en dus is het onzinnig om veel tijd aan zijn gewelddadig overlijden te schenken.’
Vledder keek hem ongelovig aan.
’Hij bedoelt dat wij er niets aan moeten doen?’
’Een paar dagen. Maar dan moet het wel bekeken zijn.’
’Hij is gek.’
’Hij is niet gek. Zeker niet. Ik ben alleen bang dat zijn zienswijze een trend wordt, dat men mensen gaat schiften naar hun belangrijkheid.’
Vledder schudde resoluut zijn hoofd.
’Aan die trend doe ik niet mee,’ sprak hij ferm.
Met een twinkeling in zijn ogen keek De Cock zijn jonge collega secondenlang aan.
’Dick Vledder,’ sprak hij opgelucht, ’jij bent een man naar mijn hart.’
Er werd vinnig op de deur van de grote recherchekamer geklopt en Vledder riep: ’Binnen!’
De deur gleed open en in de deuropening verscheen een jongeman. De Cock schatte hem op rond de vijfendertig jaar. Hij droeg een keurig, donkergrijs driedeling kostuum, waarover een iets getailleerde half dichtgeknoopte donkerblauwe mantel. Hij liep resoluut naar De Cock toe.
’Ik heb begrepen,’ sprak de jongeman luid, ’dat Madeleine… Madeleine de Bouchardon, gisteravond met u heeft gesproken.’ De oude rechercheur keek langzaam omhoog.
’Met… eh, met wie heb ik het genoegen?’ vroeg hij toonloos. Er verscheen een blos op het gezicht van de jongeman. ’Neem… neemt u mij niet kwalijk,’ stotterde hij. ’Mijn naam is Jeroen… Jeroen van Moerdijk.’
De Cock gebaarde uitnodigend naar de stoel naast zijn bureau. ’Neemt u plaats.’
Jeroen van Moerdijk knoopte zijn jas verder open en ging zitten. ’Ik heb al geruime tijd,’ opende hij voorzichtig, ’een relatie… een intieme verhouding met Madeleine de Bouchardon. Ik denk dat wij nog dit jaar zullen huwen.’
Hij zweeg even.
’Madeleine,’ ging hij verder, ’heeft sinds haar scheiding van Harold de Vries problemen. Harold valt haar lastig. De wijze waarop hij zich gedraagt kan beslist niet door de beugel en ik begrijp volkomen dat Madeleine zich tot u heeft gewend om hulp.’
’Die vrijheid had zij?’
Het klonk cynisch uit de mond van De Cock.
Jeroen van Moerdijk negeerde de opmerking.
’Madeleine heeft mij gisteravond,’ ging hij rustig verder, ’van haar onderhoud met u verteld. Uit haar relaas kreeg ik de indruk dat zij heeft gesuggereerd dat ook ik bereid en in staat zou zijn om Harold iets aan te doen.’
De Cock knikte.
’Dat is juist.’
’Dat is een verkeerde voorstelling van zaken. Hoewel ik zijn gedrag verwerpelijk vind, zal ik Harold nooit gewelddadig benaderen. Harold de Vries en ik zijn altijd bevriend geweest. Middels hem heb ik Madeleine leren kennen. Madeleine en Harold vormden toen nog een gelukkig paar.’
De Cock knikte begrijpend.
’Hebt u persoonlijk iets met de veranderde levenshouding van Harold te maken?’
Jeroen van Moerdijk schudde zijn hoofd.
’Het is mij ook een raadsel waarom Harold in zo’n korte tijd verslonsde. Ik denk dat het iets met haar familie heeft te maken. De familie De Bouchardon, met vader De Bouchardon aan het hoofd, vormt een hechte gemeenschap… een clan met strenge normen en waarden. Ik denk dat Harold op den duur niet in staat was om aan de gestelde eisen te voldoen.’
’Welke eisen?’
’De Bouchardons — hugenoten, die zich aanvankelijk in Antwerpen vestigden — handelen al sinds generaties in diamanten. Het was de wil van vader De Bouchardon dat Harold in het familiebedrijf zou worden opgenomen. Ook zijn zwagers drongen daar sterk op aan.’
’Die druk was Harold te veel?’
’Dat denk ik. Harold de Vries had in ’s-Gravenhage de Koninklijke Hogeschool voor Beeldende Kunsten, Muziek en Theater gevolgd. Hij is in zijn hart een artiest… een man die gruwt van handel en bedrog.’
’Handel en bedrog… synoniemen?’ vroeg De Cock. ’Soms.’
De oude rechercheur boog zich iets naar Jeroen toe. ’Heeft de familie De Bouchardon ook op u… als toekomstig lid van de familie… druk uitgeoefend?’
’Zeker.’
’En?’
Jeroen van Moerdijk glimlachte.
’Ik kan die druk wel aan. Ik ben geen kunstenaar, zoals Harold… geen man met een kunstenaarsziel. Ik heb een tijdje prehistorie gestudeerd met een bijzondere voorliefde voor het Moustérien. Diamanten liggen mij dus wel. Daarom, ik heb mijn keuze al bepaald. Ik kies voor Madeleine.’
De Cock grijnsde.
’Dus voor de Bouchardons.’
’Inderdaad.’
’En Harold de Vries.’
Jeroen van Moerdijk trok zijn gezicht strak.
’Die koos voor zichzelf.’
’Waarom viel hij haar dan na de scheiding nog steeds lastig?’
’Ik denk dat hij in stilte hoopte dat zij ondanks de scheiding voor hem zou kiezen, als hij maar lang genoeg aandrong.’
’In dat opzicht bent u, de huidige minnaar van Madeleine, voor hem een obstakel.’
Jeroen van Moerdijk trok zijn schouders op.
’Ik denk niet dat Harold dat zo voelt.’
’En u?’
’Wat bedoelt u?’
’Hoe beziet u de pogingen van Harold?’
Jeroen van Moerdijk liet zijn hoofd iets zakken.
’Als Madeleine opnieuw voor mijn oude vriend Harold zou kiezen, dan heb ik daar vrede mee. Het lijkt mij onverstandig om met een vrouw te trouwen die van een ander houdt.’
’U wordt geen stalker?’
’Zeker niet.’
De Cock zweeg geruime tijd, voor het effect.
’Wij hebben gisteravond het lijk van Harold de Vries gevonden. Iemand had met een of ander zwaar voorwerp zijn schedel ingeslagen.’
Jeroen van Moerdijk deinsde op zijn stoel terug. Zijn gezicht zag bleek en zijn mond viel open.
’Harold… vermoord?’
De Cock knikte.
’Absoluut. Er blijft geen ruimte voor een andere zienswijze.’ Jeroen van Moerdijk keek hem geschrokken aan.
’Maurice,’ hijgde hij. ’Maurice de Bouchardon… heeft hij het toch gedaan.’