5

De Cock schoof de mouw van zijn Harris-tweedcolbert iets terug en keek op zijn horloge. Het was bijna twaalf uur ’s middags. Hij gebaarde naar Vledder, die aan zijn bureau tegenover hem zat.

’Denk je om je tijd?’ sprak hij vermanend. ’Je moet Madeleine de Bouchardon nog van huis halen voor de herkenning. Je moet haar toch ook een beetje voorbereiden op wat haar op Westgaarde te wachten staat.’

Vledder trok een bedenkelijk gezicht.

’Zou ze al weten dat haar ex-man werd vermoord?’ De Cock trok zijn schouders op.

’Misschien. Het ligt voor de hand dat Jeroen van Moerdijk haar al heeft ingelicht. Maar ik zou haar toch maar voorzichtig benaderen.’

’Dat begrijp ik.’

’En denk erom… je kunt dokter Rusteloos niet op je laten wachten.’

Vledder stond op.

’En wat ga jij in de tussentijd doen?’

De Cock leunde in zijn stoel achterover.

’Ik denk dat ik straks op mijn gemak even naar de Reguliersdwarsstraat tippel.’

’Voor een onderhoud met Maurice de Bouchardon?’

’Als ik hem thuis tref.’

Vledder keek vanuit de hoogte op zijn oude collega neer. ’Probeer chef Buitendam zover te krijgen, dat hij jou via de rechter-commissaris een bevel tot huiszoeking meegeeft.’ De Cock reageerde verrast.

’Een bevel tot huiszoeking?’

’Ja.’

’Waarvoor?’

’Om naar de met bloed bevlekte hamer te zoeken, waarmee Maurice de Bouchardon gisteravond Harold de Vries zijn schedeldak intikte.’

De Cock schudde zijn hoofd.

’Het heeft geen enkele zin om nu al een bevel tot huiszoeking te vragen.’

’Waarom niet?’

’De kans dat de rechter-commissaris in dit stadium van het onderzoek zo’n bevel afgeeft, is miniem. Ik heb ook geen afdoende argumenten om hem te overtuigen dat ik zo’n bevel nodig heb.’

Vledder mopperde.

’Dan is jouw met bloed bevlekte hamer weg.’

De Cock trok nonchalant zijn schouders op.

’Ik zie het niet als een risico,’ reageerde hij kalm. ’Als Maurice de Bouchardon werkelijk Harold de Vries heeft vermoord, dan zou het verrekte stom van hem zijn om een met bloed bevlekte hamer in zijn eigen huis te bewaren.’

Vledder glimlachte.

’Als relikwie… een dierbaar aandenken aan zijn heldhaftig optreden.’

’Heldhaftig optreden?’

Vledder knikte.

’Volgens mij ziet Maurice de moord op Harold de Vries als een uiterst moedige daad om de eer van de familie De Bouchardon te verdedigen.’

’Larie.’

Vledder trok een verongelijkt gezicht.

’Wie weet wat er zich in het hoofd van die man afspeelt. Het is tenslotte jouw theorie, dat het gedrag van mensen nooit valt te voorspellen.’

De Cock maakte een afwerend gebaar.

’Ik kan mij niet voorstellen dat ik een dergelijke theorie ooit heb verkondigd. Het gedrag van mensen is in de meeste gevallen best voorspelbaar. Alleen de bizarre afwijkingen op dat gedrag zijn niet in een handleiding te vangen.’

’Is het plegen van een moord een bizarre afwijking?’ De Cock spreidde zijn handen.

’Niet altijd, hangt van het motief af. Soms lijkt moord een verklaarbaar gedrag, is het motief van de dader invoelbaar.’ De oude rechercheur zweeg even. Daarna tikte hij met tien vingers op zijn borst.

’Voor mij… voor mij blijft moord onaanvaardbaar.’

’Dus moet elke moordenaar worden gestraft?’

De Cock schoof zijn onderlip vooruit.

’Straffen is een zaak voor de rechter. Wat zijn of haar motieven ook zijn geweest, elke moordenaar of moordenares moet wel ter verantwoording worden geroepen. Een moord mag nog nooit versluierd blijven. Een onopgeloste moord sterkt de dader en maakt hem rijp voor een vervolg. Een seriemoordenaar zou in onze samenleving een onmogelijk fenomeen moeten zijn.’

De oude rechercheur grinnikte.

’Daarom doe ik dit werk. Soms met de pest in mijn lijf, maar altijd vol overgave.’

De Cock keek opnieuw op zijn polshorloge. Daarna strekte hij zijn rechterarm naar Vledder uit.

’Smeer ’m.’

Op het moment dat de jonge rechercheur gehaast de grote recherchekamer verliet, schoof een lange, stevig gebouwde man wat bruusk langs hem heen naar binnen. Voorbij de deur bleef hij even staan. De blik uit zijn donkere ogen dwaalde schichtig door het kale vertrek.

De Cock keek de man scherp onderzoekend aan. Zwart krullend haar hing warrig over zijn oren en bedekte een deel van zijn voorhoofd. De huidskleur en de lijnen van zijn gelaat kwamen de oude rechercheur bekend voor. De bijna vrouwelijke trekken herinnerden hem aan Madeleine de Bouchardon. De Cock schatte de man op voor in de dertig. Hij droeg een ouderwetse groene trenchcoat met rug- en schouderflappen. Regenwater drupte uit de zoom van zijn coat op de vloer. Na enige aarzeling stapte hij dreunend naderbij en bleef wijdbeens voor het bureau van De Cock staan.

’Is hij dood?’

Het klonk snauwerig.

De oude rechercheur blikte quasi-verwonderd naar de man omhoog.

’Als u mij eerst eens vertelde,’ sprak hij traag, doch vriendelijk, ’wie u bent, en mij daarna openbaart wiens dood u bevestigd wilde zien, en waarom, dan kunnen wij wellicht tot een gesprek komen.’

De korte, slepende toespraak van De Cock scheen de man te ontnuchteren.

’Ik… eh, ik ben Maurice de Bouchardon,’ reageerde hij timide, ’en ik bedoel de dood van mijn ex-zwager Harold de Vries.’ De Cock gebaarde naar de stoel naast zijn bureau.

’Gaat u zitten.’

Maurice de Bouchardon knoopte nerveus en met trillende vingers zijn natte regenjas los. Uit zijn broekzak diepte hij een zakdoek op en wreef het regenwater uit zijn nek. Eerst daarna nam hij plaats en draaide zich naar De Cock.

’Is hij dood?’ herhaalde hij.

Zijn toon was rustiger.

De oude rechercheur knikte.

’Vermoord.’

Maurice de Bouchardon zuchtte diep.

’Ik wilde en kon het niet geloven. Ik ben erg geschrokken.’

’Waarvan?’

’Het bericht dat Harold de Vries, mijn ex-zwager, is vermoord.’

’Wie vertelde u dat?’

’De nieuwe vriend van mijn zuster Madeleine.’

’Jeroen van Moerdijk.’

Maurice de Bouchardon knikte.

’Hij kwam vanmorgen bij mij op bezoek. Hij vertelde mij dat u hem had gezegd dat Harold was vermoord. Toen ik de dreun en beetje had verwerkt, heb ik mijn regenjas aangetrokken en ben hier naar het bureau Warmoesstraat gekomen.’

’Waarom?’

’Om van u een bevestiging te horen.’

’Wel,’ sprak De Cock laconiek, ’die bevestiging hebt u nu. Ik herhaal het nog even voor de zekerheid: Harold de Vries, uw ex-zwager, werd vermoord.’

Als teken dat hij het gesprek als beëindigd beschouwde, kwam de oude rechercheur half uit zijn stoel overeind. Het was een truc om de man te verwarren.

Maurice de Bouchardon keek hem geschrokken aan. ’Ik heb het niet gedaan.’

De Cock toonde verwondering.

’Wat hebt u niet gedaan?’

’Hem vermoord.’

’Wie zegt dat u hem hebt vermoord?

Maurice de Bouchardon verschoof iets op zijn stoel. ’Jeroen van Moerdijk was heel openhartig. Hij heeft zich wel tienmaal verontschuldigd.’

’Waarvoor?’

Maurice de Bouchardon slikte.

’Dat hij u had verteld dat ik had aangekondigd dat ik Harold zou vermoorden.’

’Had u dat aangekondigd?’

’Ik… eh, ik heb mij inderdaad in die geest uitgelaten,’ sprak Maurice zacht.

’Hoe?’

’Wat bedoelt u?’

’Hoe hebt u zich uitgelaten?’

Maurice de Bouchardon frunnikte aan zijn stropdas. ’Ik heb gezegd dat ik Harold iets zou aandoen als hij Madeleine nog langer bleef lastigvallen.’

De Cock grijnsde.

’Kunt u zich de juiste tekst nog herinneren?’

’Nee.’

De Cock grijnsde opnieuw.

’Ik zal uw geheugen even opfrissen. U zei letterlijk: Ik sla die ellendeling vandaag of morgen zijn hersens in.

De oude rechercheur nam een kleine pauze.

’Wij hebben Harold de Vries — die ellendeling — gisteravond gevonden,’ vervolgde hij cynisch, ’dood… met ingeslagen hersens.’

De Cock las de angst in de donkere ogen van Maurice. ’Noem mij nu eens een gegronde reden,’ sprak hij zalvend, ’waarom ik u nu niet als verdachte terzake moord op Harold de Vries zou arresteren en u beneden in de cel laat opsluiten?’ Maurice de Bouchardon wreef met de rug van zijn hand langs zijn droog geworden lippen.

’Ik… eh, ik heb het niet gedaan.’

De Cock schonk hem een wrange glimlach.

’Dat is een kreet die mij niet bevredigt. Ik heb nog nooit een moordenaar onmiddellijk horen bekennen. Het duurt in de regel een poosje voor de waarheid op tafel komt.’

Maurice de Bouchardon maakte een wanhopig gebaar. ’Ik heb het niet gedaan. Ik heb het niet gedaan. Ik heb het…’ Hij herhaalde het als een echo.

De Cock toonde verbazing.

’Waarom kraamt u dan luid en duidelijk van die verschrikkelijke bedreigingen uit? Ik sla die ellendeling vandaag of morgen zijn hersens in… hebt u dat gezegd?’

Maurice de Bouchardon knikte.

’Ja, dat heb ik gezegd, maar dat meende ik niet. Ik heb nooit de bedoeling gehad Harold de Vries iets aan te doen.’ De Cock keek hem verrast aan.

’Maakte Harold de Vries het leven van uw zuster Madeleine ondraaglijk?’

’Zeker.’

De Cock strekte zijn wijsvinger naar hem uit.

’Van u, als haar oudste broer, kon Madeleine toch verwachten dat u die ellendeling eens voor zijn daden ter verantwoording zou roepen?’

Maurice de Bouchardon knikte.

’Dat kon ze.’

De oude rechercheur grinnikte vreugdeloos.

’Wel, dat is dan gebeurd,’ sprak hij met een zweem van sarcasme. ’Een beetje hardhandig. Een spelletje ”hamertje-tik” met dodelijk gevolg.’

De Cock tikte de jongeman voorzichtig op zijn schouder. ’Waar is die hamer gebleven?’

Het klonk vriendelijk, maar ook uitdagend.

Maurice de Bouchardon sloeg zijn handen voor zijn gezicht. ’Ik heb het niet gedaan,’ jammerde hij. ’Hoe vaak moet ik dat herhalen? Ik ben niet verantwoordelijk voor zijn dood.’

’Waarom dan die bedreiging… waarom die kreet: Ik sla die ellendeling vandaag of morgen zijn hersens in?’

Maurice de Bouchardon nam zijn handen weg.

’Om indruk te maken.’

De Cock trok een vies gezicht.

’Om wat?’

’Om indruk te maken.’

’Op wie?’

’Vader.’

De Cock schudde zuchtend zijn hoofd.

’Leg mij dat eens uit.’

Maurice ging enigszins ontspannen verzitten.

’Vader is het type van een ouderwetse patriarch. Een pater familias, heer des huizes, een peetvader, die ons steeds voorhield dat de De Bouchardons van hoge afkomst waren, dat wij kinderen ons gelukkig mochten prijzen dat wij de eerbiedwaardige naam De Bouchardon mochten dragen, dat wij de eer van de familie hoog dienden te houden, dat wij eenieder die onze naam zou bezoedelen, dienden te vernietigen.’

De jongeman ademde diep.

’Ik kan zo wel even doorgaan. Vader is een opvliegend man, in zijn woede tot alles in staat. Toen hij hoorde dat Harold de Vries als een stinkende zwerver zijn dochter belaagde, was hij des duivels. Hij besloot zijn gewezen schoonzoon te vermoorden.’

De Cock fronste zijn wenkbrauwen.

’Heeft hij u van dat besluit verteld?’

’Hij deed die uitspraak met veel pathos in de kring van de familie. Hij liet geen twijfel over zijn bedoelingen. Vader is nog sterk. Hij heeft een atletisch figuur, doet dagelijks lichamelijke oefeningen en… wat mij benauwde… vader maakt zijn uitspraken waar.’

De jongeman zuchtte.

’Ik wil vader niet missen,’ ging hij op gedragen toon verder. ’Ik wil ook niet dat onze moeder verdriet wordt bezorgd. Ze hebben ons goed opgevoed… soms wat streng en rechtlijnig, maar wel eerlijk.’

De Cock keek hem schattend aan. De oude speurder raadde het vervolg.

’Toen hebt u maar geroepen dat u die ellendeling wel even zijn hersens zou inslaan?’

’Ja, ik hoopte dat mijn kreet vader tot bedaren zou brengen… dat hij het aan mij, zijn oudste zoon, zou overlaten om de eer van de familie De Bouchardon te verdedigen.’

Maurice staarde voor zich uit. Zijn donkere ogen vulden zich met tranen. Ze gleden over zijn wangen en drupten op zijn schoot.

’Het heeft niet geholpen.’

’Je bedoelt?

Maurice de Bouchardon snikte.

’Vader, het is vader geweest. Ik weet het zeker.’

Загрузка...