19

De Cock zat thuis in zijn brede fauteuil bij de haard. Naast hem, op een bijzettafeltje, stonden een fles fijne cognac en enige fraaie, diepbolle glazen.

De oude rechercheur keek naar het lange bleke gezicht van commissaris Buitendam. Hij had hem uitgenodigd voor het slotakkoord, zoals hij zo’n laatste bespreking altijd noemde, en tot zijn verbazing had de politiechef zijn uitnodiging aanvaard. Naast de commissaris zaten wat onwennig Dick Vledder en Appie Keizer.

De Cock schonk klokkend in en deelde de glazen rond. Zijn vrouw bracht schalen vol lekkernijen.

Commissaris Buitendam boog zich iets naar voren.

‘Ik heb begrepen,’ sprak hij geaffecteerd, ‘dat die heer Harredijke van De Grafische Heraut ons op een verschrikkelijke manier om de tuin heeft geleid.’

De Cock reageerde niet. Hij nam een slok van zijn cognac en keek in de richting van Vledder.

‘Weet je, dat wij enige dagen geleden op nog geen twee meter afstand van de oplossing van het drama hebben gestaan?’

De jonge rechercheur keek hem verward aan.

‘Nog geen twee meter?’

De Cock knikte.

‘Men zou als rechercheur een beetje helderziende moeten zijn,’ verzuchtte hij. ‘Herinner jij je dat wij op de parkeerplaats van het Tulp Ziekenhuis in Amstelveen met onze oude Volkswagen naast een lichtgrijze Mitsubishi Galant stonden?’

‘Ja.’

De Cock glimlachte.

‘Dat was de wagen van Arend Harredijke. Als ik toen met het apparaatje van Handige Henkie het kofferdeksel van die wagen had opengemaakt, dan hadden wij de zaak opgelost en het bewijs geleverd.’ Hij tastte in een zijzak van zijn colbert. Daarna bracht hij zijn rechterhand naar voren. In zijn handpalm lagen twee kogels. ‘Die misten wij de eerste avond al. Jaap Alberts had ze niet in de kleding van de vermoorde Emile van den Aerdenburg kunnen vinden.’

Vledder trok een ernstig gezicht.

‘Die kogels zijn tijdens het vervoer van het lijk van Van den Aerdenburg in de bagageruimte van de wagen van Harredijke achtergebleven?’

De Cock zette zijn glas op de bijzettafel.

‘Precies. Daar heb ik ze gevonden. De luitjes van het laboratorium in Den Haag zullen ongetwijfeld bevestigen dat die twee kogels afkomstig zijn uit hetzelfde wapen, waarmee ook Jacques van Ieperen werd vermoord.’

Vledder bracht in een wanhoopsgebaar zijn beide handen naar zijn hoofd.

‘Wie schoot er dan op Arend Harredijke?’

‘Niemand.’

‘Niemand?’

‘Nee.’

Vledder grinnikte vreugdeloos.

‘Maar hij had toch een wond aan zijn arm en er zaten kogelgaten in zijn colbert. Dat… eh, dat hebben we toch samen gezien? Daar heeft de recherche van Amstelveen foto’s van gemaakt.’ De Cock kauwde knikkend op zijn onderlip.

‘Ik heb mij door dat heerschap aardig in de maling laten nemen. Eerst dat gedichtje van Guido Gezelle over Boerke Naas bracht mij op het goede spoor.

‘Arend Harredijke acteerde alsof er op hem was geschoten. Hij bezorgde zichzelf een vleeswond aan zijn arm en schoot met zijn eigen pistool door zijn colbert. Uiteraard toen hij dat kledingstuk niet droeg. Hij liet ook aan zichzelf dreigbrieven schrijven en deed bij jou aan de Warmoesstraat aangifte van bedreiging.’

‘En die vrouw op de motorfiets?’

‘Die bestond alleen in de fantasie van Arend Harredijke.’

Vledder spreidde verbijsterd zijn beide handen.

‘Maar waarom?’

De Cock zuchtte.

‘Het was heel handig bedacht. Door die stunt plaatste de heer Harredijke zich op één lijn met de slachtoffers. Hij bracht ons ertoe om te denken dat ook zíjn leven werd bedreigd. Hij liet zelfs de hoofdredacteur van De Grafische Heraut met de officier van justitie bellen. Het was alles bluf en misleiding.’

Commissaris Buitendam wenkte om aandacht.

‘Ik geloof, dat je de vraag van Vledder niet hebt beantwoord. Het doel van de camouflage, die de heer Harredijke toepaste, is ons nu wel duidelijk, maar het waarom van de moorden niet.’ De Cock liet zich in zijn fauteuil achteroverzakken.

‘Van het begin af was ik overtuigd,’ ging hij onverstoord verder, ‘dat het plaatsen van het lijk van Van den Aerdenburg tegen een boom aan de rand van de Keizersgracht een betekenis moest hebben. Ik werd in die overtuiging nog gesteund toen het lichaam van de dode Jacques van Ieperen op eenzelfde wijze in de stromende regen tegen een boom was gezet. Het was duidelijk een symbool. Maar waarvan?

Ook besefte ik dat voor het vervoer van de lijken vanaf het kantoor op Keizersgracht 1119 naar de vindplaatsen gebruik moest zijn gemaakt van een auto of een gesloten kar.’ Hij zweeg even en bracht zijn wijsvinger voor zijn neus.

‘En dat de feitelijke daad… het neerschieten, gevolgd door het vervoer en het plaatsen van de lijken tegen een boom, vrijwel onmogelijk door één man of één vrouw kon zijn gebeurd.’ De oude rechercheur spreidde zijn handen en zuchtte. ‘Maar al mijn overwegingen,’ vervolgde hij, ‘brachten mij geen steek verder. Ik kwam ook niet tot een sluitend motief. Steeds was daar als een storende dissonant die Arend Harredijke, die in het rijtje van slachtoffers feitelijk niet paste.

Er was wel iets dat mij bevreemdde. Zowel Van den Aerdenburg als Van Ieperen was door een goede schutter omgebracht. De kogelgaten in hun borst zaten in een kleine kring bij elkaar. Dat was een duidelijk teken dat de dader de schietkunst terdege beheerste. Wat mij een weinig verbaasde was, dat diezelfde schutter bij de moordaanslag op Arend Harredijke zo jammerlijk had gefaald. Maar dat bracht mij er toch niet toe om de journalist te verdenken. Naar mijn gevoel was hij nog steeds slachtoffer in plaats van dader.’

Commissaris Buitendam wenkte opnieuw om aandacht.

‘Het is ons inmiddels wel duidelijk wie de moorden heeft gepleegd,’ sprak hij met een licht sarcasme. ‘Ik wil weten waarom!’

In zijn stem trilde ongeduld.

De Cock knikte traag voor zich uit.

‘Tanja Geldrop,’ sprak hij somber, ‘was de enige dochter van Arend Harredijke.’

Vledder kwam met een ruk naar voren.

‘Zijn dochter?’

De Cock knikte opnieuw.

‘De dochter over wie Charlotte Overdinkel, de ex-vrouw van Emile van den Aerdenburg sprak toen ik haar vroeg of ze de heer Harredijke kende.’

Vledder slikte.

‘En het dode lichaam van die Tanja werd uit het water van de Keizersgracht gevist, exact op de plek waar later de lijken van Van den Aerdenburg en Van Ieperen tegen een boom werden gezet.’

‘Precies… als symbool.’

Buitendam zwaaide met zijn beide armen.

‘Als symbool van wat?’

De Cock keek in zijn richting.

‘Wraak… straf… vergelding.’ Hij nam een slok van zijn cognac. ‘Als u mij even de gelegenheid geeft, dan zal ik proberen de achtergronden te schetsen.

Ik heb vanmiddag Arend Harredijke urenlang verhoord… of feitelijk was het geen verhoor… meer een gesprek tussen twee al wat oudere mannen over emoties. Arend Harredijke is een merkwaardig man. Het type van Himmelhoch jauchzend, zum Tode betrübt. Enige jaren geleden stierf zijn vrouw na een langdurige ziekte. Tanja was toen bijna meerderjarig. Ze wilde net als haar vader in de journalistiek. Ze had beslist aanleg. Harredijke zorgde ervoor dat ze als freelance-journaliste voor De Grafische Heraut kon werken.

Harredijke nam haar ook altijd mee naar de feestjes die Emile van den Aerdenburg in zijn woning aan de Churchilllaan gaf. Tanja verwonderde zich over de pracht en praal waarmee Van den Aerdenburg zich omringde. Het wekte haar nieuwsgierigheid. Toen ze erachter kwam dat de omvang van de textielhandel, die Van den Aerdenburg en zijn compagnon dreven, onmogelijk toereikend was voor de exclusieve levensstijl van de beide heren, besloot ze tot een verder onderzoek.

Het bleek haar, dat Emile van den Aerdenburg in het Verre Oosten… Thailand, Sri Lanka, maar ook in derdewereldlanden in Midden-Afrika, zoals Angola, Tanzania en Zaïre, regelmatig kleine modeateliers bezocht. Weliswaar deed hij kleine inkopen, maar zijn aandacht was veel meer gericht op de meisjes en jonge vrouwen die daar werkten.

Wanneer hij een geschikte jonge exotische vrouw vond, dan bood hij haar een job aan in Nederland als mannequin. Vele jonge vrouwen… vaak meisjes nog… gingen op zijn aanbod in. In Nederland kregen ze een korte opleiding in bewegingsleer en genoten daarna de eer om op te treden in de grote modeshows, die Emile van den Aerdenburg in zijn landhuis De Aerdenburcht hield. Het werd meestal ook hun laatste optreden als mannequin, want in het landhuis waren de eigenaars en uitbuiters van sekshuizen en bordelen uitgenodigd om de waar te bekijken en werden de vrouwen bij opbod verkocht.’

Vledder sloeg zijn rechterhand voor zijn mond.

‘Vrouwenhandel.’

De Cock knikte.

‘Een uiterst lucratieve zaak. Tanja Geldrop, die voor ons verwarrend, de naam voerde van de man met wie ze slechts een klein jaar getrouwd is geweest, besloot de heren aan de kaak te stellen. Met behulp van Sonja van Poeldijk, haar vriendin, schreef ze over de affaire een serie artikelen. Voor ze die ter publicatie aanbood, stuurde ze een kopie naar de beide heren compagnons om commentaar.

Ik denk dat Van den Aerdenburg en Van Ieperen hevig zijn geschrokken. Ze nodigden Tanja uit voor een gesprek in hun kantoor aan de Keizersgracht. Tanja ging. Wat er in dat kantoor is gebeurd, zullen we nooit meer weten. Vermoedelijk heeft men haar bedwelmd en haar lichaam in de gracht laten glijden, waarna ze verdronk. Een paar dagen later dreef haar lijk in de Keizersgracht.’

De Cock zweeg. Vermoeid. Eenieder was stil. Zelfs de commissaris bewoog niet.

De oude rechercheur schonk nog eens in en nam een slok.

De warmte van de cognac dreef iets van de kilte uit zijn botten. Pas na een paar minuten ging hij verder.

‘Arend Harredijke wist niets van het onderzoek van zijn dochter. Na het bericht van haar dood nam hij contact op met Sonja van Poeldijk en las toen voor het eerst wat Tanja had geschreven.

Arend Harredijke was er onmiddellijk van overtuigd dat Emile van den Aerdenburg en zijn compagnon voor de dood van zijn dochter verantwoordelijk waren. Sonja van Poeldijk wilde de artikelen aan de politie overhandigen voor een nader onderzoek naar de dood van Tanja en het gedrag van beide heren.

Harredijke wilde daar niets van weten. Hij wantrouwde politie en justitie. Het strafrechtelijk klimaat in Nederland achtte hij niet geschikt voor een effectieve berechting. Wereldvreemde psychiaters, milde rechters, cellentekort, justitiële blunders… alles kon ertoe bijdragen dat Van den Aerdenburg en Van Ieperen hun gerechte straf zouden ontlopen.

Hij besloot tot executie en vroeg aan Sonja van Poeldijk om hem daarbij behulpzaam te zijn.’

Commissaris Buitendam ademde diep.

‘Eigenrichting.’

De Cock knikte traag voor zich uit.

‘Arend Harredijke smeedde een ingenieus plan… met als basis dat de beide compagnons van alles zouden proberen om de publicatie van de voor hen zo belastende artikelen tegen te gaan. Sonja van Poeldijk zou daarbij als lokaas fungeren. Ze zou de heren dreigbrieven sturen en hen telefonisch benaderen met de mededeling, dat zij nu in het bezit was van de artikelen van haar vriendin Tanja en dat zij bereid was om over de artikelen te onderhandelen. Niet met beide heren samen, zoals Tanja had gedaan, maar met ieder afzonderlijk.

Sonja van Poeldijk vond het een goed plan en was bereid om haar medewerking te verlenen… onder één voorwaarde.’

Vledder keek gespannen naar hem op.

‘En dat was?’

De Cock gebaarde in zijn richting.

‘Dat na de executie van de beide mannen de serie artikelen van Tanja alsnog werd gepubliceerd… met een aanvullend artikel van Harredijke, waarin beiden hun daad motiveerden, waarna zij zich voor een berechting bij de politie zouden melden.’

Commissaris Buitendam vouwde zijn beide handen.

‘Daarin stak toch iets nobels.’

De Cock reageerde niet.

‘Toen de executie was voltrokken,’ ging hij verder, ‘kreeg Arend Harredijke… wat men zou kunnen noemen… een vlaag van hoogmoedswaanzin. Hij meende twee perfecte moorden te hebben gepleegd… zo perfect, dat zelfs een bekwaam rechercheur als De Cock ze niet had kunnen ontrafelen.

Hij meende ook dat hij in zijn positie als vader van een vermoorde dochter volkomen het recht had om dat vonnis ten uitvoer te brengen. Dat Sonja van Poeldijk als intieme vriendin van zijn dochter hem daarbij had geholpen, vond hij vanzelfsprekend.

Toen Sonja van Poeldijk hem in haar appartement aan de Realengracht herinnerde aan de afspraak dat ze zich beiden bij de politie zouden melden, werd hij daarover zo kwaad, dat hij haar met een porseleinen vaas neersloeg en haar daarna wurgde.

Vrijwel onmiddellijk na zijn daad trok iets van die waanzin weg en besefte hij wat hij had gedaan.’

Vledder grijnsde.

‘Hij probeerde ons te doen geloven dat het zelfmoord was.’

De Cock wreef met zijn vlakke hand over zijn gezicht.

‘Ik heb vanmiddag uitgebreid met Harredijke over de begrippen schuld en boete gesproken. Het vreemde is dat hij over de in koelen bloede gepleegde moorden op de beide compagnons geen enkel gevoel van wroeging kent. Maar de toch min of meer emotionele moord op Sonja van Poeldijk drukt op hem als een loden last.’

De grijze speurder leunde in zijn fauteuil achterover. Hij nam nog een slok van zijn cognac, maar de kilte in zijn botten bleef. Allen zwegen… elk verzonken in zijn eigen gedachten. Na enige tijd kwamen de gesprekken op gang en zakten de afschuwelijke moorden wat naar de achtergrond.

In verband met kerstavond namen de gasten al vrij vroeg afscheid. Toen ze vertrokken waren, nam mevrouw De Cock een leren poef en schoof die bij.

‘Ik had gehoopt dat ze het zouden vragen, maar dat deden ze niet.’

‘Wat?’

‘Waarom ging Sonja van Poeldijk naar het kantoor aan de Keizersgracht en zei tegen jou dat ze daar had gewerkt?’

De Cock glimlachte.

‘Jij let ook altijd zo goed op,’ sprak hij bewonderend. ‘Het was een foutje van Arend Harredijke. Hij had in het Tulp Ziekenhuis in Amstelveen zo overtuigend de rol gespeeld van een man die ternauwernood aan een moordaanslag was ontsnapt, dat de behandelend arts besloot om hem ter observatie op te nemen.

Hij kon toen in alle rust over alles nadenken. Plotseling overdacht hij dat de kopie van de serie artikelen, die Tanja naar de compagnons had gestuurd, mogelijk in het kantoor aan de Keizersgracht lag opgeborgen. Hij was bang dat wij van de recherche die kopie zouden vinden en daaruit snelle conclusies zouden trekken. Daarom stuurde hij Sonja met een sleutel, die hij van het pand had weten te bemachtigen, naar het kantoor. Harredijke hield er rekening mee dat wij haar zouden overvallen. In dat geval moest Sonja zeggen dat ze parttime voor Emile van den Aerdenburg werkte. Hij vergat dat dan in dat kantoor ook haar vingerafdrukken te vinden moesten zijn.’

‘Lag die kopie daar?’

De Cock schudde zijn hoofd.

‘Die had Van den Aerdenburg thuis in zijn safe.’

Mevrouw De Cock knikte begrijpend.

‘Er komt vanavond op de televisie een kerkdienst uit zo’n vredig kerkje in de sneeuw in Oostenrijk. Zullen we er samen naar gaan kijken?’

‘Dat is goed.’

Mevrouw De Cock stond op en liep naar de keuken.

De telefoon rinkelde.

De oude rechercheur nam de hoorn op en luisterde.

Het duurde maar kort. ‘Bedankt, Jan,’ sprak hij toonloos.

Met gebogen hoofd slofte hij naar zijn fauteuil terug en huilde. Mevrouw De Cock kwam uit de keuken.

‘Wat is er?’ vroeg ze bezorgd.

‘Jan Kusters belde. Arend Harredijke heeft in zijn cel kans gezien om zelfmoord te plegen.’

‘En daar huil je om?’

De Cock schudde zijn hoofd.

‘Niet om Arend Harredijke.. niet om zijn dood. Ik huil om oorlog en vrede, om recht en onrecht… om al die dingen die mensen zo in verwarring kunnen brengen.’

Загрузка...