12

Vledder vertraagde zijn tred. 'Wil je vanavond nog wat doen?'

De Cock schoof de mouw van zijn oude regenjas terug en keek op zijn horloge. 'Het is pas tien uur.' In zijn stem klonk verbazing door.

Op de hoek van de Oudebrugsteeg en de Warmoesstraat bleef de jonge rechercheur staan. 'Mijn vriendin is vandaag jarig,' sprak hij bijna verontschuldigend. 'Ik wilde nog even bij haar op bezoek.' 'Gefeliciteerd.' 'Dank je.'

De Cock keek hem bezorgd aan.

'Ik hoor de laatste tijd weinig over je liefdesleven.'

Vledder maakte een grimas.

'Wat wil je? Met jou en de misdaad blijft er weinig tijd voor de liefde over.'

'Hoe lang ben je al verloofd?'

'Jaren.'

'Trouwen?'

Vledder krabde zich enigszins verlegen achter in zijn nek. 'Ik… eh, ik heb het Celine wel eens voorgesteld,' sprak hij wat timide.

'En?'

'Ze zei: Ik hou het zo nog wel een poosje met je uit. Blijf voorlopig maar met de Warmoesstraat en die ouwe vent getrouwd.' De Cock fronste zijn wenkbrauwen en tikte met een kromme middelvinger op zijn borst. 'Bedoelde ze mij?' 'Beslist.'

Op het gezicht van de grijze man kwam een grijns. 'Doe haar toch maar de groeten van me,' sprak hij vrolijk. 'En wees lief voor haar.

Ik zet nog een paar regels over die moord op Marlies van Haesbergen beneden in het mutatierapport en verder…' Hij zweeg. De jolige trek verdween van zijn gezicht, '… zien we elkaar morgen weer.' Hij wuifde tot afscheid.

Met zijn vilten hoedje ver achter in zijn nek geschoven, bleef hij staan tot het silhouet van zijn jonge collega in de avondnevel oploste. Daarna draaide hij zich om en liep verder de Warmoesstraat in.

Brigadier Jan Kusters keek van zijn dienstboek op toen De Cock de hal van het politiebureau binnenstapte. Met een opgestoken wijsvinger wees hij omhoog. 'Ze zijn boven.' 'Wie?'

'Buitendam met de Officier van Justitie.'

'Heb jij hen verteld van die moord op de Keizersgracht?'

'Uiteraard.'

'Wat zeiden ze?'

'Het scheen hen nauwelijks te interesseren.' 'Wat komen ze dan doen?' riep De Cock geprikkeld. Jan Kusters trok zijn schouders op.

'Ze vroegen naar jou en ik zei, datje met Vledder naar de Keizersgracht was in verband met een melding over een moord op een oude vrouw. Zonder verder te informeren liepen ze toen de balie voorbij. Bij de trap draaide Buitendam zich om. Stuur De Cock naar boven, zei hij, zo gauw hij binnenkomt.'

Commissaris Buitendam troonde statig achter zijn imposant bureau. Links, aan de zijkant, zat Mr. Schaaps in een antracietgrijs kostuum. Traag en argwanend stapte De Cock op hen toe. Buitendam wuifde naar de stoel voor zijn bureau. 'Ga zitten, De Cock,' sprak hij vriendelijk. In tegenstelling tot zijn gewoonte, nam de grijze speurder plaats. Onderwijl monsterde hij het gezicht van de Officier van Justitie. Het stond strak, glad.

De Cock had al jaren een zekere aversie tegen de gezagdrager, die als 'opsporingsambtenaar-bij-uitnemendheid', zoals hij in de wet werd genoemd, naar zijn oordeel een weinig standvastig beleid voerde. Hij had de stellige indruk, dat Mr. Schaaps niet erg bestand was tegen de druk die allerlei groeperingen op hem uitoefenden.

Commissaris Buitendam strekte zijn rug.

'Het verheugt de heer Officier van Justitie en mij,' begon hij gezwollen, 'om jou te kunnen mededelen, dat Mr. Meturovski, de raadsman van de baggeronderneming Vreedenbergh, zijn formele aanklacht tegen jou en Vledder, inzake het onrechtmatig binnendringen in de woning van de heer Vreedenbergh aan de Eeuwige Laan in Bergen, heeft ingetrokken.' De Cock slikte iets weg. 'Schriftelijk?'

Commissaris Buitendam schudde zijn hoofd. 'Vanavond… telefonisch. De schriftelijke bevestiging zal nog volgen. Maar wij achtten het intrekken van de aanklacht toch wel zo belangrijk, dat wij jou daarvan onmiddellijk op de hoogte wilden stellen.' De Commissaris trok zijn kin iets naar voren. 'Daarbij wil ik niet verhelen, dat de heer Officier van Justitie en ik er bij de heer Meturovski voortdurend op hebben aangedrongen om bij de beoordeling van het gebeurde in Bergen er rekening mee te houden, dat jij, en ook Vledder, over een uitstekende staat van dienst beschikken.'

De Cock klemde zijn lippen op elkaar. In zijn aderen borrelde de strijdlust op.

'Het is dus een gunst?'

De Officier van Justitie schraapte zijn keel.

'Het is een afwegen van belangen.'

'Welke belangen?'

'Die van jou en Vledder en de baggeronderneming, die graag een goede relatie met de justitie behoudt.'

De Cock keek Mr. Schaaps onderzoekend aan.

'Heeft Mr. Meturovski inzake deze affaire persoonlijk contact gehad met de heer Vreedenbergh?'

De Officier van Justitie streek met twee vingers tussen zijn witte stijve boord. De vraag verraste hem zichtbaar.

'Dat… eh, dat zal zeker zijn gebeurd.'

De Cock schudde zijn hoofd.

'Ik geloof er niets van,' sprak hij stug.

Mr Schaaps toonde zich geschokt.

'Waarom zou Mr. Meturovski geen persoonlijk contact met de heer Vreedenbergh hebben gehad?' De Cock grijnsde.

'Omdat een dergelijk contact onmogelijk is. De heer Vreedenbergh is dood.'

'Wat?'

De Cock hield de grijns op zijn gezicht.

'Dood… dee-dubbel-o-dee.' Het klonk bijna spottend. 'Om voor mij nog onduidelijke redenen trachten sommige lieden de dood van de heer Vreedenbergh te camoufleren door te doen voorkomen, dat hij op de Bahama's zijn vakantie doorbrengt.' Commissaris Buitendam keek hem verbijsterd aan. 'Dat… eh, dat is niet waar,' stamelde hij onthutst. De Cock knikte nadrukkelijk. 'Toch. En tot die… eh, camouflagelieden behoort Mr. Meturovski, de man, die nu zo nobel de aanklacht tegen mij en Vledder intrekt.'

Mr. Schaaps kleurde tot diep in zijn hals. Het rood stak fel af tegen het smetteloze wit van zijn stijve boord.

'Ik mag aannemen,' sprak hij verbeten, 'dat u voor deze lasterlijke aantijgingen afdoende bewijzen hebt.' De Cock schudde zijn hoofd.

'Het spijt me,' sprak De Cock vriendelijk en verontschuldigend, 'die bewijzen heb ik niet… nog niet. Maar om die te verkrijgen, zal ik mij door geen Mr. Meturovski… of wie dan ook… om de tuin laten leiden.'

Commissaris Buitendam kwam wild uit zijn stoel overeind. Zijn neusvleugels trilden. Woedend strekte hij zijn hand naar de deur. 'Eruit.'

De Cock ging.

Brigadier Jan Kusters keek toe hoe De Cock met vier stramme vingers een korte melding over de moord aan de Keizersgracht in het mutatierapport stelde.

'Je bent gauw weer beneden,' stelde hij.

De Cock zette een streep onder zijn melding en keek op.

'Die lui zijn stom,' sprak hij bits.

De wachtcommandant grijnsde.

'Een Commissaris van Politie en een Officier van Justitie?' vroeg hij quasi ongelovig.

De Cock schoof de schrijfmachine van zich af en knikte fel. 'Als ik iets beweer, dat de beide heren op een of andere manier niet bevalt, dan sturen ze mij als een hond de kamer af. Dat is stom. Dan is het afgelopen, dan is er geen discussie meer mogelijk.' Hij zuchtte diep. 'Als ze geduldig naar mij luisteren, zodat ik kan uitleggen waarop ik mijn beweringen baseer, dan kun je daarover van gedachten wisselen. Dat idiote, autoritaire gedoe…' Hij maakte zijn zin niet af, maar stond op en slenterde naar de balie. Met een behendig sprongetje wipte hij over het gladde hout naar de hal. Jan Kusters liep hem na; bleef achter de balie staan. 'Ga je naar huis?' De Cock schudde zijn hoofd.

'Naar Smalle Lowietje… een vieze smaak in mijn mond wegspoelen.'

De Cock slenterde op zijn gemak door de Lange Niezel. In tegenstelling tot het middaguur, was het er nu erg druk. Groepjes mensen stonden voor broeierige bioscoopzaaltjes of vergaapten zich aan bizarre opblaasvrouwen in een woud van kunstpenissen. De grijze speurder ging er achteloos aan voorbij. Hij had wel eens voor de etalage van zo'n seksshop staan kijken, verbaasd over de vele variaties waarin de fallus was uitgebeeld. Hij was er van overtuigd dat de realiteit niet zo'n grote verscheidenheid te zien gaf. Vermoedelijk, zo overdacht hij, beschikte hij in die zaken over te weinig fantasie. Daarom ook konden de zielloze opblaasvrouwen hem niet bekoren.

Vanaf de Lange Niezel schoof hij de Achterburgwal op. In de omgeving van het Oudekerksplein was de prostitutie in vol bedrijf. De oudere business-vrouwtjes groetten hem in het voorbijgaan. Sommige jonge hoertjes, nog onbekend met zijn status van politieman, klampten hem aan met lokkende voorstellen. De Cock deed geen moeite voor uitleg. Op de hoek van de Barndesteeg hield hij de bruine, met leer afgezette gordijnen opzij en stapte het café van Smalle Lowietje binnen. Het was schemerig donker in het intieme lokaaltje, waar de tengere caféhouder de scepter zwaaide.

Aan een smal tafeltje bij het raam zaten een paar uitgedoofde hoerenwaardinnen aan een zoet likeurtje. Ze knikten ter begroeting. Aan de bar zat niemand.

De Cock sjokte naar de laatste kruk bij de muur en hees zijn negentig kilo omhoog.

Smalle Lowietje veegde zijn handjes langs zijn morsige vest en liep op hem toe. Zijn vriendelijke muizesmoeltje glom van genegenheid.

'Je bent nog laat.' Hij blikte om zich heen. 'En waar is die jongen?'

'Je bedoelt Vledder?' ' Ja… zie je jou… zie je Vledder.' De Cock glimlachte.

'Zijn vriendin is jarig. Daar wilde hij vanavond nog even heen.' 'Hij heeft gelijk. Als je geen tijd meer voor de liefde hebt…' De caféhouder maakte zijn zin niet af. 'Weet je al wat van Zwarte Archie?'

De Cock maakte een verontschuldigend gebaartje. 'Niet veel. Ik ben bang dat die jongen in een vies zaakje verzeild is geraakt.' 'Wat voor zaakje?'

De Cock antwoordde niet. Hij plooide zijn gezicht in pure verbazing. 'Zou je eerst niet eens inschenken?' Het klonk als een licht verwijt.

Smalle Lowietje kleurde. Aalglad dook hij onder de tapkast, greep de fles cognac Napoléon, vatte twee bolle glazen en schonk in. De Cock keek er geboeid naar. Cognac was voor hem de enige drank die door goden gebrouwen kon zijn. 'Heb je misschien iets gehoord van een op handen zijnde gijzeling?' vroeg hij nonchalant. De caféhouder keek verrast op. 'Een gijzeling?' 'Ja.'

'Is Archie bij een gijzeling betrokken?' De Cock nam zijn glas op en knikte traag.

'Ik heb ernstige redenen om dat te vermoeden. Zie je, dat gozertje dat je een paar dagen geleden naar mij toestuurde… die Kees van der Wal… vertelde mij, dat Archie beschikte over een opvallende 'tiet met poen' en dat hij een boot van hem had gekocht… een oude roestige directieschuit.' Smalle Lowietje keek hem verwonderd aan. 'Wat moest hij daarmee?' De Cock grijnsde.

'Een goede vraag… wat moest hij daarmee? We hebben die schuit dezelfde avond nog teruggevonden aan de Amstel, pal bij de begraafplaats Zorgvlied. Er was niet veel aan veranderd. Het was nog steeds een oud brok roest. Maar er waren nieuwe koperen sloten en in de roef was een bijzondere ruimte getimmerd… een

ruimte zonder ramen of patrijspoorten, maar met een veldbed en een chemisch toilet.'

De caféhouder hijgde.

'Om een gegijzelde in op te bergen.'

'Duidelijk.'

Smalle Lowietje liet zijn hoofd zakken. De mededeling had hem zichtbaar getroffen. 'Stomme Archie,' verzuchtte hij. Na enige tijd keek hij op. 'Een gijzeling…' sprak hij peinzend. Hij schudde zijn hoofd. 'Dat kan niet. Ik bedoel, dat kan Archie nooit hebben uitgedacht. Beslist niet. Daar is hij gewoon niet pienter genoeg voor.'

De Cock nam een slok van zijn cognac.

'Hij kan toch zijn gebruikt? Wie weet wat ze die jongen hebben voorgespiegeld… een onbekommerd bestaan… heel veel geld… snelle auto's… mooie meiden.' Hij zweeg even; keek de caféhouder doordringend aan. 'Ik wil, dat je voorlopig met niemand over die plannen voor een gijzeling praat.' Lowietje blikte trouwhartig terug. 'Natuurlijk niet.' De Cock zette zijn glas neer.

'Zie je… ik wil eerst weten wie het brein is achter de organisatie… en wie mogelijk als slachtoffer zou moeten fungeren.' 'En als ik wat hoor?'

De Cock schonk hem een beminnelijke glimlach. 'Je weet hoe ik je medewerking steeds op prijs stel. Je zou, bijvoorbeeld, eens voorzichtig kunnen informeren wie er kortgeleden een wat vreemde scheepsbetimmering heeft uitgevoerd.' 'Je bedoeld de gijzelingsruimte in die oude directieschuit?' 'Precies.'

'Dat zal Archie zelf wel hebben gedaan. Hij is een tijdje bouwvakker geweest. Je moet eens gaan kijken in het pandje van Dikke Nel… hoe hij het daar heeft vertimmerd. Klasse.' De Cock liet zich nog eens inschenken. 'Is Mooie Karel nog bij Dikke Nel geweest?' Smalle Lowietje trok een vies gezicht. 'Mooie Karel bij Dikke Nel?' herhaalde hij verbaasd. De Cock knikte.

'Hij zei tegen mij, dat hij vroeger een tijdje met Dikke Nel had gescharreld. Toen zei ik; zoek haar nog eens op. Ze is door het verdwijnen van Zwarte Archie wat in de war.' Smalle Lowietje plooide zijn muizesmoeltje in een grijns. 'Karel zal zich niet bij haar vertonen. Dat laat hij wel uit zijn hoofd. Ik denk, dat Nel onmiddellijk tot gewelddadige acties overgaat. Ze heeft hem al eens met een schaar in zijn rug gepeuterd.'

'Waarom?'

'Omdat Mooie Karel toen heel opgewekt bezig was haar met een sjaal te wurgen.'

Загрузка...