19

Vanaf de parkeerplaats aan het fraaie Lieve Vrouwekerkhof reden ze uit Amersfoort weg. Het zicht op de buitenweg was goed. De zon was hoger naar de hemel getrokken en had de grauwe mistslierten verjaagd.

De Cock liet zich onderuit zakken en doezelde wat weg. In gedachten ging hij het onderhoud met Xaveria van Breevoorde nog eens na. Het was ongeveer verlopen, zoals hij zich dat had voorgesteld. Echte verrassingen had het hem niet opgeleverd. Sinds hij gisterenmorgen de heer Van der Grauw uit de Lieve Vrouwestraat had zien komen, had hij beseft, dat er een band bestond tussen haar en de man, die de heer Vreedenbergh tot zijn mededirecteur had aangesteld.

Hij vroeg zich af wat de volgorde was. Had de liefdesverhouding tussen Xaveria en haar Jean-Paul geleid tot het directeurschap van Van der Grauw… of had het directeurschap van Van der Grauw geleid tot de liefdesverhouding tussen Jean-Paul Vreedenbergh en de zwoele Xaveria van Breevoorde. Het onderscheid kon belangrijk zijn. Op zijn vraag had Xaveria echter beaamd, dat Van der Grauw haar aan de heer Vreedenbergh had voorgesteld. In dat geval ging het initiatief van Van der Grauw uit. Wat wist de heer Vreedenbergh op het moment, dat hij zijn testament op liet maken?

Wat was zijn opdracht aan notaris Van Suchtelen? Vledder stootte zijn elleboog tegen zijn schouder. 'Slaapje?'

De Cock drukte zich omhoog. 'Ik dacht na… is dat zo vreemd?'

De jonge rechercheur reageerde niet. Hij wees met een grijns naar de bult onder de regenjas van De Cock. 'Wat wil je met dat hemd?'

'Dat heb ik toch al gezegd… aan de commissaris laten zien.' Vledder lachte smadelijk. 'En denk je nu echt,' sprak hij ongelovig, 'dat hij daar belangstelling voor heeft?' De Cock stak zijn kin iets omhoog.

'Ik zal zijn belangstelling wekken.' Het klonk hard en onverzettelijk.

'Waarom?'

De grijze speurder antwoordde niet. Hij draaide zich half naar Vledder toe. 'Je hebt het hele onderzoek meegemaakt,' sprak hij wat vermoeid. 'Van het prille begin af. Je kent alle facetten… alle verklaringen die zijn afgelegd. Wat zou ik nu met dat hemd willen?'

Vledder schokte met zijn schouders.

'Weet ik veel. Misschien wel een voorlichtingsavondje houden voor de douane.'

Teleurgesteld schudde De Cock zijn hoofd. Met een wat droevige trek op zijn gezicht liet hij zich opnieuw onderuit zakken en sloot zijn ogen. Eerst toen ze Amsterdam binnenreden, kwam hij wakker overeind.

'Zet jezelf bij het Bevolkingsregister aan de Herengracht af,' gebood hij autoritair. 'Dan neem ik verder het wagentje mee. Heb je de juiste gegevens van Karel Koperman en… moeder Mathilde?' 'Ja.'

'Mooi… dan zie ik je weer aan de Kit.'

'En wat doe jij intussen?'

'Ik ga even op bezoek bij notaris Van Suchtelen.'

'Om wat te doen?'

'Het rapport inzien, dat die particuliere detective voor hem heeft gemaakt.'

'En als hij inzage weigert?'

'Waarom zou hij weigeren?' 'Notarissen doen vaak erg geheimzinnig.' De Cock gebaarde achteloos.

'Het is niet zo erg belangrijk. Bovendien heb ik nog een leuke klus.'

Vledder fronste zijn wenkbrauwen. 'Wat voor een klus?'

Over het brede gezicht van De Cock gleed een zoete grijns. 'Zeer nederig en onderdanig aan onze commissaris vragen of hij zo vriendelijk en beleefd wil zijn om Mr. Schaaps, onze Officier van Justitie uit te nodigen om naar de Warmoesstraat te komen voor een bespreking.'

'Een bespreking?'

'Ja, ik heb zijn hulp nodig.'

Het stuur gleed Vledder bijna uit zijn handen.

'Jij,' riep hij vol ongeloof, 'jij wilt de Officier van Justitie om hulp vragen?'

De grijze speurder speelde verbazing. 'Is dat een misdaad?'

De Cock gleed met zijn tong over zijn droge lippen. Een intense spanning maakte zich van hem meester… tintelde in de toppen van zijn vingers. Wat nerveus schoof hij de mouw van zijn colbert iets terug en keek op zijn horloge. Het was bijna negen uur. Nog ruim een uur en een kwartier scheidden hem van de beslissende actie. Als er nu iets misging, besefte hij, verspeelde hij de laatste kans om klaarheid te brengen in de mysterieuze verdwijning van de heer Vreedenbergh en de daarop gevolgde moorden op Marlies van Haesbergen en Dr. Haanstra. Die gedachte bezorgde hem koude rillingen. Hij was zich er ineens pijnlijk van bewust welke risico's hij liep.

De Cock keek de recherchekamer rond. Links van hem, met een wit vertrokken gezicht, zat Vledder. Verderop, gedempt keuvelend, zaten Fred Prins en Hans Rijpkema. Hij had de beide nog jonge, maar bekwame rechercheurs gevraagd om hem bij zijn operatie terzijde te staan. Ze hadden geen moment geaarzeld en onmiddellijk enthousiast hun hulp toegezegd. In een emotioneel betoog en met een voor hem ongekende openhartigheid had hij aan de commissaris en de Officier van Justitie uit de doeken gedaan welke resultaten zijn onderzoek had opgeleverd en hoe hij dacht tot een sluitende bewijsvoering te komen. Ze hadden naar hem geluisterd dit keer, ernstig en geduldig zonder met hautaine, nietszeggende opmerkingen zijn betoog interrumperen. Uiteindelijk, na een bewogen debat, hadden ze m zijn plannen ingestemd. Mr. Schaaps had zelfs uitdrukkelijk gesteld, dat hij bij een eventueel falen de volledige verantwoordelijkheid van de actie op zich zou nemen.

Toen commissaris Buitendam hem bovendien de toezegging deed dat hij voor de operatie de beschikking zou krijgen over een paar uiterst snelle wagens, had de grijze speurder opgelucht de kamer van zijn politiechef verlaten en was aan zijn voorbereidingen begonnen.

Hoewel hij zijn jonge collega graag een verrassing had bereid, was hij na enige overwegingen tot de conclusie gekomen, dat het beter was om Vledder over de aard en het doel van zijn actie in lichten. Na zijn uiteenzetting had de jonge rechercheur hem eerst verbaasd aangestaard, daarna had hij hem hardgrondig voor 'een trawant van de duivel' uitgekreten om vervolgens minzaam bekennen, dat hij zelf nooit op z'n schitterend idee was gekomen. De Cock stond van zijn stoel op en liep naar het eind van het lokaal, waar rechercheur ' Appie' Keizer achter zijn bureau behaaglijk aan een kop koffie slurpte.

'Ga vast beneden naar de plottafel. Voor kwart over tien verwacht ik geen enkele actie, maar je kunt nooit weten. Ik heb ook nog een wagen in de lucht met de rechercheurs Klaver en Kuiper. Als ze zich melden, geef je dat onmiddellijk aan mij door.' Rechercheur Keizer knikte begrijpend, dronk zijn kop leeg en liep de kamer af.

De Cock keek naar de anderen.

'Laten we onze posten innemen.' Zijn stem trilde een beetje. 'Het wachten hier in de recherchekamer werkt op mijn zenuwen.'

Prins en Rijpkema stonden op en liepen achter Appie Keizer aan.

Vledder stapte op De Cock toe.

'Als ze beseffen dat het een stunt is?'

De grijze speurder trok zijn schouders op.

'Ik vertrouw op hun hebzucht.'

De Cock streelde met zijn blik het interieur van de wagen. Zachtjes gleden zijn handen over het pluche van de zittingen. Een dergelijke luxe was hij bij de politie niet gewend. Hij liet zich achterover vallen en schurkte met zijn rug tegen de leuning. Het bezorgde hem een behaaglijk gevoel. Daarna bukte hij zich iets voorover en keek door de voorruit naar het silhouet van de vervallen Haarlemmerpoort.

Vledder keek hem van opzij aan. 'Staan we hier goed?'

De Cock trok zijn schouders op. 'We hadden overal kunnen gaan staan. Ik heb geen idee waarheen we worden gebracht. Het Haarlemmerplein leek mij gewoon het meest geschikt.' Hij keek op zijn horloge en zuchtte.

'Er moet zo langzamerhand wel iets gaan gebeuren. Volgens mij is het opsporingsbericht al ruim tien minuten geleden uitgezonden.' 'Misschien hebben de betrokkenen niet gekeken.' De Cock glimlachte.

'Op het andere net predikt een theoloog van de Evangelische Omroep. Een erkend geleerde, is mij gezegd, maar ik neem niet aan, dat de luitjes die ik op het oog heb, op dit moment behoefte voelen om een stichtelijk woord tot zich te nemen.' De mobilofoon in de wagen begon te kraken. 'Rechercheurs-Klaver-en-Kuiper-melden-dat-een-grote-zwarte- Cadillac-de-Coentunnel-nadert.' De stem van Appie Keizer kwam glashelder door. 'De-wagen-rijdt-met-grote-snelheid.' De Cock pakte de microfoon. 'Kunnen ze hem bijhouden?' Het duurde even.

'Ik-heb-geen-verbinding-met-ze. Ze-zitten-vermoedelijk-in-de- tunnel.'

Na enkele minuten klonk de stem van Appie Keizer weer. 'De-zwarte-Cadillac-heeft-bij-de-afslag-Westelijk-Haven-gebied- de-ringweg-verlaten-en-rijdt-langs-het-gebouw-van-De-Telegraaf- in-de-richting-van-Zijkanaal-F.' De Cock keek naar Vledder.

'Die gaat in de richting van Velsen,' sprak hij gehaast.

Hij pakte opnieuw de microfoon. 'Heb je nog geen melding van Prins en Rijpkema?'

Het was even beangstigend stil. Toen kwam Keizer terug. 'Zojuist-is-uit-de-Zaanstraat-bij-de-Polanenstraat-een-vuurrode-BMW-weggereden-in-de-richting-van-de-Spaarndammerstraat.' De Cock porde Vledder onzacht in zijn ribben. 'Starten,' snauwde hij. 'En rijd direct naar de Haarlemmerweg.' De jonge rechercheur reageerde onmiddellijk. Hij snelde een taxi voorbij en nam de brug naar het Nassauplein. Ze waren nog maar net het standbeeld van Domela Nieuwenhuis gepasseerd, toen een vuurrode BMW, komende van rechts, met gierende banden een scherpe bocht nam naar de Haarlemmerweg. Op enige afstand volgde een blauwe Peugeot. De Cock wees ernaar. 'Zijn dat Prins en Rijpkema?' 'Ja.'

'Rijd ze na… maar houd wel voldoende afstand, zodat die BMW ons niet in de gaten krijgt. Als Prins en Rijpkema stuklopen, kunnen wij de achtervolging van ze overnemen.' Vledder knikte begrijpend.

Met een snelheid van zo rond de honderd kilometer raasden ze de vrij smalle Haarlemmerweg af. Bij de kruising van het station Sloterdijk glipten de rode BMW en de blauwe Peugeot door het oranje licht. Vledder stopte vloekend voor rood. De Cock keek naar hem.

'Het wordt hoog tijd, dat jij eens naar de EO gaat luisteren.' Vledder reageerde niet. Toen het licht op groen sprong, bracht hij in luttele seconden de wagen op volle snelheid. Voor ze Halfweg hadden bereikt, was de blauwe Peugeot al weer in zicht. Minutenlang reden ze zwijgend voort. De mobilofoon kraakte.

' De — rechercheurs — Klaver- en — Kuiper- melden, dat- ze — moeite — hebben — om- die-zwarte — Cadillac-bij — te-houden. Bovendien-wordt-de-verbinding — door- de — afstand — steeds — slechter. Het- laatste — bericht, dat-ik-van-ze-heb-opgevangen, zegt, dat-de-zwarte-Cadillac-in-de-buurt-van-Driehuis-de-grote-weg-heeft-verlaten-en-een-smalle-weg-in-de-richting-van-Bloemendaal-is-ingeslagen.'

De Cock klapte met zijn vuist voor zich op het dashboard.

'Toch de Kennemerduinen.'

Vledder keek hem verward aan.

'Had je dat niet verwacht?'

De Cock schudde zijn hoofd. Maar gaf geen uitleg.

Behendig manoeuvrerend reed Vledder de blauwe Peugeot na door de straten van Haarlem en volgde hem op weg naar het kopje van

Bloemendaal. De snelheid was er duidelijk uit. Zo nu en dan, in een bocht, was er kort voor de blauwe Peugeot een glimp van de rode BMW te zien. Verontrust kwam De Cock overeind.

'Ik hoop, dat de jongens voorzichtig doen,' sprak hij bezorgd. 'Als die lui merken dat ze worden gevolgd, kunnen we het wel vergeten.'

Voorbij het hoogste punt van het kopje flitsten de rode remlichten van de blauwe Peugeot voor hen aan.

Vledder stopte. Vanaf de plek waar ze stonden, hadden ze een weids uitzicht over de duinen. Ze zagen de rode BMW verder de weg afrijden. Het ging vrij langzaam. Onderaan knipperde de wagen met zijn lichten. Het signaal werd beantwoord door een grote zwarte Cadillac, die aan de kant van de weg stond. Kort achter de Cadillac kwam de BMW tot stilstand. Een man stapte uit en liep naar de zwarte Cadillac. Hij trok wild het rechterportier open en stapte in. Het duurde even, toen reed de Cadillac verder de Zeeweg op.

De Cock gaf Vledder een wenk. Ze reden tot naast de blauwe Peugeot. De grijze speurder draaide het portierraam open en keek naar Fred Prins achter het stuur.

'Wij gaan nu verder achter ze aan. Dat is veiliger. Onze wagen hebben ze nog niet gezien. Blijf ons in ieder geval op enige afstand volgen. Er kan van alles gebeuren.' Fred Prins knikte instemmend.

Vledder gaf gas en reed de Cadillac achterna. De zwarte wagen reed langzaam. Zoekend. Kennelijk probeerden de inzittenden zich te oriënteren. Na ruim anderhalve kilometer stopte de Cadillac aan de kant van de weg. Ook Vledder bracht zijn wagen tot stilstand en doofde zijn lichten.

De beide voorportieren van de Cadillac gingen vrijwel tegelijk open. Twee mannen stapten uit, klapten de portieren dicht, liepen naar de bagageruimte en openden de klep. Met elk een schep over hun schouder sjokten ze verder het duinterrein in. De Cock en Vledder stapten uit. Om geen geluid te maken, lieten ze de portieren half open staan. Voorzichtig, diep gebukt, slopen ze in de richting van de beide mannen. Kleine bosschages boden de rechercheurs de mogelijkheid dit vrijwel ongezien te doen. Toen ze de mannen weer in het oog kregen, lieten ze zich op hun buik in het zand vallen en keken toe.

De twee mannen stonden met hun schop op een, van de weg af niet zichtbare, open plek.

De Cock tuurde door zijn oogspleetjes, maar de afstand en de duisternis belemmerden een herkenning.

Er volgde tussen de mannen enig beraad. Toen begonnen ze te scheppen. In het bleke schijnsel van de maan was het een macaber gezicht.

Al na enkele minuten werd Vledder merkbaar ongeduldig. De Cock, die dicht naast hem lag, legde zijn arm om hem heen. 'Hoe meer zij scheppen,' fluisterde hij hem in het oor, 'hoe minder wij te doen hebben.'

De jonge rechercheur ontspande.

Lange tijd werkten de mannen gestaag door. Het ging steeds moeizamer. Hun hijgende ademhaling werd hoorbaar. Plotseling gebeurde er iets vreemds. Een van de mannen kroop uit de kuil, zette zijn schep in het zand en trok een pistool. Het wapen met beide handen vasthoudend, vuurde hij één-, twee-, driemaal op de man die in de kuil was achtergebleven. Geluidloos zakte het slachtoffer ineen… verdween uit hun gezichtsveld. Ineens was er rumoer rondom. Vledder sprong op. Van alle zijden naderden schimmen.

De man bij de kuil keek schichtig om zich heen. Het pistool gleed uit zijn handen. Angstig bracht hij zijn handen omhoog. 'Niet schieten… niet schieten.'

De Cock krabbelde overeind. Zijn scherp gehoor had de stem herkend van… Johan, de butler.

Загрузка...