De Cock grinnikte ongelovig.
'Gegijzeld?' herhaalde hij vragend. 'Hoe… eh, hoe komt u op die gedachte?'
Xaveria van Breevoorde keek naar hem op. 'Jean-Paul was gewaarschuwd.'
De Cock trok rimpels in zijn voorhoofd. 'Dat hij zou worden gegijzeld?' Ongeloof klonk in zijn stem. Xaveria van Breevoorde knikte nadrukkelijk. 'Zo ongeveer een maand geleden kreeg hij een telefoontje van een jongeman, die hem zei, dat er een plan bestond om hem te gijzelen. De voorbereidingen, zo zei hij, waren al in een gevorderd stadium.'
'Wat was dat voor een jongeman?'
Xaveria van Breevoorde schudde haar hoofd.
'Dat weten we niet. Hij had een nog jonge stem. Vandaar dat Jean-Paul dacht dat het een jongeman was. Hij heeft zijn naam niet genoemd. Wel drukte hij Jean-Paul op het hart om vooral tegen niemand te zeggen, dat hij was gewaarschuwd. De jongeman zei letterlijk: Dan ben ik mijn leven niet meer zeker.' De Cock knikte begrijpend.
'Vatte de heer Vreedenbergh de waarschuwing ernstig op?' 'Absoluut.'
'Heeft hij de politie gewaarschuwd… maatregelen genomen?' Xaveria van Breevoorde zuchtte. 'Zo is Jean-Paul niet. Het spijt me dat ik het u zeggen moet, maar hij heeft weinig vertrouwen in de politie. Hij wil ook geen lijfwacht om hem heen. Feitelijk is hij een wat ouderwetse man, met een tomeloze energie. Ik weet niet precies waarom ik van hem houd. Misschien is het zijn open… eh, ongecompliceerd karakter. Hij heeft ook een vreemde wijze van zaken doen. Als hij naar het buitenland gaat om orders af te sluiten, dan neemt hij grote bedragen aan contant geld mee… in een soort hemd met ingenaaide zakken. Ter plekke deelt hij dan als een gulle Sinterklaas links en rechts bankbiljetten van duizend dollar uit. Er zijn mensen die hem voor gek verklaren, maar hij komt altijd met miljarden aan opdrachten thuis.' De Cock glimlachte. 'Is hij vermogend?'
Xaveria van Breevoorde trok een ernstig gezicht.
'Jean-Paul heeft een gigantisch vermogen, maar vrijwel al zijn geld zit in de onderneming.'
De Cock staarde nadenkend voor zich uit.
'Als… als we aannemen dat de heer Vreedenbergh werkelijk is gegijzeld… aan wie zou men dan om losgeld moeten vragen?' 'Aan de leiding van de baggeronderneming. Zijn mededirecteuren, de heren Van der Grauw en Middelkoop, zouden daarover moeten beslissen.'
'Kent u de beide heren?'
Xaveria van Breevoorde schudde haar hoofd.
'Ik heb hen nooit ontmoet.'
'Weten zij van uw verhouding met de heer Vreedenbergh?' 'Ik neem aan van niet. Ik zei u al; Jean-Paul wilde er geen ruchtbaarheid aan geven. Daarom zal hij er ook op de zaak niet over hebben gesproken.' 'Zouden ze het doen?' 'Wat?'
'Een groot bedrag aan losgeld betalen?' Xaveria van Breevoorde reageerde verrast. 'Waarom niet?'
De Cock trok een bedenkelijk gezicht.
'De motieven om losgeld te betalen… hoeveel ook… liggen altijd in de emotionele sfeer… liefdevolle bindingen van de gegijzelde met ouders, vrouw, kinderen of verwanten. Bij een puur zakelijke relatie spelen die motieven geen rol.'
Xaveria van Breevoorde keek hem aan. Haar grote donkere ogen fonkelden kwaadaardig. 'Die emotionele binding, meneer De Cock, is niet nodig. De heer Vreedenbergh is voor de onderneming zijn gewicht in goud waard.'
Toen Xaveria van Breevoorde was vertrokken, bracht Vledder zijn beide armen in een gebaar van wanhoop naar voren. 'Het wordt te dol,' verzuchtte hij. Vragend keek hij de grijze speurder aan. 'Wat denk je… zullen we het opgeven?' 'Wat?'
'Dit onderzoek.' 'Waarom?'
De jonge rechercheur maakte een grimas. 'Zolang ik met je optrek, zijn we nog nooit in zo'n idiote zaak geduikeld. Het wordt met het uur gekker. Wat wil je bijvoorbeeld doen met dat verhaal van Mooie Karel over de Kennemerduinen? Het zand omwoelen met een bulldozer?' De Cock lachte.
'Ik denk niet dat er autoriteiten zijn te vinden, die ons daarvoor toestemming willen geven. Het is ook onbegonnen werk. Bovendien; wat moet je aanvoeren… zoeken naar het lijk van een man die met vakantie op de Bahama's is? En dan moet je er nog van uitgaan, dat de dooie, die Archie wilde begraven, inderdaad de door ons zo begeerde heer Vreedenbergh is.' Vledder keek hem verwonderd aan. 'Ga je daar niet van uit?' De Cock schudde zijn hoofd.
'Het is een mogelijkheid die wij niet mogen verwaarlozen. Maar het lijkt mij nog te vroeg om ons aan die theorie vast te houden. Er bestaan geen directe aanwijzingen voor. Uiteraard intrigeert mij de verdwijning en de mogelijke dood van Archibald Benschop. Maar dat is al even vaag als de affaire Vreedenbergh.' Vledder staarde nadenkend voor zich uit.
'Ik wilde tijdens jouw gesprek met Xaveria van Breevoorde niet storend tussenbeide komen. Maar wat is een LAT-verhouding?' De Cock krabde zich achter in zijn nek.
'Ik weet niet,' sprak hij breed grinnikend, 'of de Engelsen het hebben uitgevonden, maar het komt van de woorden Living Apart Together.' 'Kan dat?' 'Wat?'
'Samen apart leven?'
De Cock wuifde achteloos. 'Je hebt het gehoord; Xaveria doet het met haar Jean-Paul.'
'Wat denk je van haar gijzelingsverhaal?' De Cock trok zijn schouders op.
'Sinds we in ons land een paar geruchtmakende gijzelingszaken hebben gehad, is het niet zo vreemd, dat de rijke en algemeen bekende heer Vreedenbergh zich als een gewild object ziet.' Vledder stond van zijn stoel op en ging naast De Cock op de rand van diens bureau zitten. 'Volgens Xaveria van Breevoorde,' sprak hij met nadruk, 'werd hij zelfs gewaarschuwd, dat een plan om hem te gijzelen zich al in een gevorderd stadium bevond.' De Cock knikte vaag.
'Het is natuurlijk niet gebruikelijk dat men de man die men wil gijzelen, voor die tijd waarschuwt.'
'Je bedoelt, dat het niet echt was… een loos bericht… een soort grap?'
De Cock aarzelde even voor hij antwoordde. 'Er bestaat nog een mogelijkheid; er bestond wel degelijk een plan om de heer Vreedenbergh te gijzelen en iemand klapte uit de school. Dat verklaart het uitdrukkelijke verzoek om over de waarschuwing te zwijgen.' Vledder slikte.
'Dan-ben-ik-mijn-leven-niet-meer-zeker.'
De woorden dreunden na. Een tijdlang zwegen beiden. Ieder verdiept in zijn eigen gedachten.
Na een poosje liet de jonge rechercheur zich van De Cocks bureau glijden en liep een paar meter weg. Plotseling, met een ruk, draaide hij zich om en stapte hoofdschuddend terug. 'Als er al gijzelingsplannen waren,' sprak hij heftig, 'dan kunnen we die rustig vergeten. Ze spelen in deze affaire geen enkele rol. De heer Vreedenbergh werd niet gegijzeld. Hij zat gewoon dood in zijn stoel.' Hij zweeg. Zijn gezicht kreeg een peinzende uitdrukking. Weifelend en onzeker keek hij de grijze speurder aan. 'Of… eh, of niet?'
Voor De Cock kon antwoorden, werd er op de deur van de recherchekamer geklopt.
Vledder keek om en riep: 'Binnen'.
De deurknop draaide en in de opening verscheen een jongeman. De Cock schatte hem op rond de vijfentwintig jaar. Hij was wat sjofeltjes gekleed in een bruin ribfluwelen broek met vlekken en een leren jack, waarvan de rechtermouw was gescheurd. Hij slenterde loom op de beide rechercheurs toe. Voor De Cock bleef hij staan. Hij hield zijn hoofd, met warrig blond haar, wat schuin. 'Behandelt u de zaak van Archie Benschop?' De Cock knikte. 'En met wie heb ik het genoegen?' De jongeman glimlachte. Zijn gezicht kreeg daarbij iets zonnigs. 'Kees… Kees van der Wal,' sprak hij vrolijk. Hij wuifde nonchalant naar de ramen aan de Warmoesstraat. 'Ik heb het gevoel dat Smalle Lowietje de hele Amsterdamse penoze heeft opgetrommeld. Je kunt in de buurt niemand tegenkomen of hij trekt een donker smoel en vraagt: Weetje wat van Archie?' De Cock keek naar hem op. 'En… weetje wat van Archie?'
Kees van der Wal ging onuitgenodigd zitten, wipte een pakje uit de borstzak van zijn jack en stak een sigaret op. 'Ik heb hem twee maanden geleden een boot verkocht,' sprak hij door een wolk van rook.
De Cock nam tegenover hem plaats en waaierde de rook weg. 'Wat voor een boot?'
'Een directieschuitje. Oud. Maar nog wel puntgaaf. Met een veertig peekaa Kromhout motor. Een gloeikop.' De Cock keek hem quasi verbaasd aan. 'Die zijn toch al uit de mode?'
Kees van der Wal grinnikte. 'Dat mag je wel zeggen. Een museumstuk.'
'En dat kocht Archie van jou?'
De jongeman knikte.
'Ik handel zo'n beetje in boten.'
'Wist Archie dat?'
'Jazeker. Ik heb wel eens meer een bootje aan hem verkocht. Een plezierbootje… zo'n strijkijzer. Maar die heeft hij weer doorverkocht.'
'Dat directieschuitje niet?'
Kees van der Wal verschoof iets op zijn stoel. Het zonnige gleed uit zijn gezicht. 'Ik begreep ook niet,' sprak hij somber, 'waarom Zwarte Archie belangstelling had voor dat directieschuitje. Wil je er iets leuks mee doen, dan moet je er toch aardig wat aan vertimmeren. Zo'n oude Kromhout, bijvoorbeeld, die kun je er moeilijk in laten staan.' De Cock plukte aan zijn onderlip. 'Zei Archie waarvoor hij de schuit nodig had?' Kees van der Wal schudde zijn hoofd.
'Ik kwam hem op de gracht tegen. Hij klampte mij aan en vroeg of ik een boot voor hem te koop had. Ik zei ja en nam hem mee naar de Oude Waal. Daar had ik dat directieschuitje liggen. Naast de stenen brug. We gingen samen aan boord. Archie bekeek alleen de roef en zei meteen: ik neem hem.'
De Cock fronste zijn wenkbrauwen. 'Hij vroeg geen prijs?' In zijn stem trilde verbazing. Kees van der Wal grinnikte.
'Nee, hij vroeg helemaal geen prijs.' De zon kwam terug op zijn gezicht. 'Toen heb ik er maar gauw een paar meier opgegooid.' De Cock knikte begrijpend. 'En hij betaalde?'
De ogen van Kees van der Wal begonnen te glanzen. 'Direct.' Hij klopte een paar maal op zijn borst. 'Archie had een hele tiet met poen.'
'Wat deed hij met de schuit?'
'Dat weet ik niet. Hij heeft hem van de Oude Waal laten wegslepen, denk ik. In ieder geval, een paar dagen later lag hij er niet meer.'
'Weetje waar hij is gebleven?'
'De schuit?'
'Ja.'
Kees van der Wal knikte traag.
'Toevallig. Van de week kwam ik dat gabbertje tegen van wie ik die directieschuit had gekocht. Hij vroeg mij of ik dat ding nog had. Ik zei: Nee. Toen zei hij: Ik heb hem zien liggen.' 'Waar?'
Kees van der Wal grijnsde.
'Aan de Amstel… voor de begraafplaats Zorgvlied.'