Vledder manoeuvreerde de oude politie-Volkswagen behendig door het drukke stadsverkeer.
Het was zachtjes gaan regenen. Op het Damrak spiegelden de felle lichtreclames speels in het natte asfalt.
De Cock probeerde om niet naar de traag zwiepende ruitenwissers te kijken. Hij had de bijna niet te onderdrukken neiging zijn hoofd in de cadans van de wissers te laten mee wiegen. Zijn eigen zwakheid irriteerde hem. Met een nors gezicht liet hij zich onderuit zakken. Vledder keek hem van terzijde aan.
'Ik begrijp jouw redenering niet goed. Je wilt naar Bergen om te kijken of die Vreedenbergh thuis is, terwijl je even later beweert, datje er van overtuigd bent dat hij is gestorven.' De Cock keek schuin omhoog.
'Een overtuiging,' sprak hij belerend, 'is wat anders dan een wetenschap. Met mijn overtuiging alleen, doe ik weinig. Het is een stimulans voor mijzelf. Maar als ik iets wil ondernemen, dan zal ik moeten bewijzen dat de heer Vreedenbergh niet meer leeft.'
'Hoe?'
De Cock grijnsde.
'Door zijn lijk te vinden.'
'In zijn villa in Bergen?'
De Cock plooide zijn lippen tot een tuitje.
'Dat is niet aannemelijk.'
'Wat wil je er dan zoeken?' De oude rechercheur zuchtte.
'Als iemand vier dagen niet thuis is geweest,' sprak hij geduldig, 'dan vind je daar sporen van: ongeopende post, ongelezen dagbladen, dergelijke dingen. Ik hoop daar in Bergen steun te vinden voor mijn eigen overtuiging.' Hij drukte zich omhoog. 'Het gemakkelijkste zou natuurlijk zijn om rechtstreeks aan de secretaresse te vragen waar de heer Vreedenbergh thans verblijft.' Vledder knikte nadrukkelijk. 'Ik dacht ook dat je dat zou doen?' De Cock schudde zijn hoofd.
'Dat lijkt mij niet verstandig. Ik zou dan aan die secretaresse moeten uitleggen waarop mijn belangstelling voor de heer Vreedenbergh berust.' Vledder reageerde verbaasd. 'Hij is dood.'
'Nee, zegt zijn secretaresse dan liefjes, hij is met vakantie op de Bahama's.'
De jonge rechercheur maakte een handgebaar.
'Dan gaan we naar de Bahama's om te kijken of het waar is.'
De Cock lachte luid.
'Ik denk, dat commissaris Buitendam ter plekke een hartaanval kreeg als ik hem dat voorstelde.' Toen zijn lach was vergleden, trok hij zijn gezicht weer in een ernstige plooi. 'Zo eenvoudig is het niet,' ging hij verder. 'Als ik beweer, dat de heer Vreedenbergh is overleden, dan zal ik daarvoor met bewijzen moeten komen. Met alleen dat verwarde, mysterieuze verhaal van Marlies van Haesbergen heb ik, juridisch gezien, geen been om op te staan. Bovendien vraag ik mij af of ik het wel mag doen.' 'Wat?'
'Het verhaal van de oude vrouw prijsgeven.' 'Waarom niet?'
Het gezicht van De Cock versomberde.
'Als de heer Vreedenbergh inderdaad is overleden en er zijn personen die voor zijn dood verantwoordelijk zijn, dan kon Marlies van Haesbergen als enige getuige wel eens in moeilijkheden komen. Ik denk, dat de oude vrouw… misschien onbewust… de dreiging van dat gevaar heeft gevoeld en daarom eerst na vier dagen naar de politie is gestapt.'
Een tijdje reden ze zwijgend voort.
Nadat ze uit de Coentunnel waren gekomen, begon het heviger te regenen. Vledder zette de ruitenwissers op een hogere frequentie en De Cock liet zich weer onderuit zakken. Hij schoof zijn oude hoedje ver naar voren, tot bijna op zijn wenkbrauwen. Vledder staarde strak door de voorruit op de weg. Hij dacht na. Een dwarse denkrimpel ontsierde zijn voorhoofd. 'Als wij het verhaal van Marlies van Haesbergen niet kunnen prijsgeven,' zo verbrak hij het zwijgen, 'dan is het gewoon dwaas om aan deze zaak te beginnen. Dan is er voor ons onderzoek geen enkele aanleiding. We kunnen veel beter wachten tot iemand ons officieel.de vermissing van de heer Vreedenbergh komt melden.' De Cock schoof zijn hoedje terug.
'Wie moet dat doen? De heer Vreedenbergh is niet getrouwd, heeft geen vaste vriend of vriendin en heeft geen kinderen. Het kon wel eens heel lang duren voor dat het iemand opvalt, dat hij is verdwenen.'
Er viel weer een stilte. Het was aan Vledder duidelijk te zien dat hij nog niet tevreden was.
'Als… eh, als,' hakkelde hij, 'als onze heer Vreedenbergh werkelijk gestorven is… waarvan jij overtuigd bent… en zijn secretaresse zegt dat hij met vakantie op de Bahama's vertoeft… dan moet zij bij zijn dood zijn betrokken.' De Cock drukte zich weer omhoog.
'Dat kan,' sprak hij geduldig, 'maar het behoeft niet zo te zijn.
Iemand kan het haar hebben gezegd… iemand met autoriteit, althans iemand, die zij gelooft.'
Vledder schudde wrevelig zijn hoofd.
'De Cock, ik vind dit een rotzaak.'
De grijze speurder lachte.
'Vledder, voor Bergen moet je hier linksaf.'
De striemende regen had het centrum van Bergen schoongespoeld en de flanerende vakantiegangers verdreven. 'Bello', de oude, legendarische, tot monument verstarde locomotief, anders het middelpunt van veel drukte en lawaai, stond er nu verlaten bij. De aanblik van 'Bello' deed de grijze speurder denken aan een andere binnenkomst in Bergen, al weer vele jaren geleden, tijdens het onderzoek naar het dramatisch verscheiden van de verpleegster Georgette de Mirabeau. Gebeurtenissen, die later onder de titel De Cock en de romance in moord te boek waren gesteld. Het was, zo herinnerde hij zich, ongeveer dezelfde tijd van het jaar. Hij had het mysterie toen tot klaarheid kunnen brengen. En nu?
Ze lieten het verlaten centrum links liggen en reden in de richting van Schoorl. De Eeuwige Laan bleek een smalle, kronkelende verkeersweg tussen hoge bomen met vooral aan de rechterzijde fraaie villa's en bungalows, in het groen verscholen. De officiële nummering van de bouwsels was bijna niet waarneembaar en het was te gevaarlijk om op de smalle weg te parkeren om polshoogte te nemen.
Vledder reed brutaal een oprijlaan in. Hij zag het nummer, 748, keerde en loodste de wagen twee bungalows verder opnieuw het groen in.
Het optrekje van de heer Vreedenbergh bleek een kapitale villa in de stijl zoals die in de jaren dertig werd gebouwd. Statig, deftig, met veel geschilderd hout en ver uitstekende goten. De villa leek verlaten. Er was geen enkel venster waaruit enig licht straalde. Om de wagen van de weg af aan het gezicht te onttrekken, reed Vledder op verzoek van De Cock tot aan de achterzijde van de villa. Daar stapten de beide rechercheurs uit en liepen over een nat glimmend klinkerstraatje naar de imposante voordeur. Onder een afdakje bleven ze staan. Vledder keek naar De Cock. 'Bellen we?' De Cock knikte.
'Dat… eh, dat is zo gebruikelijk als je bij iemand aan de deur komt.'
Vledder aarzelde nog.
'Wat moeten we zeggen als er iemand komt?' De oude rechercheur trok zijn schouders op. 'Dat weet ik nog niet,' sprak hij achteloos. 'Er schiet mij wel wat te binnen.' Vledder drukte op een kleine koperen knop in de witgelakte deurstijl en in het inwendige van het gebouw dreunde een zware 'ding- dong'. Het geluid verstomde en de seconden vergleden. Er gebeurde niets.
Vledder drukte voor de tweede maal.
'Het lijkt er op,' sprak hij nerveus, 'dat er niemand thuis is.'
Toen na enkele minuten de deur nog steeds niet werd geopend, liepen de mannen speurend om de villa heen. De tuin was goed onderhouden. De paden waren gastvrij en aan alle zijden bloeiden roze en paarse rododendrons. Ze geurden in de regen.
Terug bij de voordeur tastte De Cock in zijn broekzak naar het apparaatje dat hij eens, lang geleden, van zijn vriend en ex-inbreker Handige Henkie had gekregen, toen die het smalle pad der deugd koos. Het was een koperen houdertje met daarin, uitschuifbaar, een keur van stalen sleutelbaarden.
Vledder keek hem bezorgd aan.
'Gaan we naar binnen?' vroeg hij.
De Cock glimlachte fijntjes. Hij koos met kennersblik de juiste sleutelbaard en in luttele seconden had hij het slot geopend. Zachtjes drukte hij toe. Vrijwel geluidloos schoof de zware deur open. De beide rechercheurs stapten naar binnen en De Cock deed de deur weer achter zich in het slot.
Even later danste de lichtcirkel van zijn zaklantaarn door de ruime hal en rustte even op een fraaie staande klok tegen een donkere eiken lambrisering. De Cock hield van stijl. Hij klakte zachtjes met zijn tong. 'Chic,' sprak hij bewonderend.
Vledder reageerde niet. Hij voelde zich bedrukt en niet op zijn gemak. In tegenstelling tot De Cock, vond hij het nooit prettig om op een onrechtmatige wijze een woning of gebouw binnen te gaan, maar hij wilde zijn oudere collega niet in de steek laten. 'We krijgen hier nog eens last mee,' fluisterde hij wat angstig. De Cock wuifde de bedenkingen weg. 'Kijk eens in de brievenbus.'
Vledder draaide zich om en deed wat er van hem werd verlangd. 'Niets,' meldde hij even later. 'Totaal niets.' Rechts in de hal opende De Cock voorzichtig een deur. Die bleek toegang te geven tot een rechthoekig vertrek, waarin een kolossaal bureau centraal stond. De speurder stapte naderbij en liet het licht van zijn zaklantaarn over het bureaublad glijden. Het zag er zeer ordelijk uit, met pennen strak in het gelid en een onbeschreven agenda op de juiste datum.
De Cock liep om het bureau heen en ging in een draaistoel met armleuningen zitten. Hij trok aan de bureauladen. Ze waren niet op slot. Zijn vingers gleden door de ritselende papieren. Het waren meest tekeningen en zakenbrieven met het briefhoofd van een baggermaatschappij.
Vledder kwam naast hem staan. Hij schudde afkeurend zijn hoofd. 'Dat kun je als goed politieman niet doen,' sprak hij gedempt. 'Dat is onwettig en in strijd met het goede fatsoen.' De Cock keek even op.
'Een dooie vent wegwerken,' reageerde hij, 'is ook onwettig en zeer… zeer onfatsoenlijk.' Hij vestigde zijn aandacht weer op het bureau, trok een volgende lade open en bekeek de inhoud. Plotseling werd zijn aandacht getrokken door een dun boekje met een donkerblauw kaft. Hij nam het uit de lade en legde het voor zich op het bureaublad. De zaklantaarn ernaast. Zijn vingers trilden een beetje toen hij het boekje openvouwde. Vledder boog zich over hem heen. 'Een paspoort,' hijgde hij. De Cock knikte instemmend.
'Een geldig Nederlands paspoort ten name van… Jean-Paul Vreedenbergh.'
Vledder slikte.
'Dat… eh, dat kan niet,' stotterde hij. 'Men kan toch niet met vakantie naar de Bahama's zonder paspoort?'
De Cock antwoordde niet. Hij bekeek de foto: een wat hoekig gezicht met een brede, forse kin. Een man, zo overwoog hij, met het uiterlijk van iemand die weet wat hij wil. 'Lengte één meter vijfentachtig,' las hij hardop. 'Kleur van de ogen… grijsgroen.'
Hij grinnikte smalend voor zich uit. 'Weten we zo ongeveer naar wat voor een lijk we moeten zoeken.'
Vledder hurkte bij het bureau en nam het paspoort op.
Terwijl De Cock hem bijlichtte, bladerde hij achterin.
'De Jean-Paul Vreedenbergh is een ware globetrotter.' In zijn stem trilde bewondering. 'Die man reist wat af. Vooral naar het nabije Oosten… Olielanden… Iran, Irak, Koeweit, Jemen, Saoedi-Arabië… overal is hij geweest.' Hij schoof het paspoort terug. 'Hij is blijkbaar kind aan huis bij de sheiks.'
'Recent.'
'Hoe bedoel je?'
'Wanneer werden die reizen gemaakt?' 'Bijna alle nog in dit jaar.'
De Cock nam het paspoort op en borg het in een binnenzak van zijn colbert. Daarna pakte hij een zakdoek en veegde het bureau en de laden zorgvuldig schoon. 'Een goede inbreker,' grijnsde hij, 'laat geen vingerafdrukken na.'
Plotseling verstarde hij. Zijn scherp gehoor had buiten enig gerucht gehoord. Hij kwam snel uit de armstoel overeind en liep naar de hal.
Vledder volgde.
De buitendeur werd geopend, een hand tastte naar het lichtknopje. Toen het licht aanfloepte, staarde een net geklede man met ogen vol verbazing naar twee vriendelijk glimlachende mannen, die de fraaie staande klok in de hal flankeerden.
Nog steeds glimlachend deed De Cock een stap naar voren en maakte een lichte buiging.
'Met… eh, met wie heb ik het genoegen?' vroeg hij beminnelijk. De man slikte zijn verbazing weg. 'Johan… Johan, de butler.'