13

Met zijn rechterarm in een mitella liep Vledder lachend op De Cock toe. In zijn linkerhand bengelde een bos rozen. ‘Is Robert Antoine er al?’

De oude speurder knikte. ‘Hij had ook rozen.’

Het gezicht van Vledder betrok. Hij tilde de bos omhoog. ‘Mooier?’

De Cock schudde zijn hoofd. ‘Net zo mooi.’

Mevrouw De Cock lachtte en nam zichtbaar gevleid de rozen in ontvangst.

‘Hoe is het met je arm?’ vroeg ze belangstellend.

‘Nog een week of vier… als alles goed gaat. Dan mag ik weer beginnen.’

‘Ik zal blij zijn voor mijn man. Hij zegt dat het zonder jou maar niks is.’

Het gezicht van Vledder kleurde. ‘Zegt hij dat?’

Mevrouw De Cock knikte heftig.

Ze liepen van de hal naar de zitkamer. Van Dijk zag er weer onberispelijk uit in een fraai zeegroen kostuum.

Vledder bekeek hem van een afstandje. ‘Robert,’ zei hij spottend, ‘je kunt zo gaan showen.’

Mevrouw De Cock kwam haastig tussenbeide. ‘Robert Antoine heeft smaak,’ stelde ze beslist. Ze keek misprijzend naar de oude slobberbroek van De Cock. ‘En dat kan niet van iedere man gezegd worden.’

De Cock maakte een grimas. ‘Ook in een oude slobberbroek smaakt cognac verrukkelijk.’

De jonge Vledder lachte en zag toe hoe zijn oudere collega bolle glazen warmde boven een blauwgeel spiritusvlammetje. Hij overdacht ineens hoe vaak hij hier de laatste jaren had gezeten, in dezelfde fauteuil, een glas cognac in de hand, luisterend naar het slotakkoord… de verrassing… de ontknoping. Zijn blik gleed van het vlammetje naar het brede gezicht van De Cock. Met nauwelijks ingehouden bewondering bezag hij de wat platte neus, de milde plooien rond de mond, het stugge grijze haar. ‘Hoofdinspecteur Everhardt valt toch wel mee,’ verzuchtte hij. ‘Hij kwam mij in het ziekenhuis opzoeken. Hij gaf ook eerlijk toe dat hij had misgetast… gaf ons alle eer die ons toekwam.’ De Cock schonk behoedzaam in. ‘Het was niet helemaal zijn schuld. De Black Swan kwam bijna twee uur te vroeg binnen. Everhardt was nog niet klaar. Het net was nog niet gesloten. Raymond Verbruggen kon met zijn heroïne ontsnappen. De grootste partij die ooit in Nederland is ingevoerd. Hij vloog met zijn speedboat het zijkanaal F binnen en vóór iemand kon ingrijpen, laadde hij daar alles in zijn Alfa Romeo en reed weg.’ ‘Naar de Peperstraat.’

De Cock grinnikte. ‘Waar jij dacht dat hij zich zonder slag of stoot zou overgeven.’

Vledder gebaarde met zijn vrije linkerhand. ‘Verdomme, wat was die vent snel. Hij dook weg en meteen had ik een kogel in mijn arm. Geloof me, ik heb geen wapen in zijn hand gezien.’ Mevrouw De Cock keek hem bezorgd aan. ‘Achteraf bezien, ben je er nog goed afgekomen. Een paar decimeter meer naar rechts, Dick, en we hadden…’ Ze maakte haar zin niet af. De Cock zuchtte diep. ‘Gelukkig schoot Verbruggen te snel… te gehaast.’

Vledder knikte somber voor zich uit. ‘Toen ik plotseling achter Raymond Verbruggen nog neef Archibald zag staan… met dat handkanon… had ik het toch even echt benauwd. Ik realiseerde me dat jij vanuit jouw positie de Belg wel kon zien… kon reageren als dat nodig was. Voor hem had ik na dat eerste schot niet zoveel angst meer. Ik wist echter niet wat Van de Wheerlingen zou doen… waaróm hij daar stond.’ De jonge Vledder slikte. Iets van de emotie van die nacht kwam terug. Zijn gezicht zag bleek en zijn onderlip trilde. ‘Toen die Belg voor mij neerstortte, dacht ik eerst dat jij had geschoten. Later besefte ik pas dat het neef Archibald was.’

Robert Antoine boog zich naar voren. ‘Wat heeft die neef Archibald eigenlijk met de hele zaak te maken?

De Cock gebaarde breed. ‘Alles. Hij heeft…’ Plotseling stokte hij. De spanning week van zijn gezicht. Hij schoof zijn gasten de bolle glazen toe. ‘Laten we eerst wat drinken,’ zei hij opgewekt. ‘De avond is nog lang.’

Vledder nam haastig een slok. ‘Waarom schoot hij op Verbruggen?’

De Cock stak een vuist op. ‘Omdat hij hem haatte. Intens. Hij wilde hem doden. Volgens hem was Verbruggen een zwijn. Het waren twee zwijnen.’

Robert Antoine schoof naar het randje van zijn fauteuil. ‘Wie was het tweede zwijn?’

De Cock leunde achterover en nipte aan zijn cognac. ‘Het is een nogal ingewikkelde geschiedenis,’ begon hij kalm. ‘Daarom heeft het vermoedelijk ook zo lang geduurd voor ik er iets van begreep. Al die gebeurtenissen… personen van verschillend kaliber en interesse… het scheen niet te passen. De samenhang ontbrak.’ Hij zette zijn glas neer. ‘Het is misschien het beste terug te gaan tot de dertiende oktober van het vorige jaar.’ ‘De dag dat Van Maanenfeldt voor het laatst geld van de bank haalde.’

De Cock keek naar Vledder en knikte. ‘Het was een groot bedrag, opgenomen in contanten. We hebben ons feitelijk nooit afgevraagd waar dat geld is gebleven… voor wie het bestemd was.’ Vledder keek hem verward aan. ‘Je hebt gelijk. Was het belangrijk?’

De Cock staarde voor zich uit. ‘Het werd de directe aanleiding tot de dood van Van Maanenfeldt.’

‘Het geld?’

De Cock schudde zijn hoofd. ‘De bestemming.’ Hij nam het glas weer op, schommelde het heen en weer en keek peinzend naar de speling van het licht in het donkerbruine vocht. ‘Ik houd van tante Heleentje,’ ging hij zacht verder. ‘Hoe vreemd het ook klinkt… Ik voelde al sympathie voor haar vanaf het moment dat ik haar naam voor het eerst hoorde. Ze was een lieve, zachte, en bovenal godsdienstige vrouw, die de vernederingen van haar tirannieke echtgenoot verdroeg uit de kracht van haar geloof. Daarbij gesteund door de genegenheid en de toewijding van zuster Martha, haar vertrouwelinge.’ De oude speurder zweeg even, veranderde van toon. ‘Aleida Drosselhoff,’ zei hij hard, ‘en haar schone dochter Abigail leerden in Antwerpen een man kennen, die toen al op bescheiden schaal handelde in drugs.’

Vledder grijnsde. ‘Raymond Verbruggen.’

De Cock knikte. ‘Omdat de grond hem in Antwerpen te heet onder de voeten werd, verhuisde het drietal naar Amsterdam en huurde daar het bewuste pand aan het ’s Gravenhekje. Om zijn louche handel te vergemakkelijken, trof Verbruggen een aantal voorzieningen, zoals het inrichten van een zogenaamde schoonheidssalon, het installeren van een doorzichtige spiegel en het metselen van een gang naar de garage aan de Peperstraat.’ De Cock pauzeerde even, nipte aan zijn cognac. ‘De zaken floreerden, maar het was Verbruggen niet genoeg. Het was hem allemaal nog te peuterig, te klein. Hij droomde van een soort syndicaat… een wijdvertakte, goed georganiseerde handel in drugs met koning Verbruggen aan het hoofd. Voor een dergelijke opzet was geld nodig… veel geld. Hij sprak erover met Aleida Drosselhoff…’

De ogen van Vledder sperden zich wijdopen. ‘En zij wist wel iemand… haar zwager en vroegere minnaar Archibald van Maanenfeldt… meervoudig miljonair.’

De Cock knikte. ‘Ze nam Verbruggen mee naar Blaricum, waar hij zijn grootse plannen uiteenzette. Van Maanenfeldt raakte enthousiast en zegde toe het benodigde geld te fourneren.’ Hij zuchtte. ‘Hoewel de besprekingen in het geheim plaatsvonden, was er één die alles beluisterde…’

‘… tante Heleentje.’

De Cock keek naar Van Dijk. ‘Inderdaad, Robert, tante Heleentje.’ Zijn stem klonk somber. ‘Ze begreep heel goed wat de overeenkomst inhield. Wanneer de beslist intelligente Van Maanenfeldt zich, gesteund door zijn geld, intensief met de drughandel zou bezighouden, betekende dat dood en verderf voor duizenden toekomstige slachtoffers. Toen het tweetal was vertrokken, probeerde ze haar man over te halen zich niet met de drughandel in te laten. Van Maanenfeldt weigerde, sloeg haar zelfs. Hij haalde geld van de bank en stortte dat dezelfde dag nog anoniem op de rekening van Raymond Verbruggen. Tante Heleentje was radeloos. In haar vertwijfeling wendde ze zich tot de enige man in haar familie die zij vertrouwde.’ Vledder wreef over zijn gezicht. ‘Neef Archibald.’

De Cock kauwde op zijn onderlip. ‘Op dat moment zijn de posities bepaald, de rollen verdeeld. Alles is klaar voor de finale.’ Mevrouw De Cock keek haar man verwijtend aan. ‘Doe niet zo melodramatisch,’ zei ze bestraffend.

Haar man blikte terug. ‘Ik bedoel het niet drakerig, dat is het ook niet. Het is triest, meelijwekkend. Het gaat met de misdaad als met de tovenaarsleerling. Na het uitspreken van de toverspreuk is er geen weg terug… de dingen gebeuren. En ze nemen steeds in omvang toe. Je kunt ze niet meer stoppen. Ook al zou je het willen. Het toverwoord ontbreekt.’

Vledder stond geagiteerd op. Zijn gezicht zag rood van spanning. ‘Houd je aan de feiten,’ riep hij.

‘Neef Archibald komt,’ zei De Cock gelaten. ‘Er volgt met zijn oom een woordenstrijd, waarbij de jonge Van de Wheerlingen bekent morfinist te zijn. Ook hij smeekt Van Maanenfeldt zich buiten de drughandel te houden. Als Van Maanenfeldt weigert en stelt dat het goed is als zwakkelingen, zoals hij, ten gronde gaan, grijpt neef Archibald een zware zilveren kandelaber en slaat toe. Van Maanenfeldt is op slag dood.

Na hun eerste verbijstering slepen tante Heleentje en neef Archibald het lijk naar de kelder en verbergen het onder de kolen. Neef Archibald wil het lichaam verbranden. Het is de veiligste weg. Het fornuis in de keuken lijkt daarvoor geschikt. Tante Heleentje is daar fel op tegen. Haar geloofsovertuiging laat een crematie niet toe. Volgens haar is het niet onmogelijk dat Onze-Lieve-Heer in zijn oneindige goedheid de miljonair in zijn laatste ogenblikken nog vergeving heeft geschonken. Van Maanenfeldt heeft recht op een christelijke begrafenis… zodat hij op de dag van de opstanding als uitverkorene tot de heerlijkheid geroepen kan worden.

Neef Archibald zegt dat dat alles maar een waandenkbeeld is, dat er na de dood niets meer is… een eeuwige leegte. Tante Heleentje schudt resoluut haar hoofd. Ze is niet te vermurwen. En zo blijft het lijk in de kelder.’

De jonge Vledder liet zich terugvallen in zijn fauteuil. Het rood was uit zijn gezicht verdwenen. Zijn stem klonk hees toen hij zei: ‘Dan is neef Archibald ook verantwoordelijk voor de dood van zuster Martha.’

De Cock knikte hem toe. ‘Als zuster Martha van haar dokter verneemt dat ze ongeneeslijk ziek is en nog maar kort heeft te leven, realiseert zij zich de wankele positie van haar invalide zuster Maria. Ze wil haar toekomst veiligstellen. Ze weet van de moord. Tante Heleentje heeft ervan verteld. Ze weet ook dat neef Archibald een kapitaaltje van zijn ouders heeft geërfd.’ Robert Antoine slikte. ‘Chantage?’

De Cock plukte aan zijn onderlip. ‘Een panische alles-of-nietsactie. En Van de Wheerlingen betaalt. Zuster Martha gaat naar een notaris en koopt voor Maria een plaats in een verzorgingshuis. Maar het geld is niet toereikend. Er ontbreekt nog ruim een kwart. Ze gaat terug naar neef Archibald, vraagt om meer geld.

Van de Wheerlingen belooft, maar hij hééft niet. Hij heeft nauwelijks geld om van te leven. Als zuster Martha blijft aandringen, ziet hij maar één uitweg… moord. Hij gaat heimelijk haar gangen na, leert haar gewoonten kennen. Op een donkere avond steelt hij een wagen en rijdt haar op een eenzame landweg dood. Bekwaam, zonder sporen na te laten. De wagen plompt hij in de Keulse Vaart.’ De Cock streek met zijn hand langs zijn droge lippen. ‘Neef Archibald is echter te laat. Zuster Martha heeft haar geheim al aan tante Aleida verkocht.’

Vledder staarde hem verbaasd aan. ‘Tante Aleida wist…?’ De Cock liet zijn hoofd zakken. ‘Tante Aleida,’ zei hij traag, ‘wist dat Archibald zijn oom had vermoord.’

‘Waarom ging ze niet naar de politie?’

‘Ze had geen bewijs. Ze had alleen een vrij onsamenhangend verhaal, zoals zuster Martha het haar had verteld. Een verhaal uit de tweede hand. Ze besefte dat ze over meer gegevens diende te beschikken, wilde ze de politie ervan overtuigen dat er werkelijk een moord was gepleegd. Bedenk, dat het verdwijnen van Van Maanenfeldt in Blaricum geen opzien baarde. Hij trok dikwijls weg en stond als een zonderling te boek.

‘Ze heeft er wel van alles aan gedaan.’

‘Hoe bedoel je?’

‘Om het bewijs te leveren. Ze heeft dagen in de villa rondgescharreld. Uiteindelijk vond ze op de zolder in een kastje een portefeuille met papieren van Van Maanenfeldt. Dit, en de gewelddadige dood van zuster Martha, gaven haar zekerheid dat de miljonair werkelijk was omgebracht.’

Vledder maakte een vertwijfeld gebaar. ‘Toen had ze toch naar de politie kunnen gaan?’

De Cock glimlachte. ‘Aleida Drosselhoff is een intrigante, een vrouw die liever zelf oplossingen zoekt… en vindt. Op een dag ontbiedt ze neef Archibald aan het ’s Gravenhekje. Tijdens een vriendelijk babbeltje zegt ze hem ronduit dat hij zijn oom heeft vermoord en ook verantwoordelijk is voor de dood van zuster Martha. Ze stelt hem voor de keus… of het lijk te voorschijn brengen, of een tocht naar de politie.’

Robert Antoine boog zich naar voren. ‘Wat had dat voor zin?’ De Cock grijnsde. ‘Tante Aleida had geen belang bij een veroordeling, van wie ook. Dat interesseerde haar niet. Ze had alleen belang bij een gelegaliseerde dood.’

‘Een gelegaliseerde dood?’

De Cock knikte. ‘Aleida Drosselhoff kende het testament van Van Maanenfeldt. Ze bezat zelfs een kopie. Ze wist dat haar dochter Abigail alles erfde. Ze had er helemaal geen bezwaar tegen dat de miljonair dood was… integendeel. Maar zijn dood moest wel netjes in het register van de Burgerlijke Stand worden ingeschreven.’

Vledder grinnikte. ‘Anders kon de erfenis niet worden afgewikkeld.’

‘Juist.’

Mevrouw De Cock kwam gespannen tussenbeide. ‘Wat zei neef Archibald?’

De Cock stak afwerend beide armen omhoog. ‘Voor ik verder ga… eerst wat drinken.’

De anderen protesteerden luid. ‘Wat zei neef Archibald?’ herhaalde Vledder dwingend.

De Cock zuchtte, boog capitulerend zijn hoofd. ‘Neef Archibald loog. Hij zei dat hij het lijk van Van Maanenfeldt onmogelijk weer te voorschijn kon brengen. Hij had het verbrand, zorgvuldig, en de as over de hei van Blaricum verspreid. Hij verklaarde zich bereid met tante een tocht naar de politie te ondernemen. Tante moest echter niet verwachten dat hij zichzelf als moordenaar zou presenteren. Zover ging zijn liefde niet.’

Robert Antoine lachte. ‘Tante Aleida stond schaakmat.’ De Cock schoof zijn onderlip voor uit. ‘Niet voor lang,’ zei hij grimmig. ‘In april van dit jaar bezoekt Jopie Stuff het ’s Gravenhekje en koopt een onsje hasjiesj. Jopie is een geregelde afnemer. Hij komt meestal alleen, maar is ditmaal vergezeld van een vriend, die hij wel in de geheimen van de drughandel wil inwijden.’ ‘De Baron.’

De Cock knikte Vledder toe. ‘Tante Aleida ziet hem door de spiegeldeur en onmiddellijk frappeert haar de gelijkenis die Ferdinand Ferkades heeft met Van Maanenfeldt. In een flits doorziet ze de mogelijkheden.’

Robert Antoine hijgde. ‘De toneelspeler kon voor de miljonair doorgaan.’

De Cock pakte de fles en schonk zich nog eens in. Met zichtbaar genoegen nam hij een slok. ‘Tante Aleida,’ ging hij verder, ‘bespreekt haar idee met Raymond Verbruggen. Ze weet hem voor het plan te winnen. De enige die een valse Van Maanenfeldt zou kunnen ontmaskeren, is neef Archibald. Maar zijn mond is gesnoerd.

Voorzichtig polst de Belg Jopie Stuff, vraagt hem wie zijn vriend is. Langzaam wordt het plan uitgewerkt en begin mei is alles tot in de details geregeld, kan de operatie beginnen.’ Vledder boog zich naar hem toe. ‘Wat ging er mis?’ vroeg hij gehaast. ‘Waarom veranderde men van plan?’

De Cock antwoordde niet direct. Peinzend staarde hij voor zich uit. Het duurde enkele seconden voor hij zijn verhaal hervatte. ‘Men veranderde niet van plan,’ zei hij somber. Hij stond uit zijn fauteuil op en wandelde naar de schoorsteen.

‘Aan de vooravond van het grote avontuur trekt Jopie Stuff naar de Zanddwarsstraat. Hij wil iets met zijn vriend bespreken. Als hij bij het kraakpand komt, staat Grote Pier aan de deur. Jopie vraagt naar de Baron. Grote Pier neemt hem mee naar de muur van de Zuiderkerk. Tot zijn ontsteltenis ziet Jopie dat zijn vriend dood is. In paniek rent hij naar het ’sGravenhekje… zegt dat het niet doorgaat, dat zijn vriend is overleden. Dan rent hij terug en neemt de portefeuille weg, de portefeuille met de papieren van Van Maanenfeldt. Hij wil zijn vriend zelfs niet na zijn dood belasten. De volgende avond wordt Jopie gearresteerd. Hij is zichzelf niet. De dood van de Baron heeft hem sterk aangegrepen. Als hij van mij verneemt dat zijn vriend door een injectie is gestorven en ik hem rechtstreeks van moord beschuldig, is de maat vol.’ Vledder zuchtte diep. ‘Jopie pleegt in zijn cel zelfmoord.’ Een tijdlang zwegen allen. Het was Robert Antoine die de stilte verbrak. ‘Tante Aleida was niet uit het veld geslagen.’ De Cock schudde zijn hoofd. ‘Ze wachtte rustig af. De politie zou op het lijk de papieren van Archibald van Maanenfeldt vinden en dan zou men vanzelf bij haar komen om de dode te identificeren. En daartoe was ze uiteraard gaarne bereid. Een officieel gestorven Van Maanenfeldt was de sleutel tot rijkdom. Tot haar verbazing en ontzetting las ze de volgende avond een berichtje in de krant, dat aan de muur van de Zuiderkerk een onbekend lijk was aangetroffen. Ze begreep dat ze onmiddellijk moest handelen.’

Vledder klemde zijn lippen op elkaar. ‘Ze stuurde haar schone dochter naar ons toe om de dode als Van Maanenfeldt te herkennen.’

De Cock grijnsde. Dat was heel handig. Bovendien vrijwel zonder risico’s. De dode leek immers duidelijk op Van Maanenfeldt. Dat haar plan uiteindelijk mislukte, kwam door twee factoren… factoren, die zij niet kende. Ze wist niet dat de Baron geen natuurlijke dood was gestorven, maar vermoord was. Het was haar ook niet bekend dat Ferdinand Ferkades uit sentimentele overwegingen in zijn nieuwe identiteit geen afstand had willen doen van het oude portretje van zijn eerste vrouw. En dat portretje was mijn eerste aanwijzing dat er iets aan de identiteit van de dode schortte.’

Vledder keek hem aan. ‘Wie pleegde de aanslagen op neef Archibald?’

De Cock grijnsde. ‘Er waren geen aanslagen. Van de Wheerlingen wist dat Raymond Verbruggen een groene DS 21 had.’ Vledder knikte begrijpend. ‘Hij wilde onze aandacht op de drughandelaar vestigen.’

‘Precies… nogal doorzichtig, achteraf.’ De oude speurder zweeg even, nadenkend. ‘Archibald van de Wheerlingen was niet van hetzelfde kaliber als Aleida Drosselhoff. Toen zij hem met de herkenning van de pseudo-Van Maanenfeldt schaakmat had gezet, had hij daarin moeten berusten en alsnog het lijk van de echte Van Maanenfeldt moeten verbranden. Hij hield zich echter aan de belofte die hij tante Heleentje had gedaan. Hij gaf zijn oom een christelijke begrafenis… onder het terras. Hij begreep dat ik vroeg of laat naar de villa zou terugkeren en het lijk zou ontdekken. Hoewel hij het mij niet heeft gezegd, neem ik aan dat hij het lijk juist daarom uit de kelder haalde.’ Robert Antoine likte aan zijn lippen. ‘Hij wilde dat het ontdekt werd.’

De Cock knikte. ‘Hij had zelf de strijd opgegeven. Maar hij wilde niet alleen ten gronde gaan. In zijn val moest tante Aleida mee. En dan was er nog de man die hij voor alles verantwoordelijk achtte… Raymond Verbruggen. In de schaarse ogenblikken van helderheid, die de morfine hem toeliet, had hij overdacht dat zijn ondergang met deze man was begonnen. Daarom zocht hij diens dood.’

Er viel een diepe stilte. De laatste woorden van de oude speurder trilden na. Mevrouw De Cock keek naar de gezichten om haar heen. Het leek alsof ze nog iets verwachtte. Toen niemand meer iets zei of vroeg, liep ze naar de keuken. Na een poosje kwam ze terug en presenteerde schalen vol lekkernijen. De Cock vatte de fles en schonk nog eens in. Het gesprek werd algemener. De wilde gebeurtenissen van de laatste weken zakten naar de achtergrond. Het was uiteindelijk vrij laat toen de beide jonge rechercheurs afscheid namen. De Cock bracht ze naar de deur en wuifde hen na. Toen hij terugkwam in de kamer, keek zijn vrouw hem onderzoekend aan. De Cock kende die blik.

‘Wat is er?’ vroeg hij verward.

Ze liep langzaam op hem toe en plukte een onzichtbaar pluisje van zijn revers. ‘Ze hebben het niet gevraagd,’ zei ze liefjes, ‘maar wie heeft de Baron vermoord?’

De Cock wreef langs zijn neus en glimlachte. Hij tastte naar de binnenzak van zijn colbert en nam daaruit een geel gevouwen servetje. Hij waaide het uit en hield het tegen het licht van de schemerlamp. Het zat vol priegelig schrift en vette, roestbruine plekken. Zijn vrouw keek hem niet-begrijpend aan. ‘Wat is dat?’ De grijze speurder liet het servetje van tussen duim en wijsvinger vallen, keek hoe het naar de vloer dwarrelde.

‘Een andere stommiteit van Grote Pier.’

‘Grote Pier?’

De Cock knikte. ‘De man die zijn jaloezie jegens Jopie Stuff niet kon verwerken… zijn intieme vriend niet aan een ander gunde.’ ‘Gaf hij de injectie?’

De Cock keek langs haar heen. ‘Terwijl de Baron naast hem sliep. Toen hij dood was kleedde hij hem aan en legde hem om de hoek tegen de muur van de Zuiderkerk. Om het spoor naar neef Archibald te verleggen, verborg hij later de oude opiumspuit in de villa. Hij vergat daarbij twee dingen… Ten eerste gebruikte Archibald nooit opium, en ten tweede… zijn eigen vingerafdrukken zaten op de spuit.’

Mevrouw De Cock wees naar het servetje op de vloer. ‘Heeft hij dat geschreven?’

De grijze speurder knikte gelaten.

‘Eduard Jelle Douwinga… Ik heb hem vanmorgen in de Zanddwarsstraat gearresteerd.’

Загрузка...