‘Klopt het?’
Vledder wees met een strak gezicht naar zijn aantekeningen. ‘Smalle Lowietje had gelijk,’ sprak hij somber. ‘Wij hebben nooit iets met die zaak van doen gehad, maar ik herinner mij er toch wel iets van. Drie jaar geleden werd op een breed bospad, ergens tussen Baarn en Hilversum, het lijk van een jonge vrouw aangetroffen. Ze lag op de achterbank van een auto.’‘Gewurgd?’
Vledder knikte.
‘Die auto bleek een dag daarvoor in Hilversum te zijn gestolen. Men had aanvankelijk wat moeite om het slachtoffer te identificeren. Ze had niets bij zich… geen tasje, geen bescheiden. Men was al bezig om een tekst voor een radio- en televisieoproep samen te stellen, toen zich bij de politie in Hilversum een man vervoegde, die verklaarde dat zijn vriendin na een hevige ruzie bij hem was weggelopen en dat hij vreesde dat haar een ongeval was overkomen. Die man was George Brisbane.’
‘Waar woonde die Brisbane toen?’
‘In Amsterdam, aan de Herengracht. Niet ver van waar hij nu woont.’
De grijze speurder trok rimpels in zijn voorhoofd.
‘Waarom meldde hij de vermissing van zijn vriendin dan niet hier, aan de Warmoesstraat, maar in Hilversum?’
Vledder glimlachte.
‘Die vraag kwam ook bij mij op. Volgens onze collega in Hilversum had George Brisbane daarvoor een redelijke verklaring. Hij vertelde dat zijn vriendin en hij wel meer ruzie hadden. Zijn vriendin had de gewoonte om na zo’n ruzie met haar auto naar het bos bij Hilversum te rijden om daar te gaan wandelen. De boslucht kalmeerde haar en na een paar uur kwam ze verkwikt terug en werd de ruzie bijgelegd. Nu ze dit keer na een dag en een nacht nog niet terug was, vreesde hij een ongeval.’ De Cock wreef zich achter in zijn nek.
‘Een prachtig verhaal,’ meesmuilde hij. Met een wrange grijns op zijn gezicht keek hij naar zijn jonge collega op. ‘En onze vriend George Brisbane identificeerde het slachtoffer?’‘Ja… als Lucienne Wildenborch, een dertigjarige mannequin… althans dat was ze voor ze die George Brisbane leerde kennen.’ De Cock kneep zijn ogen even dicht.
‘Escort?’
Vledder knikte. De jonge rechercheur klemde zijn lippen op elkaar en zijn gezicht kleurde. ‘Escort Ltd.,’ siste hij toen verbeten. ‘Ook toen al… de schoft.’
De Cock glimlachte om de reactie.
‘Krijgen we het dossier?’
‘Ze zullen het ons morgen opsturen. Die collega uit Hilversum heeft mij alvast een gedeelte van de verklaring van George Brisbane voorgelezen. De Engelsman stelt daarin heel simpel, dat het hem bekend was dat Lucienne Wildenborch, met wie hij samenleefde, de prostitutie bedreef, maar ontkende, zo stond er letterlijk in zijn verklaring, dat hij uit de door haar gepleegde ontucht, ook voordeel had getrokken.’
De Cock grinnikte.
‘Dan had men hem souteneurschap kunnen aanwrijven.’‘Precies.’
De grijze speurder wuifde naar Vledders aantekeningen. ‘En de dader van de moord?’
De jonge rechercheur stak in wanhoop zijn beide armen omhoog. ‘Nooit gevonden.’
‘En haar wagen… de auto waarmee zij vanuit Amsterdam naar Hilversum was gereden?’
Vledder trok een spijtig gezicht.
‘Daar heb ik niet naar gevraagd, maar dat zal wel in het dossier staan.’
De Cock knikte instemmend. Hij bracht zijn handen naar voren en drukte de vingertoppen tegen elkaar. ‘Van enige betrokkenheid,’ formuleerde hij voorzichtig, ‘van George Brisbane bij de moord op die Lucienne Wildenborch is nooit iets gebleken?’ Vledder schudde zijn hoofd.
‘De recherche van Hilversum heeft nog overwogen om George Brisbane als verdachte aan te merken, maar hun officier van justitie had daar geen oren naar. Hij vond de zaak te zwak. Er bestonden ook nauwelijks aanwijzingen dat de Engelsman iets met de moord uitstaande had.’ De jonge rechercheur zweeg even. Er kwamen weer kleurtjes op zijn wangen. ‘Maar dat moet toch!’ ging hij ineens fel verder. ‘Die moord op Lucienne Wildenborch lijkt toch verdacht veel op de moord op Mareille van Luxwoude. Dat… eh, dat kan toch niet allemaal toeval zijn?’ Hij zwaaide wild om zich heen. ‘Ga het maar na… beide vrouwen werden gewurgd… beiden lagen op de achterbank van een auto… en beiden behoorden tot de Escort Limited van George Brisbane.’ De Cock vouwde zijn handen.
‘Je hebt gelijk. Er zijn parallellen… duidelijke overeenkomsten tussen beide moorden.’ Hij liet zich in zijn stoel terugvallen. ‘Maar het motief… wat voor redenen zijn er aan te voeren om George Brisbane als dader aan te merken? Je moet bedenken dat zowel Lucienne Wildenborch als Mareille van Luxwoude voor de Engelsman…’ De grijze speurder maakte zijn zin niet af. Er werd geklopt, kort, vinnig en Vledder riep: ‘Binnen!’ De deur van de recherchekamer ging open en in de deuropening verscheen een vrij lange man. Hij droeg een groene loden mantel en een bijpassend jagershoedje met een veer. De Cock schatte hem op rond de zestig. Zijn houding had iets van een militair. Bij het binnentreden deed de man zijn hoedje af en liep kaarsrecht en met vaste tred op de grijze speurder toe. ‘U bent rechercheur De Cock?’
Hij had een krachtige, welluidende stem, die de gehele recherchekamer vulde.
De oude rechercheur kwam uit zijn stoel omhoog.
‘Met ceeooceekaa,’ sprak hij wat beduusd.
De man lachte luid, uitbundig.
‘Men zei mij dat u zo zou reageren.’
De Cock trok zijn gezicht strak. Hij hield er niet van dat men om zijn hebbelijkheid lachte… een hebbelijkheid, die voortkwam uit de ergernis die bij hem opwelde wanneer men zijn naam verkeerd schreef.
‘Wie is men?’ vroeg hij bits.
‘Vrienden… vrienden van mij, die mij adviseerden om mij bij u te melden.’
De Cock wuifde naar de stoel naast zijn bureau.
‘Gaat u zitten.’ Hij nam zelf weer achter zijn bureau plaats. ‘Met wie heb ik het genoegen?’
‘Alex… van Alexander… Alexander van Waardenburg, uit de Beethovenlaan in Hilversum.’
Opnieuw raakte De Cock onder de indruk van het stemvolume dat de man blijkbaar moeiteloos produceerde.
‘U kwam zich melden?’ vroeg hij vriendelijk.
‘Ja.’
‘Als dader van een misdrijf?’
Alex van Waardenburg gebaarde achteloos.
‘Wat is het wezenlijk verschil,’ sprak hij triest, ‘tussen een misstap en een mis-drijf?’
De Cock glimlachte.
‘Een zielenherder zou met zo’n vraag beslist moeite hebben, maar als rechercheur is hij vrij gemakkelijk te beantwoorden. Als de wet op een mis-stap straf heeft gesteld… is het een mis-drijf.’ Alex van Waardenburg knikte voor zich uit.
‘Houdt u het dan maar op een misstap. Ik heb niet het gevoel iets strafbaars te hebben gedaan.’
De Cock reageerde verwonderd.
‘En u komt zich melden?’
Alex van Waardenburg speelde met het jagershoedje op zijn schoot. ‘Ik… eh, ik heb vernomen,’ sprak hij met gebogen hoofd, ‘dat Mareille van Luxwoude gewurgd… vermoord… in een auto is gevonden.’
De Cock keek hem scherp aan.
‘Van wie?’
‘Wat bedoelt u?’
‘Van wie hebt u dat vernomen?’
Alex van Waardenburg aarzelde.
‘Van Mister George… George Brisbane. Een paar uur geleden belde hij mij op. Hij vertelde mij wat er met Mareille was gebeurd en dat u het onderzoek leidde.’ Hij pauzeerde enige ogenblikken. ‘Ik… eh, ik maakte nog wel eens gebruik van… eh, van de bekoorlijkheden van Mareille. Uiteraard weet mijn vrouw hier niets van… ook mijn kinderen niet. Waarom… eh, waarom zou ik hen met die gedachte belasten?’ Hij verschoof iets op zijn stoel en leunde met zijn beide handen op de rand van De Cocks bureau. Vanuit zijn ooghoeken zag de grijze speurder dat Vledder een verraste beweging maakte. ‘Ik heb vrienden,’ ging Alex van Waardenburg verder, ‘die van mijn relatie met Mareille op de hoogte zijn.’
De Cock knikte begrijpend.
‘En die hebben u geadviseerd zich bij mij te melden.’ Alex van Waardenburg glimlachte.
‘Toen zij hoorden dat u het onderzoek in handen had, gaven ze mij weinig kans om mijn omgang met Mareille verborgen te houden.’ De Cock lachte gevleid.
‘En dat is alles?’
Alex van Waardenburg keek hem verbaasd aan.
‘Ik begrijp u niet?’
De Cock trok een grimas.
‘U maakte gebruik van de diensten van een call-girl,’ antwoordde hij gelaten. ‘Wel, u was ongetwijfeld niet de enige client van Escort Ltd.’ Hij boog zich iets naar de man toe. ‘Bent u,’ vroeg hij afgemeten, ‘direct… dan wel indirect… betrokken bij de wurgmoord op Mareille van Luxwoude?’
Alex van Waardenburg deinsde verschrikt terug.
‘Nee, nee, zeker niet,’ reageerde hij afwerend. ‘Ik heb met haar dood niets te maken. Maar nu u weet dat ik Mareille heb gekend, behoeft u geen navraag meer te doen. Begrijpt u… ik ben in den lande een min of meer bekende persoonlijkheid… met een onbevlekte reputatie… ik wilde graag dat het zo bleef.’ De Cock plukte aan zijn onderlip.
‘U… eh, u betaalde voor de bijzondere diensten die Mareille u verleende?’
‘Uiteraard.’
‘Aa n wie?’
‘Aan Mister George.’
‘Nooit aan Mareille zelf?’
‘Nee, altijd aan Mister George.’
‘Contant?’
Er gleed een grijns over het markante gezicht van Alex van Waardenburg. Zijn brede kin kwam iets omhoog.
‘Mister George Brisbane,’ sprak hij met enige ironie, ‘is een voorzichtig man, die onze Nederlandse belastingcollecteurs wat te nieuwsgierig en per se te inhalig vindt. Ik bracht mijn… eh, contributie eenmaal per maand in contanten en in persoon naar zijn flat in Amsterdam, aan de Brouwersgracht. Dat was Mister Brisbanes uitdrukkelijke wens.’
‘Waaraan u voldeed?’
‘Zeker.’
De Cock keek hem scherp onderzoekend aan.
‘En als u,’ formuleerde hij kalm en nadrukkelijk, ‘in gebreke bleef… een maand niet betaalde?’
Alex van Waardenburg keek naar hem op. In zijn koele grijze ogen lag een waakzame blik.
‘Ik heb er altijd voor gezorgd,’ antwoordde hij strak, ‘dat ik de betalingstermijnen nooit overschreed.’
‘Was u bang?’
‘Waarvoor?’
‘Dat Mister George Brisbane mogelijk wat loslippig zou worden… als u in gebreke bleef… heeft hij daar nooit mee gedreigd?’ Alex van Waardenburg schudde zijn hoofd.
‘Ik heb het nooit zover laten komen. En waarom ook? Mareille was een vrouw die mij de… eh, geneugten bezorgde, die ik wenste. Ik wilde vóór alles, dat onze relatie geen gevaar liep.’ De Cock knikte begrijpend.
‘Nu is ze dood.’
Zijn stem klonk somber. Verdrietig. Het was ook voor het eerst dat hij van binnen iets voelde. Een betrokkenheid. Alex van Waardenburg frommelde aan het jagershoedje op zijn schoot. Zijn grote handen beefden.
‘Dood,’ herhaalde hij toonloos.
De Cock keek hem vragend aan.
‘Enig idee wie voor haar dood verantwoordelijk is?’ Alex van Waardenburg knikte zonder op te zien.
‘Mister George… ze wilde van hem af.’