Vledder klapte met zijn vuist een paar maal driftig op de rand van het stuur van de Golf Het gezicht van de jonge rechercheur zag rood.
'Ik heb gelijk,' riep hij opgewonden. 'Absoluut. Jij geloofde het niet… jij had je twijfels, maar ik ben er van het begin af aan van overtuigd geweest, dat die sekte iets met de moord op Adriaan de Leeuw te maken had. Het is nu wel duidelijk… ook Hannelore de Brunetière werd door de Zoekers van Osiris vermoord.'
De Cock keek hem van terzijde aan.
'En waar baseer je dat op?' vroeg hij gelaten.
Vledder gebaarde wild.
'Die amulet… het Bloed van Isis. Adriaan de Leeuw droeg hem en Hannelore de Brunetière droeg hem en beiden werden bij maanlicht vermoord.'
De jonge rechercheur grijnsde.
'Met een nekschot.'
De Cock reageerde niet direct. Hij streek met de rug van zijn hand langs zijn droge lippen.
'Het klinkt goed,' sprak hij na een poosje. 'Je zou er een officier van justitie mee kunnen overtuigen.'
Vledder beluisterde de toon.
'Jou niet?'
De Cock maakte een schouderbeweging.
'Volgens Jean-Piere de Brunetière was zijn vrouw geen lid van wat voor een sekte ook. En van de Zoekers van Osiris had hij nog nooit gehoord.'
Vledder liet zijn stuur even los.
'Hoe komt zijn vrouw dan aan die ketting met het Bloed van Isis?'
De Cock maakte een weifelend gebaartje.
'Na de moord om haar hals gehangen?'
Vledder keek hem verrast aan.
'Denk je dat?'
'Het is maar een suggestie.'
Vledder schudde zijn hoofd.
'Dat geloof ik niet. Volgens mij had Hannelore de Brunetière wel degelijk iets met de Zoekers van Osiris te maken en is haar dood het gevolg van haar relatie met die sekte.'
De Cock wreef zich achter in zijn nek.
'Ik hoop van niet.'
'Waarom niet?'
De Cock ademde diep.
'Omdat wij dan voor het eerst in onze carrière met twee onopgeloste moorden blijven zitten.'
Vledder snoof.
'Is die sekte onaantastbaar… kan die ongestraft moorden plegen?'
De Cock trok een gepijnigd gezicht.
'Niet onaantastbaar,' verzuchtte hij. 'Ook een sekte zal zich aan de wet moeten houden. Maar het wordt dan voor ons wel moeilijk om tot een sluitende bewijsvoering te komen. Als de sekteleden uit geloofsovertuiging blijven zwijgen…'
Vledder onderbrak hem fel.
'We kunnen die Cornelis Bervoets, de leider van de sekte in Amsterdam, toch onder druk zetten? Als Adriaan de Leeuw en Hannelore de Brunetière… om welke redenen dan ook… door of vanwege de sekte werden vermoord, dan moet hij dat toch weten… dan gebeurde dat toch onder zijn verantwoordelijkheid?'
De Cock ontweek een discussie over het onderwerp. De oude rechercheur plukte peinzend aan het puntje van zijn neus.
'Heb jij die amulet van Adriaan de Leeuw al bij onze technische dienst weggehaald?'
'Nee.'
'Doe dat dan.'
'Wat wil je ermee?'
'We geven dat ding aan de sekte terug.'
'Aan de Zoekers van Osiris?'
De Cock knikte.
'Cornelis Bervoets heeft er al een paar maal dringend om gevraagd en mevrouw De Leeuw heeft er geen bezwaar tegen dat de amulet aan de sekte wordt teruggegeven.'
De grijze speurder pauzeerde even.
'Bovendien brengt het bezit van het Bloed van Isis voor ongelovigen slechts rampen en onheil. Het is beter, dat het niet te lang onder onze hoede blijft.'
Vledder keek hem argwanend aan.
'Wat… eh, wat,' vroeg hij onzeker, 'wat probeer je mij duidelijk te maken?'
De Cock glimlachte.
'Hannelore de Brunetière werd al enige dagen voor Adriaan de Leeuw vermoord… en Cornelis Bervoets heeft tot nu toe geen enkele poging ondernomen om haar Bloed van Isis op te eisen. Noch de recherche in Huizen, noch haar man wist van het bestaan van de sekte af. Bervoets had hen niet benaderd.'
Vledder trok een denkrimpel in zijn voorhoofd.
'Je bedoelt te zeggen,' formuleerde hij voorzichtig, 'dat als de Zoekers van Osiris… de sekte… iets met de moord op Hannelore de Brunetière in Huizen van doen had gehad… Cornelis Bervoets allang haar amulet… het Bloed van Isis had opgeëist?'
De Cock knikte.
'Hij had de amulet dan al kort na de moord uit de ongelovige handen van Jean-Pierre de Brunetière teruggevorderd… volgens zijn visie… om onheil en rampen te voorkomen.'
Vledder keek zijn oudere collega van opzij aan.
'Jij denkt dat de Zoekers van Osiris niets met de moord op Hannelore de Brunetière heeft te maken?'
De Cock knikte opnieuw. Zijn rechterhand tastte in de zak van zijn regenjas en diepte daaruit de amulet met ketting op die Jean- Pierre de Brunetière hem had gegeven. Hij woog hem op zijn hand.
'Deze amulet is niet van goedkoop stieplood,' sprak hij zacht, 'met een laagje groen emaille. Hij heeft wel dezelfde vorm als het Bloed van Isis, die wij om de hals van Adriaan de Leeuw aantroffen, maar is qua uitvoering veel kostbaarder.'
De oude rechercheur liet zijn scherpe blik over de amulet dwalen.
'Volgens mij is deze ketting van goud en de amulet van jade.'
Toen de beide rechercheurs de hal van het politiebureau aan de Warmoesstraat binnenstapten, wees Jan Kusters omhoog.
'Ze is er weer.'
De Cock liep op hem toe.
'Wie?'
'Die vrouw, die ten onrechte mijn naam draagt.'
De Cock glimlachte.
'Je bedoelt Lilian Kusters?'
De wachtcommandant trok zijn neus iets op.
'Een kleverig type… steeds nieuwe verhalen. Als je die niet resoluut van je afschudt, blijft ze je lastig vallen.'
'Heeft ze nog iets gezegd?'
'Of jij die vent al had gearresteerd!'
De Cock knikte met een grijns op zijn gezicht.
'Ik weet wie ze bedoelt. Ze meent de moordenaar van haar zuster te kennen.'
De oude rechercheur liep van de balie weg en nam de stenen trappen naar de tweede etage.
Vledder volgde.
Toen Lilian Kusters De Cock in het oog kreeg, stond ze van de bank op en liep dreunend op hem toe.
'Hebt u hem al…?'
De oude rechercheur wuifde haar onafgemaakte vraag weg.
'Ik heb niemand gearresteerd,' riep hij knorrig.
'Maar hij is…'
De Cock liep haar voorbij en stapte de grote recherchekamer binnen.
'Het is niet mijn gewoonte,’ riep hij, zich half omdraaiend, 'om mensen in de kraag te vatten van wie ik niet zeker ben dat zij ook werkelijk iets hebben gedaan.'
Lilian Kusters trippelde achter hem aan.
'Hebt u hem gesproken?'
De Cock wuifde naar de stoel naast zijn bureau.
'Ga zitten,' gebood hij streng.
Lilian Kusters gehoorzaamde gewillig. De Cock hing zijn regenjas en hoedje aan de kapstok en nam achter zijn bureau plaats.
'Waarom heeft u,' vroeg hij verwijtend, 'zo'n aversie tegen uw zwager? Een man die u nauwelijks kent? Hebt u hem wel eens ontmoet?'
Lilian Kusters schudde haar hoofd.
'Nooit.'
'Hoe kan dat?'
Lilian Kusters verschoof iets op haar stoel.
'Na de dood van onze ouders in België zijn Hannelore en Mariska in Antwerpen ondergebracht bij een pleeggezin… rijke mensen. Die pleegouders hebben hun huwelijken gearrangeerd.'
De Cock gniffelde.
'Mariska kreeg een diamantair en voor Hannelore werd een projectontwikkelaar gezocht.’
Het klonk spottend.
Het gelaat van Lilian Kusters toonde geen reactie.
'Zo ongeveer.'
'Slechte huwelijken?'
Lilian Kusters trok haar hoofd tussen haar schouders.
'Wat kun je van dergelijke verstandshuwelijken verwachten?' antwoordde ze ontwijkend.
De Cock spreidde zijn handen.
'Hebt u iets ten nadele van Jean-Pierre de Brunetière te melden?'
'Het is een engerd.'
'Meer niet?'
'Nee.'
'Op basis waarvan zou ik die man moeten arresteren?'
'Hij heeft mijn zuster vermoord.'
De Cock grinnikte vreugdeloos.
'Dat zegt uw intuïtie?'
'Precies.'
'En uw intuïtie moet ik als deugdelijk bewijsmateriaal aan de rechter voorleggen?'
'Dat is uw probleem.'
De Cock zuchtte diep.
'Hoe belabberd er tegenwoordig ook met het begrip recht wordt omgesprongen… ik wil het dienen naar mijn eer en geweten. Als u buiten uw intuïtie redelijke aanwijzingen tegen Jean-Pierre de Brunetière hebt, dan zal ik die onderzoeken. Met alleen uw… eh, uw onbetwistbare intuïtie kan ik juridisch geen kant op.'
Lilian Kusters kwam omhoog, trok haar beige mantel uit en ging weer zitten.
'Jean-Pierre de Brunetière,' sprak ze met een waas van geheimzinnigheid, 'is van oorsprong een Corsicaan, geboren in Ajaccio.'
De Cock keek haar niet-begrijpend aan.
'Ik ben geboren op Urk.'
Lilian Kusters sloot even haar beide ogen.
'Vendetta' riep ze bijna wanhopig. 'Een geboren Corsicaan accepteert de ontrouw van zijn vrouw niet.'
De Cock trok een denkrimpel in zijn voorhoofd.
'Ontrouw?' vroeg hij ongelovig.
Lilian Kusters knikte nadrukkelijk.
'Ze bedroog hem.'
De Cock keek haar schuins aan.
'Met wie?'
Lilian Kusters legde haar onderarmen op het bureau en boog zich vertrouwelijk naar voren.
'De Leeuw… die vermoorde man van de Kalkmarkt… was als psychiater niet te vertrouwen. Hij kon met zijn handen niet van een jonge, knappe vrouw afblijven… en Hannelore was een jonge, knappe vrouw.'
De Cock tikte met zijn gekromde rechterwijsvinger tegen de zijkant van zijn hoofd.
'Het begint mij te dagen,' sprak hij met een zucht van opluchting.
'Hannelore de Brunetière genoot van de vrijages met psychiater De Leeuw… tot haar man dat bemerkte.'
Lilian Kusters knikte nadrukkelijk.
'Daarom vermoordde hij eerst Hannelore en nam daarna wraak op de psychiater.'
De Cock keek haar secondelang onderzoekend aan.
'Hoe… eh, hoe bewijs ik dat?'
Lilian Kusters nam haar armen van het bureau terug. Ze stond van haar stoel op en trok haar beige mantel aan.
'Volg dat spoor,' sprak ze gedragen, 'en u ontmaskert de moordenaar.'
De Cock liet zich terugzakken. Verbijsterd keek de oude rechercheur haar na, hoe ze met korte driftige pasjes de recherchekamer afliep.
Na het vertrek van Lilian Kusters viel er een diepe stilte. Vledder pakte na enige tijd de stoel naast het bureau van De Cock en ging er achterstevoren op zitten.
'Ik… eh, ik vind haar suggestie helemaal zo gek niet,' opende hij voorzichtig. 'Het is heel goed mogelijk, dat Hannelore de Brunetière een verhouding had met psychiater De Leeuw.'
De Cock streek met zijn vlakke hand over zijn gezicht. Tussen zijn gespreide vingers door keek hij naar Vledder.
'En dat haar man… een vurige Corsicaan… omwille van die verhouding Hannelore met een nekschot afmaakte om vervolgens zijn vurige wraak op psychiater De Leeuw te koelen?'
Zijn stem droop van sarcasme.
Vledder gebaarde hulpeloos.
'Het kan toch?'
De Cock maakte een grimas.
'Het kan… in deze zaak kan alles. Het zou mij niets verwonderen als er nog een andere variant opduikt.'
De oude rechercheur strekte zijn arm beschuldigend naar Vledder uit.
'Maar nog geen uur geleden was je er absoluut van overtuigd, dat de moordenaar van Hannelore de Brunetière en psychiater De Leeuw in de boezem van de Zoekers van Osiris moest worden gezocht.'
Vledder trok een verongelijkt gezicht.
'Ook dat idee laat ik niet los.'
Zijn oude mentor schudde geërgerd zijn hoofd.
'Het lijkt wel een tombola.'
De Cock stond van zijn stoel op en wees naar de telefoon.
'Bel de technische dienst en zeg dat wij de amulet komen ophalen… vraag of ze voor alle zekerheid ook nog even de volumieke massa willen vaststellen.'
Vledder keek hem verward aan.
'Volumieke massa?'
De Cock knikte.
'Vroeger heette dat "soortelijk gewicht". Ik wil weten of de amulet massief is… louter stieplood bevat en niets anders.'
'En dan?'
De Cock slenterde naar de kapstok.
'Gaan wij samen naar de tempel op de Prinsengracht.'
Broeder Mycerius, in zijn rijkversierd, schitterend witte gewaad, wuifde minzaam naar een paar stoelen, die gedienstige sekteleden naast zijn zwartgelakte zetel hadden neergezet.
De Cock verschoof zijn stoel tot recht voor het gezicht van de sekteleider en nam toen plaats. Uit een zak van zijn regenjas nam hij een amulet en reikte die met de ketting aan broeder Mycerius over.
'Stieplood.'
Cornelis Bervoets glimlachte.
'Wij troffen hier, voor wij dit pand tot onze tempel verbouwden, een vrij grote hoeveelheid stieplood aan uit De Papieren Wereld, een drukkerij, die hier vroeger was gevestigd. Het lood laat zich gemakkelijk tot een amulet verwerken.'
De Cock knikte begrijpend.
'Dragen alle leden van de Zoekers van Osiris een amulet van stieplood?'
De sekteleider spreidde zijn handen.
'Het materiaal waaruit de amulet is vervaardigd, is niet belangrijk. Het is de betekenis die men aan het Bloed van Isis hecht.'
De Cock schudde zijn hoofd.
'U beantwoordt mijn vraag niet,' sprak hij streng. 'Dragen alle sekteleden een amulet, die van hetzelfde materiaal is vervaardigd.'
'Inderdaad.'
De Cock plukte uit het borstzakje van zijn colbert de amulet die Jean-Pierre de Brunetière hem ter beschikking had gesteld en hield hem aan de gouden ketting omhoog.
De ogen van Cornelis Bervoets werden groot van verbazing.
'Hoe komt u aan dit Bloed van Isis?'
De Cock maakte een vaag gebaar.
'Gevonden, om de hals van een vermoorde vrouw.'
'Hier in Nederland?'
De Cock knikte.
'In Huizen.'
Cornelis Bervoets stond van zijn zetel op en bekeek de amulet aandachtig.
'Dit is uniek,' sprak hij opgewonden. 'Julian Schoten was een rijke Belgische arts, die de dood-overwinnende kracht van Osiris opnieuw ontdekte. Toen hij in Zwitserland zijn eerste Zoekers van Osiris bijeenbracht, kregen ze van hem het Bloed van Isis in groene jade aan een gouden ketting.'
'Hoeveel zijn ervan?'
'Volgens onze kronieken zijn er niet meer dan vijftig van uitgegeven… in deze uitvoering. Als het geen vervalsing is, dan draagt dit Bloed van Isis ook een nummer.'
De Cock keek de sekteleider onderzoekend aan.
'En aan de hand van dat nummer is de oorspronkelijke eigenaar/houder van deze amulet te achterhalen?'
Cornelis Bervoets antwoordde niet.
'Hoe oud was die vermoorde vrouw?'
'Vijfentwintig jaar.'
De sekteleider schudde zijn hoofd.
'Dan kan dit Bloed van Isis nooit aan haar zijn uitgegeven. Daar was zij te jong voor. Hoe luidde haar naam?'
'Hannelore de Brunetière.'
Cornelis Bervoets maakte een schouderbeweging.
'Die naam is mij niet bekend.'
De Cock boog zich iets naar voren.
'Eisen de Zoekers van Osiris altijd het Bloed van Isis terug… na een… eh, een ultieme loutering?'
'Zeker.'
De Cock wees naar de amulet.
'Met dit Bloed van Isis uit jade moet dus iets onrechtmatigs zijn gebeurd?'
Cornelis Bervoets knikte.
'Vrijwel alle uitgegeven Bloed van Isis uit jade aan een gouden ketting zijn weer in het bezit van de Zoekers van Osiris in Zwitserland. Van de leden van het eerste uur zijn er niet veel meer in leven.'
De sekteleider strekte zijn hand naar de amulet uit.
'Mag ik het in bezit nemen? Dan stuur ik het op naar Zürich.'
De Cock schudde zijn hoofd.
'Ik heb het in bruikleen.'
De oude rechercheur zweeg even.
'Ik weet,' ging hij plechtig verder, 'hoeveel emotionele waarde de Zoekers van Osiris aan het Bloed van Isis hechten. Ik zal oprecht proberen om de tegenwoordige eigenaar ertoe te bewegen om afstand van deze amulet te doen… onder één voorwaarde.'
Cornelis Bervoets keek hem argwanend aan.
'En dat is?'
'Dat ik van u de naam krijg en het verhaal van de oorspronkelijke houder of houdster van dit Bloed van Isis.'
Ze reden met een kalm gangetje van de Prinsengracht naar de Warmoesstraat terug. De Cock bekeek de amulet.
'Nummer negenendertig,' mompelde hij. 'Ik had nog niet eens gezien, dat dit Bloed van Isis was genummerd.'
Vledder reageerde niet. De jonge rechercheur boog zich over het stuur en keek door de voorruit naar de hemel.
'Maanlicht.'
De Cock borg de amulet weer in het borstzakje van zijn colbert.
In de Warmoesstraat voor de ingang van het politiebureau was nog een parkeerplaatsje vrij. De rechercheurs stapten uit. Toen ze de hal binnenstapten, zwaaide Jan Kusters met beide armen. Het gezicht van de wachtcommandant zag rood.
'Ik… eh, ik… eh,' hakkelde hij, 'ik heb een paar jongens naar de Sint Pietershalsteeg gestuurd. Daar was een dode vrouw aangetroffen.'
De mond van De Cock zakte half open. 'Vermoord?' vroeg hij hees. Jan Küsters knikte.
'De jongens gaven het net door… met een nekschot.'