8

Ze reden met hun Golf de houten steiger achter het politiebureau af. Het regende zachtjes. Vledder, achter het stuur, zette de ruitenwissers in de eerste versnelling. De Cock blikte geamuseerd om zich heen. De grijze speurder hield van het late najaar met veel regen, loeiende stormen en lange donkere avonden.

De drukte van de avondspits was geluwd. Op het Damrak weerspiegelden de felle lichtreclames kleurrijk in het natte asfalt. Over het brede trottoir schuifelden kooplustigen onder bollende paraplu's langs vrolijke etalages met baardige Sinterklazen en uitbundig grijnzende Pietermannen.

Omdat de traag zwiepende ruitenwissers hem begonnen te irriteren, liet De Cock zich onderuitzakken.

Vledder keek met een zorgelijke blik opzij.

'Ik vond het verhaal van Smalle Lowietje over de Zoekers van Osiris nogal alarmerend. Als men in de boezem van de sekte inderdaad zo te werk gaat als de caféhouder vertelde, dan wordt het tijd dat wij er iets aan gaan doen.'

'Wat?'

Vledder reageerde heftig.

'Smalle Lowietje is in de regel goed geïnformeerd. In zijn verhaal zit vast een kern van waarheid.'

De Cock knikte gelaten.

'In wezen is het geen aanvulling op hetgeen Cornelis Bervoets, de leider van de sekte, ons vertelde. Wanneer iemand van de sekte voor de dood kiest — in de optiek van de sekte: naar een nieuw leven verlangt — dan is elk middel geoorloofd… zelfs een nekschot.'

Vledder grinnikte vreugdeloos.

'We kunnen die waanzin toch niet toestaan?'

De Cock schudde zijn hoofd.

'Geloof is geen waanzin,' antwoordde hij kalm. 'Geloof is een overtuiging. En voor ons politiemensen onaantastbaar. Ik bedoel, we mogen niemand om het belijden van zijn overtuiging veroordelen. Eerst wanneer iemand vanuit die overtuiging een handeling pleegt, die volgens onze wetgeving strafbaar is gesteld, kunnen we als gezagdragers optreden.'

De oude rechercheur drukte zich iets omhoog.

'Adriaan de Leeuw is met een nekschot vermoord,' ging hij geduldig verder. 'Zie jij een mogelijkheid om de sekte daarvoor juridisch aansprakelijk te stellen?'

Vledder schudde geërgerd zijn hoofd.

'Maar het is toch te gek, dat…'

De Cock onderbrak hem.

'De Nederlandse wetgeving,' sprak hij rustig, 'kent geen collectieve schuld. We zullen de man of de vrouw moeten ontmaskeren, die de revolver hanteerde waaruit het dodelijke schot viel. En daarbij komt nog: de Zoekers van Osiris hadden bij de dood van Adriaan de Leeuw geen enkel financieel voordeel. De psychiater had bij testament zijn gehele vermogen overgedragen aan zijn vrouw… de laatstlevende van de echtvereniging.'

'Je bedoelt dat de sekte geen motief had?'

De Cock spreidde zijn beide handen.

'Niet het motief dat Smalle Lowietje ons schetste.'

Vledder keek met een verbeten gezicht naar het rood van een stoplicht, dat naar zijn gevoel te lang weigerde om op groen te springen.

'Deze zaak begint mijn zenuwen te kietelen,' gromde hij. 'Er zit kop noch staart aan.'

De Cock liet zich weer onderuitzakken. De monotoon zwiepende ruitenwissers stoorden hem opnieuw.

'Waar is de amulet van Adriaan de Leeuw?'

'Bij de technische dienst.'

'Heb je al uitsluitsel?'

Vledder reed het kruispunt over en knikte.

'Het materiaal is stieplood met daarover een laagje emaille.'

De Cock grinnikte.

'Smalle Lowietje moet zo'n amulet in handen hebben gehad. Vermoedelijk heeft een van de vrouwtjes van de Wallen als nieuw lid van de sekte het Isisbloed aan de caféhouder laten zien.'

'Helpt ons dat verder?'

De Cock schudde zijn hoofd.

'Ik begrijp nog steeds niet waarom de sekteleider zo'n betrekkelijk waardeloze amulet

zo graag weer in zijn bezit wil hebben.'

'Mevrouw De Leeuw heeft er geen bezwaar tegen dat de amulet van haar man aan de sekteleider wordt teruggegeven.'

'Heb je haar gebeld?'

Vledder knikte.

'Beneden bij de wachtcommandant, toen jij met Lodewijk van Weegen bezig was. Ze was erg timide. Haar stem klonk zwak. Ze vertelde, dat zij op verzoek van rechercheur Harold Buijs naar het politiebureau aan de Flierbosdreef was gegaan en daar met haar zoon had gesproken.'

Het gezicht van De Cock verstarde.

'Pijnlijk.'

'Ze zei, dat ze zich met haar zoon Ronald had verzoend en dat ze graag met de familie van het slachtoffer in contact had willen komen om… ook namens haar zoon… spijt te betuigen. Ze was nogal ontstemd over de houding van de politie.'

'Hoezo?'

'Harold Buijs had haar de naam van het slachtoffer niet willen noemen.'

De Cock knikte instemmend.

'Begrijpelijk. Daarvoor is het nog te vroeg.'

Via de Wibautstraat en het Prins Bernhardplein bereikten ze de Gooiseweg.

Vledder keek opzij.

'Wat is het adres van die voetballer?'

'Houtzaagmolen 357.'

'Weet jij het te vinden?'

De Cock grinnikte.

'Feilloos. In ken Duivendrecht nog uit de tijd dat Baantjer daar woonde. Ik ging destijds wel eens bij hem op bezoek om mij te beklagen over zijn ongebreidelde fantasie.'

'Waar woont hij nu?'

'In Medemblik.'

'Hij schrijft nog steeds over ons.'

De Cock zuchtte omstandig.

'We kunnen het hem moeilijk verbieden.'

Vledder zette de Golf op een parkeerplaatsje. De rechercheurs stapten uit en gingen te voet verder. Het regende nog steeds. De Cock likte aan een regendruppel die van het puntje van zijn neus gleed. De beide rechercheurs blikten om zich heen. Het woonerf in de Houtzaagmolen maakte een verlaten indruk.

Voor nummer 357 bleven ze staan en bewonderden de kleine, goedverzorgde voortuin, afgescheiden met coniferen.

Nog voor De Cock had aangebeld, ging de buitendeur open. In de deuropening verscheen een stevig gebouwde jongeman in een strakke spijkerbroek. Zijn lichtblonde haren glansden in het licht van de buitenlantaarn. Hij stapte met uitgestoken hand op de grijze speurder toe.

'U moet bij mij zijn, meneer De Cock,' riep hij opgewekt.

De oude rechercheur keek hem verrast aan.

'U wist dat ik zou komen?' vroeg hij verwonderd.

De jongeman glimlachte. Hij drukte ook Vledder de hand en wees naar de voordeur.

'Kom binnen. Melanie en ik zitten al een paar uur op u te wachten.'

Hij ging de rechercheurs voor naar een gezellige woonkamer met veel pluchen speelgoedbeesten en diepe fauteuils in een kleurrijk bloemmotief met veel geel van zonnebloemen.

De Cock liet zich in een fauteuil zakken en legde zijn hoedje naast zich op het tapijt. De grijze speurder monsterde de jonge vrouw op een bank voor hem. Ze droeg een nauwsluitende wijnrode rok met daarop een witzijden blouse met een kanten kraagje.

Melanie van Buuren, zo stelde hij vast, was mooi, aantrekkelijk, met grote amandelvormige ogen en een weelde aan lang krullend kastanjebruin haar.

Marinus de Vries ging naast haar zitten.

'Het is mijn fout,' sprak hij armzwaaiend. 'Ik kan er niets aan doen. Het hart ligt me op de tong. Toen Melanie mij vertelde dat die vieze oude psychater aan haar had zitten frunniken, heb ik tegen iedereen gezegd dat ik hem koud zou maken.'

De Cock gebaarde met beide handen in zijn richting.

'En… heb je hem koud gemaakt?'

Marinus de Vries grinnikte vreugdeloos.

'Natuurlijk niet. Je zegt zoiets in je drift… omdat je je woede even kwijt wil. Ik heb niet eens een aanklacht tegen die man ingediend.'

De profvoetballer glimlachte.

'Toen ik vanmorgen in de krant las, dat die De Leeuw voor zijn huis aan de Kalkmarkt was neergeschoten en dat u het onderzoek leidde, zei ik onmiddellijk tegen Melanie: wedden, dat die rechercheur De Cock vandaag nog bij ons op de stoep staat?'

'Vreemd?'

Marinus de Vries schudde resoluut zijn hoofd.

'Het zat erin. Er zijn altijd mensen die zich herinneren wat je hebt gezegd.'

De Cock keek demonstratief om zich heen.

'Heb je er bezwaar tegen, dat wij straks even rondneuzen om te zien waar je die revolver hebt verstopt?'

Marinus de Vries glimlachte.

'Als ik het had gedaan, dacht u dan dat ik het schiettuig in mijn huis bewaarde? Ik had dat ding allang ergens geplompt.'

De Cock reageerde niet. Hij wendde zich tot Melanie.

'Heb jij aan psychiater Van Weegen verteld, dat De Leeuw aan je had… eh, gefrunnikt?'

Melanie knikte.

'Hij vroeg mij waarom ik mijn behandeling bij De Leeuw niet had voortgezet.'

'Heb je aan Van Weegen ook verteld hoe je man had gereageerd?'

Melanie knikte opnieuw.

'Ik zag daar geen kwaad in. Ik ken Marinus; een grote bek, maar een klein hartje. Zelfs de trainer van zijn club zegt dat hij te lief is. Ik heb nooit gedacht dat iemand er ernstig op in zou gaan.'

De Cock maakte een hulpeloos gebaar.

'Moord vraagt om een motief.'

De donkere ogen van Melanie schoten vuur.

'Marinus is een…'

De Cock wuifde haar agressie weg en veranderde van onderwerp.

'U had last van postnatale depressies?' vroeg hij vriendelijk.

'Dat zei mijn dokter.'

'En die stuurde u naar psychiater De Leeuw.'

Melanie knikte.

'Volgens mijn huisarts de beste die er was.'

'Hoe is het met de baby?'

Het gezicht van Melanie vertederde.

'Ze ligt boven in haar bedje. Het is een beeld. Moet u haar straks even zien?'

De Cock glimlachte.

'Hoe is het nu met u?'

'Goed.'

'Hoe lang bent u bij psychiater De Leeuw aan de Kalkmarkt in behandeling geweest?'

'Ruim drie maanden.'

'Hebt u aan de Kalkmarkt wel eens andere patiënten van psychiater De Leeuw ontmoet?'

Melanie antwoordde niet direct. Ze keek wat schichtig opzij naar haar man.

'Marinus heeft liever niet, dat ik er met u over praat,' sprak ze schuchter. 'We hebben er vanmiddag al woorden over gehad. Het gaat ons niets aan, zegt hij.'

'Wat niet?'

Marinus de Vries boog zich iets naar voren.

'Het was volgens Melanie een zielig jong vrouwtje. Lief, klein en tenger. Ze leed aan trauma's… verschrikkelijke angstbeelden uit haar jeugd. Melanie had erg met haar te doen. Volgens haar kon je de vertwijfeling en de angst van haar gezichtje scheppen.'

Vledder toonde hem een vriendelijke grijns.

'Waarom,' vroeg hij met een zweem van verwondering, 'wil jij niet dat Melanie er met mij over praat?'

Marinus de Vries liet zijn hoofd iets zakken.

'Wij willen nergens bij betrokken raken.'

De Cock toonde verbazing.

'Hoe kan dat?'

Marinus de Vries keek naar hem op.

'Wat bedoelt u?'

De Cock gebaarde breed.

'Hoe kunnen jullie ergens bij betrokken raken?'

Marinus de Vries leunde achterover op de bank en zuchtte.

'Vertel jij het maar, Melanie.'

De jonge vrouw aarzelde even.

'Hannelore had een keer aan mij gevraagd of ik eens bij haar op visite wilde komen om haar huis te zien, haar tuin en…'

De Cock onderbrak haar.

'De patiënt van psychiater De Leeuw met trauma's uit haar jeugd heette Hannelore?'

Melanie knikte.

'Hannelore de Brunetière. Een moeilijke naam. Haar man was van Franse afkomst.'

De jonge vrouw stond van de bank op. Uit een zilveren vaasje op het dressoir pakte ze een notitie. 'Brunetière,' las ze hardop, 'met één "n" en een streepje op de tweede "e", Nieuwe Bussummerweg 1013 in Huizen.'

Melanie deed de notitie in haar vaasje terug en nam weer plaats op de bank naast haar man.

'De laatste keer dat ik bij De Leeuw in behandeling was,' ging ze verder, 'miste ik Hannelore. In de regel was zij voor mij aan de beurt. Dan was er altijd wel even tijd voor een babbeltje. Ik vroeg aan de psychiater of mevrouw De Brunetière haar behandeling bij hem had afgebroken. De Leeuw schudde zijn hoofd en zei dat ze om persoonlijke redenen had afgebeld.'

Melanie zweeg en staarde voor zich uit.

De Cock trilde van intense spanning. Het adres in Huizen had zijn bloedstroom versneld. De oude rechercheur bedwong zijn emoties. Hij begreep dat hij de jonge vrouw de tijd moest gunnen om haar verhaal af te maken.

'Ik… eh, ik had die middag niets te doen,' vervolgde Melanie. 'Marinus was trainen en kwam pas tegen de avond thuis. Ik reed na de behandeling direct met mijn autootje vanaf de Kalkmarkt naar Huizen. De Nieuwe Bussummerweg 1013 bleek een kapitale villa met een brede oprijlaan. Ik stapte uit en belde aan. Het duurde enige tijd. Toen werd de deur opengedaan door een lange slanke man in een zwartzijden kamerjas. Hij keek mij wat verwonderd aan en vroeg wat ik wilde. Ik vertelde wie ik was en dat ik Hannelore kwam bezoeken.'

De Cock schoof naar het puntje van zijn fauteuil. De oude rechercheur kon zijn ongeduld niet langer bedwingen.

'En toen?' vroeg hij gehaast. 'En toen?'

Melanie frommelde aan de kraag van haar bloesje.

' "Hannelore," ' zei ze mat, ' "Hannelore is er niet… is er niet meer," zei hij. "Ze werd vannacht vermoord." '

Ze reden met hun Golf Duivendrecht uit. Zwijgend. Het regende niet meer. Het wolkendek dat de stad had omhuld, was naar het oosten weggedreven. Een volle maan stond helder aan de hemel en toverde een zilveren gloed op de verkeersborden langs de randweg.

Vledder staarde nors voor zich op de weg. Zo nu en dan blikte hij heimelijk opzij naar De Cock, die onderuitgezakt naast hem zat. Het gezicht van de grijze speurder leek op een donderwolk kort voor de eerste bliksemflits.

De oude rechercheur schoof zijn hoedje ver naar achteren en klapte met de muis van zijn rechterhand tegen zijn voorhoofd.

'Stom, stom, stom,' gromde hij. 'Het is mij ontschoten. Ik had met de politie in Huizen willen bellen voor informatie.'

Hij draaide zich half om naar Vledder.

'Ik had ook niet naar je moeten luisteren,' siste hij van tussen zijn tanden. 'Toen de moord op die jonge vrouw op de telex kwam, had ik mijn gevoel moeten volgen en naar

Huizen moeten gaan.'

Vledder gebaarde afwerend.

'Dat is onzin. We hadden op dat moment in Huizen niets te zoeken. Dat wij later zouden worden opgezadeld met een vrijwel identieke moord, op psychiater De Leeuw, was niet te voorzien.'

De Cock zuchtte.

'Ik had dan beslist een verband gelegd tussen beide moorden. Dat heb ik nu verzuimd. Als Melanie ons pad niet had gekruist, dan had ik dat verband vermoedelijk nog niet gezien.'

Vledder keek hem van terzijde aan.

'Jij bent van dat verband overtuigd?'

De Cock knikte.

'Hannelore de Brunetière was bij psychiater De Leeuw in behandeling en beiden zijn met een nekschot afgemaakt. Er moet ergens een link zijn.'

'Hoe… waar?'

De Cock schudde zijn hoofd.

'Geen flauw idee.'

Vledder grijnsde.

'Zou psychiater De Leeuw ook aan die Hannelore hebben gefrunnikt?'

De Cock drukte zich omhoog.

'Frunniken,' riep hij kwaad. 'Frun-ni-ken. Wat een rotwoord. Naar mijn gevoel hebben die beide moorden niets met frunniken te maken. Uitgaande van de chronologie, kan men hoogstens gissen dat de moord op psychiater De Leeuw een reactie… of een vervolg was op de moord in Huizen.'

Vledder zuchtte.

'Je bedoelt, als wij het motief voor de moord in Huizen kennen, dat wij dan ook…'

De jonge rechercheur stokte.

'Wil je er vanavond nog heen?'

'Waarheen?'

'Huizen.'

De Cock schudde zijn hoofd.

'Het is te laat. Ik denk, dat je er op dit uur geen enkele politieman meer vindt.'

'Wat wil je dan?'

'Wij gaan naar de Kalkmarkt.'

Vledder fronste zijn wenkbrauwen.

'Wat wil je daar doen?'

'Ik wil het behandeldossier van Hannelore de Brunetière bekijken. Misschien staat daar iets in wat ons verder helpt.'

Vledder parkeerde de Golf op de Binnenkant en samen slenterden ze naar de Kalkmarkt. Er brandde nog licht in huize De Leeuw. De Cock belde aan. Al na luttele seconden werd de deur geopend.

Mevrouw De Leeuw keek de beide rechercheurs verrast aan.

'Hebt u al vorderingen gemaakt?' vroeg ze vriendelijk.

De Cock maakte een weifelend gebaartje.

'Misschien. Wij hadden graag inzicht in het behandeldossier van een jonge vrouw genaamd Hannelore de Brunetière.'

Mevrouw De Leeuw deed een stapje opzij en deed de deur van haar woning verder open.

'Komt u binnen. Dan zoek ik het even voor u op.'

De beide rechercheurs volgden haar naar de behandelkamer. Mevrouw De Leeuw gleed met haar rechterhand langs de rijen dossiers aan de wand. Ineens stopte ze en draaide zich om.

'Hannelore de Brunetière zei u?'

De Cock knikte.

'Met een "n" en een streepje op de tweede "e".'

Mevrouw De Leeuw schudde haar hoofd.

'Ik heb geen dossier van die naam. Het spijt me. Ene Hannelore de Brunetière is nooit bij mijn man in behandeling geweest.'

Загрузка...