5

De Cock keek Harold Buijs verwonderd aan. 'Zit jij hier… op Flierbosdreef?' Harold Buijs knikte. 'Al bijna drie jaar.'

'Je was toch rechercheur bij de Vreemdelingendienst?'

Harold Buijs glimlachte. 'De korpsleiding vond dat ik met mijn ervaring, opgedaan bij de Vreemdelingendienst, in de Bijlmermeer goed op mijn plaats was.' De Cock maakte een grimas. 'Soms neemt zelfs onze korpsleiding een verstandig besluit.' Harold Buijs lachte. 'Ik heb ook niet geprotesteerd.'

De oude rechercheur schudde zijn hoofd.

'Jij hebt vreemde kronkels in je loopbaan,' memoreerde hij. 'Als ik mij goed herinner, ben je bij de politie begonnen als schietinstructeur.'

Harold Buijs trok een grijns.

'Uit die tijd weet ik, dat jij, De Cock, te boek stond als de slechtste schutter van het korps.'

De grijze speurder glimlachte.

'Ik zie nog die sombere trek op dat knappe gezicht van jou toen ik, ondanks al jouw goedbedoelde aanwijzingen, voor de zoveelste maal ver naast de roos schoot. De Cock, sprak je toen… intens bedroefd… ik geef het op. Jij zult het nooit leren.'

Harold Buijs grinnikte.

'Heb ik gelijk gekregen?'

De Cock maakte een hulpeloos gebaar.

'Ik kan er nog steeds niets van,' antwoordde hij somber. 'Als ik voor mijn verplichte oefeningen op de schietbaan kom, begint iedereen al te gniffelen. Mijn te dikke vingers hebben geen gevoel voor het drukpunt en ik begrijp nog steeds niet wat er met een gestreken korrel wordt bedoeld.'

Harold Buijs lachte vrijuit.

'Wat zoeken jij en Vledder op Flierbosdreef… Is er aan de Warmoesstraat niets meer te doen?'

'Ronald de Leeuw.'

Harold Buijs tikte met de wijsvinger van zijn rechterhand op zijn borst.

'Dat is mijn zaak.'

De Cock beluisterde de intonatie en schudde zijn hoofd.

'Het is niet onze bedoeling,' sprak hij zacht sussend, 'dat wij ons met jouw zaak gaan bemoeien. Die overval op de IJsselsteinse Bank hoort thuis aan de Flierbosdreef… compleet met de moord op die vijftigjarige cliënt van de bank.'

Het gezicht van Harold Buijs betrok.

'Het was geen moord.'

'Wie zegt dat?'

'Ronald de Leeuw.'

De Cock snoof verachtelijk.

'Het was een… eh, een welgemeende uiting van liefde.'

Harold Buijs schudde afkeurend zijn hoofd.

'Niet zo cynisch.'

'Sorry.'

'Die jongen is een bundeltje menselijke ellende.'

'Je hebt hem al verhoord?'

Harold Buijs knikte traag.

'Summier. Ronald de Leeuw geeft de overval op de bank toe, maar zegt dat het schot op die man een schrikreactie was… dat hij nooit een moment de bedoeling heeft gehad om de man te doden.'

'Dat deuntje ken ik.'

Harold Buijs trok achteloos zijn schouders op.

'Het is zijn verklaring.'

'Hij was alleen?'

'Ja.'

'Geen masker… een bivakmuts?'

'Nee.'

'En de revolver?'

Harold Buijs keek de grijze speurder achterdochtig aan.

'Wie zegt dat Ronald de Leeuw een revolver had? Ik heb dat niet in het telexbericht laten opnemen. Daar staat "vuurwapen".'

De Cock negeerde de opmerking.

'Had hij een revolver?'

'Een negen millimeter Webly Scott, van het type zoals dat kort na de oorlog ook bij de Amsterdamse politie in gebruik was.'

De Cock grinnikte.

'Ik herinner mij die dingen nog. Weet je hoe wij ze destijds noemden?'

'Geen idee.'

'Zes-schoten-en-een-vrije-worp.'

'Waarom?'

'Het verwijderen van de hulzen en het opnieuw laden van die oude Webly Scott nam zoveel tijd in beslag, dat je na het laatste schot om je te verdedigen het wapen alleen nog maar naar je tegenstander kon gooien.'

Harold Buijs lachte niet. Hij trok een denkrimpel in zijn voorhoofd.

'Wat weet jij van die Ronald de Leeuw?' vroeg hij ernstig.

De Cock maakte een schouderbeweging.

'Niet veel. Een onverbeterlijke junk, die zijn vader Adriaan de Leeuw haatte, omdat hij hem enige maanden geleden buiten de deur had gezet. Nadien heeft hij hem enkele malen met de dood bedreigd.'

Harold Buijs kneep zijn ogen halfdicht.

'Adriaan de Leeuw, de psychiater, die gisteravond op de Kalkmarkt door middel van een nekschot vermoord werd gevonden… was zijn vader?'

'Inderdaad.'

Harold Buijs schudde zijn hoofd.

'Daar heeft hij mij niets van gezegd. Ik heb ook geen moment aan die mogelijkheid gedacht. De Leeuw is een vrij algemene naam.'

De Cock glimlachte.

'Ik neem het je ook niet kwalijk.'

Harold Buijs staarde peinzend voor zich uit.

'En dat nekschot, waarmee die psychiater werd vermoord, gebeurde met een revolver?'

De Cock knikte.

'Daar ga ik van uit. Vandaar mijn belangstelling voor Ronald de Leeuw… en zijn revolver.'

Harold Buijs plukte nadenkend met zijn beide duimen en wijsvingers aan de punten van zijn brede snor.

'Jij denkt,' vroeg hij terughoudend, 'dat Ronald de Leeuw zijn vader heeft vermoord?'

De Cock trok zijn gezicht in een ernstige plooi.

'Ik onderzoek de mogelijkheid,' formuleerde hij voorzichtig. 'Ik weet niet hoe diep de haat van die jongen jegens zijn vader is geworteld.'

Harold Buijs nam een kleine pauze.

'Ik zei je al,' vervolgde hij, 'dat ik hem nog slechts summier heb verhoord. Ik ben niet ingegaan op details. Daar heb ik mee gewacht. Ik heb ook nog niet alle getuigenverklaringen binnen. Een paar dienders zitten daar nog op te zwoegen.'

'Is je nog iets bijzonders opgevallen?'

Harold Buijs knikte traag.

'Toen ik hem na dat korte verhoor terugbracht naar zijn cel, bleef hij even staan, keek naar mij en zei toen iets wat ik niet begreep. Ik nam mij voor om daar bij een nader verhoor op in te gaan.'

De Cock fronste zijn wenkbrauwen.

'Wat was dat?'

'Dat wijf,' zei hij, 'dat wijf zal nu wel blij zijn.'

In het kale verhoorkamertje van het politiebureau aan de Flierbosdreef keek rechercheur De Cock Ronald de Leeuw scherp onderzoekend aan. De jongeman was lang, en mager tot op het bot. Zijn onverzorgde, lange donkerblonde haren hingen in slierten langs zijn smal gezicht. Zijn lichtgrijze ogen stonden hol, leeg, en misten elke expressie. De vergevorderde aftakeling van zijn jonge lijf toonde de uiterlijke sporen van een lang en intens drugsgebruik.

De Cock liet zijn scherpe blik langs zijn schamele kleding dwalen. De verschoten spijkerbroek die hij droeg, had lange witte slijtrafels aan de pijpen en bij zijn versleten basketbalschoenen staken zijn grote tenen bloot uit het canvas.

De oude rechercheur zocht in het smalle gelaat van de jongeman naar herkenbare familietrekken. Die waren er niet. Ronald de Leeuw leek noch op zijn vader, noch op zijn moeder.

De grijze speurder toonde hem zijn beminnelijkste glimlach.

'Mijn naam is De Cock,' opende hij vriendelijk. 'De Cock met ceeooceekaa.' Hij duimde opzij. 'En dat is mijn collega Vledder.'

'U bent van de Warmoesstraat?'

'Inderdaad.'

Ronald de Leeuw glimlachte.

'Ik heb van u gehoord.'

'Van wie?'

'Van de jongens in de scène.'

De Cock boog zich iets naar voren en schoof de linkermouw van het jack van Ronald de Leeuw voorzichtig heel ver terug. De jongeman onderging het zonder enig verweer. Een onderarm vol punctieplekjes werd zichtbaar. De oude rechercheur keek op.

'Hoelang?'

'Ruim vier jaar… vanaf mijn veertiende.'

'Je was nog op school?'

Ronald de Leeuw knikte traag.

'Het ging niet zo lekker op school… stomme leervakken, slechte cijfers en pesterige leraren. Ik spijbelde met een vriendje, die al gebruikte.'

De Cock knikte begrijpend.

'Toen heb je het ook maar eens geprobeerd?'

Om de mond van Ronald de Leeuw gleed een vage glimlach.

'In het begin hielp het.'

De Cock veranderde van onderwerp.

'Je bent vanmorgen gepakt bij een overval op een filiaal van de IJsselsteinse Bank?'

'Ja.'

'De eerste keer?'

Ronald de Leeuw keek hem niet-begrijpend aan.

'Wat bedoelt u?'

'De eerste keer, dat je een gewapende overval pleegde?'

Ronald de Leeuw knikte.

'Ik ben wel een paar keer gepakt voor het openbreken van auto's en voor winkeldiefstal. Voor een overval heb ik nooit het lef gehad.'

'Die lef had je vanmorgen wel?'

Ronald de Leeuw grijnsde.

'Het was klote. Heel anders dan ik mij had voorgesteld. In die bank stond ik te trillen op mijn poten. Ik had nooit een blaffer in mijn handen gehad.'

De jongeman kneep zijn ogen even dicht.

'Toen die ouwe vent niet bleef liggen en voor de tweede keer naar mij toe kwam, toen heb ik…'

De Cock onderbrak hem. Hij wilde een nader verhoor door Harold Buijs niet beïnvloeden.

'Hoe kwam je aan die revolver?'

'Geleend.'

'Wanneer?'

'Vanmorgen.'

'Van wie?'

Ronald de Leeuw schudde zijn hoofd.

'Dat zeg ik niet.'

De Cock drong niet verder aan.

'Wist degene van wie je die revolver leende, dat je daarmee een bankoverval zou plegen?'

'Ik heb het hem niet gezegd.'

De Cock grijnsde.

'Hij gaf die blaffer zomaar aan je mee?'

vroeg hij vol ongeloof.

'Ik zei, dat ik hem voor veel geld kon verkopen.'

De Cock maakte een gebaar van vertwijfeling.

'Wat had je… vanmorgen… dat je besloot om een gewapende overval te plegen? Had je de pest in? Was je ziek, misselijk, had je geldgebrek?'

Ronald de Leeuw grinnikte vreugdeloos.

'Dat is chronisch.'

De Cock zuchtte.

'Oké. Maar je had toch weer een auto kunnen openbreken of een winkeldiefstal kunnen plegen… zoals je gewend was… waarom ineens zoiets groots… een bankoverval met een kanon in je hand?'

Ronald de Leeuw antwoordde niet. Hij liet zijn hoofd zakken. Zijn donkerblonde haren vielen als een gordijn voor zijn gezicht.

Het zwijgen ergerde De Cock. Hij tastte door de haren heen naar de kin van de jongeman en drukte die krachtig omhoog.

'Waarom?' herhaalde hij dwingender.

Ronald de Leeuw slikte. Zijn sterk geprononceerde adamsappel wipte op en neer.

'Ik wilde gepakt worden… voorgoed. Bij een autokraak of een winkeldiefstal sta ik binnen een uur weer op straat… zonder wat. Begrijpt u, dan gebeurt er niets met je… dan blijf je die naar dope hijgende junk… moet je opnieuw gaan scoren.'

De jongeman bracht zijn beide handen omhoog en tikte met de toppen van zijn vingers tegen zijn voorhoofd.

'Ik wil dat het hier vanboven weer helder wordt… dat ik weet en besef waarom ze het heeft gedaan.'

De Cock boog zich iets naar hem toe.

'Wie heeft gedaan… wat?'

'Mijn moeder.'

De Cock kneep zijn ogen halfdicht.

'Wat… wat is er met je moeder?'

Ronald de Leeuw keek naar hem op. Zijn lichtgrijze ogen glansden koortsig.

'Zij heeft mijn vader vermoord.'

De beide rechercheurs verlieten het politiebureau aan de Flierbosdreef, stapten in hun Golf en reden weg. Zwijgend, maar vol van gedachten. Via de Bijlmerdreef bereikten ze de Gooiseweg.

Het was er druk. Het intense verkeer ging aan De Cock voorbij. De oude rechercheur zat diep onderuitgezakt met zijn hoedje steunend op de rug van zijn neus en neuriede uiterst vals een oud sinterklaaslied. Vledder, aan het stuur, staarde nors voor zich uit.

'Het kan helemaal niet,' sprak hij nukkig.

De Cock schoof zijn hoedje terug en keek op.

'Wat niet?'

'Dat mevrouw De Leeuw haar man heeft vermoord. Ze heeft het beste alibi dat zich laat denken. Ze was bij ons aan de Warmoesstraat.'

De Cock reageerde niet direct. Hij maakte zijn autogordel iets losser en drukte zich omhoog.

'Laten we het verhaal van Ronald de Leeuw eens analyseren,' formuleerde hij voorzichtig. 'Na een nacht in een tochtig kraakpand te hebben geslapen, sjokte hij vanmorgen al vroeg naar de hal van het Centraal Station om daar zijn verstijfde botten te warmen. Naast de vette kop van een ochtendblad over nieuwe bezuinigingen, las hij dat zijn vader op de Kalkmarkt werd vermoord.'

Vledder grijnsde.

'Zijn onmiddellijke gedachte… dat heeft dat wijf gedaan.'

De Cock knikte instemmend.

'Precies. Ronald pakte de telefoon, belde zijn moeder vanuit de stationshal op en beschuldigde haar rechtstreeks van moord op haar man.'

Vledder grinnikte.

'Moeder De Leeuw verbrak de verbinding. Ook bij een tweede poging van haar zoon Ronald weigerde ze om met hem te praten.'

De jonge rechercheur keek op.

'Begrijpelijk. Dat zou ik ook hebben gedaan.'

De Cock negeerde de opmerking. 'Die jongen was er kapot van. Hij ging met de metro naar een vriend in de Bijlmermeer, leende van hem een revolver en pleegde een stuntelige overval op een filiaal van de IJsselsteinse Bank.'

Vledder grijnsde.

'Waarbij wel een man werd gedood.'

De Cock perste zijn lippen opeen.

'Dat bagatelliseer ik niet,' riep hij veel feller dan in zijn bedoeling lag. 'Het is verschrikkelijk wat daar gebeurde. Maar dat is een zaak van Flierbosdreef en later van de rechter. De vraag… voor ons van belang… waarom… waarom was en is Ronald de Leeuw er nog steeds van overtuigd, dat zijn moeder de moord op zijn vader heeft gepleegd?'

De jonge rechercheur schudde geërgerd zijn hoofd.

'Laten we er toch over ophouden,' antwoordde hij geëmotioneerd. 'Het is een waandenkbeeld van een verziekt brein. Die jongen is ernstig verslaafd… zijn hersenen functioneren niet meer. Hij weet niet wat hij zegt.'

'Zijn moeder had een verhouding.'

Vledder zuchtte.

'Zeker,' sprak hij vermoeid. 'Mevrouw De Leeuw heeft volgens Ronald de Leeuw al jaren een verhouding met ene Lodewijk van Weegen, een jeugdvriend van haar man. So what? Als al dat buitenechtelijk geknutsel tot moord zou leiden, dan kon men de gevangenen in de Bijlmerbajes wel gaan stapelen.'

De jonge rechercheur zuchtte opnieuw.

'Bovendien… het kan niet. Mevrouw De Leeuw had een sluitend alibi.'

De Cock keek hem van terzijde aan.

'Had ze dat?'

Vledder knikte heftig.

'Ze kwam ongeveer halfelf bij ons de recherchekamer binnenstappen… vertelde haar verhaal… en meldde niet lang na haar vertrek… om even voor elf uur, dat ze haar man dood aan de walkant had gevonden.'

'En verder?'

'Toen dokter Den Koninghe kort voor middernacht het lijk van Adriaan de Leeuw onderzocht, stelde hij dat de dood ruim een uur geleden was ingetreden. Begrijp je… ruim een uur voor middernacht. Toen was mevrouw De Leeuw nog bij ons aan de Warmoesstraat.'

De Cock streek met zijn pink over de rug van zijn neus.

'Waarop baseerde dokter Den Koninghe, onze lijkschouwer, zijn prognose?'

Vledder keek hem verwonderd aan.

'Op de lichaamstemperatuur van het slachtoffer.'

De Cock knikte instemmend.

'Exact. De lichaamstemperatuur, zoals de lijkschouwer die op de Kalkmarkt bij het slachtoffer aantrof. Gezien de weersomstandigheden… de kille regen van dat moment… schatte hij dat het slachtoffer niet langer dan ruim een uur eerder was overleden.'

De oude rechercheur hield de wijsvinger van zijn rechterhand gebarend voor zijn neus.

'Maar als mevrouw De Leeuw haar man vermoordde vóór haar tocht naar ons bureau, en zij hem onmiddellijk na haar daad met één of meer dekens tegen temperatuursinvloeden van buitenaf had beschermd, dan was dokter Den Koninghe tot dezelfde conclusie gekomen… ruim een uur.'

Vledder keek hem verschrikt aan.

'Terwijl het slachtoffer toch al geruime tijd langer dood was.'

De Cock knikte.

'De mogelijkheid bestaat, dat mevrouw De Leeuw de daling van de lichaamstemperatuur van haar vermoorde echtgenoot heeft beïnvloed… vertraagd… waardoor dokter Den Koninghe tot een verkeerde prognose kwam.’

Vledder keek zijn oude collega bewonderend aan.

'Aan die mogelijkheid heb ik geen moment gedacht,' reageerde hij schuchter.

De oude rechercheur spreidde zijn beide handen.

'Dat schijnbaar onaantastbare alibi van mevrouw De Leeuw is niet waterdicht.'

Загрузка...