Traag en met sombere gezichten slenterden de rechercheurs van de Kalkmarkt terug naar hun wagen. Het maanlicht wierp lange schaduwen voor hen uit en bescheen aan de walkant een eenzame rat, scharrelend tegen het decor van een oude zolderschuit.
Ze stapten in en Vledder reed de Golf van de Binnenkant weg. De jonge rechercheur perste zijn lippen opeen en klapte met zijn vuist op de rand van het stuur.
'Dat kan niet,' gromde hij. 'Het behandeldossier van die Hannelore de Brunetière moet er zijn. Mevrouw De Leeuw liegt als ze zegt dat die vrouw uit Huizen nooit bij haar man in behandeling is geweest.'
De Cock schudde bestraffend zijn hoofd.
'Je-trekt te snel conclusies.'
Vledder keek hem van terzijde aan.
'Geloof jij Melanie de Vries dan niet?' vroeg hij opgewonden. 'Zij heeft met die Hannelore de Brunetière bij psychiater De Leeuw in de wachtkamer gezeten… een paar maal wel. Hannelore heeft haar verteld, dat zij leed aan angstbeelden uit haar jeugd. Zo'n verhaal zuig je niet zomaar uit je duim.'
De Cock knikte traag.
'Ik geloof haar,' reageerde hij kalm. 'Ze maakte op mij een betrouwbare indruk. Bovendien was ze in het bezit van haar adres.'
Vledder maakte een wild gebaar.
'Hoe kan mevrouw De Leeuw dan zeggen,' brieste hij, 'dat Hannelore de Brunetière geen patiënt van haar man was?'
Zonder op antwoord te wachten ging de jonge rechercheur verder.
'Herinner jij je nog wat ze ons vertelde op de avond van de moord op de psychiater? Op basis van de aantekeningen van haar man, hield zij de dossiers van de patiënten bij.'
Vledder tikte met een kromme wijsvinger tegen de zijkant van zijn hoofd.
'Dat ben ik nog niet vergeten.'
De Cock schudde zijn hoofd.
'Ik ook niet,' sprak hij rustig.
Vledder snoof.
'Ik zeg nog eens… ze liegt… ze liegt net zoals ze loog toen ze zei, dat haar man nooit ministers in behandeling heeft gehad.'
De Cock gniffelde. De agitatie van zijn jonge collega amuseerde hem kostelijk.
'Dat laatste kan ik billijken,' reageerde hij kalm. 'Het is zelfs heel goed mogelijk, dat mevrouw De Leeuw op het moment dat jij haar over de ministers belde, al opdracht van de BeeVeeDee had gekregen om over die patiënten te zwijgen, of simpel te ontkennen dat die ministers ooit patiënt van haar man waren.'
Vledder draaide zich met een ruk naar hem toe.
'En Hannelore de Brunetière?' vroeg hij uitdagend.
De Cock antwoordde niet direct. Hij kwam iets overeind en wees rechts voor zich uit.
'Zet de wagen,' gebood hij vriendelijk, 'eens even op de parkeerplaats tegenover het scheepvaarthuis.'
'Waarom?'
'Ik wil die nieuwe ontwikkelingen van vanavond even rustig met je bepraten. Ik kijk nu voortdurend schuin achter tegen je nek.'
Vledder bromde een verwensing.
'Ik parkeer daar niet graag. Het doet mij denken aan dat lijk dat wij daar vonden met een afgesneden penis.'
De Cock wuifde de opmerking weg.
'Doe nu maar wat ik je zeg.'
Vledder reed rechts de parkeerplaats op, zocht een vrije plek en bracht de wagen tot stilstand. Toen de jonge rechercheur de motor had afgezet, draaide hij zich half om en bracht zijn handen als verlengschelpen bij zijn oren.
'Ik luister.'
De Cock negeerde de spot.
'Psychiater De Leeuw,' opende hij voorzichtig, 'werd niet voor niets vermoord. Ik bedoel: er is ergens een motief. Er zijn uiteraard talloze motieven te bedenken, maar gevoelsmatig ga ik ervan uit, dat het motief voor de moord verband houdt met zijn praktijk… zijn praktijk als psychiater. Smalle Lowietje had vanavond gelijk toen hij de psychiater van nu vergeleek met de vertrouwde biechtvader van vroeger. De biechtvader was streng gehouden aan zijn biechtgeheim en dat bracht hem als priester dikwijls in gewetensproblemen. Ik denk dat menig psychiater van nu dezelfde problemen kent. De vraag is: hoe ging psychiater De Leeuw met die problemen om? Noteerde hij alles… of vond hij het raadzaam om bepaalde geheimen die hem ter ore kwamen, niet aan het papier toe te vertrouwen.'
Vledder knikte begrijpend.
'Je wilt zeggen,' formuleerde hij, 'dat Hannelore de Brunetière wel degelijk tot de patiënten van de psychiater kan hebben behoord, maar dat hij van haar behandeling geen aantekeningen heeft gemaakt.'
De Cock gebaarde voor zich uit.
'Dat kan volgens mij een verklaring zijn voor het feit, dat mevrouw De Leeuw Hannelore de Brunetière niet als een patiënte van haar man kent.'
Vledder knikte opnieuw.
'Mevrouw De Leeuw bouwde het patiëntenbestand op uit de aantekeningen die zij van haar man kreeg.'
De Cock grijnsde.
'Precies. Kreeg zij geen aantekeningen, dan wist zij ook van het bestaan van de patiënt niet af. Je moet daarbij nog bedenken, dat er bij die twee ook geen sprake was van enige harmonie in hun huwelijk. Ik vermoed niet dat psychiater De Leeuw in de privésfeer met zijn echtgenote over zijn patiënten sprak.'
Vledder trok een denkrimpel in zijn voorhoofd.
'De vraag die dan opdoemt is: waarom week psychiater De Leeuw ten aanzien van zijn patiënte Hannelore de Brunetière van zijn gebruikelijke methodiek af… waarom maakte hij van haar trauma's, haar angstbeelden, geen aantekeningen?'
De Cock wuifde glunderend naar het stuur van de Golf.
'Van mij mag je nu teruggaan naar de kit. Dit is de eerste verstandige opmerking die ik vanavond van je hoor.'
Toen de twee rechercheurs de hal van het politiebureau aan de Warmoesstraat binnenstapten, liep Jan Kusters met een kop dampende koffie in zijn rechterhand vanuit de kantine op hen toe.
'Ik wilde haar net een kop koffie gaan brengen.'
De Cock keek hem niet-begrijpend aan.
'Wie?'
De wachtcommandant gebaarde met zijn vrije hand omhoog.
'Een vrouw, die boven al meer dan een uur op jou zit te wachten.'
De Cock trok een vies gezicht.
'Wat voor een vrouw?'
De wachtcommandant grinnikte.
'Ze heet Kusters… Lilian Kusters, maar ze is geen familie van me.'
De Cock blikte op zijn horloge.
'Het is al bijna half twaalf,' reageerde hij geprikkeld. 'Wat wil dat mens nog?'
De wachtcommandant trok een verongelijkt gezicht.
'Ik vertrouwde erop, dat jullie nog even langs de kit zouden komen voor jullie naar huis gingen. Anders had ik haar wel weggestuurd.'
De Cock liet zijn hoofd zakken. Hij strekte zijn rechterhand naar Jan Kusters uit.
'Geef mij de koffie maar mee. Ik geef het haar wel… namens een barmhartige wachtcommandant.'
Lilian Kusters zette de koffie op de rand van het bureau van De Cock. Daarna deed ze haar beige mantel uit, vouwde die zorgvuldig op en nam plaats.
Het gezicht van de oude rechercheur stond somber. De loomheid zakte in zijn botten. Hij had graag naar huis gewild, naar de warme chocolademelk uit de magnetron. Met een vermoeid gebaar zeilde hij zijn oude hoedje missend naar de kapstok. Met zijn regenjas nog aan liet hij zich in zijn bureaustoel zakken.
'Hoe later op de avond,' verzuchtte hij, 'hoe schoner volk.'
Lilian Kusters negeerde de opmerking.
'U bent een bezet man,' opende ze vriendelijk. 'Vanaf vanmorgen tien uur probeer ik al met u in contact te komen.'
De Cock veinsde verbazing.
'Al vanaf tien uur?'
Lilian Kusters knikte.
'Ik las vanmorgen in de krant, dat psychiater De Leeuw op de Kalkmarkt was vermoord. Ik heb het hoofdbureau van politie gebeld en gevraagd wie die moord in behandeling had. Het hoofdbureau verwees mij naar de Warmoesstraat en aan de Warmoesstraat verwees men mij naar u, maar u was er nooit.'
'De vis wordt op zee gevangen.'
Lilian Kusters keek de grijze speurder verwonderd aan.
'U bedoelt?'
De Cock schonk haar een moede glimlach.
'Bij de recherche een oude wijsheid. Om een moord op te lossen moet men op pad.'
'Hebt u al resultaten geboekt?'
De Cock antwoordde niet. De grijze speurder werd altijd wantrouwend wanneer een wildvreemde hem naar resultaten vroeg. Hij wees ontwijkend naar het randje van zijn bureau.
'Laat uw koffie niet koud worden.'
Terwijl de vrouw met kleine teugjes dronk, keek de oude rechercheur haar scherp onderzoekend aan. Hij schatte haar op begin dertig. Ze had een lief, rond, door de zon gebruind gelaat. Alleen haar lippen waren iets aangezet in ceriserood. Verder had ze geen make-up. In verhouding tot haar gezicht was haar neus iets te klein en te smal. Haar lichtblauwe ogen kleurden goed bij haar kortgeknipte blonde ponykapsel.
Toen de vrouw het lege kopje op de schotel terugzette, vroeg hij overbodig: 'U bent Lilian Kusters?'
De vrouw knikte.
'Mijn eigennaam is Gottlieb… Lilian Gottlieb. Ik was met Kusters getrouwd… Henri-Martin Kusters, de stomste zet van mijn leven.'
De Cock glimlachte.
'Ik concludeer hieruit dat u bent gescheiden?'
Lilian Kusters knikte opnieuw.
'Eerst heeft hij al mijn geld opgemaakt en daarna bedroog hij mij met een ander. Toen heb ik gezegd: nou is het genoeg. Je zoekt je vertier maar elders. Ik heb geen zin om steeds…'
Om aan een lange uiteenzetting over huwelijksperikelen te ontkomen, onderbrak De Cock haar abrupt.
'Waar woont u?'
Lilian Kusters duimde over haar schouder.
'Hier in Amsterdam. Ik heb een flatje in de Sint-Pietershalsteeg.'
Ze boog zich vertrouwelijk naar voren.
'Werd die psychiater met een nekschot afgemaakt?'
De Cock antwoordde niet. Hij plukte aan het puntje van zijn neus.
'Vanwaar uw interesse in de moord op psychiater De Leeuw?'
Lilian Kusters verschoof iets op haar stoel.
'Hannelore de Brunetière was mijn zuster.'
De Cock trok een denkrimpel in zijn voorhoofd.
'De jonge vrouw die in Huizen werd vermoord, was uw zuster?'
In zijn stem trilde verwondering, vermengd met achterdocht.
Lilian Kusters zuchtte.
'Mijn jongste zuster. Ze was amper vijfentwintig jaar toen die vuile schoft meende, dat zij niet langer mocht leven.'
De Cock luisterde naar de formulering, maar haakte daar niet onmiddellijk op in.
'Dat verklaart,' sprak hij uiterst beminnelijk, 'nog geenszins uw interesse in de moord op psychiater De Leeuw.'
Lilian Kusters keek hem strak aan.
'Zij was bij hem in behandeling.'
De Cock gebaarde in haar richting.
'Heeft uw zuster Hannelore u dat verteld?'
Lilian Kusters schudde haar hoofd.
'Ik had al jaren geen contact meer met Hannelore. Toen zij met die… eh, die Jean-Pierre de Brunetière in het huwelijk trad, heeft ze op zijn aanraden alle familiebanden subiet verbroken. Alleen Mariska kwam nog wel eens bij haar.'
'Wie is Mariska?'
Lilian Kusters schonk hem een wrange glimlach.
'Mijn op een na jongste zuster. Ze woont in Antwerpen en is met ene Gaston Montperlier getrouwd. Een schatrijke diamantair… te rijk om mij als zijn schoonzuster te accepteren.'
De Cock verborg een glimlach achter zijn hand.
'Ik begrijp uit uw woorden, dat u ook met haar geen contact meer hebt?'
'Dat klopt.'
De Cock strekte zijn wijsvinger naar haar uit.
'Van wie wist u dan dat Hannelore bij psychiater De Leeuw in behandeling was?'
'Jean-Pierre heeft mij dat verteld.'
'Wanneer?'
'Gisteren.'
De Cock fronste zijn wenkbrauwen.
'Gisteren?' herhaalde hij verbaasd. 'Hannelore de Brunetière werd toch al een paar dagen geleden in Huizen vermoord?'
Lilian Kusters knikte.
'Het is nu al meer dan een week geleden, dat men haar met een nekschot bij een oude boerderij vond.'
De Cock keek haar verward aan.
'En eerst gisteren hoorde u dat Hannelore voor haar dood in behandeling was bij psychiater De Leeuw?'
Lilian Kusters gebaarde met haar beide handen.
'Ik wist het niet,' riep ze geëmotioneerd. 'Ik wist niet dat ze dood was, dat iemand haar had vermoord. Jean-Pierre heeft niet de moeite genomen om mij in te lichten. Ik ben er door puur toeval achtergekomen.'
'Hoe?'
Lilian Kusters zuchtte diep.
'Ik was een paar dagen naar Tenerife geweest om wat bij te kleuren. Ik doe dat altijd in het najaar. Er lag bij mijn thuiskomst naast wat post ook een stapel kranten op de deurmat. Die heb ik een dag later op mijn gemak eens doorgebladerd. In een van die kranten las ik dat de jonge vrouw die in Huizen het slachtoffer van een moord was geworden, onder geringe belangstelling was begraven.'
De Cock keek haar onderzoekend aan.
'Stond er een naam bij dat bericht?'
'Nee.'
'Initialen?'
'Ook niet.'
'En?'
Lilian Kusters plukte aan haar ponyhaar.
'Ik overwoog,' sprak ze zacht, 'dat het slachtoffer wel eens mijn zuster Hannelore kon zijn.'
De Cock boog zich iets naar haar toe.
'Intuïtie?'
Lilian Kusters snoof.
'U mag het noemen hoe u wilt,' reageerde ze plotseling fel. 'Het bericht greep mij naar de keel. Ik kon dat gevoel niet loslaten. Ik heb toen het telefoonnummer van die… eh, die Jean-Pierre de Brunetière opgevraagd en hem gebeld. Toen hoorde ik het drama.'
'Wat was uw reactie?'
Het ronde gezicht van Lilian Kusters kleurde rood.
'Ik heb hem eerst zijn huid vol gescholden… gezegd dat hij nooit goed voor Hannelore had gezorgd, dat hij…'
De Cock onderbrak haar opnieuw.
'Had Hannelore zich daarover wel eens bij u beklaagd?'
'Nee.'
'Hoe… eh, hoe wist u dat dan? U had al jaren geen contact meer met haar.'
Lilian Kusters tikte met de toppen van haar vingers tegen haar borst.
'Dat voel je.'
De Cock knikte traag.
'Intuïtie,' sprak hij gelaten.
In zijn stem sloop een licht sarcasme.
De ogen van Lilian Kusters schoten vuur.
'Hannelore was niet zomaar een wildvreemde vrouw met wie ik geen enkele binding had. Ze was mijn zuster!'
De Cock negeerde de opmerking.
'Jean-Pierre vertelde u,' stelde hij kalm vast, 'dat Hannelore voor haar dood in behandeling was bij psychiater De Leeuw.' 'Ja.'
'Vertelde hij u ook wat haar klachten waren?'
Lilian Kusters grinnikte vreugdeloos.
'Hij sprak over haar geestelijke labiliteit.'
Het klonk smalend.
'Toen ik hem zei dat hij daar zelf schuld aan had, verbrak hij de verbinding.'
'Hebt u toen opnieuw contact met hem gezocht?'
Lilian Kusters reageerde furieus. In haar agitatie sloeg ze met haar arm het kopje van de rand van het bureau. Het viel naast het schoteltje kletterend in scherven.
'Ik was woest,' schreeuwde ze wild. 'Die schoft liet mij niet uitpraten. Ik ben in mijn autootje gestapt en ben naar Huizen gereden.'
'Naar Jean-Pierre?'
Lilian Kusters schudde haar hoofd.
'Naar de politie. Ik heb uitgelegd wie ik was. Ik heb hen gevraagd of zij de moordenaar van mijn zuster al hadden gevonden.'
Ze snoof verachtelijk.
'Ze zeiden mij dat ze nog geen resultaten hadden geboekt, maar dat het onderzoek nog in volle gang was. Ik heb hen toen gezegd dat ze niet verder behoefden te zoeken.'
De Cock keek haar verwonderd aan.
'Waarom niet?'
Lilian Kusters kneep haar lippen op elkaar.
'Ik weet wie haar heeft vermoord.'
De Cock liet zich in zijn stoel achteroverzakken en vouwde zijn handen. De oude rechercheur doorgrondde haar denkpatroon.
'Jean-Pierre de Brunetière?' vroeg hij rustig.
'Exact.'
De Cock knikte begrijpend.
'En vanmorgen las u in de krant van de moord op psychiater De Leeuw?'
Lilian Kusters keek naar hem op. Haar gezicht stond strak.
'Moet ik u nog zeggen,' siste ze, 'wie voor die moord verantwoordelijk is?'
De Cock keek haar onbewogen aan.
'Jean-Pierre de Brunetière?'
'Exact.'
'Waarom? Ik bedoel: wat was zijn motief?'
Lilian Kusters strekte haar rechterarm naar hem uit.
'Psychiater De Leeuw wist door wie en waarom Hannelore werd vermoord. Hannelore had hem dat tijdens haar behandeling tevoren reeds verteld.'
De Cock reageerde niet direct. Secondenlang keek hij haar onderzoekend aan, registreerde elke expressie op haar rond gelaat.
'Intuïtie?'
Lilian Küsters schudde haar hoofd.
'Verstand… een koel, klaar en nuchter vrouwenverstand.'