Toen De Cock de volgende morgen meer dan anderhalf uur te laat en met een nog zacht gonzend hoofd van de verrukkelijke Château Camensac de grote recherchekamer binnenstapte, draaide Vledder zijn bureaustoel om en keek bestraffend naar hem op.
’Ik dacht,’ riep hij bezorgd, ’dat je vandaag helemaal niet meer kwam. Ik heb net jouw vrouw gebeld. Ze zei dat jij je roes had uitgeslapen, maar nu toch onderweg was.’
De Cock keek hem geschrokken aan.
’Roes uitslapen… zei ze dat?’ vroeg hij ongelovig.
Vledder knikte.
’Volgens je vrouw ben je gisteravond lichtjes aangeschoten thuisgekomen.’
De Cock smeet zijn hoedje missend naar de kapstok.
’Onzin. Ik was nog goed ter been, had geen waggelende gang en sprak geen wartaal.’
Vledder schudde zijn hoofd.
’Ze zei niet dat je dronken was… teut… bezopen… maar ietwat tipsy.’
De Cock keek zijn jonge collega schattend aan.
’Vanwaar jouw ongerustheid over mijn wegblijven,’ riep hij verbolgen. ’Is er wat?’
Vledder knikte met een ernstig gezicht.
’Commissaris Buitendam was hier om negen uur. Vermoedelijk was hij er al eerder. Hij was razend… liep te ijsberen door de kamer. Je moet onmiddellijk bij hem komen.’
De Cock grijnsde.
’Onmiddellijk duurt bij mij wat langer.’
De oude rechercheur deed zijn regenjas uit, raapte zijn hoedje van de vloer en sjokte naar zijn bureau.
Vledder volgde hem met zijn blik.
’Zo laat ben je nooit,’ begon hij opnieuw. ’Mag ik dan ongerust worden?’
De Cock wuifde het onderwerp weg en liet zich in zijn stoel zakken.
’Hoe ben jij gisteravond gevaren?’ vroeg hij zakelijk. Vledder glimlachte.
’Mariandel von Liechtenstein was heel aardig. Ze kletste ongedwongen over haar relatie met Matthias. Ze schonk zelfs een aperitiefje voor me in. Ik voelde me best op mijn gemak bij haar.’
De Cock toonde verbazing.
’Ik dacht dat jij haar niet mocht.’
Vledder knikte.
’Dat was ook zo, maar ik heb gisteravond toch een ander beeld van haar gekregen. Ze mist haar Matthias heel erg.’ De jonge rechercheur zuchtte omstandig.
’Het lijkt mij als man heerlijk om door zo’n verrukkelijke vrouw zo intens te worden bemind.’
De Cock beluisterde de hemelse toon, keek zijn jonge collega nadenkend aan en krabde zich achter in zijn nek.
’Gaat ze naar Hilversum?’
Vledder knikte nadrukkelijk.
’Vanmorgen. Ik heb haar aangeraden om zo rond de klok van tien uur op het politiebureau te zijn.’
’Kent ze commissaris Kauwenaar?’
Vledder schudde zijn hoofd.
’Ze wist dat haar Matthias wel eens contact met hem had. Commissaris Kauwenaar was een oude vriend van Matthias, nog vanuit de middelbare schooltijd. Zelf heeft ze hem nooit ontmoet.’
’Heb jij haar goed geïnstrueerd?’
Vledder knikte.
’Toen ik haar vertelde dat jij wist welk aandeel haar Matthias had bij de moorden op die drie vrouwen, raakte ze bijna in paniek. Ze kon zich niet voorstellen dat Matthias bij moorden op vrouwen betrokken kon zijn. Het leek haar onmogelijk. Matthias was in haar ogen zo zachtaardig… zo zonder enige agressie, dat van geweld geen sprake kon zijn.’
De Cock gniffelde.
’Je hebt je gisteravond aardig laten omturnen. Je bent zeker vergeten dat Mariandel von Liechtenstein diezelfde Matthias bij ons een paar maal als een wurger heeft gepresenteerd.’ Vledder boog beschaamd zijn hoofd.
’Je hebt gelijk,’ sprak hij verslagen. ’Daar heb ik gisteravond in het geheel niet aan gedacht.’
De jonge rechercheur zweeg een tijdje.
’Matthias,’ vroeg hij timide, ’weet je al meer van zijn aandeel?’ De Cock schudde zijn hoofd.
’Ik heb alleen een vermoeden.’
Vledder fronste zijn wenkbrauwen.
’Waar was jij gisteravond… waar heb je dat roesje opgelopen?’ De Cock glimlachte.
’Bij Peter Karstens.’
Vledder trok een vies gezicht.
’Die vriend van jou… die vreemde kunstenmaker op de Noordermarkt?’
De Cock zwaaide afwerend.
’Peter Karstens is geen kun-sten-maker, maar een begenadigd kunstenaar.’
Vledder snoof.
’Een gore vervalser.’
De Cock schudde zijn hoofd.
’Geen vervalser,’ verbeterde hij geduldig, ’maar een imitator. Wanneer hem dat vriendelijk wordt gevraagd en de geldelijke beloning voldoende is om er een leuke partij goede haut-médocs of bourgognes van de kopen, imiteert hij het werk en de stijl van andere kunstenaars… uit welk tijdperk dan ook. En dat doet Peter Karstens op een voortreffelijke en zeer kunstzinnige wijze. Ik heb thuis boven het dressoir een Monet van hem hangen die ik voor geen origineel zou willen ruilen.’
Vledder lachte smalend. Na een kleine inzinking kreeg hij zijn bravoure terug.
’Een echte Monet kost een vermogen. Dat doek van jou is niets waard.’
De Cock tikte met zijn wijsvinger tegen zijn borst.
’Voor mij wel. Ik heb heel veel reproducties van dat schilderij gezien, maar het doek van mij is het mooiste.’
Vledder keek hem niet-begrijpend aan.
’Wat heeft de vervalser Peter Karstens met onze zaak te maken?’ De Cock gebaarde in zijn richting.
’Denk daar maar eens over na.’
’Denken… moet dat?’
De Cock knikte nadrukkelijk.
’Pijnig je hersens maar eens,’ sprak hij bestraffend. ’Ik leg je niet alles uit. Peter Karstens heeft het afgelopen jaar een fraaie verzameling Franse impressionisten en Oudhollandse meesters her-schapen, zoals hij dat noemt. En zijn opdrachtgever daartoe was ene Le Roi Lumière.’
De mond van Vledder viel halfopen.
’Le Roi Lumière… wie is dat… zijn we die wel eens tegengekomen?’
De Cock glimlachte.
’Vast wel.’
Commissaris Buitendam, de lange statige politiechef van het bureau Warmoesstraat, keek de grijze speurder schattend aan… peilde zijn stemming. Na een pauze van enkele seconden wuifde hij met een slanke hand.
’Ga zitten, De Cock,’ sprak hij geaffecteerd.
De oude rechercheur schudde zijn hoofd.
’Ik blijf staan,’ reageerde hij nukkig.
Buitendam maakte een berustend gebaar.
’Zoals je wilt.’ Hij zweeg even om indruk te maken en strekte zijn rug. ’Ik neem aan,’ sprak hij zalvend, ’dat je bereid bent om je excuus aan te bieden.’
De Cock grinnikte.
’Aan wie en waarvoor?’
Buitendam gebaarde voor zich uit.
’Aan commissaris Kauwenaar, voor jouw gedrag gistermorgen in Hilversum.’
De commissaris schudde zijn hoofd.
’Het is toch onaanvaardbaar, zelfs onduldbaar om zonder enige aankondiging vooraf een commissaris van politie een streng verhoor af te nemen. Kauwenaar was uiterst ontstemd.’ De Cock lachte.
’Als iemand redenen had om ontstemd te zijn, dan was ik het. Commissaris Kauwenaar verstopt een belangrijke getuige voor mij en weigert mij de plek te noemen waar ik hem kan vinden. Dat is onaanvaardbaar. Hij belemmerde mij in mijn onderzoek.’
Buitendam gebaarde heftig.
’Daar zal commissaris Kauwenaar een gegronde reden voor hebben gehad.’
De Cock schudde zijn hoofd.
’Die had en heeft hij niet. Kauwenaar beschermt een vriend van hem uit het verleden… een vriend die vermoedelijk betrokken is bij de moorden op de drie vrouwen aan de Binnenkant.’ Buitendam snoof.
’Onmogelijk.’
De Cock boog zich iets voorover.
’Onmogelijk,’ herhaalde hij snerpend. ’Ik heb zelfs een sterk vermoeden dat commissaris Kauwenaar het motief van die moorden kent.’
’Niet waar.’
De Cock gebaarde naar de telefoon.
’Ik raad u aan hem even te bellen met de vraag of de heer Kauwenaar mij dat motief even wil openbaren… en wel onmiddellijk.’
Buitendam stond op. Hij zag rood tot diep in zijn nek en zijn neusvleugels trilden. Bevend wees hij naar de deur.
’Eruit.’
De Cock ging.
Toen De Cock in de grote recherchekamer terugkwam, keek Vledder hem onderzoekend aan.
’Was het weer zover?’
De Cock knikte.
’Hij was woest en stuurde mij zijn kamer af.’
’Wat wilde hij van je?’
De Cock gniffelde.
’Dat ik commissaris Kauwenaar in Hilversum mijn excuses aanbood voor mijn onbehoorlijk en onaanvaardbaar gedrag van gistermorgen.’
’Excuses?’
’Ja.’
’En?’
De Cock schudde zijn hoofd.
’Ik zie geen reden voor excuses. Mijn gedrag was niet onbehoorlijk en wat ik deed was in het belang van het onderzoek.’
’En nu?’
De Cock trok zijn schouders op.
’Buitendam zoekt het maar uit.’
De oude rechercheur zweeg even.
’Het is feitelijk te gek voor woorden,’ ging hij verbolgen verder. ’In ons district worden drie jonge vrouwen vermoord… moorden die nog onopgelost zijn. Onze commissaris praat daar niet over… informeert niet eens naar de stand van ons onderzoek. Nee, een collega-commissaris, een kopie van Buitendam, voelt zich in zijn wiek geschoten en dat heeft dan al zijn interesse… daarvoor moet ik bij hem op het matje komen.’ De Cock liet zich in zijn stoel zakken.
’Buitendam… een lieve man… maar hij had beter broodbezorger kunnen worden.’
Vledder lachte.
’Laat hij het niet horen… kun je echt je excuses aanbieden.’ Rond de mond van de grijze speurder dartelde een glimlach. ’Dat zou ik dan deemoedig doen.’
Vledder lachte.
’Ik zie het voor me. Jij met gebogen hoofd, een trek van onderdanigheid op je gezicht en…’
De jonge rechercheur stokte.
Mariandel von Liechtenstein kwam de grote recherchekamer binnenstappen. Ze liep op De Cock toe, omhelsde hem en gaf hem en zoen op beide wangen. Daarna ging ze schuifelend op de stoel naast zijn bureau zitten.
’Ik heb hem.’
’Wie?’
Mariandel von Liechtenstein wuifde.
’Matthias. Hij ligt in ons bed, slaapt en snurkt als een os.’ Op haar gezicht kwam een glans van vertedering.
’Een heerlijk gezicht… een heerlijk gehoor. Ik heb het zo lang moeten missen.’
De Cock keek haar onderzoekend aan.
’Gaf commissaris Kauwenaar,’ vroeg hij ongelovig, ’zomaar zijn medewerking?’
Mariandel von Liechtenstein schudde haar hoofd.
’Niet zomaar. In het begin zei hij dat hij geen Matthias von Ravensburg kende, dat hij niet begreep wat ik van hem, de commissaris, verlangde. Eerst toen ik hem vertelde dat u mij had aangeraden om me met hem in verbinding te stellen, werd hij soepeler.’
De Cock knikte begrijpend.
’Hebt u commissaris Kauwenaar ook gezegd dat ik het aandeel van Matthias kende in de wurgmoorden op de vrouwen aan de Binnenkant?’
Mariandel von Liechtenstein knikte.
’Ik geloof dat die mededeling de doorslag gaf. Hij werd plotseling heel galant en vriendelijk. Ik zal u naar Matthias brengen, zei hij.’
’En dat heeft hij gedaan?’
Mariandel von Liechtenstein knikte opnieuw.
’Hij bracht mij met zijn wagen naar zijn villa aan de Oud Blaricummerweg in Naarden. Achter die villa is een grote tuin met een kolossaal tuinhuis… een soort opbergplaats voor tuingereedschap.’
’Daar zat Matthias?’
Mariandel von Liechtenstein sloeg haar handen voor haar gezicht.
’Wat zag hij eruit… verschrikkelijk. Matthias had zich al die tijd niet geschoren, had bijna niets gegeten en had nauwelijks geslapen. Toen Matthias mij zag, begon hij te huilen… als een kind… als een groot hulpeloos kind. Hij heeft zeker een half uur in mijn armen gelegen voor hij wat tot bedaren kwam.’ De Cock knikte begrijpend.
’Hoe bent u thuisgekomen?’
Mariandel von Liechtenstein gebaarde.
’Commissaris Kauwenaar heeft een taxi voor ons gebeld. Die heeft ons naar Amsterdam gebracht. Thuis heeft Matthias zich geschoren. Hij heeft wat gegeten en viel toen als een blok in slaap.’
Ze boog zich ver naar De Cock toe. Haar knap, lief gezicht was dichtbij.
’Zonder u,’ sprak ze zwoel, ’had ik hem misschien nooit teruggekregen. Ik ben u hoogst dankbaar.’ Ze schudde haar hoofd. ’Ik laat hem nooit meer gaan.’
De Cock trok zijn gezicht strak.
’Matthias von Ravensburg is mij iets schuldig,’ sprak hij plechtig. ’Een soort ereschuld. Zo voel ik dat. Als hij straks is uitgeslapen, brengt u hem persoonlijk naar mij toe. Geen aarzelingen, geen uitstel, geen uitvluchten. Die duld ik niet. Matthias moet mij zijn verhaal te vertellen… volledig… en voor mij een telefoongesprek voeren met een tekst die ik voor hem zal opstellen. Daarna gaan wij vanavond samen op pad. En als alles goed gaat, krijg je hem terug… om verder de nacht met hem door te brengen.’
Mariandel von Liechtenstein keek hem verschrikt aan. ’En als iets niet goed gaat?’
De Cock maakte een hulpeloos gebaar.
’Als politieman loopt men risico’s.’
’En Matthias?’
De oude rechercheur negeerde de vraag. Hij knikte haar bemoedigend toe.
’Vertrouw op mijn ervaring.’