8

De Cock leidde Mariandel von Liechtenstein de grote recherchekamer in en liet haar op de stoel naast zijn bureau plaatsnemen.

De oude rechercheur wenkte Vledder.

’Haal een glas water voor haar.’

De jonge rechercheur keek hem verward aan.

’Moeten we niet…?’

Hij maakte zijn zin niet af.

De Cock schudde zijn hoofd.

’Lijken lopen niet weg.’

De grijze speurder ging achter zijn bureau zitten en wendde zich tot Mariandel von Liechtenstein.

’Hoe weet u,’ opende hij vriendelijk, ’dat daar in het kraakpand aan de Binnenkant een dode vrouw ligt?’

Voordat Mariandel kon antwoorden, reikte Vledder haar een glas water. Ze pakte het dankbaar aan en nam een paar slokken. Haar tanden tikten tegen het glas.

’Ik heb haar zien liggen,’ antwoordde ze zacht.

’U bent dus dat pand ingegaan?’

Mariandel zette het glas voor zich op het bureau. Haar handen trilden nog, maar er kwam weer wat kleur op haar wangen.

’Ik wil Matthias terug.’

Het klonk bijna smekend.

De Cock fronste zijn wenkbrauwen.

’Matthias heeft zich nog niet met u in verbinding gesteld?’

’Nee.’

’Ook niet telefonisch?’

Mariandel schudde haar hoofd.

’Hij geeft taal noch teken. Ik ben zo bang dat er iets met Matthias is gebeurd. Die gedachte houdt mij de hele dag bezig. U weet niet hoeveel voetstappen ik daar aan de Binnenkant al heb liggen. Ik loop daar maar heen en weer. Die plek trekt mij aan als een magneet. In mijn hart heb ik de zekerheid dat ik Matthias daar nog eens zal treffen.’

Ze zweeg even.

’Als hij nog leeft.’

De Cock boog zich iets naar haar toe.

’Hoe ging dat vanavond. Ik bedoel, hoe vond u die dode vrouw?’

Mariandel ademde diep.

’Ik ben al een paar maal in dat pand de trap opgelopen naar de tweede verdieping. Ik heb aan de deur gevoeld. Die was steeds op slot.’

De Cock keek haar verrast aan.

’Vanavond niet?’

’Ook.’

De Cock toonde verbazing.

’Hoe kwam u dan binnen?’

’Met een sleutel.’

De Cock spreidde zijn handen.

’Dat behoeft wel enige verklaring,’ sprak hij streng. ’Hoe kwam u aan een passende sleutel?’

Mariandel pakte haar glas weer op en nam enige slokken.

’Het feit dat Matthias bij mij weg is gegaan, kan ik niet verkroppen. Het spookt in mijn hoofd. Ik kan het niet vatten. Al dagenlang peins ik mij suf, zoek naar het waarom. Mijn trots zegt me dat hij niet vrijwillig van mij wegblijft. Er moet iets zijn wat hem ervan weerhoudt om terug te keren. Ik kan niet geloven dat hij…’

De Cock onderbrak haar woordenstroom.

’De sleutel,’ sprak hij kort.

Mariandel maakte een verontschuldigend gebaar.

’Ik heb al de kostuums van Matthias doorgesnuffeld, zijn colberts, zijn broekzakken. Niets. Uiteindelijk heb ik met een schroevendraaier zijn afgesloten secretaire opengebroken. In een van de laatjes van die secretaire vond ik een sleutel. Toen ik die zag, wist ik intuïtief dat het de sleutel was van die deur op de tweede etage van het kraakpand.’

’En dat klopte?’

Mariandel knikte traag.

’Precies.’

De Cock keek haar vragend aan.

’Wat dacht u daar te vinden?’

’Matthias, Matthias zelf, of iets wat mij op zijn spoor zou kunnen brengen. Ik moet steeds denken aan wat hij tegen mij zei: Als er iets met mij gebeurt… informeer bij haar.’

De Cock glimlachte.

’Dat was bij Henriëtte de Waal. En Henriëtte de Waal is dood.’ Mariandel knikte heftig.

’Dat weet ik.’ Ze schreeuwde plotseling met een jankende ondertoon. ’U hebt het mij zelf verteld. Maar ik weet waarachtig niet meer wat ik nog moet geloven of niet. Ik ben… eh, ik ben zo…’

De Cock keek haar onbewogen aan.

’U vond een andere dode vrouw.’

Mariandel zuchtte.

’Ik had van huis een zaklantaarn meegenomen,’ sprak ze rustiger. ’Toen ik met de sleutel de deur had opengemaakt, vond ik haar. Ze lag midden in de kamer. Op haar rug. Ik bukte mij over haar heen, scheen in haar gezicht en zag onmiddellijk dat ze dood was.’

De Cock knikte begrijpend.

’Herkende u haar?’

’Hoe bedoelt u?’

’Was die vrouw iemand die u al eens had ontmoet, die u kende?’

’Nee.’

’Hebt u iets geroken?’

Mariandel knikte.

’Een roesje.’

’Een wat?’

’Een roesje, zo noemden we dat vroeger in de verpleging wanneer iemand voor een kleine ingreep met chloroform werd verdoofd.’

’En dat… eh, dat roesje rook u?’

Mariandel knikte weer.

’Die weeïg zoete geur van chloroform herken ik onmiddellijk.’ Ze zweeg. Met grote starende ogen blikte ze langs De Cock heen in het niets. Haar gezicht werd ineens wasbleek. Het was alsof een afschuwelijk beeld terugkwam in haar herinnering. ’Ze had… eh, ze had ook striemen,’ sprak ze toonloos. ’Striemen in haar nek, roodpaarse striemen.’

Mariandel richtte haar blik weer op de oude rechercheur.

’En weet u wat ik op dat moment dacht? Ik wil het u niet verzwijgen.’

De Cock keek haar strak aan.

’Wat dacht u?’

Mariandel slikte.

’Dat… dat is het werk van Matthias.’


Ze liepen via de Lange en de Korte Niezel naar de Stormsteeg en vandaar via de Binnen Bantammerstraat naar de Binnenkant. Het regende niet meer. Zo nu en dan prikte een bleke maan even door een donker wolkendek.

Vledder keek opzij.

’Je houdt Mariandel von Liechtenstein niet vast?’

De Cock schudde zijn hoofd.

’Ik zie geen gronden voor een arrestatie.’

’Je laat haar naar huis brengen?’

De Cock knikte.

’Jan Kusters zou ervoor zorgen.’

’Geloof je haar verhaal?’

De Cock tuitte zijn lippen.

’Het sluit wel aan bij hetgeen Herman Frederiks mij vertelde.’ Vledder schudde zijn hoofd.

’Dat verhaal van die sleutel vind ik vreemd.’

’In welke opzicht?’

Vledder gebaarde.

’Matthias von Ravensburg zei dat hij na het vinden van het lijk van Henriëtte de Waal de deur weer had afgesloten. Mariandel von Liechtenstein zegt geen contact meer met hem te hebben gehad. Had Matthias dan twee sleutels van die deur op de tweede etage?’

’Blijkbaar.’

Vledder snoof.

’En dan nog iets. Jij hebt destijds die deur op de tweede etage met het apparaatje van Handige Henkie opengemaakt. Heb jij, nadat we ons werk hadden gedaan en het lijk van Henriëtte de Waal was afgevoerd, die deur weer met dat apparaatje afgesloten?’

De Cock schudde zijn hoofd.

’Die moeite heb ik niet genomen. Herinner je je nog… volgens ons ambtelijk inzicht was die deur destijds niet afgesloten.’ Vledder bromde.

’Toch is het een mysterie met die sleutels. Henriëtte de Waal had een sleutel. Ik heb die na de gerechtelijke sectie in haar kleding gevonden. Als de dode vrouw die daar nu ligt, ook een sleutel in haar bezit heeft, dan vraag ik mij toch af hoeveel sleutels er van die deur in omloop zijn.’

De Cock ademde diep.

’En ik vraag mij af welke vrouw wij straks in dat krot zullen aantreffen.’

’Hoe denk je binnen te komen? Mariandel zegt… precies zoals haar Matthias… dat ze de deur weer achter zich in het slot heeft gedraaid.’

De Cock glimlachte.

’Ik heb twee mogelijkheden.’

’Twee?’

De Cock knikte.

’Mijn apparaatje en de sleutel die ik van Mariandel heb afgenomen.’

Op de Binnenkant voor nummer 753 bleven ze staan. De Cock nam het pand opnieuw in ogenschouw. De oude rechercheur vroeg zich af wat hem in deze zaak nog te wachten stond. Hij moest zichzelf bekennen dat zijn onderzoeken tot nu toe weinig hadden opgeleverd.

Met een diepe zucht duwde hij de deur open en besteeg de smalle houten trap. Op het portaaltje van de eerste etage bleef hij staan en bezag de mogelijkheden die Dolle Greet had gehad om de ’heer’ die vanaf de tweede etage kwam, waar te nemen. Het was vrijwel nihil. De Cock bedacht dat zij niet veel meer dan een silhouet had gezien.

Na een kleine pauze hees hij zijn negentig kilo omhoog naar de tweede verdieping. Hij wachtte tot Vledder naast hem stond en gaf hem de sleutel die hij van Mariandel had genomen.

’Aan jou de eer om op een volkomen legale wijze een woningdeur te openen.’

Vledder stoorde zich niet aan de spot. Hij nam de sleutel aan en opende de deur. Omzichtig stapte hij naar binnen.

De Cock liet het ovaal van zijn zaklantaarn door het vertrek dwalen. Hij liet het licht rusten op het gezicht van een dode vrouw midden in de kamer. Haar ogen staarden wijd opengesperd naar de zoldering. Haar pupillen reageerden niet. De oude rechercheur hurkte met krakende knieën naast haar neer, snoof nog vluchtig een weeïg zoete lucht en bekeek de striemen in haar hals.

De hete adem van Vledder streek langs zijn nek.

’Het is… het is,’ stamelde hij, ’het is Annette van Dijk.’ De Cock knikte.

’Een tweede moord door dezelfde dader.’


Bram van Wielingen zette zijn aluminiumkoffer naast zich op de vloer en liet zijn zaklantaarn door het vertrek dwalen.

’Is hier geen licht?’ riep hij geïrriteerd.

De Cock schudde zijn hoofd.

’Dit is een kraakpand. Stroom en water zijn al ruim een jaar geleden afgesloten.’

’Wij waren hier toch al meer?’

De Cock knikte.

’Dat was overdag. Toen kwam er nog genoeg licht van buiten het kamertje binnen.’

Bij het licht van zijn zaklantaarn monteerde Bram van Wielingen een flitser op zijn Hasselblad. Hij wees naar de dode vrouw op de vloer.

’Weet je al wie zij is?’

De Cock knikte.

’Haar naam is Annette, Annette van Dijk. Ze woonde op de Herenmarkt samen met de jonge vrouw die wij hier een dag of wat geleden gewurgd aantroffen.’

Bram van Wielingen keek hem vragend aan.

’Ben je al wat verder met je onderzoek?’

De Cock schudde zijn hoofd.

’Ik heb nog nooit zo’n mysterieuze zaak onder handen gehad.’ Bram van Wielingen grinnikte.

’Ik wens je sterkte.’

De fotograaf bracht zijn camera omhoog en flitste in het dode gelaat van Annette van Dijk.

Vledder kwam naast De Cock staan.

’Ik vroeg mij af hoe wij de vorige keer hier een elektrische bel hebben kunnen horen terwijl er geen stroom is.’

’En?’

’Ik heb het gevonden. Een splinternieuwe bel op batterijen. Pas aangelegd. Ook het deurslot is nieuw. Het lijkt of men hier vrij recent een geheim ontmoetingspunt heeft gecreëerd.’ De Cock reageerde niet. Hij ontdekte in de deuropening het silhouet van dokter Den Koninghe met achter hem op het portaal twee broeders van de geneeskundige dienst met een brancard.

De oude rechercheur begroette de kleine lijkschouwer hartelijk en leidde hem in het donker naar de dode vrouw in het midden van het vertrek. Dokter Den Koninghe bukte bij haar neer. De Cock bescheen voor hem de striemen in haar nek.

’Strangulatie,’ opperde hij.

De lijkschouwer kwam na een tijdje knikkend overeind. De Cock beschouwde gelaten de ceremonie die dokter Den Koninghe gewoonlijk opvoerde met bril en pochet.

’Ze is dood,’ sprak hij rustig.

De Cock knikte instemmend.

’Hebt u chloroform geroken?’

De lijkschouwer keek naar hem op.

’Chloroform?’

De Cock glimlachte.

’De vrouw die haar vond, sprak van een ”roesje”. Ze had, zei ze, een roesje waargenomen.’

Dokter Den Koninghe schudde zijn hoofd.

’Ik heb niets geroken. Maar chloroform is zeer vluchtig. De geur verdwijnt snel. Bovendien is mijn reukvermogen niet zo best meer.’

Hij zweeg even. Nadenkend.

’Een roesje,’ ging hij verder. ’Het is mogelijk. Ze is nog niet zo lang dood. Hooguit een paar uur. Ze kan inderdaad een roesje hebben waargenomen.’

Dokter Den Koninghe glimlachte.

’Het hangt ook af van het feit hoe morsig de dader met de chloroform is omgegaan. Als hij of zij veel van dat spul heeft gebruikt, blijft de geur langer hangen.’

De Cock wees naar de dode vrouw op de vloer.

’Ik ga ervan uit dat ze eerst is bedwelmd en daarna gewurgd.’ Dokter Den Koninghe keek hem aan.

’Andersom heeft weinig zin.’

Hij draaide zich om en liep grinnikend weg.

De Cock kneep even zijn beide ogen dicht en lachte toen om zijn eigen domheid.


In een sombere stemming liepen de beide rechercheurs van de Binnenkant weg. Het was weer gaan regenen en De Cock trok de kraag van zijn regenjas omhoog. Hij keek opzij.

’Heb je de deur afgesloten?’

Vledder knikte.

’Met al de sleutels die er naar mijn mening in omloop zijn, heeft het weinig zin. Annette van Dijk had ook een sleutel. Ik vond die toen de broeders haar lijk hadden weggehaald. Hij lag onder haar rug.’

De Cock schoof zijn hoedje naar voren.

’Vertel morgen bij de sectie aan dokter Rusteloos van dat roesje dat Mariandel heeft geroken.’

Vledder knikte.

’Misschien heeft hij ook al de uitslag van het toxicologisch onderzoek inzake de moord op Henriëtte de Waal.’

Ze liepen een tijdje zwijgend voort. Het was Vledder die het zwijgen verbrak.

’Wie nam het initiatief om in dat krot een nieuwe elektrische bel aan te leggen en de deur van een nieuw slot te voorzien?’ De Cock trok zijn schouders iets op.

’Ik schat Henriëtte de Waal. Zij kende de plek door haar omgang met Herman Frederiks.’

Vledder zwaaide geërgerd.

’Maar waarom? Het was niet haar plan om daar te gaan wonen. Ze had een veel comfortabeler stek aan de Herenmarkt.’ De Cock knikte.

’Het is, zoals jij al opmerkte, beslist bedoeld als een plaats om iemand in het geheim te onmoeten. Tot die conclusie zijn wij al eerder gekomen.’

Vledder bleef in de regen plotseling midden in de Stormsteeg staan.

De Cock reageerde verrast.

’Wat is er?’

De jonge rechercheur stak zijn kin iets naar voren.

’Ik ken plotseling het motief voor de beide moorden,’ sprak hij gehaast. ’De oplossing.’

De Cock keek hem schuins aan.

’En dat is?’

’Jaloezie.’

’Van wie?’

’Mariandel von Liechtenstein.’

De Cock trok zijn wenkbrauwen samen.

’Leg mij dat eens uit.’

Vledder gebaarde druk met zijn handen.

’Mariandel von Liechtenstein zag in Henriëtte de Waal een mededingster, een rivale in de liefde. Ze kon en kan nog steeds het feit niet verwerken dat Matthias van haar weg is gegaan. Ze weet dat niet aan zichzelf, maar zag Henriëtte als oorzaak van dat vertrek.’

’En wurgde haar?’

Vledder knikte nadrukkelijk.

’Uit jaloezie. Na de dood van Henriëtte kwam Matthias toch niet bij haar terug. Mariandel von Liechtenstein vermoedde dat Matthias weer een nieuwe liefde had gevonden en verwachtte dat Matthias met die nieuwe liefde afspraakjes had op dezelfde plek als met Henriëtte. Ze hield die plek aan de Binnenkant nauwlettend in het oog en ontdekte op diezelfde plek opnieuw een vrouw… Annette van Dijk.’

’En wurgde haar?’

Vledder knikte opnieuw.

’Mariandel von Liechtenstein heeft niet alleen een motief, jaloezie, maar ze voldoet ook aan een paar secundaire voorwaarden.’

’Zoals?’

De ogen van Vledder glansden.

’Ze had een sleutel van dat krot en wist en weet hoe chloroform als een roesje werkt.’

Загрузка...