14

De ding-dong in de gang dreunde nog een beetje na. De Cock deed de deur van zijn woning open. Voor hem op de stoep stond Vledder. De jonge rechercheur lachte wat verlegen. In zijn linkerhand bungelde een fraai boeket frisse lentebloemen.

’Voor je vrouw,’ legde hij uit. ’Hoe langer ik jou ken, hoe meer ik jouw vrouw…’

De Cock stak afwerend zijn hand op.

’Je hebt mij de vorige keer beloofd dat je van tekst zou veranderen.’

Vledder schudde zijn hoofd.

’Waarom? Mijn inzichten omtrent jou zijn hetzelfde gebleven. Ik heb vaak moeite om jouw invallen te volgen. Jouw vrouw zal daar zeker smartelijk onder lijden… vandaar mijn bewondering voor haar.’

De grijze speurder bekeek het boeket.

’Geen rode rozen?’

Vledder glimlachte.

’Dit is de keuze van Edmay, en ik heb mij voorgenomen om in de toekomst haar ideeën te volgen. Ze is een wijze jonge vrouw.’

’En die heb jij nodig?’

Vledder knikte.

’Net zoals ik in mijn werk jou nodig heb.’

De Cock fronste zijn wenkbrauwen.

’Jullie zouden toch zo rond de kerstdagen trouwen? Ik had als jouw getuige al een splinternieuw kostuum gekocht en een overhemd met een butterfly… je weet wel, zo’n chic vlinderdasje.’

Vledder gebaarde met zijn vrije rechterhand.

’We stellen het een jaartje uit… om te sparen. Nu de hypotheekrente zo laag is, kunnen we wellicht een huis kopen.’

’Toe maar.’

’Het is de trend.’

De Cock wuifde om zich heen.

’Ik,’ sprak hij somber, ’betaal gelaten mijn jaarlijks stijgende huurkosten.’

De jonge rechercheur liep verder de gang in.

’Zijn de anderen er al?’

De Cock knikte.

’Appie Keizer en Fred Prins zitten bij mijn vrouw en hebben het hoogste woord. En zoals gewoonlijk luistert mijn vrouw geduldig.’

Ze stapten de woonkamer binnen. Mevrouw De Cock kwam onmiddellijk overeind en schudde Vledder ter begroeting de hand. Met een gebaar van opperste verrukking nam ze het boeket in ontvangst.

’Wat mooi.’

Ze wuifde uitnodigend naar een diepe fauteuil.

’Ga zitten,’ riep ze vrolijk. ’Mijn man vroeg zich al af waar je bleef.’

Vledder nam plaats. Zijn gezicht stond ernstig.

’Ik… eh, ik heb even geaarzeld of ik vanavond wel zou komen.’ Mevrouw De Cock keek hem verrast aan.

’Waarom?’

’Ik was nogal moe. Ik heb de hele dag gesjouwd om alles te regelen.’

’Wat moest je regelen?’

’Heeft uw man van de begrafenis verteld?’

Mevrouw De Cock schudde haar hoofd.

’Jurrian is thuis niet altijd even openhartig.’

Vledder keek naar De Cock.

’Zal ik?’

De grijze speurder knikte.

’Daar is toch niets geheimzinnigs aan?’

Vledder zuchtte diep.

’Uw dierbare echtgenoot is soms een sentimentele oude dwaas. Hij vond het een gepaste gedachte om de drie dwaze maagden tegelijkertijd op een en dezelfde dag te laten begraven. Ze zijn alledrie, zo is zijn redenering, door hetzelfde idee bevangen geweest en hebben daardoor alledrie de dood ontmoet.’

Hij zweeg even.

’Het heeft mij vandaag heel wat moeite en vooral heel veel overredingskracht gekost om alle kennissen en familieleden van de slachtoffers op een lijn te krijgen.’

De jonge rechercheur glimlachte.

’Het is mij gelukt.’

De Cock keek hem dankbaar aan.

’Ik had niet anders van je verwacht.’

Fred Prins vroeg om aandacht.

’De begrafenis van die meiden laat mij koud,’ sprak hij kil. ’Ik wil eindelijk wel eens weten waarom een of andere idioot mij in een bedwelmende walm van chloroform zette. Ik heb die lucht nog in mijn neus. Bij mijn thuiskomst die avond heeft Ann, mijn Ierse vrouw, de kleren die ik aanhad direct in de wasmachine gestopt. Toen ik haar vertelde wat mij was overkomen, riep ze…’

De Cock stak ter onderbreking zijn armen omhoog. ъ

’That dangerous old man again.’

Fred Prins knikte nadrukkelijk.

’Exact. Als het aan haar lag, verleende ik jou in de toekomst nooit meer assistentie.’

De Cock grijnsde.

’Ik stuur haar een bloemetje,’ sprak hij sussend.

De oude rechercheur vatte de fles cognac Napoleon, die hij speciaal voor dergelijke gelegenheden in voorraad hield, en vulde ruim de bodem van diepbolle, voorverwarmde glazen. Hij reikte die zijn vrienden aan. Daarna hield hij zijn glas omhoog.

’Een toost… toost op de misdaad.’

Mevrouw De Cock keek hem niet-begrijpend aan.

’Op de misdaad?’ herhaalde ze.

De grijze speurder knikte.

’Ons bestaansrecht. In een wereld zonder misdaad hadden wij geen functie.’

Fred Prins boog zich naar voren.

’Je sprak van dwaze maagden… waarom? Gingen ze als maagd de dood in?’

De Cock nam een slok van zijn cognac.

’Het heeft met maagdelijkheid niets van doen. In de bijbel staat de parabel van de wijze en de dwaze maagden. De wijze maagden gingen goed voorbereid de bruidegom tegemoet. Hun lampen waren gevuld en zij hadden extra olie bij zich. De dwaze maagden hadden geen extra voorbereidingen getroffen. Toen de bruidegom wat lang op zich liet wachten, was hun olie opgebrand en misten zij de bruiloft.’

Fred Prins keek hem vragend aan.

’Je wilt daarmee zeggen dat de drie vrouwen die aan de Binnenkant werden vermoord, geen voorbereidingen hadden getroffen?’

De Cock schudde zijn hoofd.

’Ze waren dom en voor hun misdadig streven onbekwaam. Hun persoonlijke lampen van hebzucht brandden wel, maar hun onzorgvuldigheid, hun gebrek aan een gepast wantrouwen, werd hen noodlottig. Zo kwam ik ertoe om deze affaire de zaak van de dwaze maagden te noemen.’

Appie Keizer zwaaide ongeduldig.

’Waar ligt het begin?’

De Cock zette zijn glas naast zich neer.

’Het begin ligt bij een fraaie en zeer kostbare schilderijenverzameling op het kantoor van de Real Dutch Continental Airlines op Schiphol. Ik heb die verzameling gezien en was geïmponeerd. Lubbert de Koning werkte al vele jaren op dat kantoor. Hij was hoofd van de personeelsafdeling en rechterhand van de directeur, de heer Van der Horst. Wanneer de directeur zelf niet aanwezig was, leidde Lubbert de Koning in zijn plaats de buitenlandse gasten rond.

Op een dag liet De Koning aan een Amerikaan de kostbare schilderijenverzameling zien. De rijke Amerikaan was onmiddellijk enthousiast en bood aan de verzameling in zijn geheel te kopen. De Koning beloofde de Amerikaan om de zaak met zijn directeur te bespreken.’

Vledder grinnikte.

’Dat deed hij niet?’

De Cock schudde zijn hoofd.

’Lubbert de Koning kwam tot een heel andere gedachte. Hij nam een van de schilderijen weg, ging daarmee naar Peter Karstens aan de Noordermarkt en vroeg hem of hij daarvan een kopie kon schilderen.’

Vledder maakte een grimas.

’En jouw vriend Peter Karstens kon dat wel.’

Het klonk spottend.

De Cock negeerde de spot.

’Peter Karstens kon dat. Inderdaad.’

Fred Prins kwam tussenbeide.

’Merkte niemand op het kantoor dat er een schilderij van de wand weg was?’

De Cock knikte.

’Zeker, maar Lubbert de Koning vertelde aan de mensen die het opviel, dat de schilderijen stuk voor stuk aan een schoonmaakbeurt toe waren, maar spoedig weer op hun oude plek zouden prijken.’

Vledder gniffelde.

’Ik begrijp het. Wanneer Peter Karstens een schilderij klaar had, dan hing De Koning de vervalsing op en stuurde de echte naar de man in Amerika.’

De Cock glimlachte.

’En ontving de kolossale bedragen die hij vroeg.’

Appie Keizer keek verrast op.

’Wanneer kwam er een kink in de kabel.’

De Cock zuchtte diep.

’Op het moment dat Lubbert de Koning… onwetend van haar achtergrond… Henriëtte de Waal in dienst nam.’

Appie Keizer keek hem niet-begrijpend aan.

’Wat was haar achtergrond?’

De Cock pakte zijn glas en nam nog een slok.

’Henriëtte de Waal,’ sprak hij bewogen, ’had voor zij een kantoorbaan bij de luchtvaartmaatschappij ambieerde, vele jaren gestudeerd aan de Amsterdamse Academie voor Beeldende Kunst.’

Vledder knikte begrijpend.

’Zij wist iets van kunst… van schilderijen.’

De Cock zette zijn glas weer neer.

’Op een kwade dag ontdekte Henriëtte de Waal dat tussen de verzameling schilderijen in de gang naar het kantoor van de directeur enkele vervalsingen hingen… terwijl eenieder… ook directeur Van der Horst… beweerde dat de schilderijen echt en onvervalst waren en een vermogen vertegenwoordigden.’ Fred Prins zwaaide ongeduldig.

’En toen?’

’Henriëtte wilde zekerheid. Om die zekerheid te krijgen stapte ze naar haar vroegere docent aan de Academie voor Beeldende Kunst.’

Vledder keek hem met glinsterend ogen aan.

’Matthias von Ravensburg.’

De Cock knikte.

’Henriëtte de Waal smokkelde Matthias het kantoor van de luchtvaartmaatschappij binnen en liet hem de collectie zien. Matthias von Ravensburg geldt in het wereldje van de kunst als een expert op het gebied van Oudhollandse meesters.’

’Hij deelde de conclusies van Henriëtte de Waal?’

De Cock knikte opnieuw.

’Matthias von Ravensburg was het volkomen met haar eens. Vrijwel alle schilderijen van de collectie waren vervalsingen.’ De Cock zweeg even.

’Toen beging Matthias von Ravensburg een grote fout. Henriëtte de Waal vroeg hem, als expert op zijn gebied, of hij haar een verklaring wilde geven dat hij had geconstateerd dat de schilderijen in het kantoor van de luchtvaartmaatschappij vervalsingen waren.’

Vledder keek hem verrast aan.

’Die verklaring gaf hij?’

In zijn stem trilde ongeloof.

De Cock knikte.

’Een prachtig document.’

’Wat deed ze ermee?’

De Cock maakte een verontschuldigend gebaar.

’Ik moet nu een stel gissingen maken. Ik weet niet wat er zich tussen die drie vrouwen aan de Herenmarkt heeft afgespeeld. Niemand kan mij er nog iets over zeggen. Ik neem aan dat Henriëtte de Waal haar bevindingen, haar waarnemingen, aan de anderen heeft verteld en dat zij gezamenlijk besloten om de luchtvaartmaatschappij te gaan chanteren.’

Appie Keizer keek hem peinzend aan.

’Waarmee?’

De Cock gebaarde in zijn richting.

’De kunstverzameling van de Real Dutch Continental Airlines had een internationale faam en het openbaar maken van het feit dat het slechts vervalsingen betrof, zou het aanzien en de reputatie van de maatschappij beslist geen goed doen.’

Vledder vroeg om aandacht.

’Wie nam het initiatief?’

’Henriëtte de Waal. Ze stelde een chantagebrief op poten samen, voegde daarbij de verklaring van de expert Matthias von Ravensburg en stuurde dat naar de maatschappij.’

’Allemensen. Wist Matthias von Ravensburg daarvan?’ De Cock schudde zijn hoofd.

’Aanvankelijk niet. Later heeft ze hem ingelicht, maar toen draaide de zaak al.’

’Hoe?’

’De brief van Henriëtte de Waal bereikte niet directeur Van der Horst. Die was met zijn gezin op vakantie in Zuid-Frankrijk. Omdat Henriëtte de Waal een lid van het personeel was, kwam de brief…’

Vledder onderbrak hem.

’…in handen van De Koning.’

De Cock knikte.

’Die onderkende onmiddellijk het gevaar. Hij stelde zich met Henriëtte de Waal in verbinding. De Koning deed voorkomen of hij door de maatschappij was gemachtigd om met haar over het geëiste bedrag te onderhandelen. Hij vroeg haar om een geheime plek te creëren waar de onderhandelingen zouden kunnen plaatsvinden en waar hij haar in handzame coupures het overeengekomen bedrag zou overhandigen.’

Vledder snoof.

’En Henriëtte de Waal trapte daar in.’

De Cock knikte.

’Uit haar relatie met Herman Frederiks kende zij het kraakpand aan de Binnenkant. Ze liet er een bel aanbrengen en op de deur een nieuw slot, met vele sleutels. Ook nam ze haar naamplaatje van de Herenmarkt en schroefde dat op de deur van het kraakpand aan de Binnenkant. Haar vriendinnen kregen sleutels en ze bezorgde Matthias von Ravensburg een sleutel en ze stuurde er een naar Lubbert de Koning.’

Vledder knikte voor zich uit.

’Toen kon het doek op voor het drama.’

De Cock dronk zijn glas leeg en schonk zichzelf en zijn gasten nog eens in.

’Lubbert de Koning heeft mij niet willen vertellen hoe hij aan de chloroform kwam. Vermoedelijk is die afkomstig van een vriend of vriendin, die hij niet bij de zaak wil betrekken. Wel heeft hij bekend dat hij het plan had om de mensen die hem chanteerden, te doden. Hij weigerde om iets van het vermogen dat hij door de schilderijen had vergaard met anderen te delen. Chanteurs waren in zijn ogen verachtelijke lieden, die niets anders dan de dood verdienden. Ik heb uren met hem gesproken. Hij heeft in die tijd geen enkel teken van berouw getoond. Voor de vrouwen die hij had gewurgd, kende hij alleen maar minachting.’

Vledder fronste zijn wenkbrauwen.

’Wat betekent Le Roi Lumière?’

De Cock glimlachte.

’Hoe kwam De Koning aan Lumière?’

De Cock nam zijn glas weer op.

’De naam Lubbert betekent ”de schitterende, de stralende onder het volk”.’

Vledder snoof.

’What’s in a name?’

De Cock liet zich in zijn fauteuil terugvallen. De lange uiteenzetting had hem wat vermoeid.

De gesprekken werden algemener. De gruwelijke gebeurtenissen aan de Binnenkant raakten wat op de achtergrond. Mevrouw De Cock verdween naar de keuken en kwam terug met schalen vol lekkernijen.

Vledder boog zich naar De Cock toe.

’Ik begrijp niet dat Annette van Dijk en Josine Wijngaarden niet zijn afgeschrikt door de dood van Henriëtte de Waal.’ De Cock trok zijn schouders op.

’Ik denk dat ze elkaar niet hebben vertrouwd en dat zowel Annette van Dijk als Josine Wijngaarden dacht de onderhandelingen met de maatschappij beter te kunnen voeren dan hun voorgangster c.q. voorgangsters. De gedachte veel geld te kunnen bemachtigen, heeft hun achterdocht versluierd.’

Vledder ademde diep.

’Matthias von Ravensburg zal het behoorlijk benauwd hebben gekregen toen hij het lijk van Henriëtte ontdekte. Ik begrijp niet waarom De Koning hem niet direct heeft aangepakt.’ De Cock schudde zijn hoofd.

’Ik heb daar met De Koning over gesproken. Matthias von Ravensburg chanteerde hem niet. Eerst na het telefoontje dat ik Matthias von Ravensburg liet voeren, ging De Koning tot actie over.’

Vledder grinnikte.

’Het werd zijn ondergang.’


Het was vrij laat toen de laatste gasten vertrokken. De Cock nam zijn derde glas cognac. Zijn vrouw schoof een poef bij en ging pal tegenover hem zitten.

’Het was dit keer, geloof ik, een uiterst moeilijk onderzoek?’ De Cock knikte.

’Dat was het. Ik begreep er aanvankelijk niets van. Eerst toen ik van Casper Klaassen, de vriend van Annette van Dijk, hoorde dat Henriëtte de Waal aan de Amsterdamse Academie voor Beeldende Kunst had gestudeerd en dat Matthias von Ravensburg daar haar docent was, begon er iets bij mij te dagen. Het moest iets te maken hebben met de schilderijen in het kantoor van Real Dutch Continental Airlines.’

De oude rechercheur glimlachte.

’In die richting ben ik toen gaan zoeken en Peter Karstens bracht mij een stukje verder.’

Mevrouw De Cock tikte op de knie van haar man.

’Waarom bleef Matthias von Ravensburg bij Mariandel von Liechtenstein weg? Hij moet toch begrepen hebben dat ze dodelijk ongerust werd.’

De Cock nam nog een slok van zijn cognac.

’Henriëtte de Waal. Ondanks zijn relatie met Mariandel von Liechtenstein… echt een… eh, een warme schoonheid… had hij iets met Henriëtte dat steeds weer opbloeide. Ze troffen elkaar dan ergens in de binnenstad in een hotel. Nadat Matthias het lijk van Henriëtte had ontdekt, werd hij door angst bevangen. Hij wilde voor alles voorkomen dat ook Mariandel von Liechtenstein bij de zaak betrokken zou raken, daarom bleef hij uit haar buurt.’

Een tijdlang zwegen ze. Plotseling keek Mevrouw De Cock liefjes naar haar man op.

’Wat dacht je… ben ik een dwaze maagd?’

De grijze speurder knikte met een lach op zijn gezicht.

’Beslist… anders was jij nooit met mij getrouwd.’

Загрузка...