10

Het was De Cock zwaar gevallen om mevrouw Van der Velde duidelijk te maken dat haar man was vermoord. Al zijn ervaring en mensenkennis bleken ontoereikend. Mevrouw Van der Velde was en bleef ontroostbaar. In het schemerige etablissement van Smalle Lowietje had ze haar verdriet uitgeschreeuwd… luid en met een wilde passie.

Toen Smalle Lowietje diverse malen zonder enig resultaat had geprobeerd de hartstochtelijk krijsende vrouw tot bedaren te brengen, had de tengere caféhouder in machteloze woede de moordenaar van Brammetje vervloekt. Hartgrondig… in alle termen die

hij met zijn opgekropt gemoed kon vinden. Het dramatische tafereel stond de oude rechercheur nog duidelijk voor ogen.

De Cock boog zich over de foto's die Bram van Wielingen van de plaats delict had gemaakt. Hij probeerde zich voor te stellen welke plaats de moordenaar had ingenomen toen hij de fatale kogels afvuurde. Vermoedelijk lagen de slachtoffers op dat moment al weerloos op hun buik voor hem. Er waren geen sporen van een worsteling vooraf. Was de moordenaar steeds alleen of had hij hulp?

Vledder vroeg vol ongeduld zijn aandacht.

'Wanneer gaan we haar arresteren?'

'Wie?'

De jonge rechercheur reageerde verrast.

'Mathilde de Graaf. Het is toch wel duidelijk dat zij Brammetje naar die oude loods in de Houthaven heeft gelokt. Zij moet een relatie hebben met de moordenaar. En misschien was ze het wel zelf.'

De Cock keek hem aan.

'Is dat zo?'

'Wat bedoel je?'

'Heeft zij Brammetje naar die oude loods gelokt?'

'De vrouw,' antwoordde Vledder schuchter, 'die Brammetje belde en sprak over een zaak van leven of dood, meldde zich als mevrouw De Graaf.'

'Maar voordat Brammetje de hoorn van zijn vrouw had overgenomen, had ze opgehangen.'

'Wat zegt dat?'

De Cock grijnsde.

'Dat zegt zoveel, dat de vrouw die belde, niet wilde dat Brammetje haar stem hoorde.'

'Dat begrijp ik niet.'

De Cock zuchtte.

'Ik heb van mevrouw Van der Velde begrepen,' legde hij geduldig uit, 'dat zij altijd de telefoon opnam als er werd gebeld. Brammetje was daar te lui voor. Hij kwam alleen aan het toestel als zijn vrouw hem zei dat er naar hem werd gevraagd.'

'Zoals gisteravond.'

De Cock knikte.

'Mevrouw Van der Velde had mevrouw De Graaf nooit gezien of gesproken. Zij kende haar stem niet. Maar Brammetje kende die stem wel. Hij had wel eens met haar gesproken op een feestje. En uit de tijd dat hij nog compagnon was van De Graaf, kende hij haar

stem vermoedelijk ook via de telefoon.'

'Nu begrijp ik het,' sprak Vledder opgelucht. 'Brammetje mocht haar stem niet horen, omdat hij dan zou hebben gemerkt dat hij niet met de echte mevrouw De Graaf sprak.'

Het gezicht van De Cock verhardde tot een stalen masker.

'De vrouw,' sprak hij ernstig, 'die Brammetje naar zijn oude loods in de Houthaven lokte om hem te vermoorden, was niet Mathilde de Graaf, maar een vrouw die haar naam gebruikte.'

'Wie?'

'Als ik dat wist, konden we werkelijk tot een arrestatie overgaan.'

'Heb je geen enkel idee?'

De Cock schudde zijn hoofd.

'Ze was in ieder geval een vrouw die het karakter van Brammetje juist heeft ingeschat. Ik zou op zo'n vreemd telefoontje totaal anders hebben gereageerd. Maar Brammetje was blijmoediger van aard en vooral… argelozer.'

Vledder stak in wanhoop zijn armen omhoog.

'Waarom? Wat had Brammetje gedaan om een doodvonnis over hem uit te spreken?'

De Cock staarde voor zich uit.

'De moorden op Ferdinand de Graaf en Abraham van der Velde dragen dezelfde signatuur… zijn vrijwel zeker door één en dezelfde dader gepleegd. Het enige verband dat ik tussen de twee slachtoffers zie, is hun compagnonschap in het verleden.

Vledder sloeg met zijn vuist op de rand van zijn bureau, 'Er moet in het verleden,' riep hij geëmotioneerd, 'met die twee… of door die twee… iets zijn gebeurd, dat volgens een derde de dood van Ferdinand de Graaf en Abraham van der Velde rechtvaardigde.'

De Cock keek hem bewonderend aan.

'Goed geformuleerd. De vraag: wat was dat en wie kan ons over dat verleden iets vertellen?'

De donkere Annette van Heeteren droeg hetzelfde roodzijden mantelpakje als tijdens De Cocks eerste bezoek aan het kantoor van Ferdinand de Graaf. Met haar grote glanzende bruine ogen keek ze de rechercheurs geschrokken aan.

'Brammetje vermoord?' herhaalde ze.

De Cock knikte.

'Op exact dezelfde wijze als uw directeur.'

De secretaresse sloeg haar hand voor haar mond.

'Arme Brammetje… hij was zo levenslustig… zo zorgeloos.'

De Cock ging aan haar opmerking voorbij.

'Voor de moord op uw directeur, de heer De Graaf, zijn wel een paar min of meer steekhoudende motieven voorhanden. We hebben de indruk dat de heer De Graaf niet altijd even onberispelijk met mensen en relaties omsprong.'

De oude rechercheur pauzeerde even.

'Maar omdat,' ging hij rustig verder, 'de heer Ferdinand de Graaf en Brammetje op exact dezelfde wijze om het leven zijn gebracht,

zoeken wij nu naar een motief dat voor beide heren geldt.'

Annette trok een bedenkelijk gezicht.

'In de zakelijke sfeer… in het licht van hun vroegere compagnonschap?'

'Mogelijk.'

Annette maakte een schouderbeweging.

'Hoe ver moet men teruggaan?'

De Cock strekte zijn arm naar haar uit.

'Tot zover uw herinnering reikt.'

De secretaresse schudde traag haar hoofd.

'Ik weet niets… niets dat naar mijn gevoel tot een moord kan leiden.'

'Hoe lang kent u de beide heren al?'

Annette verzonk even in gepeins.

'Ik kwam ongeveer twintig jaar geleden hier in dienst… als kantoorhulpje. Er moest een administratie worden opgezet en bijgehouden. De heer De Graaf was toen een beginnend koopman en Brammetje was zijn vriend en zijn vrolijke, olijke compagnon.'

Ze schudde afkeurend haar hoofd.

'In feite waren zij geen van beiden echt goede zakenlieden. Niet efficiënt, niet marktgericht. Er mankeerde van alles aan.'

De Cock knikte begrijpend.

'Hebben ze beiden wel eens transacties gedaan die het daglicht niet konden velen… transacties, die mensen hebben gedupeerd?'

'Niet dat ik weet.'

De Cock boog zich iets naar voren.

'En als er dergelijke transacties waren geweest, dan had u dat geweten?'

Annette knikte nadrukkelijk.

'Alles liep via mij. Ik heb een gedegen handelsopleiding genoten.

Ik was hun vertrouwelinge, hun raadgeefster, hun financieel expert. Ze hadden zelf nergens enig begrip van.'

De Cock keek haar secondenlang aan.

'Toch bent u nooit verder gekomen dan… eh, dan secretaresse… een vrouw in loondienst. Heeft men u nooit een compagnonschap aangeboden?'

Het gezicht van Annette van Heeteren versomberde. Ze trok haar kin iets op. Rond haar mond plooide een harde trek.

'Ik had dat wel verdiend… dacht ik. Zonder mij was de zaak nooit van de grond gekomen. Ik heb ook wel eens een deelgenootschap bepleit, maar de aanspraken die ik meende te hebben, werden lachend weggehoond.'

'Ook door Brammetje?'

De secretaresse knikte traag.

'Ook door Brammetje.'

De Cock beluisterde de toon. Na een kleine weifeling pakte hij zijn hoedje van het tapijt.

'Denk nog eens goed na,' sprak hij vriendelijk. 'Misschien schiet u nog iets te binnen.'

Hij stond van zijn stoel op en slenterde naar de uitgang van het privé-kantoor.

Vledder volgde.

Bij de deur draaide De Cock zich om en liep langs Vledder heen naar haar terug.

'Kent u Jelle Poelstra?'

Er kwam een blos op het gezicht van Annette van Heeteren en haar lippen trilden.

'Als u de moordenaar van de heer De Graaf en Brammetje van der Velde zoekt…'

Ze maakte haar zin niet af.

De Cock keek haar strak aan.

'Jelle Poelstra?'

Annette van Heeteren knikte.

'Hij chanteerde hen.'

Half gebogen sjokten de rechercheurs tegen de stormwind in over het trottoir van de Herengracht in de richting van de Raadhuisstraat.

'Twee rondvaartboten van rederij Kooy passeerden elkaar kort voor de brug naar de Gasthuismolensteeg. Plotseling greep De Cock met z'n handen naar zijn oude hoedje. Een felle windstoot had zijn trouwe hoofddeksel bijna het troebele water in geblazen, foeterend op het weer en de maand november liep de oude rechercheur van de Raadhuisstraat via de Nieuwezijds Voorburgwal en de Mozes en Aäronstraat naar de Dam.

Vledder liep in gedachten verzonken naast hem.

'Is Jelle Poelstra een ideale moordenaar?' mompelde hij voor zich uit.

De Cock keek hem van terzijde aan.

'Wat zeg je?'

Vledder zuchtte.

'Ik vroeg mij af of Jelle Poelstra voor ons een ideale moordenaar is.'

De Cock schudde zijn hoofd.

'Chanteurs moorden niet. In het gunstigste geval worden zij vermoord.'

'Hoe bedoel je dat?'

De oude rechercheur glimlachte.

'Soms gaan chanteurs te ver en drijven hun slachtoffer tot een wanhoopsdaad… een wanhoopsdaad gericht tegen hun kwelgeest. Chanteurs houden zelf hun slachtoffers graag in leven. Terecht. Het is dom om een kip met gouden eieren te slachten.'

'Annette van Heeteren, die secretaresse, ziet in Jelle Poelstra wel een moordenaar.'

De Cock trok nog eens aan zijn hoedje.

'Het enige wat Annette van Heeteren weet, is dat zij uit naam van De Graaf en Brammetje maandelijks een bedrag aan geld aan Jelle Poelstra overmaakte. Op haar vraag waarvoor dat geld diende, heeft ze nooit een bevredigend antwoord gekregen. Voorzover haar bekend, leverde Jelle Poelstra nooit enige tegenprestatie.'

Vledder knikte begrijpend.

'Haar conclusie… chantage.'

De Cock plukte aan zijn onderlip.

'Als dat geld inderdaad een uitvloeisel van chantage was, dan luidt de vraag: waarmee werden de heren De Graaf en Van der Velde gechanteerd? Wat wist Jelle Poelstra van hen dat niet in de openbaarheid mocht komen? En hoe is dat te rijmen met de vreemde

vriendschap tussen De Graaf en Poelstra?'

Vledder maakte een hulpeloos gebaar.

'Het is jammer,' verzuchtte hij, 'dat wij dat chantageverhaal nog niet kenden toen Jelle Poelstra bij ons op bezoek was.'

De Cock maakte een grimas.

'We kunnen hem alsnog ontbieden en hem om opheldering vragen.

Maar misschien is het raadzamer om hem thuis eens op te zoeken.

Heb je zijn adres?'

Vledder knikte.

'Sloterdijkstraat. Het nummer heb ik niet in mijn hoofd.'

Via het Damrak en de Oudebrugsteeg bereikten ze de Warmoesstraat. Toen ze de hal van het politiebureau binnenstapten, wenkte Jan Kusters De Cock met een kromme vinger.

De oude rechercheur liep naar de balie.

'Wat is er? Nieuwe ellende?'

De wachtcommandant keek hem bestraffend aan.

'Niet zo somber.'

Jan Kusters deed een lade van zijn bureau open en nam daaruit een doorschijnende plastic zak waarin een revolver en een aantal patronen waren verpakt.

'Dat is voor jou. Het wapen werd gebracht door een jongeman met een staartje in zijn nek. Je kent hem wel. Hij is hier wel eens meer geweest… Roger ter Beek. Hij zei dat jij op dat schietding zat te wachten.'

De Cock grinnikte.

'Roger ter Beek koos eieren voor zijn geld.'

Jan Kusters gniffelde.

'Over eieren gesproken… Roger ter Beek had een knappe jonge meid hij zich… een schoonheid met prachtig glanzend rood haar.

Mij wees naar haar en lachte. Zeg maar tegen rechercheur De Cock dut tussen ons weer alles koek en ei is.'

De mond van de oude rechercheur viel half open.

'Lachte zij ook?'

De wachtcommandant knikte.

'Ze liepen stijfgearmd de deur uit.'

Het duurde vele seconden voordat De Cock zich volledig had hersteld. Hij pakte de plastic zak van Jan Kusters over en bekeek het wapen aandachtig. Het was een oude, maar nog gave legerrevolver, een Webley & Scott negen millimeter.

Met zijn hoofd iets scheef keek De Cock de wachtcommandant vragend aan.

'Heb je nog een mannetje bij de hand met een auto?'

'Waarvoor?'

'Deze revolver en patronen moeten zo gauw mogelijk naar het hoofdbureau, naar onze wapendeskundige. Het is voor mij belangrijk.'

Jan Kusters glimlachte.

'En dan geeft hij het af met de complimenten van De Cock?'

De oude rechercheur kneep zijn ogen even dicht.

'Dat heb je goed geraden.'

De rechercheurs liepen vanuit de hal de twee trappen op naar de grote recherchekamer. Zittend achter zijn bureau krabde Vledder op zijn voorhoofd.

'Ze is weer bij hem terug.'

In zijn stem trilde ongeloof.

'Je bedoelt Florentine?'

Vledder knikte.

'Terug bij het uilskuiken. Dat houd je toch niet voor mogelijk?'

Hij keek zijn oude collega vragend aan. 'Begrijp jij iets van vrouwen?'

De Cock schudde zijn hoofd.

'Ik heb het wel eens geprobeerd,' sprak hij triest, 'maar het is bij een poging gebleven.'

Afra Molenkamp van de administratie kwam met een groene map onder haar arm de recherchekamer binnen. Ze legde de map voor De Cock neer.

'Dat is het proces-verbaal van de zedenpolitie waarnaar jij vroeg.'

De Cock keek de administratrice vriendelijk lachend aan.

'De enige vrouw van wie ik iets begrijp, is onze Afra Molenkamp.

Een vrouw om op te bouwen.'

Blozend liep de administratrice de kamer af.

Vledder trok de map naar zich toe en begon te lezen.

De stof scheen hem te boeien. Het duurde geruime tijd voor hij opkeek.

'Weet je hoe oud die Jelle Poelstra was tijdens die verkrachting?'

'Geen flauw idee.'

Vledder tikte op de map.

'Zestien jaar.'

'Jong.'

Vledder knikte.

'Dat mag je wel zeggen. Jelle Poelstra was er al vroeg bij.'

'Is hij onmiddellijk na zijn daad gepakt?'

Vledder schudde zijn hoofd.

'Er is niet direct aangifte tegen hem gedaan. Dat gebeurde pas enige jaren later. Zijn slachtoffertje kreeg psychische klachten… werd onhandelbaar… had moeilijkheden op school… slecht leergedrag… werd midden in de nacht schreeuwend wakker. Haar ouders hebben toen de hulp ingeroepen van een psychiater. Tijdens zijn onderzoek kwam de herinnering aan die verkrachting los. De ouders van het meisje hebben toen namens haar alsnog bij de zedenpolitie aangifte van verkrachting gedaan.'

De Cock knikte begrijpend.

'Hoe heette het meisje?'

'Edith Kuijters.'

'Bestond er verder enige relatie tussen Jelle Poelstra en het meisje?'

Vledder trok zijn schouders op.

'Dat ben ik nog niet tegengekomen.'

De Cock gebaarde voor zich uit.

'Lees dan verder.'

Het klonk wat kriegel.

Vledder boog zich weer voorover.

Nu een minuut of tien schoof hij de groene map opzij.

Het meisje, zo blijkt uit het proces-verbaal, kende hem wel. Oppervlakkig. Ze woonde bij hem in de buurt. Maar er was geen sprake van een relatie.'

De Cock kneep zijn ogen half dicht.

'Heeft Jelle Poelstra bekend?'

Vledder knikte.

'Vrijwel onmiddellijk nadat hij met de aangifte werd geconfronteerd. Maar zijn bekentenis is vrij summier, met weinig details.'

'Blijkbaar voldoende voor de rechter om hem terzake die verkrachting te veroordelen.'

'Precies.'

En de loods… het meisje werd toch in een oude loods verkracht?'

Die loods stond op het Prinseneiland.'

De Cock staarde enige ogenblikken voor zich uit. Toen stond hij op en sjokte naar de kapstok.

'Waar ga je heen?' vroeg Vledder.

De Cock draaide zich half om.

Ik wil die loods zien. Kom mee.'

Загрузка...