Rechercheur De Cock zat naast Vledder op de Rigakade in de donkere laadruimte van een oude gammele bestelbus met op de buitenkant als opschrift de naam van een niet-bestaand aannemersbedrijf. Hij had de bestelauto tijdelijk van het hoofdbureau te leen.
Het onooglijke busje werd door de rechercheurs van kamer honderdnegentien zo nu en dan als geheime observatiepost gebruikt.
Vanuit een kijkgat zag hij aan de overkant van de weg het silhouet van de oude legerloods tegen het vale maanlicht afsteken.
Rondom de oude loods was het aardedonker, maar De Cock wist dat bij zijn signaal de voor- en achterkant van de loods in het flood-light van de schijnwerpers zou staan. De technische dienst had op zijn aanwijzingen de daarvoor nodige voorzieningen getroffen.
De Cock had een beroep gedaan op zijn collega's Appie Keizer en Fred Prins. Zoals steeds hadden zij blijmoedig hun medewerking toegezegd. Appie Keizer acteerde als een in lompen gehulde oude zwerver, terwijl de zwaargebouwde Fred Prins de achterkant van de loods bewaakte.
Toch was De Cock er niet geheel gerust op dat zijn plan zou slagen. Er kon nog van alles misgaan. De gehele opzet berustte op zijn theorie, dat de moordenaar die oude legerloods opnieuw als plaats delict zou gebruiken. Hij was er zelfs van overtuigd dat de man of vrouw buiten die loods niet tot een moord in staat zou zijn, omdat hij of zij dan de geur van rottend hout zou missen. Het was een theorie waarin hij rotsvast gelooide.
De oude rechercheur blikte op de verlichte wijzerplaat van zijn polshorloge. De afspraak, zo zag hij, die Michel van Amerongen had gemaakt, vond al vijf minuten geleden plaats. Het was niet precies te voorzien op welk tijdstip hij met zijn gezelschap bij de loods zou verschijnen.
De mobilofoon in de binnenzak van zijn regenjas kraakte.
De stem van Appie Keizer kwam door. 'Voor mij uit loopt een man in de richting van de loods. Ik durf hem niet dichter te benaderen. Hij heeft al een keer omgekeken.'
De Cock stootte Vledder aan. 'Heb je Appie verstaan?'
'Ja.'
'Als het onze man is dan moet hij straks binnen het bereik van je nachtkijker komen. Mocht hij inderdaad de loods binnengaan, noteer dan exact het tijdstip waarop dat gebeurt. Kijk of je hem herkent. Jij hebt betere ogen dan ik.'
Vledder ademde zwaar. 'Daar komt een man.'
'Kan je zijn gezicht zien?'
'Nee.'
'Houd hem in beeld.'
Vledder slikte. 'Hij gaat de loods binnen… weg. Ik zie niets meer.'
De Cock voelde hoe de spanning bezit van hem nam. Zijn hart bonkte in een hoog tempo en een ader pulseerde in zijn hals. De mobilofoon in de binnenzak van zijn regenjas kraakte opnieuw.
De stem van Appie Keizer kwam door. 'Pas op, daar komt een auto.'
Met geringe snelheid naderde op de Rigakade een wagen.
Vledder hijgde. 'De Mercedes van Michel van Amerongen.'
De Cock tuurde gespannen door het kijkgat. Uit de wagen stapten een man en een vrouw. Plotseling rende de man van haar weg, werd opgeslokt door de schaduw van een belendend kantoorgebouw. De vrouw had de actie van de man duidelijk niet verwacht. Secondenlang bleef ze besluiteloos staan. Toen ging ze aarzelend de loods binnen.
Met een megafoon in zijn hand stormde De Cock achter Vledder aan de laadruimte van de bestelauto uit. 'Licht,' brulde hij.
Nog geen seconde later baadden de voor- en de achterzijde van de loods in een zee van licht.
De Cock bracht de megafoon voor zijn mond. 'De loods is omsingeld,' brulde hij. 'Kom met uw handen omhoog naar buiten.'
Voorzichtig liep de oude rechercheur dichter op de loods toe. Niemand reageerde. In het inwendige van de loods klonk plotseling gedempt het geluid van een schot. Even later kwam de vrouw naar buiten. In het felle licht was haar gezicht goed te zien. Slecht gecamoufleerd door zware make-up waren op haar linkerwang twee diepe krabwonden zichtbaar.
De Cock bleef voor haar staan. Zijn gezicht was een stalen masker. 'Adelheid van Heerlen… waar is je broer?'
Als verdoofd staarde ze hem aan. 'Martin,' sprak ze onbewogen. 'Ga binnen maar kijken.'
De Cock deed de deur van zijn woning open. Voor hem, op de stoep, stond Vledder. Het gezicht van de jonge rechercheur stond somber.
'Ik heb geen bloemen voor je vrouw meegenomen,' sprak hij hoofdschuddend. 'Ik was daar niet voor in de stemming. Ik kom net van het AMC. Martin van Heerlen is dood. Ze hebben in het ziekenhuis nog geprobeerd om zijn leven te redden, maar de kogel die hij zich door het hoofd joeg, had te veel hersenweefsel beschadigd.'
'Heeft hij nog iets gezegd?'
'Nee.'
'Kom erin. Alle warmte vliegt de deur uit.'
'Zijn de anderen er al?'
De Cock knikte. 'Appie Keizer en Fred Prins zitten binnen. Ze hebben het hoogste woord.'
Mevrouw De Cock liep in de hal op Vledder toe en begroette hem hartelijk. De jonge rechercheur schonk haar een verlegen lachje.
'De volgende keer neem ik weer rozen voor u mee.'
Mevrouw De Cock lachte. 'Ook zonder rozen ben je welkom.'
Ze liepen met hun drieën de huiskamer binnen.
Fred Prins keek naar Vledder op. 'Wat is er met jou?' riep hij verrast. 'Je hebt een gezicht van oude lappen.'
De Cock nam het woord. 'Dick komt net van het AMC,' legde hij uit. 'Martin van Heerlen is dood.'
Fred Prins zuchtte. 'Ik zag gisteravond al dat hij niet meer te redden was. Het verwondert mij dat hij nog uren heeft geleefd.'
Mevrouw De Cock verbrak de sombere stemming.
'Gaan jullie toch zitten,' riep ze wat geprikkeld. 'Het was die man zijn eigen keuze. Het is niet terecht om daar verdrietig over te doen. Ik vind dat zo'n eigen keuze respect verdient.'
De Cock en Vledder namen plaats. De oude rechercheur vatte de fles fijne cognac Napoleon, die hij speciaal voor dergelijke gelegenheden in voorraad hield. Hij vulde ruim de bodem van de diepbolle, voorverwarmde glazen en reikte die zijn vrienden aan. Daarna hield hij zijn glas omhoog.
'Ik proost op het leven,' sprak hij plechtig. Hij keek in de richting van zijn vrouw. 'Niet op de dood. Als ik dit einde had voorzien, had ik wellicht voor een andere oplossing gekozen.'
Vledder reageerde. 'Was er een andere oplossing mogelijk?'
De Cock nam een slok van zijn cognac. 'De moeilijkheid was,' sprak hij gedragen, 'dat ik tot kort voor de ontknoping geen idee had wie verantwoordelijk was voor de moorden op Ferdinand de Graaf, Abraham van de Velde en Jelle Poelstra. Ik had alleen een flauw vermoeden over het motief.'
Vledder keek hem niet-begrijpend aan. 'Hoe?'
De Cock glimlachte.
'Door de verkrachting van Edith Kuijters en de chantage door Jelle Poelstra. Door die chantage kreeg ik het beeld van het viermanschap, Ferdinand de Graaf, Brammetje, Jelle Poelstra en Michel van Amerongen… in het verleden vrienden uit dezelfde buurt. Waardoor, zo vroeg ik mij af, was er bij iemand het plan gerijpt om die vier mannen stelselmatig af te maken. Er moest in het verleden iets zijn gebeurd… iets wat dat plan rechtvaardigde. Maar wat?'
De Cock pauzeerde even. 'Ik vermoedde dat het viertal niet alleen Edith Kuijters had verkracht, maar dat er in die oude loods op het Prinseneiland door het viertal meerdere verkrachtingen waren gepleegd. De biecht… zo zal ik het maar noemen… Van Michel van Amerongen bevestigde dat. Het viertal voerde in de buurt rond het Prinseneiland een waar schrikbewind. Van Amerongen wist zich niet eens meer te herinneren hoeveel meisjes door hen waren verkracht. Het is bijna onbegrijpelijk dat die jongens zolang ongestraft hun gang hebben kunnen gaan. Er werd nooit aangifte tegen hen gedaan.' De Cock zweeg even.
'Michel van Amerongen,' ging hij verder, 'begreep al voor zijn onderhoud met mij, dat hij mogelijk het vierde slachtoffer van de moordenaar zou worden. Daarom was hij ook onmiddellijk bereid om zijn medewerking te verlenen. Ik prentte hem één ding in: wat er ook gebeurt… ga nooit die oude loods binnen.'
Fred Prins boog zich naar voren. 'Nu heb ik nog niets gehoord over die Martin van Heerlen en zijn zuster.'
De Cock nam nog een slok van zijn cognac.
'Ik heb vannacht urenlang met Adelheid van Heerlen gesproken en uit dat gesprek is mij veel duidelijk geworden. Martin had twee zusters, Adelheid en Mirjam. Omdat hun ouders vrij jong stierven en er geen familie was om de kinderen op te vangen, kwamen ze alle drie bij een pleeggezin terecht. Dat pleeggezin woonde zo'n vijfentwintig jaar geleden op de Bickersgracht.'
Vledder stak zijn wijsvinger omhoog. 'Pal bij het Prinseneiland.'
De Cock knikte. 'De pleegouders kenden de reputatie van het viertal jongemannen en waarschuwden Martin en zijn zusters om uit hun buurt te blijven.'
Fred Prins grijnsde. 'Ik kan het raden. Mirjam en Adelheid werden in die loods verkracht.'
De Cock zuchtte. 'En Martin was getuige. Van achter een paar houten tonnen zag hij toe hoe de jongens zich aan zijn beide zusters vergrepen. Hij hoorde hun angstkreten, maar durfde niet in te grijpen. In machteloze woede zag hij toe en in zijn hart kroop de haat.
Een jaar later pleegde Mirjam zelfmoord. Martin schreef die zelfmoord op het conto van hel viertal. Adelheid, die uitgroeide tot een mooie vrouw, kon een toenadering van mannen niet verdragen en bleef ongehuwd. Ook dat beschouwde Martin van Heerlen als het gevolg van haar verkrachting.'
Fred Prins fronste zijn wenkbrauwen. 'Martin van Heerlen is toch advocaat geworden?'
De Cock knikte.
'Na de zelfmoord van Mirjam werden Martin en Adelheid bij een ander pleeggezin ondergebracht… het echtpaar Van Meeteren op de Apollolaan. Een hele andere buurt dan de Bickersgracht. Richard van Meeteren, die samen met meester De Bruijn op de Keizersgracht een advocatenkantoor runde, liet Martin van Heerlen rechten studeren en nam hem later in zijn zaak op.'
Appie Keizer vroeg om aandacht. 'Waarom wachtte die Martin van Heerlen zo lang met zijn wraakoefening? Hij had toch al veel eerder kunnen toeslaan?'
De Cock plukte aan het puntje van zijn neus. 'De geur van rottend hout.'
'Wat?'
De Cock glimlachte. 'De geur van rottend hout. Ik werd op die geur attent gemaakt door een opmerking van Brammetje, die het niet vreemd vond dat Ferdinand de Graaf in zijn loods vermoord werd gevonden. De Graaf nam vaker vrouwen mee naar die oude loods in de Houthaven. De geur die daar hing, de geur van rottend hout, wond hem op. Ik vroeg mij af hoe het mogelijk was dat de geur van rottend hout iemand opwond. Pas toen Jelle Poelstra mij vertelde dat in die oude loods op het Prinseneiland altijd de geur van rottend hout hing, begreep ik de opwinding. Ferdinand de Graaf verbond die geur met zijn seksuele ervaringen tijdens de verkrachtingen die hij daar had gepleegd.'
Fred Prins schudde zijn hoofd. 'Ik snap het nog niet. Wat had die geur van rottend hout met Martin van Heerlen van doen?'
De Cock spreidde zijn handen. 'Het omgekeerde effect. Martin van Heerlen koppelde de geur van rottend hout aan de haat, angst en machteloze woede, die hij onderging toen zijn zusters werden verkracht.'
Fred Prins schudde zijn hoofd. 'Dat is nog geen antwoord op de vraag van Appie Keizer, waarom hij zo lang met zijn wraakoefening wachtte.'
De Cock zuchtte diep.
'Martin van Heerlen was vermoedelijk nooit tot zijn wraakoefening overgegaan… als hij niet weer in contact was gekomen met die geur van rottend hout. Als advocaat leerde Martin van Heerlen zijn cliënt Abraham van der Velde kennen. Brammetje werd door
zijn compagnon van fraude beschuldigd. Tijdens een van de besprekingen voorafgaande aan het proces, liet Brammetje hem zijn oude schuur zien.'
Vledder keek De Cock met grote ogen aan. 'En Martin van Heerlen onderging door de geur in die loods opnieuw de angst, de woede, de machteloosheid en de haat jegens de vier mannen die zijn zusters hadden verkracht.'
De Cock knikte hem bemoedigend toe. 'Heel goed. Martin polste zijn zuster Adelheid over zijn plannen om het viertal alsnog te liquideren. Adelheid stemde toe. Ook bij haar was de haat jegens de vier mannen nog niet vervlogen. Ze nam zelfs het initiatief. Ze zocht contact met Ferdinand de Graaf. Een makkelijke prooi, die zich gewillig naar de loods in de Houthaven liet leiden. Omgeven door de geur, die haat en woede bij hem losweekte, was Martin van Heerlen in staat om zijn moordenaarswerk te doen. De enige fout die Adelheid maakte, was dat zij aan De Graaf haar ware naam had genoemd. De Graaf noteerde de afspraak met haar in zijn kantoor op een kladje. Toen Vledder en ik daarop reageerden, begrepen beiden dat zij bij de volgende slachtoffers een andere tactiek moesten volgen. Brammetje werd 's avonds naar zijn eigen loods gelokt omdat Adelheid zich telefonisch als Mathilde de Graaf meldde.'
Vledder stemde in. 'Maar er wel voor zorgde dat Brammetje haar stem niet hoorde.'
De Cock gebaarde. 'De aanval op Jelle Poelstra werd bijna een mislukking. Jelle Poelstra, die nogal onhandig was in zijn omgang met vrouwen, liet zich door Adelheid van Heerlen in zijn helgele Fiat gewillig naar de loods in de Houthaven leiden. Maar in de loods probeerde hij Adelheid te verkrachten. Het werd een gevecht, waardoor het eerste schot van Martin van Heerlen mislukte.
Jelle Poelstra klemde zich aan Adelheid vast en krabde in haar gezicht. Eerst het tweede schot van Martin bracht een eind aan zijn leven.'
De Cock leunde achterover in zijn fauteuil. De lange uiteenzetting had hem vermoeid. Na enige minuten boog hij zich naar voren en schonk nog eens in.
'Heeft iemand nog iets te vragen?'
Appie Keizer stak zijn arm omhoog. 'Martin van Heerlen is dood. Wat doe je met Adelheid van Heerlen?'
De Cock keek triest voor zich uit. 'We kunnen haar medeplichtigheid of mededaderschap ten laste leggen. Ik denk dat de officier van justitie bij zijn aanklacht voor mededaderschap zal kiezen. Al loste Martin de fatale schoten, in feite is haar aandeel net zo groot.'
De Cock keek de kring rond. 'Nog iemand?'
Fred Prins en Vledder schudden hun hoofd. Het gesprek werd algemener en de opzienbarende moorden in de loods aan de Houthaven zakten wat op de achtergrond.
Mevrouw De Cock kwam uit de keuken met schalen vol lekkernijen en liep presenterend rond. De oude rechercheur placht op strikt vertrouwelijke momenten wel eens te onthullen dat hij zijn lang en gelukkig huwelijksleven mede dankte aan de culinaire gaven van zijn vrouw.
Het was al vrij laat toen de laatste gasten vertrokken. De Cock liet zich in zijn fauteuil onderuitzakken en schonk zich nog eens in.
Zijn vrouw schoof een poef bij en kwam naast hem zitten. 'Hoe kijk jij terug op deze zaak?'
De Cock trok zijn schouders op. 'Een karwei, zoals zo vele.'
Ze schudde haar hoofd. 'Dat bedoel ik niet. Ik bedoel het soort gerechtigheid dat Martin van Heerlen pleegde.'
De Cock trok zijn gezicht in een ernstige plooi. 'Je moet teruggaan naar de bron. Vier jongens plegen verkrachtingen en verwoesten daarmee drie levens… het leven van Mirjam, Adelheid en Martin. Adelheid en Martin liquideerden drie van hen. Men zou dit een vorm van gerechtigheid kunnen noemen.'
'Is dat zo?'
De Cock schudde zijn hoofd. 'Er zullen altijd jeugdbendes blijven en er zullen altijd verkrachtingen worden gepleegd. Maar de gevolgen behoeven niet zo verschrikkelijk te zijn… niet zo afschuwelijk… niet zo gewelddadig. Edith Kuijters vond ondanks haar verkrachting de weg naar een gelukkig leven.'
Mevrouw De Cock keek haar man vertederd aan.
'Soms, Jurrian,' sprak ze zacht, 'denk ik dat je toch te lief bent dit werk.'