5

Op het Stationsplein stapte De Cock uit de tram. Met zijn handen diep in de zakken van zijn regenjas gestoken, sjokte hij met de stroom voetgangers mee naar het brede trottoir van het Damrak. Hij voelde zich wat gammel. De nachtrust was te kort geweest om al de vermoeienissen van de vorige dag uit zijn botten te trekken.

Hij keek schuins omhoog. Het regende niet, maar de lucht boven de oude achtergevels van de Warmoesstraat zag grauw en dreigend.

Ook de weerberichten spraken van aanhoudende regen en heel veel wind. De Cock hield niet van de maand november. Het was zo'n maand die men volgens hem best uit het jaarbeeld kon schrappen. Het betekende alleen dertig dagen vertraging voordat december begon.

Op de hoek van de Oudebrugsteeg bleef hij even staan en stak toen voor een aanstormende tramtrein van lijn 9 het Damrak over. Een jong nachthoertje, van de Wallen op weg naar huis, lachte. De Cock in draf was een koddig gezicht.

Nog nahijgend liep de oude rechercheur aan de Beurs van Berlage voorbij naar de Warmoesstraat. Het korte sprintje had zijn bloed even sneller doen stromen. De traagheid was weggedrukt. Nieuwe levenskrachten borrelden in hem op. In de hal van het politiebureau

slenterde hij naar de balie en boog zich plagend over Jan Kusters.

'Heb je nog ergens een lijk voor mij liggen?'

De wachtcommandant maakte een afwerend gebaar. 'Hoepel op.'

Lachend besteeg de grijze speurder de twee trappen naar de grote recherchekamer.

De Cock wierp zijn oude vilten hoedje naar de kapstok en miste. Daarna deed hij zijn regenjas uit en raapte zijn hoedje op.

De vingers van Vledder gleden razendsnel over de toetsen van zijn elektronische schrijfmachine. Toen hij De Cock in het oog kreeg, liet hij zijn vingers rusten.

'Je bent laat.'

Het klonk bestraffend.

De oude rechercheur knikte gelaten. 'En jij hebt wallen onder je ogen.'

Vledder maakte een hulpeloos gebaar. 'Ik heb die paar uur dat ik in mijn bed lag, vrijwel geen oog dichtgedaan. Volgens mij zitten we weer tot onze nekharen in de ellende.'

De Cock trok zijn schouders op. 'Het is ons vak,' sprak hij gelaten. 'Aan elk beroep kleven negatieve kanten.'

Vledder bromde. 'Ik had koekenbakker moeten worden.'

De Cock grinnikte. Een snerende opmerking lag op zijn tong, maar die hield hij wijselijk in. Hij wees naar de elektronische schrijfmachine.

'Wat ben je aan het doen?'

'Een verslag van die moord in de Houthaven. Er moet toch iets op papier staan. Dat laat je altijd aan mij over.'

De Cock negeerde de opmerking. 'Heb je al een afspraak gemaakt voor de sectie?'

Vledder knikte. 'Vanmiddag om twee uur op Westgaarde. Dokter Rusteloos heeft eerst nog een lastige klus in Rotterdam. Een jonge vrouw met tal van steekwonden. Over een ander beroep gesproken…'

De jonge rechercheur zweeg even. 'Voor mij,' ging hij grommend verder, 'is die sectie op Ferdinand de Graaf totaal overbodig.'

De Cock keek hem niet-begrijpend aan. 'Overbodig?'

Vledder knikte. 'Ik heb al eerder zo'n sectie van een slachtoffer van een nekschot meegemaakt. Conclusie: het slachtoffer was op slag dood. De kogel doorboorde de ruggegraat en vernielde het verlengde merg… en dat is, zo heeft een patholoog-anatoom mij eens verteld… de plek waar onze ziel huist.' Het klonk wat cynisch.

'Jij gelooft niet in een ziel?'

Vledder antwoordde niet en De Cock liet het onderwerp rusten. 'Wanneer is de begrafenis?'

'Morgenochtend om elf uur op Zorgvlied aan de Amstel.'

De Cock fronste zijn wenkbrauwen. 'Dat is snel.'

'Men gaat ervan uit dat het slachtoffer al een paar dagen dood was voor hij werd gevonden. Anders wordt het eerst maandag en dat is weer te laat.'

'We gaan er samen heen,' sprak De Cock.

'Naar de begrafenis?'

'Zeker.'

Vledder trok een vies gezicht. 'Moet dat?' vroeg hij opstandig. 'Ik heb een hekel aan kerkhoven en begraafplaatsen. Het is er altijd zo somber. Vooral in deze tijd van het jaar.'

De Cock wuifde zijn bedenkingen weg. 'Ik wil weten wie er buiten de treurende echtgenote en dochter Florentine nog meer belangstelling heeft voor zijn begrafenis.'

Commissaris Buitendam, de statige politiechef van bureau Warmoesstraat, wenkte hem met een slanke hand naderbij. 'Heeft Vledder jou niet verteld,' vroeg hij verrast, 'dat jij bij mij moest komen?'

De Cock schudde zijn hoofd. 'Het is hem blijkbaar ontschoten,' sprak hij achteloos. 'Ik denk dat hij het niet zo belangrijk heeft gevonden.'

Op het vale gezicht van Buitendam verschenen lichte blosjes. Hij wees naar de stoel voor zijn bureau.

'Ga zitten, De Cock,' sprak hij geaffecteerd.

De oude rechercheur schudde zijn hoofd. 'Ik blijf liever staan.'

'Zoals je wilt.' De commissaris zweeg even om indruk te maken, strekte zijn rug en ademde diep.

'Hoewel jouw gedrag, De Cock, in het verleden dikwijls enige correcties behoefde, heb ik jou in de meeste gevallen ongestoord je gang laten gaan.'

De commissaris hield opnieuw een kleine pauze en kuchte. 'Daarbij gold als overweging,' ging hij gedragen verder, 'dat je als rechercheur vaak uiterst succesvol was… een feit, waarvoor ik mijn ogen niet heb willen sluiten.'

De Cock trok denkrimpels in zijn voorhoofd en spreidde zijn armen in een hulpeloos gebaar. 'Waarom zo'n… zo'n omhaal van woorden?' riep hij licht geprikkeld. 'Zeg gewoon rechtuit wat u op het hart hebt.'

Commissaris Buitendam schoof onrustig op zijn stoel heen en weer. 'Ik heb zeer ernstige kritiek,' sprak hij bestraffend, 'op de wijze waarop jij gistermiddag het advocatenkantoor van De Bruijn en Van Meeteren aan de Keizersgracht hebt bestormd.'

De Cock trok zijn neus iets op. 'Bestormd?'

Buitendam knikte nadrukkelijk. 'Meester Martin van Heerlen voelde zich door jou belaagd. Alle vormen van fatsoen negerend, stormde jij ongevraagd zijn privé-kantoor binnen.'

De Cock schoof zijn onderlip naar voren. 'Dat zegt meester Martin van Heerlen?'

'Precies. Hij was hoogst verbolgen. Zijn secretaresse was getuige van jouw… eh, jouw onbesuisde optreden.'

De Cock lachte hartelijk. 'Dat was ze. Inderdaad.'

Commissaris Buitendam wond zich zichtbaar op. 'Het heeft mij de grootste moeite gekost,' sprak hij met stemverheffing, 'om hem er van te weerhouden jegens jou een aanklacht terzake lokaalvredebreuk in te dienen.'

De Cock lachte smalend. 'Lief van hem.'

Commissaris Buitendam knikte. 'Ik heb mij dan ook dankbaar getoond.'

De Cock grinnikte.

'Meester Martin van Heerlen moet eerst zijn eigen fatsoensnormen eens onder de loep nemen. Hij gooide tijdens een gesprek met Vledder de hoorn op de haak en toen ik later de indruk kreeg dat hij mij op zijn kantoor niet wenste te ontvangen, heb ik mij persoonlijk even bij hem gemeld.'

Buitendam brieste. 'Op een onheuse wijze.'

De Cock snoof. 'Voor meester Martin van Heerlen geldt het Oudhollandse gezegde: hij is een advocaat als Judas een apostel.'

De grijze speurder boog zich iets naar voren. 'En Judas… herinnert u zich nog van de zondagsschool… was de man die voor een paar zilverlingen Jezus naar het kruis joeg.'

Commissaris Buitendam kwam met een ruk uit zijn stoel overeind. Zijn gezicht zag rood en zijn lippen trilden. Bevend strekte hij zijn arm naar de deur. 'Eruit.'

De Cock ging.


De reprimande van de commissaris had hem niet beroerd. Met een voldaan gevoel liet de grijze speurder zich in de stoel achter zijn bureau zakken. 'Ik ben even boven bij de administratie geweest,' legde hij Vledder uit. 'Afra Molenkamp heeft dat proces-verbaal tegen Abraham van der Velde voor mij gelicht. Ze zal ons ook een foto van hem bezorgen.'

De jonge rechercheur keek hem wat verward aan. 'Abraham van der Velde?'

De Cock knikte. 'Brammetje.'

'Heet hij Van der Velde?'

De Cock wees naar de telefoon. 'Jij had het zo druk met je verslag over de moord, dat ik zelf even de secretaresse van De Graaf heb gebeld. Van haar kreeg ik de naam van zijn vroegere compagnon. Ik ga vanmiddag, als jij bij de sectie bent, even bij haar langs.'

Hij wees voor zich uit. 'Denk er tijdens de sectie aan dat dokter Rusteloos de kogel veilig stelt, die nog ergens onder het schedeldak van het slachtoffer steekt.'

Vledder knikte begrijpend. 'Voor het geval dat we de mazzel hebben om het moordwapen te vinden.'

De Cock wees omhoog. 'Ik liep boven op de administratie commissaris Buitendam tegen het lijf. Hij was kwaad en troonde mij onmiddellijk mee naar zijn kamer.'

De Cock zweeg even. 'Waarom heb jij vanmorgen niet gezegd dat ik bij de commissaris moest komen?'

Vledder sloeg zijn hand voor zijn mond. 'Vergeten. Het is mij totaal ontschoten. Het komt ook omdat jij zo laat was.'

'Ik ben altijd laat.'

Vledder negeerde de opmerking. 'Wat had Buitendam?'

De Cock trok een grijns. 'Meester Martin van Heerlen had zich bij hem beklaagd over mijn optreden gistermiddag. Ik zou zijn kantoor hebben bestormd.'

Vledder keek hem ongelovig aan. 'Noemde hij dat zo?'

De Cock knikte. 'Van Heerlen had zelfs overwogen om een klacht tegen mij in te dienen terzake lokaalvredebreuk.'

Vledder schudde zijn hoofd. 'Wat een huichelaar,' riep hij onthutst. 'Gisteravond hier tijdens het verhoor van zijn zuster was hij poeslief en aardig.'

De Cock trok zijn schouders iets op. 'Advocaat… duivelskwaad.'

'Een kreet van je oude moeder?'

De Cock schudde zijn hoofd. 'Een Oudhollands spreekwoord. En volgens mij volkomen van toepassing…' De grijze speurder stokte.

De deur van de grote recherchekamer vloog open en Roger ter Beek stapte dreunend op De Cock toe. Zijn gezicht zag rood en het staartje in zijn nek wipte op en neer.

'Ze hebben het gedaan,' riep hij opgewonden. 'Ik heb het u gezegd. Ze waren het van plan. Florentine en haar moeder hebben hem koud gemaakt. Het stond vanmorgen in de krant. Het is hen eindelijk toch gelukt.'

De Cock wees naar de stoel naast zijn bureau. 'Ga zitten,' gebood hij dwingend. 'En vertel mij eens hoe die twee vrouwen een moord hebben kunnen plegen zonder een vuurwapen, dat jij niet wilde leveren?'

Roger nam geschrokken plaats. 'Dat… eh, dat is waar,' stamelde hij. 'Ik heb u niets voorgelogen. Ik ben nooit op het verzoek van Florentine ingegaan. Ik heb haar geen vuurwapen bezorgd.'

De Cock boog zich naar hem toe. 'Ik heb het uit de pers gehouden, maar De Graaf werd inderdaad met een vuurwapen gedood. Hoe kwamen Florentine en haar moeder aan een wapen als jij daar niet voor had gezorgd?'

Roger spreidde zijn handen. 'Dat is toch niet moeilijk? Steek in de binnenstad van Amsterdam je arm omhoog en roep hardop: "ik wil een pistool" en van alle kanten komen ze met een brok schiettuig naar je toe.'

De Cock snoof. 'Rijkelijk overdreven.'

'Ach, rechercheur De Cock,' riep Roger minachtend, 'als eenieder die in de binnenstad van Amsterdam een vuurwapen heeft, op jullie ging schieten, dan was dit bureau Warmoesstraat een gatenkaas.'

De Cock wuifde de opmerking weg. 'Waarom uit u uw beschuldigingen niet rechtstreeks tegen Florentine en haar moeder?'

Roger keek hem verbaasd aan. 'Dat doet u toch?'

'Voorlopig niet.'

In de ogen van Roger ter Beek glinsterde achterdocht. 'Als ze daarna een klacht tegen mij doen terzake belediging, smaad, valse aanklacht?'

Om de lippen van de grijze speurder danste een glimlach. 'Bent u daar bang voor?'

Roger knikte. 'Zeker. Ik ken ze toch.'

De Cock schudde zijn hoofd. 'U… Roger ter Beek… bent bang dat ze mij dan de waarheid zullen zeggen en beweren dat u hen toch een vuurwapen hebt geleverd.'

De jongeman sprong geagiteerd op. 'Hoe vaak moet ik u nog zeggen…'


De Cock kuierde op zijn gemak vanuit de Warmoesstraat naar de Herengracht. Het was droog, maar een snerpende wind prikkelde de huid van zijn gezicht. Tot ongenoegen van Vledder had hij Roger ter Beek ongehinderd laten vertrekken. Zijn jonge collega was van mening dat Roger ter Beek wel degelijk een vuurwapen aan Florentine had geleverd en nu bezig was zijn eigen aandeel in de affaire te verdoezelen. Een mening die hij niet deelde.

Voor het kantoor van De Graaf bleef de oude rechercheur even staan. Achter hem gleed een schaarsbezette rondvaartboot door het water van de gracht. Meeuwen krijsten boven het schroefwater. Nadat hij had aangebeld, werd de deur van het kantoor opengedaan door een donkere vrouw met grote glanzende bruine ogen. Ze was keurig gekleed in een onberispelijk roodzijden mantelpakje.

De Cock schatte haar op achter in de dertig. Ze was maar klein… reikte tot zijn schouder.

De oude rechercheur lichtte beleefd zijn hoedje. 'Ik ben rechercheur De Cock… met… eh, met ceeooceeka. Ik mocht u bezoeken.'

De vrouw glimlachte. 'Annette… Annette van Heeteren.'

Ze liep op haar halfhoge hakjes voor de rechercheur uit naar een gezellig ingericht kantoor en liet hem achter een bureau plaatsnemen in een brede leren stoel met een hoge leuning.

'Daar zat hij altijd.'

'De heer De Graaf?'

Annette van Heeteren knikte. 'Ik mis hem toch wel,' sprak ze zacht. 'Hij was een aardige man… voor mij.'

'Voor anderen niet?'

Annette van Heeteren schudde haar hoofd. 'Niet altijd. Die affaire met Brammetje, zijn compagnon, over wie u vanmorgen sprak, had nooit zo uit de hand mogen lopen.'

'U kent die affaire?'

Annette knikte. 'Ik was er min of meer bij betrokken.'

De Cock trok een bedenkelijk gezicht. 'Heeft de heer Abraham van der Velde werkelijk gefraudeerd? Ik bedoel: is hij terecht tot gevangenisstraf veroordeeld?'

Annette liet haar hoofd iets zakken.

'De heer De Graaf,' antwoordde ze traag, 'was veel intelligenter dan Brammetje… we noemden hem altijd Bram-me-tje.'

Ze zweeg even.

'Ik… eh, ik kan het niet bewijzen,' ging ze traag formulerend verder, 'maar ik heb altijd een sterk vermoeden gehad dat meneer De Graaf hem valselijk stukken heeft laten tekenen, waarvan Brammetje de draagwijdte niet kende… niet besefte waarvoor hij zijn handtekening plaatste.'

'Gemeen.'

Annette knikte.

'De heer De Graaf had destijds wat financiële problemen. Ik schat, dat hij op deze… eh, deze onhoffelijke wijze een oplossing heeft gezocht.'

'Hij wilde Brammetje kwijt.'

Annette tuitte haar lippen.

'Hij was ook min of meer een blok aan zijn been. De inbreng van Brammetje in de vennootschap was onbeduidend… praktisch nihil.

Maar zij waren vrienden… al vanaf hun jeugd.'

De Cock zuchtte. 'Brammetje… de heer Van der Velde… koestert nog steeds een wrok jegens De Graaf.'

'Terecht.'

'Hij heeft gezworen hem op een goeie dag nog eens te grazen te zullen nemen. De Graaf is dood. Acht u Brammetje tot een moord in staat?'

Annette trok haar schouders op. 'Brammetje is een primitief mens. Het zou mij niets verbazen als hij in zijn wrok een plan tot moord heeft uitgedacht.'

De Cock glimlachte. 'Daar behoeft men niet "primitief' voor te zijn.'

Op de wangen van Annette verscheen een lichte blos. 'Ik bedoelde het niet denigrerend.'

De Cock blikte om zich heen. 'Wie zet de zaak voort?'

'Mevrouw De Graaf heeft mij verzocht de lopende zaken af te wikkelen.'

'En dan?'

'Ik denk dat haar vriend de zaak zal overnemen.'

De Cock keek verrast op. 'Haar vriend?'

Annette knikte.

'Mevrouw De Graaf heeft al maanden een buitenechtelijke verhouding.'

Загрузка...