De ruime parkeerplaats van Zorgvlied was totaal verlaten. Van over het water van de Amstel gierde een felle oostenwind om de oude politie-Golf. Binnen besloegen de ruiten. Het ontging De Cock. De oude rechercheur knikte traag voor zich uit.
' De-geur-van-rot-tend-hout.' Hij proefde de woorden op het puntje van zijn tong. Ter overdenking nam De Cock een kleine pauze.
Daarna boog de grijze speurder zich opnieuw over de leuning van zijn autostoel naar Brammetje. 'In welk opzicht wond de geur van rottend hout uw ex-compagnon op?'
'Seksueel.'
'Hoe weet u dat?'
Abraham grinnikte.
'Dat heeft Ferdy mij zelf verteld,' legde hij uit. 'Toen zijn huwelijk met Mathilde in het slop raakte, nam hij haar een keer mee naar mijn oude loods aan de Houthaven. Hij hoopte dat de geur van rottend hout ook haar zou opwinden.'
'En?'
'Het werd niets,' gniffelde Abraham. 'Helemaal niets. Toen Ferdy duidelijk maakte wat hij wilde, liep Mathilde gillend de loods uit.
Het is nadien ook nooit meer wat geworden met die twee.'
'Wanneer kan ik gaan rijden!' riep Vledder geprikkeld. 'Ik krijg koude benen.'
De Cock gebaarde nonchalant voor zich uit.
'Ga maar.'
Vledder startte de motor van de Golf.
'Waarheen?'
De Cock antwoordde niet. Hij was zo in gedachten verzonken, dat de vraag hem ontging. Hij wendde zich weer tot Van der Velde.
'En u… Brammetje, raakt u ook opgewonden door de geur van rottend hout… zo opgewonden, dat u eindelijk uw haatgevoelens jegens uw vroegere compagnon in daden kon omzetten?'
Abraham schoof iets van De Cock af.
'Ik… eh, ik begrijp niet wat u bedoelt,' reageerde hij onzeker.
De Cock keek hem strak aan.
'Hebt u Ferdinand de Graaf vermoord?'
Abraham maakte een afwerend gebaar met zijn handen.
'Onzin.'
De Cock schudde zijn hoofd.
'Dat is geen antwoord op mijn vraag.'
Abraham van der Velde snoof.
'Ik herhaal: onzin… pure onzin.' In zijn stem trilde een lichte wrevel. 'Zo diep zat die haat bij mij nu ook weer niet. Ferdy en ik waren vroeger goede vrienden.'
Hij zweeg even.
'En… als ik op zijn dood uit was,' ging hij verder, 'dan had ik hem toch al veel eerder koud gemaakt?'
'Wanneer u hem meteen na het uitzitten van uw straf had vermoord, was de verdenking onmiddellijk op u gevallen. Het was verstandiger… zoals u nu hebt gedaan… om enige tijd te wachten.'
Abraham van der Velde wond zich zichtbaar op.
'Wat zit je te wauwelen,' riep hij kwaad. 'Ik heb hem niet vermoord. Zo'n vent ben ik niet.'
De Cock strekte zijn rechterarm naar hem uit.
'Hij werd in uw loods gevonden.'
'Nou en? Ik kom nooit meer in die loods.'
'En u had een motief.'
Abraham van der Velde stak zijn handen met gespreide vingers demonstratief omhoog. Zijn neusvleugels trilden.
'Hier,' gilde hij, 'hier… aan deze handen kleeft geen bloed.'
De Cock keek hem onbewogen aan.
'Dat zie ik,' sprak hij achteloos. 'Ze zijn schoon. U hebt ze vanmorgen goed gewassen.'
De oude rechercheur schudde afkeurend zijn hoofd.
'Ik ben niet onder de indruk van die wilde emotionele gebaren. Ze imponeren mij niet. "Hier kleeft geen bloed aan" is een loze kreet.
Waar was u op de dag van de moord?'
Van der Velde ademde diep.
'Weet ik veel,' riep hij luid. 'Weet ik veel. Ik houd er geen dagboek op na.'
'U hebt geen alibi?'
Abraham van der Velde schudde zijn hoofd. Hij schoof weer wat dichter naar De Cock toe.
'Ik heb geen alibi,' verzuchtte hij. 'En ik ben ook niet van plan om een alibi voor je op te bouwen. Verder kan het mij geen moer schelen wie Ferdy uiteindelijk naar de eeuwige jachtvelden heeft gezonden. Ik was het niet. En als jij zo graag wilt weten wie het wel
was, dan moet je je huiswerk goed doen.'
Vledder stootte De Cock met zijn elleboog aan en wees naar het stuur van de Golf.
'Waarheen?' herhaalde hij dwingender.
De grillige accolades rond de mond van De Cock dansten een glimlach.
'Naar het huis van Brammetje op de Wallen,' sprak hij vriendelijk.
'Brammetje krijgt van ons een lift. Dat hadden we hem toch beloofd?'
Vledder warmde zijn handen boven de oude gaskachel van de grote recherchekamer. De jonge rechercheur rilde.
'Ik ben verkleumd.' klaagde hij. 'Tot op het bot. Had je die Brammetje niet mee kunnen nemen naar ons warme bureau in plaats van dat verhoor in die koude Golf?'
De Cock kwam naast hem staan.
'Het leek mij emotioneel beter om onmiddellijk na de begrafenis met hem te praten. Het heeft soms een gunstig effect.'
Vledder liep brommend bij hem weg en liet zich in de stoel achter zijn bureau zakken.
De Cock nam tegenover hem plaats.
De jonge rechercheur trok zijn neus op.
'Brammetje zegt,' sprak hij minachtend, 'dat de haat bij hem niet zo diep zat. Dat is kletskoek. Aan het graf van zijn vroegere vriend smijt hij in woede kluiten aarde op de kist en vloekt hem stijf.'
De Cock maakte een schouderbeweging.
'Een onschuldige reactie.'
Vledder schudde zijn hoofd.
'Niet onschuldig,' riep hij protesterend. 'Dat is een actie van binnen uit… een daad van woede, wraak. Een uiting van pure haat.'
'En?'
'We hadden hem moeten insluiten.'
'Voor moord?'
Vledder knikte nadrukkelijk.
'De haatgevoelens van Brammetje jegens zijn vroegere compagnon zijn daarvoor groot genoeg.'
De Cock veinsde verbazing.
'Jij had Florentine en haar moeder ook al voor dezelfde moord willen arresteren.'
'Natuurlijk,' reageerde Vledder fel. 'Ook zij hebben een motief. Als je alle verdachten inzake een moord vrij laat rondlopen, kom je nooit tot een oplossing.'
De Cock negeerde de opmerking. Wanneer een rechercheur, zo meende hij, de innerlijke overtuiging van schuld miste, dan diende hij zich van dwangmaatregelen, zoals een arrestatie, te onthouden.
De oude rechercheur wist dat zijn mening niet door al zijn collega's werd gedeeld.
Hij liet het onderwerp rusten en keek zijn jonge collega aan.
'Weet je al van wie die "vette" Mercedes was?'
Vledder schoof een lade van zijn bureau open en raadpleegde een notitie.
'Michel… Michel van Amerongen,' las hij hardop, 'oud tweeënveertig jaar, directeur en eigenaar van Duimslag, een keten van doe-het-zelfzaken. Van Amerongen geldt als een gefortuneerd man. Hij is getrouwd, woont in Bussum en heeft zijn kantoor aan de Van der Madeweg in Duivendrecht.'
De Cock toonde bewondering.
'Je hebt je huiswerk goed gedaan.'
Vledder gniffelde.
'Aan mij zou Brammetje niet twijfelen.'
De opmerking toverde een brede glimlach op het gezicht van De Cock. Hij hield zijn hoofd iets schuin.
'Iets… eh, iets vernomen van een innige relatie met Mathilde de Graaf?'
Vledder schudde zijn hoofd.
'Ik heb alleen officiële instanties geraadpleegd,' sprak hij grijnzend. 'Stiekeme relaties worden daar niet geregistreerd.'
De Cock liet de lichte spot langs zich heen glijden. Hij staarde nadenkend voor zich uit.
'Doe-het-zelfzaken… verkopen die ook hout?'
Vledder lachte.
'Wat is een doe-het-zelfzaak zonder hout?' vroeg hij verbaasd.
'Heb jij nooit een schrootjeswand aangelegd of een schrootjesplafond opgehangen… nooit aan een tuinhek getimmerd of een wasbak vernieuwd?'
De Cock stak zijn handen gedraaid omhoog.
Twee linkerhanden. Ik kan nog geen spijker in de muur slaan en als bij ons thuis een lamp uitvalt, moet mijn vrouw er een nieuwe indraaien.'
Vledder schudde zijn hoofd.
'Ik begrijp niet,' sprak hij gniffelend, 'waarom dat mens al die jaren bij je is gebleven.'
'Ik vrees dat ik jou het antwoord op die vraag schuldig moet blijven.' De oude rechercheur glimlachte. 'Ik heb het idee dat "dat mens" nog steeds blij met me is.'
De grijze speurder kwam overeind en liep naar de kapstok. Vledder kwam hem na.
'Waar gaan we heen?'
De Cock kroop onder zijn hoedje.
'Naar Michel van Amerongen… vragen waarom en met welke gevoelens hij de teraardebestelling van Ferdinand De Graaf bijwoonde.'
Hij blikte opzij.
'Weet je de Van der Madeweg in Duivendrecht te vinden?'
'Blindelings.'
De Cock grijnsde.
'Ik zou er mijn ogen maar bij open houden.'
Vanaf de slingerende Randweg in Duivendrecht reden ze rechts de Van der Madeweg op. Er was vrij veel vrachtverkeer. Een grote truck danste voor hen uit over de golvende weg. Onder het metrostation door reden ze in de richting van de Spaklerweg.
De Cock wees voor zich uit.
'Het is beslist voorbij de kruising links. Daar zijn nieuwe kantoorgebouwen gekomen.'
Vledder raadpleegde zijn notitie en knikte.
Het kantoor van Duimslag bv bleek een fantasieloos rechthoekig gebouw van grauw beton. Het had drie verdiepingen met kleine vierkante ramen.
Hij parkeerde de Golf pal voor de ingang. De rechercheurs stapten uit en liepen op het gebouw toe. Bij hun nadering schoven de glazen deuren open. Via een sluis en een tweede stel deuren kwamen ze in de hal met een balie waarachter een jonge knappe blonde receptioniste resideerde. Ze stond van haar stoel op en blikte van De Cock naar Vledder en terug.
'Kan ik u ergens mee helpen?' vroeg ze onzeker.
De oude rechercheur lichtte beleefd zijn hoedje.
'Mijn naam is De Cock… met… eh, met ceeooceeka.' Hij gebaarde opzij. 'En dat is mijn collega Vledder. Wij zijn als rechercheur verbonden aan het politiebureau in de Warmoesstraat.'
Er kwam schrik in de ogen van de jonge vrouw.
'Recherche?'
De Cock knikte.
'Wij wilden graag een onderhoud met de directeur… de heer Van Amerongen… de heer Michel van Amerongen.'
'Waar gaat het over?'
De Cock lachte vrolijk.
'Dat… eh, dat zullen wij de heer Van Amerongen beslist vertellen.'
Even aarzelde de receptioniste. Toen pakte ze de telefoon. Na een kort beraad kwam ze van achter haar balie vandaan.
'Gaat u maar mee,' sprak ze beminnelijk.
De rechercheurs volgden haar door een lange brede gang met reproducties van Chagall aan de muren.
Aan het einde van de lange gang opende ze een deur, bleef half in de deuropening staan en gebaarde naar binnen.
De Cock en Vledder stapten de kamer in.
Achter een breed bureau zat een stevig gebouwde man in een effen parelgrijs kostuum. Hij had zwart golvend haar; iets grijzend aan de slapen. De Cock herkende hem onmiddellijk als de heer die in de aula op Zorgvlied links van mevrouw De Graaf zat.
De man kwam achter zijn bureau vandaan, liep op hen toe en wees naar een zitje in een hoek van zijn kamer.
'Neem plaats… neem plaats,' jubelde hij. 'Het gebeurt mij niet vaak dat ik zulk hoog bezoek krijg.'
De Cock fronste zijn wenkbrauwen.
'Hoog bezoek?' vroeg hij niet-begrijpend.
Van Amerongen knikte nadrukkelijk.
'Meesterspeurder De Cock.'
De oude rechercheur wuifde zijn woorden weg.
'U bent de heer Van Amerongen… Michel van Amerongen?' vroeg hij zakelijk.
De man knikte.
'Oud tweeënveertig jaar,' vervolgde hij jolig, 'gehuwd, woont in Bussum, eigenaar-directeur van Duimslag bv, een keten van doe-het-zelfzaken.'
Hij stak zijn handen omhoog.
'Iedere doe-het-zelver,' ging hij verklarend verder, 'slaat zich wel eens een keer op zijn duim. Duimslag leek mij een toepasselijke naam.'
De oude rechercheur treuzelde tot Van Amerongen had plaatsgenomen en koos toen een fauteuil tegenover hem. Vanaf die plek gleed het licht uit de kleine ramen over zijn hoofd en schouders op het gelaat van Michel van Amerongen. Geen enkele reactie op het gezicht van de zakenman bleef versluierd.
De Cock legde zijn hoedje naast zich op het tapijt en knoopte zijn regenjas los.
'Wij hebben.' opende hij voorzichtig, 'vanmorgen ambtshalve de begrafenis van de heer Ferdinand de Graaf bijgewoond. Wij volgden ook de daaraan voorafgaande dienst in de aula en zagen u naast de echtgenote van de vermoorde zitten. Vandaar onze interesse.'
Van Amerongen glimlachte.
'Begrijpelijk… volkomen begrijpelijk,' riep hij enthousiast. 'Bij het oplossen van een moord mag men niets onbeproefd laten.'
'U was namens de familie uitgenodigd?'
'Voor de begrafenis, bedoelt u?'
'Ja.'
Van Amerongen schudde zijn hoofd.
'Ik las van zijn tragisch overlijden in een ochtendkrant.'
'U kende de heer De Graaf?'
Van Amerongen knikte.
'Ik was vroeger met hem bevriend. Sinds enkele jaren is die vriendschap wat bekoeld, maar zakelijk hadden wij nog steeds een goede relatie.'
'Zakelijk?'
'Hout. Ferdy importeerde tropische houtsoorten. Tot voor kort heb ik voor mijn vestigingen vrij veel meranti en merbau van hem afgenomen.'
'Tot voor kort… was ook zakelijk de relatie met de heer De Graaf bekoeld?'
Van Amerongen schudde zijn hoofd.
'Milieu-overwegingen Ter bescherming van de regenwouden wordt ons van overheidswege aangeraden om geen tropische houtsoorten meer te verkopen.'
'En daar houdt u zich aan?'
'Waarom zullen wij niet meewerken om ons milieu te beschermen.
Wij verkopen nu alleen nog vuren- en grenenhout.'
De Cock glimlachte beminnelijk.
'Ik heb nog niet van u gehoord hoe u op Zorgvlied in de aula terechtkwam?'
Van Amerongen vouwde zijn handen.
'Nadat ik kennis had genomen van het overlijden van mijn oude vriend Ferdy,' sprak hij gedragen, 'heb ik Mathilde, zijn… eh, zijn weduwe, opgezocht… haar gecondoleerd met het verlies van haar man… en haar gevraagd of ze wellicht hulp nodig had.'
'Had ze hulp nodig?'
'Dat schatte ik… daar ging ik van uit. Ferdy kennende, bestond de mogelijkheid dat hij haar totaal onbemiddeld had achtergelaten.
Financieel beheer was niet zijn sterkste kant. Bovendien moest er leiding gegeven worden aan zijn zaak. Het zou jammer zijn om die te laten verslonzen.'
'Hoe… eh, hoe reageerde Mathilde. Ik bedoel… mevrouw De Graaf?'
Van Amerongen liet zijn hoofd iets zakken.
'Ik had niet het idee dat ze erg onder de indruk was van de dood van haar man. Er waren bij haar geen tekenen van rouw of verdriet. Integendeel.'
'Hoe reageerde zij op uw aanbod tot hulp?'
Van Amerongen staarde enkele seconden nadenkend voor zich uit.
'Niet direct enthousiast,' formuleerde hij voorzichtig. 'Koel en een tikkeltje gereserveerd. Mathilde vroeg mij alleen om tijdelijk het beheer van de zaak van haar man over te nemen… tot ze een geschikte opvolger had gevonden.'
'Mathilde nodigde u wel uit om de begrafenis van haar man bij te wonen?'
Van Amerongen knikte.
'Om praatjes te voorkomen wilde ze niet dat ik met een volgauto mee reed.'
'Wat voor praatjes?'
'U weet hoe mensen zijn.'
De Cock glimlachte.
'Dat weet ik niet,' sprak hij hoofdschuddend. 'Als ik precies wist hoe mensen waren, was mijn werk veel eenvoudiger. Ze zijn veel gecompliceerder dan men oppervlakkig zou denken.'
De oude rechercheur boog zich iets naar Van Amerongen toe.
'U kende Mathilde ook van vroeger?'
Van Amerongen reageerde niet direct. Het leek alsof hij zijn antwoord overwoog.
'Ferdy en ik waren rivalen,' sprak hij zacht.
De Cock ploegde een denkrimpel in zijn voorhoofd.
'Rivalen… naar de gunst van Mathilde?'
'Exact.'
'Was dat de reden dat uw vriendschap met de heer De Graaf bekoelde?'
Van Amerongen zuchtte diep.
'Ze koos voor Ferdy.'
'Er wordt gefluisterd dat Mathilde de Graaf al maanden voor de dood van haar man een buitenechtelijke verhouding had.'
Van Amerongen toonde zich verrast.
'Met wie?'
De Cock stak zijn rechterwijsvinger naar hem uit.
'Met u?'
Van Amerongen lachte.
'Mathilde is een aantrekkelijke vrouw. Begeerlijk voor iedere man.'
'Ook voor u?'
Van Amerongen knikte nadrukkelijk.
'Ook voor mij. Absoluut. Ik ben min of meer gelukkig getrouwd, maar als Mathilde… nu na de dood van haar man… toenadering tot mij zoekt, dan zal ik die toenadering beslist niet afwijzen.'
De Cock gniffelde.
'Een prachtige formulering. Het betekent dat u als getrouwd man niet zou schromen om een verhouding met Mathilde aan te gaan?'
Van Amerongen knikte.
'Als zij dat wenst.'
De Cock keek de zakenman onderzoekend aan.
'Nu… na de dood van haar man… is de weg naar de begeerlijke Mathilde vrij.'
Van Amerongen knikte weer.
'Er zijn geen belemmeringen meer.'
Over het brede gezicht van De Cock gleed een grijns.
'Hoeveel was het u waard om uw vroegere rivaal in de liefde uit te schakelen en de weg naar Mathilde vrij te maken?'
De joligheid gleed van het gelaat van Michel van Amerongen. In zijn donkere ogen kroop achterdocht.
'Ik… eh, het was… eh.' Hij stotterde. 'Ik… eh, ik begrijp u niet.'
De grijns op het gezicht van De Cock bleef. Hij hield zijn hoofd iets schuin.
'Was die weg u een moord waard?'