Toen rechercheur De Cock toch enigszins gehaast de grote recherchekamer binnenstapte, vond hij Vledder wat bedremmeld achter zijn bureau. De oude rechercheur blikte verwonderd om zich heen.
'Waar is die man, die een bekentenis wilde doen?' vroeg hij scherp.
Vledder keek op.
'Wat ben je laat,' verzuchtte hij. 'Die man zit hier al vanaf negen uur.'
De Cock bromde.
'Ik zat thuis met mijn voeten in een teil met warm water.'
'Moeie voeten?'
De Cock knikte.
'Het kwam plotseling toen ik uit bed stapte. Het duurde gelukkig niet zo lang.'
Vledder duimde opzij.
'Ik heb die man maar zolang in een verhoorkamertje gezet. Ik had wel tegen hem aan kunnen blijven kletsen, maar dat had geen zin.
Ik kreeg er niets uit.'
'Wat is het voor een man?'
Vledder trok zijn schouders op.
'Ik heb niet eens zijn naam,' antwoordde hij wrevelig. 'Die wilde hij niet zeggen. Hij was kwaad dat jij er niet was. Hij wilde zijn verhaal alleen kwijt aan rechercheur De Cock.'
De grijze speurder ging achter zijn bureau zitten.
'Ik was er niet.'
Vledder zuchtte.
'Ik maakte hem duidelijk dat het nog wel eens poosje kon duren voordat jij kwam en dat hij alles gerust ook aan mij kon vertellen.'
'En?'
Vledder grijnsde.
'Hij wilde de absolute garantie dat zijn naam in die affaire niet werd genoemd.'
De Cock keek zijn jonge collega verwonderd aan.
'Die garantie had jij hem toch kunnen geven?'
Vledder maakte een hulpeloos gebaar.
'Die wilde hij van mij niet aannemen. Hij zei dat hij alleen maar vertrouwen had in rechercheur De Cock. Dat heeft hij wel tienmaal herhaald.'
De jonge rechercheur maakte een gebaar van vertwijfeling.
'Ik zat er mee. Ik wilde hem ook voor geen prijs laten gaan.'
De Cock knikte.
'Daarom in het verhoorkamertje.'
'Ik had geen keus.'
De Cock plukte peinzend aan zijn onderlip.
'Heeft hij het woord bekentenis gebruikt?'
Vledder schudde zijn hoofd.
'Niet direct,' sprak hij ontwijkend. 'Hij zei dat hij een belangrijke mededeling had over de moorden in de Houthaven… een mededeling die mogelijk tot een bekentenis van de dader kon leiden.'
'Een dader die hij kent?'
Vledder stak in wanhoop zijn handen omhoog.
'Ik ben niet zo sterk in het verhoren en die vent werkte niet mee.'
De Cock knikte begrijpend.
'Zet hem maar bij mij neer,' sprak hij berustend.
Vledder stond op, liep naar het verhoorkamertje, deed de deur open en wenkte een man naderbij.
De oude rechercheur stond op van zijn stoel en liep met uitgestoken hand op de man toe.
'Mijn naam is De Cock,' riep hij opgewekt. 'De Cock, met ceeooceeka. Het spijt mij dat ik u zo lang heb laten wachten.'
Hij gebaarde glimlachend naar de stoel naast zijn bureau.
'Gaat u zitten,' sprak hij vriendelijk. 'Waarmee kan ik u van dienst zijn?'
De man keek schichtig in de richting van Vledder.
'Moet hij er bij zijn?'
De Cock knikte geruststellend met toegeknepen ogen.
'Mijn jonge collega,' reageerde hij opgewekt. 'Door mij al jarenlang getraind… heeft dezelfde uitzonderlijke karaktereigenschap als ik… als het moet kan hij zwijgen als het graf.'
De man wendde zich tot De Cock.
'Misschien denkt u dat ik een zeurderige oude man ben.' Hij schudde zijn hoofd.
'Ik ben alleen voorzichtig. U, rechercheur, hebt een goede reputatie. Daar vertrouw ik op.'
De Cock knikte hem bemoedigend toe.
'Steek van wal.'
De man verschoof iets op zijn stoel.
'Ik ben bijna vijftig jaar… heb een goede baan… als ik die verlies kom ik op mijn leeftijd nergens meer aan de slag.'
De Cock fronste zijn wenkbrauwen.
'Waarom zou u uw baan verliezen?'
De man aarzelde.
'Wanneer mijn werkgever er achter komt dat ik nu hier bij u zit en mijn verhaal vertel, zal dat absoluut gebeuren. Daarom wil ik van u de zekerheid dat mijn mededeling geheim blijft.'
De Cock kauwde op zijn onderlip.
'Het is mijn taak om een meervoudige moordenaar te ontmaskeren en om bewijzen te verzamelen op grond waarvan de man of vrouw kan worden veroordeeld.'
'Dat begrijp ik.'
'Als ik uw mededeling op een andere wijze kan verifiëren, bestaan er geen moeilijkheden. Maar als uw mededeling uiteindelijk mijn enige bewijslast vormt, dan raak ik in de problemen. Ik beloof u dat ik dan opnieuw contact met u zal opnemen.'
De man knikte.
'Dat klinkt redelijk.' Hij ademde diep. 'Mijn naam is Zwagerman… Johannes Pieter Zwagerman. Iedereen noemt mij gewoon Jan. Ik werk nu al bijna twintig jaar als boekhouder bij Duimslag bv aan de Van der Madeweg in Duivendrecht. Ik heb gehoord dat u kortgeleden nog een bezoek aan ons kantoor heeft gebracht.'
'Dat klopt.'
'Ik las in de krant dat een van de slachtoffers van die geruchtmakende moorden in de Houthaven ene Jelle Poelstra was.'
'Het laatste slachtoffer.'
'Die Jelle Poelstra ken ik.'
'Persoonlijk?'
Zwagerman schudde zijn hoofd.
'Niet persoonlijk. Maar al zo'n twintig jaar maak ik maandelijks een bedrag van vijfhonderd gulden aan hem over.'
De Cock veinsde verbazing.
'Waarvoor?'
Zwagerman grinnikte.
'Voor niets.'
De Cock plukte aan zijn neus.
'Voor niets? Is de bv Duimslag een charitatieve instelling?'
Zwagerman schudde zijn hoofd.
'Absoluut niet. De heer Van Amerongen is een handig zakenman, die naar steeds verdere uitbreidingen streeft en de kosten-baten-analyse van de onderneming nauwlettend in het oog houdt.'
De Cock boog zich iets naar voren.
'Hebt u die vreemde uitgavenpost "Jelle Poelstra" wel eens bij uw directeur ter sprake gebracht?'
Zwagerman knikte nadrukkelijk.
'De heer Van Amerongen is doorgaans een beminnelijk mens, maar toen was hij bepaald onredelijk. Hij zei dat het mij niets aanging…
dat ik mij gewoon aan zijn opdrachten diende te houden.'
'En daarbij behoorden de vreemde geldstortingen aan Jelle Poelstra.'
'Ik ben er later nooit meer over begonnen.'
De Cock gleed met zijn pink over de rug van zijn neus.
'Hebt u zelf een idee waarom dat geld maandelijks werd overgemaakt?'
Zwagerman zuchtte.
'Ik heb er gisteravond met mijn vrouw uitgebreid over gesproken.
Vanmorgen heb ik mij ziek gemeld. Ik zou toch mijn kop niet bij mijn werk kunnen houden. Het idee spookte door mijn hoofd. Het is vooral op aanraden van mijn vrouw, dat ik naar u ben gestapt.'
De Cock knikte hem toe.
'U hebt een verstandige vrouw.'
Zwagerman plukte een zakdoek uit zijn broekzak en wiste het zweet van zijn voorhoofd.
'Ik… eh,' hakkelde hij, 'mijn vrouw en ik zijn er van overtuigd dat de heer Van Amerongen al die jaren door Jelle Poelstra werd gechanteerd.'
'Waarmee?'
Zwagerman spreidde zijn handen.
'Geen idee. De heer Van Amerongen was de laatste tijd erg nerveus.
Vreemd, opgewonden, snauwerig. Zo kende ik hem niet.'
'Hebt u al opdracht gekregen om de betalingen aan Jelle Poelstra te stoppen?'
Zwagerman schudde zijn hoofd.
'Ik heb de heer Van Amerongen al een paar dagen niet op kantoor gezien. En dat is ongewoon… gelooft u mij.'
De boekhouder wreef met de rug van zijn hand langs zijn drooggeworden lippen.
'Ik… eh, ik heb er geen bewijzen voor. Het is meer een gevoel.'
Hij klopte met zijn vuist op zijn borst. 'Hier vanbinnen. Maar ik ben bang dat de heer Van Amerongen zich eindelijk van zijn kwelgeesten heeft verlost.'
De Cock keek hem scherp aan.
'Kwelgeesten… meervoud?'
Zwagerman knikte.
'Het was een complot tegen hem. Die andere slachtoffers werkten met Poelstra samen.'
Toen de nerveuze heer Zwagerman de recherchekamer had verlaten, vervielen de rechercheurs in een diep stilzwijgen. Een defecte
buis van de dag en nacht brandende TL-balken zoemde boven hun hoofd. Het was Vledder die na enige tijd het zwijgen verbrak.
'Michel van Amerongen… moordenaar?'
De Cock krabde zich achter in de nek.
'Het kan.'
'Maar?'
'Het past niet.'
Vledder keek hem vragend aan.
'Waarom past het niet?'
De Cock schudde zijn hoofd.
'Er was geen complot… Michel van Amerongen werd niet door een complot belaagd.'
'Waarom betaalde hij dan?'
De Cock strekte zijn wijsvinger naar zijn jonge collega uit.
'Michel van Amerongen,' antwoordde hij strak, 'betaalde om dezelfde redenen als waarom Ferdinand de Graaf en Abraham van der Velde maandelijks aan Jelle Poelstra betaalden.'
'En dat is?'
De Cock antwoordde niet direct.
'Edith Kuijters,' sprak hij na enig nadenken, 'werd niet alleen door de brute Jelle Poelstra verkracht. Bij die verkrachting in de loods op het Prinseneiland waren ook Ferdinand de Graaf, Abraham van der Velde en… Michel van Amerongen betrokken.'
Vledder keek hem verrast aan.
'Hoe weet je dat?'
De Cock schudde zijn hoofd.
'Het is geen wetenschap op basis van bewijzen. Het is een stelling.
Maar ik verzeker je dat ik het bewijs voor die stelling spoedig kan leveren.'
'Hoe?'
De Cock glimlachte.
'Denk daar maar eens over na.'
De oude rechercheur hield zijn wijsvinger gebarend voor zijn neus.
'Toen vader Kuijters,' betoogde hij, 'aangifte deed van verkrachting van zijn dochter Edith, werd alleen Jelle Poelstra gearresteerd, en wel om de eenvoudige reden dat Edith zich alleen die Jelle Poelstra kon herinneren. Van de andere verkrachters had ze
geen weet. Die verkrachtingen werden gepleegd toen Edith in staat van bewusteloosheid verkeerde.'
'Een hypothese.'
De Cock knikte.
'En voorlopig niet meer dan dat. Maar ik ben er van overtuigd dat ik gelijk heb.'
De oude rechercheur bracht opnieuw zijn wijsvinger voor zijn neus.
'Jelle Poelstra had bij zijn arrestatie de namen van de mededaders van de verkrachting van Edith Kuijters kunnen noemen. Hij deed dat niet.'
De blik van Vledder verhelderde.
'Hij liet zich voor zijn stilzwijgen betalen.'
De Cock knikte.
'Chantage,' sprak hij met zichtbaar genoegen. 'En het feit dat de betrokkenen al die jaren trouw voor het zwijgen van Jelle Poelstra bleven betalen, is volgens mij het bewijs dat mijn stelling juist is.'
Vledder boog zijn hoofd.
'Je hebt gelijk.' sprak hij timide. 'Zo is het beslist geweest.' Hij zweeg even. 'Maar daarmee lossen wij de moorden nog niet op.'
De Cock kwam uit zijn stoel overeind en slenterde naar de kapstok.
'Waar ga je heen?'
De Cock draaide zich half om.
'De eerste stap doen naar de oplossing.'
'En dat is?'
'Bussum.'
Het was druk op de A1. Voor de brug bij Muiden stonden ze muurvast in een file. De Cock keek even naar al die auto's om hem heen en liet zich toen onderuitzakken. De rand van zijn hoedje schoof hij tot op de rug van zijn neus.
Vledder stootte hem aan.
'Wat doen we in Bussum?'
De Cock kwam enigszins geprikkeld weer omhoog en schoof zijn hoedje terug.
'Je hebt je dag niet,' sprak hij hoofdschuddend. 'Echt, je moet vanavond vroeger naar bed.' Hij glimlachte.
'In Bussum, herinner je je nog, woont Michel van Amerongen. En omdat de heer Johannes Pieter Zwagerman zegt dat de directeur van de doe-het-zelfketen al een paar dagen niet op zijn kantoor is verschenen, neem ik aan dat hij thuis is.'
Er kwam langzaam beweging in de file. Ook na de brug zat het verkeer vast. Maar de carpoolstrook bleef tergend ongebruikt.
Vledder blikte opzij.
'Heb je zijn adres?'
De Cock knikte.
'Boekhouder Zwagerman wist het uit zijn hoofd… Jan Toebacklaan honderdtwaalf.'
'Denk je dat Michel van Amerongen bereid is om ons te vertellen waarmee hij door Jelle Poelstra werd gechanteerd?'
'Absoluut.'
Vledder keek hem verrast aan.
'Vanwaar die zekerheid?'
De Cock trok zijn gezicht strak.
'Omdat ik wellicht de enige man ben, die hem in leven kan houden.'
Vledder liet van schrik zijn stuur even los.
'Wat?' riep hij geschrokken. 'Jij… jij bent de enige man die hem in leven kan houden?'
In zijn stem trilde onbegrip.
De Cock wees naar het bord Bussum-Naarden.
'Je moet hier rechtsaf.'
De Jan Toebacklaan was een smalle doodlopende laan met aan het eind een gerenommeerd hotel. Vledder parkeerde de Golf half op het trottoir en de rechercheurs stapten uit.
Nummer honderdtwaalf bleek een fraaie villa met een brede oprijlaan van knarsend grind.
Op het bellen van De Cock werd de deur geopend door een knappe vrouw in een zwarte nauwsluitende japon. De oude rechercheur schatte haar op achter in de dertig. Ze had bruine ogen die grappig contrasteerden met haar lichtblonde haar. Rond haar volle lippen, licht aangezet in ceriserood, lag een zorgelijke trek.
De grijze speurder lichtte beleefd zijn hoedje.
'Mijn naam is De Cock,' sprak hij vriendelijk. 'De Cock met ceeooceeka.' Hij wees opzij. 'Dat is mijn collega Vledder. Wij zijn rechercheurs van het bureau Warmoesstraat in Amsterdam.' Hij glimlachte. 'U… eh, u bent mevrouw Van Amerongen?'
'Zeker.'
'Wij wilden graag een gesprek met uw man.'
Mevrouw Van Amerongen schudde haar hoofd.
'Mijn man is er niet.'
'Enig idee waar ik hem kan vinden?'
Mevrouw Van Amerongen aarzelde even.
'Hebt u een arrestatiebevel?'
De Cock toonde verbazing.
'Verwacht u dat wij zo'n bevel bij ons hebben?'
Mevrouw Van Amerongen maakte een onzeker gebaar.
'Ik weet niet meer wat ik moet verwachten.'
De Cock bracht zijn beminnelijkste glimlach.
'Maakt u zich geen zorgen,' sprak hij geruststellend. 'Ik ben niet van plan om uw man te arresteren.'
Mevrouw Van Amerongen deed een stap opzij.
'Komt u binnen. Mijn man is naar de bank. Ik verwacht hem elk ogenblik terug.'
Ze ging de rechercheurs voor naar een ruim vertrek met een indrukwekkende schouw en liet hen plaatsnemen in witlederen fauteuils. Handenwringend ging ze tegenover De Cock zitten.
'Wat is er met mijn man?' vroeg ze met een zweem van wanhoop.
'Hij gedraagt zich vreemd de laatste dagen. Hij is schichtig… nerveus… rookt de ene sigaret na de andere.'
De Cock keek haar schuins aan.
'Hebt u hem zelf niet gevraagd wat hem scheelt?' vroeg hij ontwijkend.
Mevrouw Van Amerongen knikte.
'Hij zegt dat er niets aan de hand is… dat ik mij muizenissen in mijn hoofd haal… dat hij wat op adem wil komen… dat hij gewoon een poosje uit de drukte in Amsterdam weg wil.'
De Cock keek haar onderzoekend aan.
'En u vermoedt, dat hij liegt?'
Mevrouw Van Amerongen sloot even haar ogen.
'Ik ben bijna twintig jaar met hem getrouwd. Ik ken hem toch. Hij kan… en mag mij ook niets wijs maken.'
Ze boog zich iets naar voren.
'Ik ben bang, rechercheur,' sprak ze ernstig. 'Ik ben echt bang. En ik weet dat ook hij bang is… al wil hij dat niet toegeven.'
De Cock kneep rimpels in zijn voorhoofd.
'Bang… voor wie… voor wat?'
Mevrouw Van Amerongen maakte een wanhopig gebaar.
'Dat weet ik niet.'
'Weet uw man het?'
'Misschien. Maar hij wil niets zeggen.'
De Cock kwam overeind. Hij had een deur horen dichtslaan.
Enkele seconden later kwam Michel van Amerongen de kamer binnen. Zijn gezicht zag grauw. Verschrikt keek hij van De Cock naar Vledder en terug.
'Wat komt u doen… in Bussum?'
De Cock strekte zijn rechterarm naar hem uit.
'U dwingen tot een gesprek onder vier ogen.'
De heer Van Amerongen slikte. Zijn adamsappel danste op en neer.
'Onder vier ogen?'
De Cock knikte.
'Het is tijd voor een bekentenis.