10

De Cock bracht na de worsteling zijn ademhaling op peil en produceerde zijn beminnelijkste glimlach.

‘Patrick Nederveldt,’ herhaalde hij hoofdknikkend. ‘De onstuimige Patrick Nederveldt. Al een paar dagen bruist in mij een diep verlangen om met u te praten.’

De oude rechercheur liet de jongeman schijnbaar even uit het oog en keek hoe de broeders van de Geneeskundige Dienst de achterdeur van de ambulancewagen dichtklapten en wegreden. Patrick Nederveldt volgde zijn blik. Daarna keek hij De Cock achterdochtig aan.

‘Wie bent u?’

‘De Cock… eh, De Cock met ceeooceekaa. Ik ben als rechercheur verbonden aan het politiebureau in de Warmoesstraat.’ Patrick Nederveldt fronste zijn wenkbrauwen.

‘Ik ken uw naam… De Cock met ceeooceekaa. Mijn zuster Nanette is bij u geweest om over de familie Van Boskoop te praten.’ De Cock knikte.

‘Zij was bij mij.’

De oude rechercheur keek de jongeman voor zich secondenlang observerend aan. Patrick Nederveldt droeg, opengeknoopt, een blauwgrijze regenjas, waaronder een grijsflanellen kostuum. Zijn fleurige stropdas was onberispelijk geknoopt. De jongeman toonde het beeld van een vlotte, jeugdige zakenman. Zijn blond krullend haar en blauwe ogen in een lichtblozend gelaat maakten een prettige indruk.

‘Heeft uw zuster Nanette verslag gedaan van onze ontmoeting?’ Patrick Nederveldt grinnikte vreugdeloos.

‘Zeker. Uitgebreid. Over onze jeugd in Putten, onze relatie met de familie Van Boskoop, en over mij.’

De jongeman trok een grimas.

‘Nanette heeft mij verteld dat ze mij aan u heeft afgeschilderd als een Mozes-type.’

‘De bijbelse Mozes, tot een moord in staat.’

‘Een kwalificatie van mijn zuster.’

‘Niet juist?’

Patrick Nederveldt glimlachte.

‘Mijn zuster Nanette is trouw in haar geloof. Fanatiek. En in wezen niet dom.’

‘Haar kwalificatie benadert de waarheid?’

‘In zekere zin.’

De Cock spreidde zijn handen.

‘Dan begrijpt u beslist waarom ik, als rechercheur belast met het onderzoek, brand van verlangen om met u over de dood van Alida van Boskoop te praten?’

‘Dat begrijp ik,’ antwoordde Patrick rustig. ‘Ik had ook een dezer dagen een invitatie van uw verwacht.’

‘Ik nodig u uit om met mij mee te gaan naar het politiebureau aan de Warmoesstraat.’

Patrick keek hem strak aan.

‘U arresteert mij?’

‘Waarvoor?’

‘Moord?’

De Cock schudde zijn hoofd.

‘Heb ik over een arrestatie gesproken?’

‘Nee.’

‘Maar gezien een paar door u gedane uitspraken, zou ik u inzake de gewelddadige dood van Alida van Boskoop als een verdachte kunnen beschouwen.’

Patrick keek hem uitdagend aan.

‘En dat doet u… mij beschouwen als verdachte?’

De Cock trok zijn schouders op.

‘Misschien… na ons gesprek.’

De oude rechercheur liet zijn blik over de atletische gestalte van de jongeman dwalen.

‘U bent ongetwijfeld sneller ter been dan ik,’ sprak hij berustend. ‘U zou vanaf nu bij mij vandaan kunnen lopen. Een poging van mij om u te achterhalen, is bij voorbaat vruchteloos.’

De Cock grinnikte.

‘Aan zo’n poging zou ik mij ook niet wagen. U kunt ook weigeren om met mij mee te gaan naar de Warmoesstraat. Dat zijn twee opties.’

Patrick grinnikte.

‘En als ik een van die opties kies?’

‘Dan analyseer ik dat als een vorm van schuld en beschouw u vanaf dat moment als verdachte.’

Patrick aarzelde even. Hij wees voor zich uit de gang in. ‘Mag ik afscheid nemen van Beatrijs?’

‘A fscheid?’

Patrick knikte.

‘Ik weet niet of u mij straks in de Warmoesstraat vasthoudt.’ ‘Verwacht u dat?’

Er krulde een glimlach om de lippen van Patrick Nederveldt. ‘Het zou niet de eerste keer zijn dat de recherche inzake een moord de verkeerde man pakt.’

De Cock negeerde de opmerking. Hij keek de jongeman schattend aan.

‘Beatrijs, hoe weet u dat zij hier is?’

Patrick zuchtte.

‘Ik heb haar gisteravond in Putten gebeld. Ik kreeg haar direct aan de telefoon. Ze vertelde me dat ze vandaag aan de Brouwersgracht zou zijn.’

De Cock plukte aan het puntje van zijn neus.

‘Beatrijs,’ sprak hij nadenkend. ‘Nu de beide belemmeringen uit de weg zijn geruimd, staat een tweede huwelijk niets meer in de weg.’

Het gezicht van Patrick verstarde. Hij keek met toegeknepen lippen naar de grijze speurder op.

‘Ik begrijp uw toespeling.’

Vledder kwam de grote recherchekamer binnen en liet zich in zijn stoel achter zijn bureau zakken.

‘Ik snap nu,’ verzuchtte hij, ‘waarom volgens de wet op de lijkbezorging iemand binnen vijf dagen begraven of gecremeerd moet zijn. Mensen, mensen, wat een lucht. Toen dokter Rusteloos de maag- en darminhoud inspecteerde, had ik moeite om een neiging tot vluchten te onderdrukken. Ik dacht dat ik onwel werd. Die oude Rusteloos ruikt dat blijkbaar niet meer.’

De Cock lachte.

‘Hij is immuun geworden voor die lijkenluchtjes.’

‘Dat geloof ik vast.’

‘Wat was zijn mening?’

‘Waarover?’

‘De doodsoorzaak.’

‘Verwurging.’

‘Gebroken kraakbeenringetjes?’

‘Volgens dokter Rusteloos moeten het krachtige handen zijn geweest. Sommige kraakbeenringetjes waren zelfs op meerdere plekken gebroken. En hoe ben jij gevaren aan de Brouwersgracht?’

De Cock zuchtte.

‘Met blote voeten en gekleed in het fraaie bloedrode gewaad met de tekens van de dierenriem hing Angela van Boskoop aan een deskundig geknoopte strop.’

‘Waar?’

‘Aan de deur van de wachtkamer naar de behandelkamer.’ ‘Aan de kant van de behandelkamer?’

‘Vrijwel op dezelfde plek als waar haar moeder veertien dagen geleden hing.’

‘Gewurgd en daarna opgehangen?’

‘Precies. De modus operandi verschilt in geen enkel opzicht.’ ‘Patrick Nederveldt,’ siste Vledder. ‘Zijn tweede moord.’ ‘Die overtuiging heb je?’

‘Absoluut.’

De Cock grijnsde breed.

‘Ik heb een verrassing voor je… Patrick Nederveldt zit hier in het bureau.’

Vledder keek hem met grote ogen aan.

‘Je hebt hem gearresteerd?’ riep hij verrast. ‘Waar? Wanneer?’ De Cock schudde zijn hoofd.

‘Niet gearresteerd.’

‘Hoe komt hij dan hier?’

‘Vanaf de Brouwersgracht met mij meegelopen, op basis van vrijwilligheid.’

‘Hij zit niet in de cel?’

‘Hij zit in het verhoorkamertje te wachten tot jij hem gaat verhoren.’

‘Ik?’

De Cock knikte.

‘Jij bent toch overtuigd van zijn schuld.’

Vledder keek hem onderzoekend aan.

‘Heb je hem niet verhoord?’

‘Niet echt. Ik heb met hem gebabbeld. Die vrijwilligheid heb ik een beetje afgedwongen. Ik heb hem gezegd dat ik hem als verdachte zou beschouwen als hij van mij weg zou lopen of zou weigeren om met mij mee te gaan.’

‘En daar ging hij op in?’

De Cock knikte.

‘Anders was hij hier niet. Blijkbaar wil hij geen verdachte zijn.’ Vledder reageerde fel.

‘Maar Patrick Nederveldt is wel degelijk verdachte. Zonneklaar. Alles wijst in zijn richting. Om de zaak rond te maken, hebben we alleen nog een bekentenis van hem nodig.’

De Cock kwam uit zijn stoel overeind. Hij wees naar de deur van het verhoorkamertje.

‘Daar zit Patrick Nederveldt,’ sprak hij gelaten. ‘Ga je gang.’ Vledder keek hem geschrokken aan.

‘Wat doe jij?’

De Cock keek op zijn horloge.

‘Het is tijd voor de lunch. Ik pak een broodje gezond in de kantine.’

De jonge rechercheur weifelde.

‘Wil jij… eh, wil jij er echt niet bij zijn?’ vroeg hij aarzelend, bijna timide. ‘Je kunt toch bijspringen als ik… eh, als ik vastloop?’ De Cock liet zich in zijn stoel terugzakken.

‘Goed’, sprak hij berustend. ‘Ik blijf erbij. Haal hem maar.’ Met een strak gezicht strekte hij zijn wijsvinger naar de jonge rechercheur uit. ‘Maar de eerste schermutselingen zijn voor jou.’ Patrick Nederveldt keek van De Cock naar Vledder en weer terug.

‘Kan ik naar huis?’

De Cock wees naar Vledder.

‘Kan hij naar huis?’

De jonge rechercheur schudde zijn hoofd.

‘Hij blijft.’

Pastrick keek hem verbaasd aan.

‘Waarom?’

Vledder boog zich iets naar hem toe.

‘Omdat ik jou ervan verdenk veertien dagen geleden Alida van Boskoop en gisteravond haar dochter Angela te hebben vermoord.’

Patrick grijnsde.

‘Als jullie mij hier voor die twee moorden vasthouden, begaan jullie een grote fout… een fout die voor jullie beiden en voor de justitie wel eens nare gevolgen kan hebben.’

‘Er zijn mensen die kunnen getuigen dat jij Alida van Boskoop een paar maal met de dood hebt bedreigd.’

‘Dat ontken ik ook niet. Ik had een hekel aan die vrouw en ik had een hekel aan Angela. Die twee hebben mijn huwelijk met Beatrijs vernield.’

‘Een duidelijk motief dus.’

Pastrick Nederveldt zuchtte.

‘Ik beken u eerlijk dat ik wel met moordplannen in mijn hart heb rondgelopen, vooral toen die twee een nieuw huwelijk tussen mij en Beatrijs in de weg stonden. Ik heb wel eens op de Brouwersgracht gestaan met de sleutel in de hand.’

‘Om Alida van Boskoop te vermoorden?’

Patrick krabde aan zijn voorhoofd.

‘Een gesprek, om haar tot andere gedachten te brengen. Maar ik was mij er terdege van bewust dat ik mogelijk mijn zelfbeheersing kon verliezen.’

‘Waar is die sleutel?’

‘Die ben ik al maanden kwijt.’

‘Hoe?’

Patrick trok zijn schouders op.

‘Hij was plotseling uit de zak van mijn colbert verdwenen.’ Vledder schudde zijn hoofd.

‘Ik geloof er niets van. U bent wel degelijk het huis aan de Brouwersgracht binnengedrongen en hebt Alida van Boskoop na een verhit gesprek vermoord.’

‘Ik vertelde u toch,’ sprak Patrick vermoeid, ‘dat ik wel plannen had. Maar als verstandig mens bedenk je toch dat lange jaren gevangenisstraf geen oplossing bieden. Ik zou nog verder van Beatrijs wegdrijven.’

‘Daarom bedacht u een mooi plan om die lange jaren gevangenisstraf te ontlopen. Twee brute moorden, die op een sluwe wijze tot het aanzien van zelfmoorden werden getransformeerd.’ Patrick keek naar hem op.

‘Dat moet u mij eens uitleggen.’

De Cock kwam haastig tussenbeide. Hij wilde niet dat Vledder tot het geven van een uitleg zou komen. Het moment vond hij niet geschikt.

‘Hoe wist u,’ vroeg hij scherp, ‘dat ook Angela was vermoord? Toen mijn collega Vledder u van twee moorden beschuldigde, toonde u geen enkele verbazing. Het feit verraste u bepaald niet.’ Patrick reageerde niet direct. Hij blikte wat schichtig om zich heen.

‘Ik… eh, ik heb op de Brouwersgracht toch de broeders van de Geneeskundige Dienst met de brancard naar buiten zien komen.’

De Cock glimlachte.

‘Merkwaardig. U hebt vanmorgen in uw ijver om het huis aan de Brouwersgracht te bestormen, in het geheel niet naar die brancard gekeken. Hoe kon u dan weten dat op die brancard Angela van Boskoop lag en niet Beatrijs of Christina?’ De oude rechercheur boog zich dicht naar hem toe.

‘Het antwoord op die vraag is vrij eenvoudig. U wist uit eigen ervaring dat Angela dood was, u had haar zelf vermoord.’ Patrick Nederveldt zwaaide met zijn armen.

‘Onzin, pure onzin. Ik heb noch Alida noch Angela vermoord. Ik heb niemand vermoord. Ik dacht dat ik daarin duidelijk genoeg was geweest.’

De Cock keek hem onverstoord aan.

‘Als mijn conclusie niet juist is, wat is dan uw antwoord? Hoe wist u dat Angela was vermoord. Al had u gekeken, op de brancard kon u niet zien welke vrouw werd weggedragen. Haar gelaat was met een laken bedekt en de canvasflappen waren dichtgeslagen.’

Patrick kauwde nerveus op zijn onderlip.

‘Beatrijs heeft vanmorgen tegen u gelogen. Ze heeft niet onmiddellijk de politie gewaarschuwd. Ze heeft eerst mij gebeld.’ ‘Waarom?’

‘Ik was de eerste aan wie zij in haar paniek dacht. Toen ik naar haar mening te lang wegbleef, heeft ze de politie gebeld.’ ‘Wat deed u na dat telefoontje?’

‘Ik ben onmiddellijk met mijn auto naar de Brouwersgracht gereden. Ik raakte vast in het verkeer. Toen ik eindelijk op de Brouwersgracht kwam, stond de ambulancewagen al voor de deur.’

Vledder keek De Cock verbijsterd aan.

‘Je hebt hem laten gaan, gewoon vrijgelaten, alsof er niets aan de hand is.’

De oude rechercheur knikte gelaten.

‘Ik ben niet overtuigd van zijn schuld,’ reageerde hij kalm. ‘Ik vond zijn verklaring zelfs heel aannemelijk. Hij was heel open. Patrick Nederveldt gaf toe dat hij ten aanzien van Alida van Boskoop met moordplannen had gespeeld en dat zijn verstand hem tot andere gedachten had gebracht.’

‘Dat is zijn tactiek,’ riep Vledder emotioneel. ‘Heel handig. Patrick Nederveldt is een sluwe intelligente man. Het bewijs daarvan is de wijze waarop hij zijn gepleegde moorden met zelfmoorden trachtte te camoufleren. Als jij niet zo alert was geweest, dan waren zijn daden onopgemerkt gebleven.’ De Cock zuchtte.

‘Hij had geen sleutel meer van dat huis. Die was hij al maanden kwijt.’

Vledder grinnikte vreugdeloos.

‘Dat zegt hij. Daarvoor is geen enkel bewijs. Na de moord op Angela heeft hij ook geen sleutel meer nodig. Zijn wraakactie is voltooid. De beide vrouwen die hem het leven zuur hebben gemaakt, zijn naar een andere wereld geholpen. Hij zal de sleutel wel in een gracht hebben gedumpt.’

De Cock stak bezwerend zijn handen omhoog.

‘Met de feiten en aanwijzingen die wij tot nu tegen Patrick Nederveldt hebben,’ zo betoogde hij, ‘maken we bij de rechtbank geen enkele kans. Een handige advocaat veegt de vloer met ons aan. En het is nog maar de vraag of de officier van justitie met het materiaal dat wij kunnen aandragen, tot vervolging zal overgaan.’

Het gezicht van Vledder verstarde.

‘We hadden hem moeten vasthouden. Na een paar dagen cel was zijn bekentenis wel gekomen.’

De Cock schudde zijn hoofd.

‘Je mag je nooit laten leiden door vooroordelen. Vanaf het moment dat jij de naam Patrick Nederveldt hoorde, ben je hem al als dader gaan beschouwen.’

Vledder bromde.

‘Dat is hij ook… dader.’

De Cock glimlachte vertederd. De hardnekkigheid waarmee zijn jonge collega zijn eenmaal ingenomen standpunt verdedigde, beviel hem wel. In zijn jonge jaren als rechercheur had hij met dezelfde problemen geworsteld. De jaren hadden hem milder gemaakt en… wijzer. Ook de ruimte van zijn geduld was met de jaren aanmerkelijk gegroeid.

‘We snuffelen samen verder,’ sprak hij vriendelijk. ‘Misschien ontdekken we nog iets wat ons meer houvast biedt.’ Het gezicht van Vledder klaarde op.

‘We krijgen hem wel. Misschien laat hij ergens nog een steek vallen en dan…’

De jonge rechercheur stokte. Op het bureau van De Cock rinkelde de telefoon. Vledder reikte naar voren, nam de hoorn op en luisterde. Hij maakte snel een notitie. Al na luttele seconden legde hij de hoorn op het toestel terug.

‘Het was de wachtcommandant. Beneden aan de balie is een man die jou wil spreken.’

‘Wat voor een man?’

Vledder raadpleegde zijn notitie.

‘Ene Alexander Minnedorper. Kennen wij die?’

De Cock trok rimpels in zijn voorhoofd.

‘Ik ken hem, een advocaat van kwade zaken met duistere relaties in de onderwereld. Bovendien… de ex-man van Christina van Boskoop.’

Загрузка...