9

De Cock en Vledder reden met hun trouwe Golf vanaf de houten steiger achter het politiebureau via de Oudebrugsteeg naar het Damrak.

Het regende niet meer. Een waterig zonnetje schoof schuchter achter donkere wolken vandaan en liet zich even zien. Het was voor het eerst sinds dagen.

Vledder, aan het stuur van de Golf, duwde rap de mouw van zijn colbert iets terug en keek op zijn polshorloge.

‘Ik heb de meute voor je gewaarschuwd,’ sprak hij gehaast. ‘Ik kan niet met je mee.’

De Cock reageerde met verwondering.

‘Waarom niet?’

Vledder zwaaide naar de voorruit.

‘Ik heb om elf uur een afspraak met dokter Rusteloos voor de sectie op het lijk van Alida van Boskoop. Ik kan die oude lijkensnijder niet laten wachten.’

De Cock schudde zijn hoofd.

‘Je hebt gelijk,’ sprak hij kort. ‘Dat kan niet. Die sectie vanmorgen was mij even ontschoten. Breng mij maar eerst naar de Brouwersgracht, dan ga jij door naar Westgaarde. En als de sectie voorbij is, kom je naar de Brouwersgracht om te zien of ik inmiddels de zaak op de peedee* heb afgehandeld.’ Vledder knikte instemmend. Na een poosje blikte hij opzij. ‘Ik krijg gelijk,’ sprak hij trots.

‘Waarin?’

Vledder ademde diep.

‘Patrick Nederveldt. Als Angela op dezelfde wijze is omgebracht als haar moeder, dan bestaan er voor mij geen twijfels meer.’ De jonge rechercheur zweeg even omdat het verkeer op de Prins Hendrikkade al zijn aandacht opeiste.

* Peedee = plaats delict.

‘En wat ik het ergste van alles vind,’ ging hij zuchtend verder, ‘is dat wij de dood van Angela hadden kunnen voorkomen als wij Patrick Nederveldt gisteren hadden gearresteerd.’ De Cock, niet in het minst geschokt, zweeg. Hij voelde weinig voor een hernieuwde discussie over dat onderwerp. Zeker, Patrick Nederveldt was een mogelijke dader, maar in deze zaak zeker niet de enige. Ook Rooie Bertus, de kleine kluisjesman, was een redelijke kandidaat.

Hij was groot, sterk, gewelddadig en genoot de reputatie nergens voor terug te deinzen.

Het feit dat Christina van Boskoop enige tijd met de jurist Alexander Minnedorper gehuwd was geweest, had de oude rechercheur nog het meest verrast. Minnedorper was sluw, had goede relaties in de onderwereld en beschikte over voldoende financiële middelen om tegen een redelijke beloning iemand te huren die vervelende klusjes voor hem opknapte. Daarbij was hij handig genoeg om zelf buiten schot te blijven.

De Cock vroeg zich af waarom de huwelijken van de drie dochters van zo korte duur waren geweest. Wat had de snelle echtscheidingen beïnvloed? De uitleg van Nanette Korreman, dat de mannen in de nabijheid van een stralende Hippocratine verbleekten en verschrompelden, vond in zijn gedachtewereld geen ingang.

Vledder reed vanaf de Singel de Brouwersgracht op. Voor nummer 1180 stopte hij. Voordat De Cock uitstapte, legde de jonge rechercheur vertrouwelijk een hand op zijn schouder. ‘Denk nog eens aan die Patrick Nederveldt,’ vermaande hij ernstig. ‘Voor iemand die op zijn vijftiende jaar een kat aan een deurknop kan ophangen, vormen mensen op latere leeftijd geen beletsel.’

De Cock stapte uit. Hij hield de deur van de Golf nog even vast. ‘Er zijn lieden,’ sprak hij somber, ‘voor wie dergelijke theorieën een gruwel zijn.’

De oude rechercheur smeet het portier dicht.

Vledder reed weg.

De Cock bezag de ramen en de buitendeur van het pand. Hij zocht naar sporen van braak of verbreking. Die waren er niet. Naast het fraaie naambord met Alida van Boskoop — Hippocratine — Chiromantiste — drukte hij op de koperen bouton. Het duurde luttele seconden, toen deed Beatrijs met een betraand gezicht open.

Ze liepen zwijgend door de gang naar de behandelkamer. Daar bleven beiden staan en De Cock nam voor de dood devoot zijn hoedje af.

In haar lang bloedrood gewaad met de twaalf tekens van de dierenriem hing Angela aan de deur van de behandelkamer. Haar gezicht was gezwollen en haar tong stak gedeeltelijk uit haar mond.

De Cock bekeek het koord van witgevlochten katoen en de glijknoop van de strop. Die zat half tussen haar kin en rechteroor. De ingewikkelde knoop, zo constateerde hij, was met vaardige hand gelegd.

Onder haar blote voeten, omver gestoten, lag het roodlederen bankje waarop De Cock tijdens zijn eerste bezoek aan het huis had gezeten. Hij pakte een schone zakdoek uit zijn zak, wikkelde die om zijn hand en zette het bankje overeind. Voorzichtig schoof hij het onder de blote voeten. Tussen het bankje en de voeten was een ruimte van zeker tien centimeter. Het lichaam van Angela hing te hoog. Ze kon vanaf de plek waar ze hing, het bankje nooit zelf hebben omgetrapt.

De Cock bracht het bankje terug naar de plek waar hij het had gevonden en stootte het weer omver.

Beatrijs kwam naast hem staan. Ze wees omhoog.

‘Ik kan haar niet alleen tillen.’

De Cock fronste zijn wenkbrauwen.

‘Hebt u het geprobeerd?’

Beatrijs schudde haar hoofd.

‘Ik heb haar niet aangeraakt.’

‘Iets anders beroerd?’

‘Hier in de kamer?’

‘Ja?’

Beatrijs schudde opnieuw haar hoofd

‘Ik ben nergens aan geweest. Ik heb direct de Warmoesstraat gebeld.’

‘Niemand anders?’

‘Nee.’

‘Christina?’

Beatrijs schudde opnieuw haar hoofd.

‘Ik wilde haar niet schokken.’

‘Ze moet het toch weten? Iemand moet het haar toch vertellen?’

Beatrijs kneep even haar ogen dicht.

‘Dat moet een ander maar doen. Ik kan dat niet.’

De Cock knikte begrijpend.

‘Ik zal het voor je doen.’

‘Bedankt.’

‘We wachten tot de fotograaf is geweest. Ik wil de situatie dit keer goed vastleggen. Bij de dood van uw moeder is alles verkeerd gegaan.’

Beatrijs wees naar haar dode zuster.

‘Werd Angela ook vermoord?’

De Cock staarde peinzend omhoog.

‘Ik heb boven op de deur de houtvezels nog niet bekeken, maar gezien het bankje en de hoogte waarop ze hangt, ben ik er vrijwel van overtuigd dat ook uw zuster door een misdrijf om het leven kwam.’

‘Moord?’

‘Ja.’

‘Dezelfde dader?

De Cock antwoordde niet. Hij keek om zich heen.

‘Is er in huis nog een ander vertrek waar wij samen even kunnen praten. Ik vind de aanblik van de dode Angela niet prettig.’ Beatrijs ging hem voor naar een gezellig ingerichte woonkeuken met uitzicht op een tuin. Ze namen aan tafel plaats. ‘Was Angela alleen thuis?’

Beatrijs knikte.

‘We hadden besloten dat Angela de plaats van moeder als chiromantiste zou innemen. Zij is de oudste en kent alle trucs die moeder gebruikte. Ze heeft ook ongeveer dezelfde aanpak als moeder. Christina en ik zouden haar om beurten tijdens de consultaties bijstaan.’

‘Het was vandaag uw beurt om bij te staan?’

‘Inderdaad.’

‘Toen u vanmorgen hier aan de deur kwam, hebt u toen aangebeld?’

Beatrijs schudde haar hoofd.

‘Ik heb een sleutel. Toen ik de hal binnenkwam, viel het mij op dat het zo stil was in huis. Angela heeft altijd lawaai om haar heen. Of ze zingt, of ze heeft de radio of de televisie aan. Er is altijd geluid. Die stilte maakte mij bang… gaf mij direct al het gevoel dat er iets was gebeurd. Ik ben toen sluipend op mijn tenen verder het huis ingelopen.’

‘Op uw tenen?’

‘Alsof ik bang was om iemand wakker te maken.’

‘En toen vond u haar.’

Er gleed een traan uit haar ogen.

‘Eerst moeder en nu zij. Wie heeft het toch op ons voorzien?’ ‘Hebt u zelf geen idee?’

Beatrijs spreidde in wanhoop haar handen.

‘Ik heb aan Patrick gedacht.’

‘Uw ex-man?’

Beatrijs knikte

‘Patrick heeft een paar maal heel nadrukkelijk gedreigd om moeder en Angela iets aan te doen. Ik heb u gisteren al verteld, dat zij beiden door leugens ons huwelijk hebben doen mislukken.’ ‘Waarom waren ze zo op dat huwelijk tegen?’

‘Oud zeer. We komen oorspronkelijk uit Putten op de Veluwe. Omdat moeder drie dochters had en geen man, werd ze met de vinger nagewezen. Vader en moeder Nederveldt hebben destijds in de Puttense gemeenschap nogal heftig tegen moeder geageerd.’ De Cock knikte begrijpend.

‘En Patrick was hun zoon.’

Beatrijs zuchtte.

‘Al is hij wat driftig, in mijn hart houd ik nog steeds van Patrick, maar als hij dit op zijn geweten heeft, dan moet hij worden gestraft.’

De Cock knikte instemmend.

‘Uw zusters Angela en Christina zijn ook getrouwd geweest?’ ‘We zijn alledrie,’ antwoordde Beatrijs hoofdschuddend, ‘niet erg gelukkig in de liefde geweest.’

‘Hoe kwam dat?’

‘Misschien zijn steeds de verkeerde mannen op ons af gekomen. Misschien ook waren wij te gretig, wilden wij zo graag, waren we niet kritisch genoeg. Ik trouwde Patrick en Christina koos voor een advocaat.’

‘A lexa nder Min nedor per.’

‘Dat is hem. Alexander Minnedorper. Kent u hem?’ ‘Ik heb wel eens van hem gehoord. Hij heeft niet zo’n beste reputatie.’

‘Niet ten onrechte. Toen Christina van nabij zag op welke wijze die man met zijn cliëntèle omging, welke wegen hij bewandelde, welke relaties hij had, waren haar aanvankelijke gevoelens van genegenheid en liefde snel verdwenen. Ze vluchtte naar huis en weigerde terug te keren.’

‘Het huwelijk werd ontbonden?’

‘Gelukkig. Na ruim een jaar. Die Alexander Minnedorper heeft het ons knap lastig gemaakt. Hij startte procedures op om Christina te bewegen, te dwingen om bij hem terug te komen.’ ‘En Angela?’

Het gezicht van Beatrijs betrok. Ze kwam nerveus uit haar stoel overeind.

De Cock keek naar haar op.

‘Wat is er?’

‘Die brief.’

De Cock keek haar niet-begrijpend aan.

‘Welke brief?’

Beatrijs duimde over haar schouder.

‘Die zit in mijn tasje en dat ligt in de behandelkamer. Een ogenblikje. Ik ben zo terug.’

Beatrijs verliet de woonkeuken. De Cock overwoog om haar na te gaan, maar bleef zitten. Na enkele seconden was ze in de woonkeuken terug. Ze nam weer plaats en schoof De Cock een opengescheurde envelop toe.

‘Die vond ik vanmorgen hier in de brievenbus.’

De Cock bekeek de envelop. Er was geen postzegel en geen stempel. Daarna nam hij de brief uit de envelop en las hardop:

‘ Hoera, hoera, wat een heerlijke dag. Dat oude wijf is dood. Nu jullie nog.

Bertus.’

De grijze speurder schoof de brief weer in de envelop. Hij keek op.

‘Rooie Bertus.’

Beatrijs knikte.

‘Albertus de Graaf, de ex van Angela.’

Bram van Wielingen zette zijn aluminium koffertje naast zich op de vloer.

‘Je begint je leven te beteren, De Cock,’ sprak hij vriendelijk. ‘Dit is een redelijk christelijk uur. In de regel laat je mij midden in de nacht opdraven.’

De fotograaf blikte om zich heen.

‘Ik was hier van de week toch ook?’

De Cock wees naar de dode Angela.

‘Toen hing aan die deur niemand.’

Bram van Wielingen grijnsde.

‘En daar had volgens jou wel iemand gehangen?’

‘De moeder van deze vrouw.’

De fotograaf keek hem nadenkend aan.

‘Die moeder was toch verdwenen? Hebben jullie haar al gevonden?’

‘Diezelfde dag nog. De dochters hadden haar op de Veluwe in het Speulder- en Sprielderbos begraven.’

Bram van Wielingen wees omhoog.

‘Was zij een van die dochters?’

‘Een van de drie.’

Bram van Wielingen bukte zich en plukte zijn Hasselblad uit zijn koffertje.

‘Ben je weer alleen?’

‘Je bedoelt: waar is Vledder?’

‘Precies. Het is vreemd jou zonder hem te zien.’

‘Vledder was bij de exhumatie en is nu op Westgaarde bij de sectie van de moeder.’

‘Zijn ze de hele familie aan het uitmoorden?’

De Cock negeerde de vraag.

‘Schiet gauw een paar plaatjes. Ook van dat omgevallen bankje. Heb je kleur?’

‘Ja.’

‘Ik wil een paar close-ups van haar voeten.’

‘Waarom?’

‘Daar zijn geen lijkvlekken. Bij een dood door ophanging hadden die er moeten zijn. Het betekent dat ze in een andere houding is gestorven.’

‘Niet hangend aan een strop.’

‘Exact.

Bram van Wielingen monteerde een flitslicht.

‘Nog andere wensen?’

De Cock wees omhoog.

‘Als we haar hebben losgemaakt, wil ik, net als een paar dagen geleden, van de bovenkant van die deur foto’s van de beschadigde houtvezels.’

Bram van Wielingen knikte begrijpend. Hij pakte zijn Hasselblad op en flitste in het dode gelaat.

De oude rechercheur draaide zich om. Bij de toegangsdeur tot de wachtkamer van de vermoorde chiromantiste stond dokter Den Koninghe met in zijn kielzog twee geüniformeerde broeders van de Geneeskundige Dienst met hun onafscheidelijke brancard. De grijze speurder liep op de oude lijkschouwer toe en begroette hem hartelijk. De Cock had een zwak voor de excentrieke dokter met zijn ouderwetse grijze slobkousen onder een deftige streepjesbroek, zijn stemmig zwart jacquet en zijn verfomfaaide groen uitgeslagen garibaldihoed.

‘Hoe maakt u het?’ vroeg hij vriendelijk.

‘Best.’

De oude rechercheur leidde dokter Den Koninghe naar de dode vrouw aan de deur.

‘Het is moord.’

De lijkschouwer keek omhoog.

‘Ik kan haar zo niet bekijken.’

De Cock keek naar Bram van Wielingen.

‘Ben je klaar?’

De fotograaf knikte.

‘Je kunt haar dumpen.’

De Cock schudde zijn hoofd.

‘Wat een taalgebruik,’ sprak hij verwijtend. ‘Een dode dump je niet.’

De oude rechercheur wenkte de broeders naderbij.

‘Til haar even iets op, zodat haar gewicht niet aan het koord hangt.’

Hij wendde zich opnieuw tot Bram van Wielingen.

‘Maak aan de andere kant van de deur het koord van de kruk los en gooi dat over de deur heen. Ik wil de houtvezelsporen niet bederven door haar gewoon te laten zakken.’

Bram van Wielingen gehoorzaamde als een schooljongen. Toen hij het koord had losgemaakt, lieten de broeders het lichaam van Angela zachtjes op de vloer glijden.

Dokter Den Koninghe nam zijn garibaldihoed af, trok de pijpen van zijn streepjesbroek iets omhoog en knielde bij de dode neer. Hij bekeek de diepe insnoeringen aan de hals. Daarna schoof hij het inposante gewaad met de tekens van de dierenriem zo ver mogelijk terug.

Na enige seconden kwam hij overeind. Zijn oude knieën kraakten. Met precieze bewegingen nam hij zijn bril af, pakte zijn witzijden pochet uit zijn jacquet en poetste de glazen. De Cock kende de bewegingen. Het was een reeks gebaren om tijdwinst te boeken.

‘Ze is dood,’ sprak hij laconiek.

‘Dat begreep ik,’ reageerde De Cock simpel.

Dokter Den Koninghe wees naar de dode.

‘Langer dan acht uur. Haar lichaam is sterk afgekoeld en de lijkstijfheid algemeen.’ Hij zette zijn bril weer op en plooide zijn pochet terug in het borstzakje van zijn jacquet. ‘Verwurging. Vrijwel zeker met hetzelfde koord waarmee ze is opgehangen.’ Hij zweeg even en keek naar De Cock op. ‘Lijkvlekken op haar billen en op haar rug.’

De grijze speurder ademde diep.

‘Ik vermoedde al dat ze daar te vinden waren.’

De kleine lijkschouwer wuifde ten afscheid en liep de behandelkamer uit.

De Cock keek hem na. Daarna wendde hij zich weer tot Bram van Wielingen, die zijn fraaie Hasselblad behoedzaam in zijn koffertje teruglegde.

‘Heb je alles?’

‘Ja.’

‘Ook de houtvezels?’

De fotograaf wees.

‘Ik heb de deur waaraan ze hing van beide kanten gefotografeerd, dan kan ik later met pijltjes aangeven in welke richting de beschadigde vezels liepen.’

‘Heel goed. Komt Ben Kreuger nog?’

Bram van Wielingen knikte.

‘Die had nog een klusje. Een inbraak op de Nassaukade. Het zal niet lang duren.’

De fotograaf gebaarde om zich heen.

‘Volgens Ben Kreuger is het de vorige keer hier niets geworden. Het stikte van de dactyloscopische sporen, door en over elkaar heen. En daardoor onbruikbaar. Het is hier ook veel te vies en vettig. De dames zijn niet erg proper. Er is vermoedelijk in geen jaren met een sopdoek gewerkt.’

De opmerking deed De Cock glimlachen.

‘Sopdoek,’ herhaalde hij spottend.

Bram van Wielingen nam zijn koffertje op en knikte. ‘Mijn vrouw is er bezeten van.’

Hij wuifde met zijn vrije hand en verdween.

De Cock draaide zich om en keek nog even in het dode gezicht. Hoewel Angela van Boskoop hem bij leven niet zo prettig had bejegend, voelde hij toch iets van smart, van verdriet. Met een vreemde brok in zijn keel wenkte hij de broeders van de Geneeskundige Dienst naderbij. Zij tilden de dode op de brancard en drapeerden een laken over haar heen. Daarna sloegen zij de canvasflappen dicht en sjorden de riemen aan. Voorzichtig tilden zij de brancard op. Zacht wiegend droegen ze de dode Angela vanuit de behandelkamer naar de wachtkamer. De Cock liep hen na tot aan de buitendeur.

Plotseling stormde een jongeman, komend vanaf de waterkant, langs de brancard heen het huis binnen.

De Cock hield hem tegen.

De jongeman sloeg wild om zich heen en probeerde De Cock opzij te duwen.

‘Waar is Beatrijs?’ Hij gilde. ‘Waar is Beatrijs?’

De Cock hield hem gevangen in een houdgreep.

‘Wie bent u?’ vroeg hij hijgend van inspanning.

De jongeman wurmde zich uit zijn omklemming los en keek naar hem op.

‘Ik… eh, ik ben Patrick… Patrick Nederveldt.’

Загрузка...