14

De ding-dong in de gang dreunde nog een beetje na. De Cock deed de deur van zijn woning open.

Voor hem op de stoep stond Vledder. De jonge rechercheur lachte wat verlegen. In zijn linkerhand bungelde een fraai boeket frisse lentebloemen.

‘Voor je vrouw,’ legde hij uit. ‘Hoe langer ik jou ken, hoe meer ik haar ga bewonderen.’

De Cock keek hem misprijzend aan.

‘Die kreet van jou ken ik,’ sprak hij bestraffend. ‘Afgezaagd. Ik zou die tekst in de toekomst eens veranderen.’

De grijze speurder bekeek het boeket.

‘Geen rode rozen?’

Vledder schudde zijn hoofd.

‘Edmay zegt dat ik eens moest variëren. Ze is mee geweest dit boeket voor je vrouw uit te zoeken. Ze heeft gevoel voor kleuren en weet wat een vrouwenhart raakt.’

De Cock deed een stapje opzij en liet Vledder binnen. ‘Wie is Edmay?’

‘Mijn nieuwe vriendin.’

De Cock fronste zijn wenkbrauwen.

‘Je was toch met ene Celine verloofd?’

‘Dat is al eeuwen geleden. Celine is inmiddels al jaren met een ander getrouwd.’

‘Waarom?’

‘Ze vond dat ik een te gevaarlijk beroep had. Celine wilde niet in angst en spanning leven. Dat lokte haar niet. Ze heeft nu een lieve zachte accountant. Die heeft een veel rustiger baan en verdient bovendien beduidend meer dan ik.’

‘En Edmay?’

‘Wat bedoel je?’

‘Vertel er eens wat van?’

Vledder glimlachte vertederd.

‘Ze is heel bijzonder. Geloof me, een echt schatje. Klein, lief met een tikkeltje Indonesisch bloed. Voor mij… heel aantrekkelijk.’

‘En ze is niet bang voor jouw gevaarlijk beroep?’

Vledder schudde zijn hoofd.

‘Integendeel. Voor Edmay is dat juist een deel van mijn charme… een element waarom zij van mij houdt.’

‘Je moet haar eens aan me voorstellen.’

Vledder schudde zijn hoofd.

‘Ik houd mijn werk en privé-leven graag gescheiden.’ De jonge rechercheur liep verder de gang in.

‘Zijn de anderen er al?’

De Cock knikte.

‘Appie Keizer en Fred Prins zitten bij mijn vrouw en hebben het hoogste woord.’

Ze stapten de woonkamer in. Mevrouw De Cock kwam onmiddellijk overeind en schudde Vledder ter begroeting de hand. Met een gebaar van verrukking nam ze het boeket in ontvangst. ‘Wat mooi.’

Ze wuifde uitnodigend naar een diepe fauteuil.

‘Ga zitten,’ riep ze vrolijk. ‘Mijn man vroeg zich al af waar je bleef.’

Vledder nam plaats. Zijn gezicht stond ernstig.

‘Ik… eh, ik heb even geaarzeld of ik vanavond wel zou komen.’ Mevrouw De Cock keek hem verrast aan.

‘Waarom?’

‘Heeft uw man van de begrafenis verteld?’

Mevrouw De Cock schudde haar hoofd.

‘Jurrian is thuis niet altijd even openhartig.’

Vledder keek naar De Cock.

‘Zal ik?’

De grijze speurder knikte.

‘Doe maar.’

Vledder zuchtte diep. Hij keek naar mevrouw De Cock op. ‘Elisa Korreman,’ sprak hij somber, ‘de dochter van de man die wij gisteravond hebben gearresteerd, werd vanmiddag op Zorgvlied begraven. Ondanks zijn bekentenis de drie vrouwen te hebben vermoord, had uw man gearrangeerd dat Andries Korreman de begrafenis van zijn dochtertje kon bijwonen.’ De jonge rechercheur stokte even.

‘Het werd een aangrijpende gebeurtenis. Naast het gedolven graf voor het kind, viel Nanette Korreman snikkend voor haar geboeide man op haar knieën en smeekte hem om vergiffenis. Het was hartverscheurend. Het tafereel greep me bij de keel. Ik was er zo kapot van, dat ik me afvroeg of ik er wel bij wilde zijn als vanavond de affaire opnieuw werd opgerakeld.’

Fred Prins vroeg om aandacht.

‘Ik wil wel weten waarom ik een kapotte broek en een paar schaafwonden aan mijn knieën heb opgelopen. Ann, mijn Ierse vrouw, vroeg om opheldering. Toen ik haar vertelde dat ik De Cock had bijgestaan, riep ze kwaad: that dangerous old man again.’

De oude rechercheur lachte. Hij pakte de fles cognac Napoleon, die hij speciaal voor dergelijke gelegenheden in voorraad hield, en vulde ruim de bodem van diepbolle, voorverwarmde glazen. Hij reikte die zijn vrienden aan. Daarna hield hij zijn glas omhoog.

‘Een toost… een toost op het onvermogen van een rechercheur.’ Fred Prins keek hem niet-begrijpend aan.

‘Onvermogen? Jij staat bekend als de beste speurder die ons land rijk is.’

‘Ik bedoel het onvermogen om open te blijven staan voor alle facetten die aan een zaak kleven.’

Vledder keek hem verrast aan.

‘Heb jij dat niet gedaan?’

‘Ik ben zo gefixeerd geweest op de mislukte huwelijken van de drie dochters van de chiromantiste en de motieven die aan de drie ex-echtgenoten konden worden toegeschreven en dat ik een tijdlang een belangrijk facet uit het oog heb verloren.’ ‘Welk?’

‘Het facet dat de chiromantiste niet alleen op basis van de handlijnen waarzegde, maar ook onbevoegd de geneeskunde bedreef. Dat facet diende zich toch overduidelijk aan. Denk maar eens aan Aard van de Koperberg met zijn pijnlijke benen, aan het mannetje in de wachtkamer met zijn winderigheid, aan Rooie Bertus met zijn claustrofobie en zelfs onze dader Andries Korreman, die er zich over beklaagde dat zijn vrouw Nanette met zijn zieke dochtertje voor genezing naar de chiromantiste ging.’

De Cock zweeg even voor het effect.

‘Die blindheid om een belangrijk facet van een onderzoek in de juiste belichting te zien, noem ik het onvermogen van een rechercheur.’

Appie Keizer boog zich iets voorover.

‘Andries Korreman vermoordde de chiromantiste omdat die zijn zieke dochtertje behandelde?’

De Cock trok een bedenkelijk gezicht.

‘Oppervlakkig gezien is dat wel juist. Maar in feite was dat niet het motief. Andries Korreman zag de toestand van zijn dochtertje steeds verder achteruitgaan. Pogingen van hem om zijn vrouw te overreden om met het kind naar een normale arts te gaan, mislukten. Zijn vrouw Nanette bleef blind geloven in de gave van de geneeskunst die de chiromantiste van Hogerhand zou zijn toebedeeld. Ook haar onsterfelijkheid was voor Nanette een ondiscutabel feit.’

Fred Prins sloeg zijn handen naar zijn hoofd.

‘Hoe is het mogelijk?’

Het gezicht van De Cock verstrakte.

‘Je moet de macht van de mystiek niet onderschatten. Mensen geloven graag in zaken die zich als bovennatuurlijk aandienen. De talrijke sekten die de wereld kent, zijn daarvan een bewijs.’ Fred Prins schudde zijn hoofd.

‘Wie gelooft er nu aan onsterfelijkheid?’

‘Andries Korreman,’ ging De Cock verder, ‘raakte in paniek. Hij wilde geen breuk met zijn vrouw en hij wilde voor alles zijn zieke kind behouden. Hij bedacht dat, wanneer die chiromantiste er niet meer zou zijn, als haar beweringen van onsterfelijkheid bedrog bleken, dat dan…’

‘Ik begrijp het,’ sprak Fred Prins. ‘Hij hoopte met de moord op de chiromantiste zijn vrouw en zijn kind te behouden.’ De Cock nam een slok van zijn cognac.

‘Om voor zichzelf straffeloosheid te verwerven, presenteerde hij zijn daad als een zelfmoord.’

Vledder glimlachte.

‘Dat werd door jou wel doorzien.’

De Cock knikte.

‘Een kwestie van ervaring.’

‘Waarom vermoordde hij Angela?’

De Cock maakte een triest gebaar.

‘Omdat door zijn moord op de chiromantiste niets veranderde.’ ‘Hoe bedoel je?’

‘Angela van Boskoop nam het werk van haar moeder over en zijn vrouw Nanette bleef met haar zieke dochtertje de Brouwersgracht bezoeken. Kreten van Angela, dat haar moeder niet was gestorven maar slechts een kortstondig bezoek aan de hemel bracht, werden door Nanette onvoorwaardelijk geloofd.’ ‘Ik begrijp nu,’ sprak Vledder zacht, ‘waarom zij op Zorgvlied bij het gedolven graf voor haar dochter aan haar man om vergiffenis vroeg.’

Appie Keizer grinnikte vreugdeloos.

‘Maar hij ging gewoon door?’

De Cock knikte.

‘Pas na de dood van zijn dochtertje. Wanneer Elisa niet was gestorven, had Beatrijs nog geleefd. De dood van zijn kind ontnam Andries Korreman elk gevoel voor realiteit. Toen hij besefte dat al zijn inspanningen om de dood van Elisa te voorkomen, schipbreuk hadden geleden, besloot hij om ook de rest van de familie Van Boskoop uit te roeien.’

Een tijdlang zwegen allen. De Cock nam nog een slok van zijn cognac. De uiteenzetting had hem vermoeid.

Het was Vledder die het zwijgen verbrak.

‘Wanneer wist je dat het Andries Korreman was die de moorden had gepleegd?’

‘Toen ik jouw computeruitdraai had gelezen en daar aantekeningen vond over het ziektebeeld van Elisa Korreman. Uit die aantekeningen bleek dat de chiromantiste wel degelijk wist dat zij het kind niet kon redden.’

‘Toch ging zij met de behandeling door?’

De Cock knikte.

‘De aantekening dat de kleine Elisa was gestorven, een aantekening die zeker na de dood van de chiromantiste en Angela door dochter Beatrijs was gemaakt, gaf mij plotseling de zekerheid van het motief. Het drong zich als het ware aan mij op.’ Vledder staarde voor zich uit.

‘Andries Korreman,’ verzuchtte hij. ‘Hoe kreeg je hem zover om precies op het tijdstip dat jij wenste tot een moordpoging op Christina te komen?’

‘Ik liet Christina een brief aan hem schrijven en deze per koerier bezorgen, waarin zij vermeldde dat zij de praktijk aan de Brouwersgracht zou overnemen en zij op dat tijdstip met hem een onderhoud wilde over de gezondheidstoestand van zijn dochtertje.’ ‘Terwijl dat kind al dood was.’

‘Ik hoopte en vertrouwde erop, dat het briefje hem tot razernij zou brengen.’

‘En zijn waakzaamheid zou verslappen.’

‘Precies.’

Vledder keek hem verwijtend aan.

‘Soms… soms heb jij iets van de duivel.’

De Cock keek naar hem op.

‘Iets van de duivel,’ sprak hij afwerend, ‘steekt in ons allen. Daar hoef je niet voor naar cursus.’

De oude rechercheur schonk nog eens in. Daarna liet hij zich in zijn fauteuil terugvallen.

Mevrouw De Cock verdween naar de keuken. Ze kwam terug met schalen vol lekkernijen en liep presenterend rond. Na momenten van bezinning werd het gesprek algemener. De gruwelijke gebeurtenissen aan de Brouwersgracht raakten wat op de achtergrond, en de cursus waarvoor De Cock was opgeroepen, werd een onderwerp van vermaak.

Het was al vrij laat toen de laatste gasten vertrokken. De Cock nam zijn derde glas cognac. Zijn vrouw schoof een poef bij en ging pal tegenover hem zitten.

‘Ik vind het toch lief van je, dat je ervoor zorgde dat Andries Korreman de begrafenis van zijn dochtertje kon bijwonen.’ ‘Het heeft me heel wat moeite gekost. Ik heb moeten praten als Brugman. Buitendam wilde er niet aan. Ik ben toen persoonlijk naar de officier van justitie gegaan en heb mijn inzichten bepleit. Elisa was Andries Korremans enige kind. Hij hield ontzettend veel van zijn kleine meid.’

Mevrouw De Cock schudde haar hoofd.

‘Als ik hem was geweest, dan had ik het kind opgepakt en was ermee naar een ziekenhuis gevlogen.’

‘Zo eenvoudig was het niet. Die man werd steeds verder in een poel van tegenstrijdige emoties gedompeld. Hij wilde ook geen breuk met zijn diepgelovige vrouw.’

Mevrouw De Cock schoof nog iets dichter naar haar man. ‘Ze hebben het vanavond niet gevraagd… hebben er vermoedelijk niet over nagedacht, maar hoe kwam Andries Korreman aan de sleutels van het huis aan de Brouwersgracht?’ De Cock glimlachte.

‘Gestolen… gestolen uit het colbertje van zijn zwager Patrick Nederveldt, de ex van Beatrijs, toen die een keer bij hen op bezoek was.’

De Cock legde zijn linkerhand op haar knie.

‘Vind jij dat je met een duivel bent getrouwd?’

Mevrouw De Cock keek vertederd naar hem op.

‘Al was je het, de duivel zelf, dan nog hield ik van je.’

Загрузка...