Angela keek de oude rechercheur secondenlang aan. Haar lichaam verslapte. De woede vergleed, maakte plaats voor totale verbijstering. Haar mond zakte half open.
‘Moord?’
De Cock knikte nadrukkelijk.
‘Zonder twijfel.’
Angela bleef hem aanstaren.
‘Moord?’
Het leek alsof het woord geen vat op haar had.
De oude rechercheur ging aan haar verbijstering voorbij. Hij wendde zich tot Vledder.
‘Laat Bram van Wielingen komen om de bovenkant van die deur te fotograferen. En waarschuw ook Ben Kreuger. Voor de zekerheid. Er komen hier dagelijks veel mensen over de vloer. Ik verwacht niet veel meer van een dactyloscopisch onderzoek, maar je kunt nooit weten. Misschien zit er ergens een fragmentje dat ons verder helpt.’
Vledder pakte de telefoon, die naast de fluwelen troon op een marmeren bijzettafeltje stond.
Angela van Boskoop kwam plotseling tot actie. Ze ontblootte haar tanden en griste wild de hoorn uit de hand van de jonge rechercheur.
‘Ik… eh, ik,’ siste ze. ‘Ik moet hier niet nog meer van die vreemde mensen over de vloer.’
Vledder probeerde haar de telefoon weer te ontfutselen, maar De Cock, bevreesd voor een ordinaire worstelpartij, beduidde hem om niet verder te reageren.
‘Bel maar ergens anders.’
De jonge rechercheur verliet met een rood hoofd en zichtbaar geïrriteerd de behandelkamer.
Angela keek hem honend na. Ze legde de hoorn op het toestel terug en stapte op De Cock af.
‘Moord!’ schreeuwde ze met overslaande stem. ‘Wat is dat voor pure onzin. Wie haalt het in zijn hoofd om moeder te vermoorden? Moeder had geen vijanden. Integendeel. De mensen waren dol op haar.’
Ze zweeg even. In haar ogen blonk wantrouwen. Haar toon veranderde.
‘Waarom is het moord?’
De Cock wees langs de deur omhoog.
‘De houtvezels wijzen de verkeerde kant op.’
‘Houtvezels?’
De Cock knikte gedwee.
‘Die deur is van hout,’ reageerde hij simpel.
‘Wat… eh, wat zeggen die houtvezels?’ vroeg ze opstandig. De Cock ademde diep.
‘Bij een zelfmoord door ophanging wijzen de beschadigde houtvezels aan de bovenzijde van de deur in de richting van het slachtoffer. Het touw of het koord dat voor de ophanging wordt gebruikt, duwt de houtvezels door het gewicht van het slachtoffer in die richting.’
‘Dat is niet gebeurd?’
De Cock schudde zijn hoofd.
‘U en uw zusters hebben, om de onsterfelijkheid van uw moeder te bewaren, alle verdere sporen van de misdaad uitgewist. Dat is jammer. Onherstelbaar. Ik kan nu niet meer zien hoe hoog uw moeder hing, hoe deskundig het koord was geknoopt, of er een omgestoten stoel of een bankje aan haar voeten lag, welke wurgsporen zij aan haar hals had. Dat zijn allemaal factoren die een rol spelen.’
‘Wij hebben alledrie voetstoots aangenomen dat moeder zelfmoord had gepleegd. Het was voor ons een duidelijke zaak. Een andere oorzaak voor haar dood is niet bij ons opgekomen.’ De Cock negeerde de opmerking. Hij hield zijn hoofd iets schuin.
‘Lag er een omgestoten stoel of een bankje aan haar voeten?’ vroeg hij dwingender. ‘Waren er sporen van braak? Was er in deze kamer of verder in het huis naar iets gezocht?’ Angela trok haar schouders op.
‘Dat weet ik niet meer,’ reageerde ze geprikkeld. ‘Het kan best zijn dat ik in paniek iets heb opgeraapt, rechtgezet. Ik kan mij dat niet herinneren.’
Angela keek met vlammende ogen naar De Cock op. ‘Er is bij ons niets gestolen!’ schreeuwde ze. ‘We missen niets, nergens.’
‘Geen sporen van braak?’
‘Ook geen sporen van braak. De buitendeur was normaal op slot.’ Ze keek hem uitdagend aan.
‘En als u het mij vraagt,’ snauwde ze op bijtende toon, ‘ik vind het ook niet belangrijk of er een omgestoten stoel of een bankje aan haar voeten lag. Moeder pleegde zelfmoord. Punt uit. Die overtuiging hebben mijn zusters en ik. Dat stomme verhaal van u over houtvezeltjes zegt mij niets.’
De Cock zuchtte diep. Het kostte hem moeite om zijn geduld te bewaren.
‘Ik vermoed,’ ging hij geduldig verder, ‘dat uw moeder is gewurgd en dat de dader pas later een strop om haar hals heeft gelegd en haar met het koord langs de deur omhoog heeft gehesen.’
De oude rechercheur boog zich iets naar haar toe.
‘Ik neem aan dat het koord aan de andere kant van de deur, dus aan de kant van de wachtkamer, aan de deurknop was vastgemaakt.’
Angela knikte traag.
‘Dat klopt.’
De Cock spreidde zijn handen.
‘Door het hijsen wijken de geknakte houtvezels boven aan de deur van het slachtoffer af.’
Hij schonk haar een moede glimlach.
‘Het is in feite heel simpel. Men moet er wel even op letten. Ik hoop dat bij een gerechtelijke autopsie nog iets van de wurgsporen aan de hals van uw moeder zijn terug te vinden.’ Angela keek hem geschrokken aan.
‘Autopsie?’
Het klonk als een vloek.
De Cock knikte.
‘Dat is onvermijdelijk.’
In de blik van Angela kwam de woede terug.
‘Nooit, nooit… ik sta nooit toe dat er een autopsie op moeder wordt verricht.’
Vledder kwam in de behandelkamer terug.
‘Bram van Wielingen en Ben Kreuger worden gewaarschuwd,’ berichtte hij. ‘Het kan nog wel even duren voor ze komen. Ze waren allebei nog met een klus bezig.’
De Cock knikte begrijpend. Hij wees naar de nog briesende Angela.
‘Breng haar boven naar haar kamer en kom terug met Christina.’
Angela keek hem verwilderd aan.
‘Ik ga hier niet weg.’
De milde expressie op het gelaat van De Cock veranderde. Hij zette zijn benen iets uiteen. De lijnen rond zijn mond trokken strak.
‘Ik heb uw balorig gedrag lang genoeg getolereerd,’ sprak hij streng. ‘Ik heb rekening willen houden met uw gevoelens, met uw verdriet. De schok door de dood van uw moeder zal uw onwelvoeglijk gedrag zeker hebben beïnvloed.’
Hij bracht zijn handen bezwerend naar voren.
‘Wat is uw keus… dat ik vanaf het politiebureau aan de Warmoesstraat een stel geüniformeerde politiemensen laat opdraven om u hier op de Brouwersgracht met veel tamtam te arresteren en af te voeren?’
Angela kneep haar ogen half dicht.
‘Is dat een bedreiging?’
‘Zo mag u dat opvatten.’
‘Arresteren… waarvoor?’
De Cock strekte zijn wijsvinger naar haar uit.
‘U belemmert en belet mij om mijn werk te doen. U mag dan twijfelen aan mijn bevindingen, maar ik verzeker u nogmaals dat uw moeder is vermoord en dat het tot mijn taak behoort om de man of vrouw te ontmaskeren die voor deze daad verantwoordelijk is.’
Hij zweeg even voor het effect.
‘Bovendien hebben u en uw zusters zich, rondom de dood van uw moeder, aan een reeks andere strafbare handelingen schuldig gemaakt, die zo’n arrestatie volkomen rechtvaardigen.’ De milde expressie kwam op het gezicht van de grijze speurder terug.
‘Het liefst zou ik deze affaire in goede harmonie met u en uw zusters willen oplossen. Ik heb daarvoor wel uw medewerking nodig.’
Angela keek hem schattend aan.
‘Blijft de dood van moeder buiten de pers?’
De Cock maakte een verontschuldigend gebaar.
‘Ik zoek geen publiciteit. Ik heb daar persoonlijk geen enkel belang bij. Maar ik kan u in dit verband niets garanderen.’ ‘Dat lijkt mij een eerlijk antwoord,’ sprak Angela berustend. ‘Ik zal mijn zusters boven inlichten. Ik zal hen zeggen hoe u de dood van moeder kwalificeert.’
Ze wendde zich tot Vledder.
‘U hoeft mij niet weg te brengen,’ sprak ze kalm. ‘Ik ga zelf wel en stuur Christina.’
Met gestrekte rug liep ze waardig de behandelkamer uit.
De Cock keek haar na, ademde diep en ontdeed zich van alle ergernis die ze bij hem had opgeroepen.
Toen de deur achter haar was dichtgevallen, liep Vledder naar hem toe. ‘Wat een serpent,’ siste hij tussen zijn tanden. ‘Een verschrikkelijk mens. Als ik die hoorn van de telefoon niet had losgelaten, had ze subiet in mijn hand gebeten. Ze had haar vurige lippen al opgetrokken. Het is dat jij zichtbare bezwaren had. Persoonlijk had ik haar het liefst een fikse draai om haar oren verkocht.’
De Cock glimlachte.
‘Dat is zinloos geweld.’
Vledder grinnikte.
‘Ik had het als uiterst zinvol ervaren. Waarom doet dat mens zo halsstarrig? Ze moet blij zijn dat we haar en haar gehele familie niet stante pede achter slot en grendel hebben gezet.’ De Cock schudde zijn hoofd.
‘De fout ligt bij mij. Toen de dochters vertelden dat moeder zelfmoord had gepleegd, had ik onmiddellijk naar die houtvezels moeten kijken. Dat kwam jammer genoeg pas later bij mij op. Ook dat tweede optreden van mij was niet zo sterk.’ Vledder maakte een afwerend gebaar.
‘Maar dat is voor haar toch geen reden om…’
De jonge rechercheur stokte.
Christina kwam de behandelkamer binnen. Ze had gehuild. Haar donkere ogen waren rood omrand en haar make-up was uitgelopen. Ze bleef voor De Cock staan.
‘Angela zegt,’ sprak ze zacht, ‘dat onze moeder werd vermoord.’ De oude rechercheur knikte.
‘Dat is zo.’
‘Geen zelfmoord?’
‘Nee.’
Christina keek op. Haar onderlip trilde.
‘Ik… eh, ik vond het al zo vreemd,’ hakkelde ze.
‘Moeder was in mijn ogen geen vrouw die zichzelf van het leven zou beroven. Daarvoor was ze te opgewekt, te levenslustig.’ Ze maakte een onbeholpen gebaar.
‘Maar Angela zei dat het absoluut zeker was dat moeder zelfmoord had gepleegd. Volgens haar wees alles duidelijk in die richting.’
‘Dat hebt u toen maar aangenomen?’
‘Angela is altijd zo drammerig. In alles. Dan ga ik maar liever niet tegen haar in. Anders hebben we een huis vol ruzie.’ ‘En Beatrijs?’
‘Die is volgzaam.’
‘Gehoorzaam aan Angela?’
‘Ja.’
‘U had uw twijfels?’
‘Zeker.’
De Cock boog zich iets naar haar toe.
‘Bent u bereid om ons bij ons onderzoek naar de dader of daderes behulpzaam te zijn?’
‘Wat kan ik doen?’
De Cock schonk haar een beminnelijke glimlach.
‘Ons in het Speulder- en Sprielderbos de plek wijzen waar jullie moeder hebben begraven.’
‘Dat doe ik.’
‘U kunt die plek makkelijk terugvinden?’
Christina knikte.
‘We hebben moeders graf met een paar zwerfkeien gemarkeerd.’
‘Ligt ze in een kist?’
Christina schudde haar hoofd.
‘Dat vonden Angela en Beatrijs niet verstandig. Een doodkist bestellen, riep volgens hen vragen op. We hebben moeder in dubbel vijverfolie gewikkeld en de folie met speciale lijm dichtgeplakt.’
‘Om ongedierte tegen te gaan.’
‘Precies.’
De Cock wreef over zijn brede kin.
‘Wij… eh, wij zijn niet van plan,’ formuleerde hij voorzichtig, ‘om uw moeder in het Speulder- en Sprielderbos te laten liggen. We zullen een onderzoek naar de doodsoorzaak moeten instellen.’
‘Begrijpelijk.’
De Cock kauwde nadenkend op zijn onderlip. Hij wees naar Vledder.
‘Mijn collega en ik zijn hier te voet gekomen. Beschikt u over een auto?’
Christina knikte.
‘Een Peugeot drie-nul-zes, hij staat hier aan de wallenkant tussen de bomen.’
De Cock gleed met zijn pink over de rug van zijn neus. Het was een gebaar om tijd te winnen.
‘Ik… eh,’ begon hij aarzelend, ‘ik ben vanmorgen al een paar maal in aanvaring gekomen met uw zuster Angela. Zij wil er niets van horen dat uw moeder door een misdrijf om het leven kwam. Zij klampt zich vast aan zelfmoord en is fel gekant tegen een autopsie.’
Christina zuchtte.
‘Volgens mij is ze nog steeds niet van gedachte veranderd. Als Angela iets in haar hoofd heeft, dan sla je dat er met geen moker meer uit. Ze heeft Beatrijs en mij alleen gezegd dat u op de onzalige gedachte bent gekomen dat moeder is vermoord. Meer niet. Daarna stuurde ze mij naar beneden.’
De Cock staarde voor zich uit.
‘Ik vrees,’ sprak hij nadenkend, ‘dat we snel zullen moeten handelen. Wanneer we de exhumatie, de opgraving, van uw moeder niet onmiddellijk regelen, dan zou Angela, wellicht gesteund door Beatrijs, wel eens op de gedachte kunnen komen om uw moeder opnieuw te begraven, maar dan op een plek die voor u, en ons, geheim blijft.’
Christina keek hem vragend aan.
‘Wat wilt u?’
De Cock wees opnieuw naar Vledder.
‘U wijst mijn collega de plek waar uw moeder begraven ligt.’ Hij wendde zich tot Vledder.
‘Jij neemt contact op met de plaatselijke politie. Je legt uit wat er aan de hand is en vraagt of ze jou bij de exhumatie behulpzaam willen zijn. Vraag ook om een fotograaf voor een uitgebreide reportage van de werkzaamheden. Als de exhumatie eenmaal heeft plaatsgevonden, verlies je het lijk geen moment meer uit het oog. Je chartert een ambulancewagen en begeleidt het lichaam van mevrouw Alida van Boskoop naar Amsterdam en deponeert het in het sectielokaal op Westgaarde.’
Vledder keek hem beteuterd aan.
‘Jij gaat niet mee?’
De Cock schudde zijn hoofd.
‘Ik blijf op Bram van Wielingen en Ben Kreuger wachten. Als ik hier wegga, dan loop ik de kans dat onze Angela die houtvezelsporen aan de deur uitwist. Ik acht haar ertoe in staat.’ Vledder knikte begrijpend.
‘Als de plaatselijke politie moeilijk doet en geen medewerking wil verlenen?’
De Cock grijnsde.
‘Dan laat je hen mij bellen.’
‘Zal dat helpen?’
‘Absoluut.’
Vledder zuchtte.
‘Je draagt mij wel een klus op.’
De Cock knikte instemmend.
‘Je kunt het aan.’
De oude rechercheur liep op Christina toe en streelde met de rug van zijn hand liefdevol langs de olijfkleurige huid van haar wang.
‘En wees onderweg lief voor haar,’ sprak hij teder. ‘Wij zijn haar veel dank verschuldigd.’
De Cock schoof de mouw van zijn regenjas iets terug en keek op zijn horloge. Hij vond dat de fotograaf en dactyloscoop lang op zich lieten wachten.
Plotseling ging de deur van de behandelkamer open. In de deuropening stond Beatrijs.
‘Ik wil even met u praten,’ lispelde ze.
De Cock wenkte haar naderbij.
‘Zeg het maar.’
‘Is moeder echt vermoord?’
De Cock knikte.
‘Daar ga ik van uit.’
Beatrijs gebaarde omhoog.
‘Angela wil het niet geloven. Volgens haar is het flauwekul.’ De Cock trok zijn gezicht in een ernstige plooi.
‘Het is mijn vak. Om een moord door verwurging, met een zelfmoord door ophanging te camoufleren, is een oude truc, die in het verleden dikwijls succesvol is geweest.’
De oude rechercheur glimlachte.
‘Wij laten ons nu niet meer bedotten.’
Beatrijs knikte begrijpend. Daarna nam ze een lange pauze. Het was duidelijk dat ze met een probleem worstelde. ‘Ik ben getrouwd geweest,’ opende ze na een poosje. ‘Het heeft niet lang geduurd. Nog geen twee jaar.’
‘Gescheiden?’
‘Ja.’
‘Kinderen?’
‘Gelukkig niet.’
‘Hebt u nog wel eens contact met uw ex-man?’
Om de mond van Beatrijs gleed een glimlach.
‘Soms belt Patrick.’
‘Hij heet Patrick?’
Beatrijs knikte.
‘Patrick Nederveldt.’
Ze glimlachte.
‘Als ik de hoorn opneem, dan begint hij tegen me te praten. Hij is altijd wel lief en bezorgd; wil graag dat ik bij hem terugkom.’
De Cock fronste zijn wenkbrauwen.
‘En als de anderen de telefoon opnemen?’
‘Dat verbreekt hij de verbinding.’
‘Waarom?’
‘Patrick heeft een hekel aan Angela en aan mijn moeder. Hij wil niet met hen praten. Ze zijn er beiden schuld aan dat ons huwelijk is gestrand.’
‘Is dat zo?’
Beatrijs liet haar hoofd zakken.
‘Ik ben zo dom geweest om op hun influisteringen te reageren. Ze vertelden mij dingen over Patrick die achteraf niet waar bleken te zijn. Patrick is daar nogal verbitterd over. Hij wijdt het mislukken van ons huwelijk vooral aan mijn moeder, die van het begin af aan tegen het huwelijk is geweest. Ze mocht hem niet.’ ‘U wilt wel naar Patrick terug?’
‘Graag.’
De Cock keek haar verbaasd aan.
‘Dan gaat u toch?’
Beatrijs van Boskoop slikte. Er blonk een traan in haar donkere ogen.
‘Moeder en Angela zijn daar fel op tegen.’
Ze nam opnieuw een lange pauze.
De Cock keek haar schuins aan.
‘Wat wil je mij in feite vertellen?’
Beatrijs keek met een bleek gezicht naar hem op. Er gleed een traan over haar wang.
‘Als… eh, als moeder is vermoord,’ sprak ze zacht, ‘dan weet ik wie haar moordenaar is.’
De Cock kneep zijn ogen half dicht.
‘Patrick?’
Beatrijs knikte traag.
‘Hij heeft gezegd dat hij het zou doen.’