11

Ze schuifelden over een zomers-zonnig Damrak. Het was er druk, zoals altijd. Om hen heen klonk een kleurrijk klanken-palet van vreemde talen, dialecten. Louter mooie vrouwen flaneerden in luchtige toiletjes langs overvolle terrasjes. Een fleurige show om niets.

De vlaggetjes aan de steigers van de rondvaartboten wapperden feestelijk onder een stralend blauwe hemel en Mo-sie, de altijd ijverige haringman uit de Heintje Hoekssteeg, lokte met Hollandse nieuwe. Amsterdam had er zin in. Rechercheur De Cock flaneerde mee, opgewekt, vrolijk, met een kleine lentetinteling in het bloed. Hij zwaaide joviaal naar zijn oude vriend en vijand Handige Henkie, die hij tot zijn lichte verbazing weer vrij zag rondlopen, en knipoogde overmoedig naar een opvallend blondje, dat zacht glanzend langs hem schoof en kwistig vleugjes parfum strooide. De Cock snoof en genoot.

Rechercheur Vledder flaneerde niet. Hij liep in gepeins. Zijn knappe, wat jongensachtige gezicht werd ontsierd door diepe dwarse denkrimpels. Ze misstonden. Ze gaven hem het uiterlijk van een man die te jong reeds de moede last des levens torst. De zomerse blijheid van de Amstelstad ging hem onopgemerkt voorbij. Hij zag het niet. Hij proefde het niet. Voor hem paradeerde het vrouwelijk schoon tevergeefs. De jonge Vledder werd er niet door beroerd. Hij dacht aan moord. 'Zeg,' riep hij plotseling, 'je bent toch hoop ik niet van plan om al de studenten van het dispuut opnieuw te verhoren? Dat is nu niet zo prettig voor mij, vind je wel? Bovendien… ik dacht toch, dat ik ze behoorlijk had uitgevraagd.'

De Cock haalde wat nonchalant zijn schouders op. 'Dat hangt er helemaal van af wat het factotum zegt.' Vledder keek hem van terzijde verbaasd aan. 'Factotum?'

De Cock knikte bedaard. 'Elk dispuut,' legde hij uit, 'dat zich een beetje respecteert, bezit een factotum… een duvelstoejager, een manusje van alles, die tegen een geringe vergoeding de kamers schoonhoudt en allerlei andere klusjes voor de studenten opknapt. Het dispuut aan de Brouwersgracht zal daarop wel geen uitzondering vormen. We moeten maar eens navraag doen. Ik denk dat het ons niet veel moeite zal kosten de man te vinden. Meestal woont het factotum in of niet ver van het dispuut.'

Vledder schudde vertwijfeld het hoofd. 'Ik wist niet,' pruilde hij, 'dat er zo'n man bestond. Een factotum… nog nooit van gehoord.'

De Cock grijnsde. 'Nu wij ons in studentenkringen bewegen,' sprak hij deftig, 'behoort het tot de goede toon om de conversatie met wat Latijn op te fleuren. Je zult er even aan moeten wennen.'

Vledder trok een verongelijkt gezicht. 'En wat zou zo'n factotum,' mokte hij, 'ons over de dood van Alex Delszsen kunnen vertellen?'

De Cock glimlachte. 'Heel veel… hoop ik. Kijk, het factotum wordt door de studenten nog wel eens als biechtvader gebruikt… behoeder van kleine vertrouwelijkheidjes, liefdesgeheimen… soms zelfs als postillon d'amour.' Vledder trok zijn neus op. 'Biechtvader… daar kan ik nog inkomen.' Hij grinnikte, spottend. 'Maar postillon d'amour… dat is uit de tijd. Verouderd. We hebben tegenwoordig de telefoon. Dat is veel efficiënter.'

De Cock plooide zijn gezicht in afschuw. 'Een telefoon…' de grijze speurder legde in dat ene woord al de verachting die hij tot uitdrukking kon brengen,'… een telefoon gebruik je voor zaken… niet voor liefde.' Hij keek zijn jongere collega van opzij verwijtend aan. 'Leer één ding van mij… de romantiek is niet dood. Ze zal nooit sterven. Ook in onze efficiënte wereld is zij nog springlevend. Zelfs de meest geëmancipeerde vrouw is gevoelig voor een romantisch gebaar. Geloof me, liefdesbrieven worden nog steeds geschreven. Ook door moderne jonge mensen.' Hij gebaarde breed, enthousiast. 'En wat is er nu romantischer dan zo'n vurige liefdesbrief per speciale koerier te laten bezorgen aan het huis van de beminde?' Hij keek glunderend naar het misprijzende gezicht van de jonge Vledder. 'Ben je dan nog nooit,' vroeg hij verbaasd, 'echt verliefd geweest?'

'Verliefd?'

De oude heer Zorghdrager bracht zijn lippen in een tuitje en wipte met zijn hoofd. 'Ja, de jongeheer Delszsen was dikwijls verliefd. Ik schat toch wel minstens eenmaal in de maand.' De Cock lachte. 'Dat is nogal frequent.' 'Wat zegt u?' 'Dat is nogal vaak.'

De oude knikte bevestigend. Hij leunde in zijn rieten stoel behaaglijk achterover en lurkte aan zijn korte houten pijp. Het gaf een vies pruttelend geluidje. De oude stoel knerpte een protest. 'Och,' zei hij vergoelijkend, 'hij was een jongen met een zuidelijk temperament. Wat wil je? Er zat meer zon in zijn botten dan bij ons koude noorderlingen. Wat kon die jongen daar nou aan doen?' De Cock wist het niet.

Vledder mengde zich in het gesprek. 'Heeft u,' vroeg hij, 'voor Alex Delszsen wel eens liefdesbrieven bezorgd?' De oude Zorghdrager verzonk in gepeins. 'Ja, ik heb wel eens een brief voor hem moeten wegbrengen.' 'Een liefdesbrief?'

De oude knikte wat schichtig. 'Ik neem aan dat het een liefdesbrief was.'

'Waar moest de brief heen?' 'Moet ik daarop antwoorden?' 'Liefst wel.'

Zorghdrager streek met zijn vingers tussen zijn boordje. 'Ik… eh, ik heb anders beloofd er met niemand over te praten.' Het klonk wat aarzelend. 'Ziet u, het is allemaal niet zo prettig voor een van de andere studenten.' Vledder keek hem onderzoekend aan. 'Niet prettig?' De oude krabde zich achter het oor. 'Die brief… die brief van Delszsen was voor de zuster van de jongeheer Kluffert.' 'Wel?'

De oude zuchtte diep. 'U weet dat misschien niet zo, maar Kluffert en Delszsen waren niet zulke beste vrienden. Ronduit gezegd… Kluffert had een hekel aan Delszsen. Hij kon het vrijmoedige gedrag van Delszsen ten opzichte van vrouwen en meisjes niet goed uitstaan. Hij ergerde zich daaraan. Kluffert is van het degelijke type. Van huis uit al. Als hij had geweten dat Delszsen met zijn zuster relaties onderhield… dan waren de rapen gaar geweest.'

Vledder knikte strak. 'Kort gezegd… Alex Delszsen had omgang met de zuster van Kluffert.' 'Ja.'

'En is Kluffert daar nooit achtergekomen?'

De oude trok zijn schouders op. 'Ik denk het niet. Ik had er anders zeker iets van gehoord. Ziet u, die Kluffert is geen gemakkelijke jongen.'

'Hoe bedoelt u?'

Zorghdrager grijnsde breed. 'Daar was zeker herrie van gekomen.'

Vledder beet nadenkend op zijn onderlip. 'Dank u,' zei hij afgemeten, 'ik heb voorlopig geen vragen meer.' De Cock schoof zijn stoel dichter naar de oude toe. Hij had zijn gezicht, zoals altijd, in een vriendelijke plooi. Hij had tijdens de vragen van de jonge Vledder nauwlettend gekeken, iedere reactie op het gezicht van de oude Zorghdrager geregistreerd. 'Kende u al de liefdes van Delszsen?' De oude glimlachte hautain. 'Al de liefdes van Alex… dat zou van mij wel wat te veel zijn verlangd. De jongeheer was tegenover mij nooit terughoudend. Dat niet. Hij vertelde mij van zijn avonturen. Hij vertelde zelfs uitgebreid. Zover ik weet, had hij voor mij geen geheimen. Maar al zijn liefdes…' Hij glimlachte opnieuw. 'Ik denk dat hij het op den duur zelf niet meer heeft kunnen bijhouden.' 'Zoveel?'

De oude schudde meewarig het hoofd. 'Het was zo erg… de jongeheer Delszsen ging er op het laatst zelfs slecht van uitzien.' Hij lurkte nog eens aan zijn pijp. 'Hoe denkt u over die meiden van tegenwoordig… hoe denkt u daarover? Die vragen wat… die vergen wat van zo'n jongen.'

De Cock slikte. 'Dat zal wel.' Hij hield met moeite zijn gezicht in de juiste plooi. 'Ik weet dat zo niet.' De oude knikte ferm. 'Neem het maar van mij aan. Ik zie en hoor genoeg.' 'Van de studenten?'

De oude Zorghdrager schoof in zijn rieten stoel heen en weer. Hij ging er eens goed voor zitten. 'Generaties, meneer… generaties van studenten heb ik onder mijn hoede gehad. Bij God, hoeveel jaren doe ik dit werk al. Geloof me, ik ken de moeilijkheden van de jongelui. Ik weet wat in ze omgaat. De jeugd is altijd nogal uitbundig geweest… wat losjes, zal ik maar zeggen… ook vroeger. Maar zoals dat tegenwoordig gaat…' Hij zweeg betekenisvol, schudde zijn oude hoofd en maakte felle tutgeluidjes. 'Geen schaamte, meneer, dat is het… geen schaamte. Ze lopen gewoon met hun… eh, hoe zal ik het zeggen… hun behoeftes te koop. De meisjes dan…'

Hij zweeg even en de oude stoel knerpte. 'Neem nou,' zo ging hij na een poosje verder,'neem nou die Ella Rosseling.' De Cock keek verrast op. 'Ella Rosseling?' De oude gebaarde wild. 'Die meid… die meid, met wie de jongeheer Delszsen een tijdje omgang heeft gehad. U weet wel…'

De Cock wreef met zijn hand over zijn gezicht. 'Het spijt me,' zei hij zacht, verontschuldigend, 'ik weet niets. De liefdesaffaires van Alex Delszsen zijn tijdens ons onderzoek wat in de mist blijven hangen. Er was niemand die ons daarover kon inlichten. Daarom, ziet u, daarom ben ik zo blij dat de jongeheer Delszsen u zoveel vertrouwen schonk. Dat is voor ons bijzonder prettig.' Hij keek even opzij. 'Nietwaar, Dick?'

Vledder knikte instemmend. 'Inderdaad, bijzonder prettig.' Het vleiertje deed de oude Zorghdrager zichtbaar goed. Hij spande zijn magere borst en glimlachte. 'Och ja,' zei hij niet zonder trots, 'ik ben ook vaak meer dan een vader voor de jongelui, moet u begrijpen. Ze komen vaak bij mij om raad… dingen waarover ze met hun eigen vader thuis nooit durven spreken.'

De Cock knikte ernstig. 'Ik begrijp het. Volkomen. Maar laten we terugkeren naar Ella Rosseling. U was, meen ik, van plan ons iets over haar te vertellen?'

'O ja, Ella Rosseling, die meid…' hij schudde afwijzend het hoofd,'een hoertje… ja, als u het mij vraagt… compleet een hoertje.' Hij grijnsde vals. 'Ze vroeg er alleen geen geld voor.'

'Geen geld?'

'Nou ja, ze vroeg geen geld van de jongeheer Delszsen. Van anderen weet ik niet. Ze was nu eenmaal gek op Alex. Stapelgek. Ze is zelfs een scène komen maken aan het dispuut, toen ze erachter was gekomen dat de jongeheer Delszsen ook relaties met andere vrouwen onderhield.' 'En was het toen uit?'

De oude schudde krachtig het hoofd. 'Op de dag van zijn dood is ze nog bij hem op zijn kamer geweest.' De Cock veerde op. 'Wat?'

'Ja, nog op de dag van zijn dood. Absoluut. Ik kan dat zelfs bewijzen.' De oude Zorghdrager stond van zijn stoel op en scharrelde naar zijn slaapkamer. Al na een paar seconden kwam hij met een zwart glanzend kledingstuk terug. Hij hield het omhoog als een soort trofee. De Cock keek verbaasd op. Het was een zachte zijden onderjurk met kant, frivool, exclusief. De oude man gooide hem het kledingstuk achteloos toe. 'De onderjurk van de jongejuffrouw,' gebaarde hij wat gewild nonchalant, 'heb ik op zijn kamer gevonden.' 'Na zijn dood?'

'Ja, na zijn dood, toen ik zijn kamer opruimde.' De Cock knikte traag. 'Zijn er,' vroeg hij aarzelend, 'zijn er nog andere dingen, die u na zijn dood van zijn kamer hebt weggehaald?'

De oude schudde zijn hoofd, traag, een beetje weifelend. 'Nee,' zei hij terughoudend, 'nee, verder heb ik niets weggehaald.' Er viel een korte stilte.

Rechercheur De Cock wreef met de toppen van zijn vingers over de zachte zijden stof van de onderjurk. Na een poosje keek hij de oude man aan, vragend, het hoofd een beetje schuin. 'Dit,' zei hij vriendelijk, 'is dus de onderjurk van Ella Rosseling?'

De oude knikte bevestigend.

'U weet dat zeker?'

'Ja.'

'U kunt zich daarin niet vergissen?' 'Nee.'

De Cock gebaarde. 'De jongeheer Delszsen ontving toch ook andere dames op zijn kamer. Ik bedoel maar, de onderjurk behoeft toch niet per se door Ella Rosseling te zijn achtergelaten.'

De oude zuchtte. 'Het is de onderjurk van Ella Rosseling, zeg ik u.' Zijn stem klonk fel, wrevelig. 'Dan vraag ik mij toch in gemoede af,' zei De Cock wat streng, 'hoe u dat zo precies weet? Een onderjurk is nogal een intiem kledingstuk. En ik neem toch niet aan dat de jongelui u als toeschouwer inviteerden, wanneer zij zich voor… laten we zeggen "het feest" ontkleedden. Of wel, meneer Zorghdrager?'

Over het lange, tanige gezicht van de oude man gleed een diepe blos. Hij schoof onrustig heen en weer. De oude rieten stoel knerpte. De Cock keek hem een tijdje zwijgend aan. 'U wist wanneer Delszsen damesbezoek had?' De oude knikte nauwelijks merkbaar. 'Hoe?'

De adamsappel in de magere hals van de oude wipte op en neer. Zijn tong gleed langs zijn droge lippen. Hij voelde zich kennelijk niet op zijn gemak.

'Hoe,' drong De Cock aan, 'hoe wist u dat?' De oude antwoordde niet.

De Cock boog zich iets naar hem toe. 'Vertelde Delszsen het vooruit?'

'Nee.'

'Hoe dan?'

De oude Zorghdrager begon licht te trillen. De pijp in zijn hand brandde allang niet meer. De gezapige zelfvoldaanheid waarmee hij de rechercheur aanvankelijk had te woord gestaan, was verdwenen. Hij leek ineens oud, heel erg oud en zielig.

De Cock voelde medelijden, maar zijn vragende blik bleef dwingend op hem gericht. 'Nou…'

De oude stond zuchtend op. Het ging moeizaam. Het was alsof alle kracht uit zijn benen was weggezakt. Hij waggelde. Zijn knokige hand klemde om de leuning van zijn stoel. Langzaam draaide hij zich om en zijn hand reikte bevend naar een verrekijker. Het was een oud geval in een leren foedraal met een vettig riempje. De oude pakte het van een spijker aan de muur en liep ermee naar het raam. 'Komt u maar kijken,' zei hij zacht.

De Cock kwam naast hem staan. Aan de andere kant van de Brouwersgracht, tussen de bomen door, keken ze naar de ramen van het studentenhuis. De afstand was hemelsbreed niet zo ver. De kamer van Delszsen lag schuin beneden.

De Cock nam de verrekijker van de oude Zorghdrager over. Het was een goede kijker, merkte hij, die sterk vergrootte. Hij stelde het beeld scherp. Door de kijker gleed zijn blik langs de gevel van het studentenhuis, wipte over een paar muurankers en gleed de kamer van Delszsen binnen. Het interieur was duidelijk te onderscheiden; een grauw behang, een boekenplank, een oud kastje, het bed… De Cock liet de kijker zakken. Hij keek de oude man aan, verdrietig, zacht verwijtend. 'Voyeur,' zei hij loom, 'genieter uit de tweede hand.' De oude liet het hoofd zakken.

Een tijdlang zwegen ze.

De Cock hing de verrekijker terug aan de spijker aan de muur. De oude man was weer gaan zitten. Alle vuur scheen in hem gedoofd. Hij staarde wat wezenloos voor zich uit, een onwillige trek lag om zijn mond.

Er heerste een gedrukte stemming. De juiste sfeer voor vertrouwelijkheden ontbrak. De oude Zorghdrager leek wat nukkig na de ontdekking van zijn ondeugd. Het was in feite zinloos het verhoor voort te zetten. In deze stemming was van de oude man weinig bereidheid tot medewerking te verwachten. De Cock wilde al opstaan, maar de jonge Vledder hield hem tegen. De uitlatingen van de oude Zorghdrager hadden hem aan het denken gezet. In zijn gedachten rijpte een mogelijkheid. 'Die Ella Rosseling,' memoreerde hij,'was dus op de dag van Delszsens dood nog bij hem?' De oude knikte wat onwillig.

'Hebt u,' vroeg Vledder onverstoorbaar, 'haar hele bezoek door de kijker gevolgd? Ik bedoel dus ook de periodes voor en na de bedscène.'

De oude zuchtte. 'Van het begin af. Ik heb haar zien binnenkomen en ik heb haar zien weggaan.'

'Is u tijdens het bezoek van Ella Rosseling nog iets bijzonders opgevallen?'

De oude schudde zijn hoofd. 'Niets… nou ja, dat ze naar bed gingen.'

Vledder greep met zijn hand naar het hoofd. 'Ik bedoel, hebben ze samen nog iets gedronken?'

Zorghdrager dacht na. Zijn blik dwaalde naar het plafond, 'Ja,' zei hij na een poosje, 'ze hebben inderdaad iets gedronken samen… koffie.' 'Hoezo… koffie?'

De oude gebaarde voor zich uit. 'Ik heb die juffrouw Rosseling de kamer zien af gaan. Na een paar minuten kwam ze terug met twee koppen. Ik denk dat ze in die tussentijd beneden in de keuken is geweest en daar twee koppen koffie heeft klaargemaakt.'

Vledder keek wat ongelovig. 'In een paar minuten?' De oude knikte. 'Dat kan best. In het keukentje staat een grote pot met Nescafé en het water uit de boiler is bijna kokend. Een paar koppen koffie is zo gemaakt.' Vledder keek peinzend voor zich uit. 'Die koppen… die twee koppen waaruit beiden gedronken hebben… wat is daarmee gebeurd?'

De oude glimlachte vermoeid. 'Omgewassen… die heb ik omgewassen.'

Vledder zuchtte. 'Daar was ik al bang voor.' De Cock glimlachte. Hij begreep wat zijn jonge collega bedoelde. Het gif kon Delszsen met de koffie zijn toegediend. De koppen hadden het bewijs kunnen vormen. Hij nam het verhoor van de teleurgestelde Vledder over. 'Kende u Ella Rosseling?'

De oude haalde zijn schouders op. 'Kennen… ik heb wel eens een paar maal met haar gesproken, kort, vluchtig, wanneer ze naar Alex vroeg. Ze was pinnig, fel. Beslist geen katje om zonder handschoenen aan te pakken.' De Cock keek de oude scherp aan. 'Zou zij…?' 'U bedoelt… de jongeheer Delszsen…?' 'Ja.'

De oude Zorghdrager klemde zijn lippen op elkaar. Zijn tanig gezicht kreeg plotseling een vastberaden, haast verbeten uitdrukking. 'Ik wil niemand beschuldigen,' riep hij ferm, 'maar als zij heeft geweten dat Alex voorgoed met haar wilde breken, dan…' 'Wilde Alex dat?'

De oude knikte. 'Hij zou het haar die dag zeggen. Hij wilde van haar af. Ziet u, hij had ernstige plannen met juffrouw Kluffert. Hij had het al meer geprobeerd.' 'Wat?'

'Om van die Ella Rosseling af te komen. Maar hij durfde niet goed. Ze is een serpent, meneer.' Er kwam vuur in de ogen van de oude Zorghdrager. 'Als iemand Alex Delszsen heeft vergiftigd, dan is zij het. Ze is… ze is tot alles in staat.' De Cock keek hem onderzoekend aan. 'Ook tot moord?' De oude blikte onbevangen terug. 'Ook tot moord.'

Загрузка...